Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

De vertaler vertaald

Albert Helmans zwanenzang

David O. Cohen

Om een lang gekoesterde droom ook taalkundig zo goed mogelijk voor te bereiden besloot ik voor mijn eerste reis naar Suriname het Surinaams-Creools te leren. Deze taal staat ook als Sranan, Sranantongo en af en toe ook wel onder de verouderde en allicht als beledigend opgevatte benamingen taki-taki en Negerengels bekend. Ze fungeert weliswaar als inofficiële omgangstaal onder alle lagen van de hyperheterogene Surinaamse bevolking, maar leidt nog steeds een hoofdzakelijk mondeling bestaan. Poëzie in het Surinaams-Creools wordt pas voor vol aangezien sinds 1957, toen Trefossa zijn bundel Trotji (voorzang) het licht deed zien. Hij werd daarbij overigens beïnvloed door het tijdschrift Foetoe-boi van voorloper Papa Koenders, aan wie hij deze oerbundel opdroeg en over wie onlangs een Nederlandstalige studie verscheen.

Trefossa (pseudoniem van Henri Frans de Ziel)

Trefossa’s taalgebruik is niet het eenvoudigste beginpunt voor wie Surinaams-Creools wil leren, en ik was dan ook verrukt toen een vriendin me de laatste dichtbundel van de op 7 november 1903 geboren Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld) cadeau deed. In de bundel Adyosi/Afscheid uit 1993 publiceerde de toen negentigjarige Helman namelijk niet alleen gedichten van hemzelf die in zijn lange en veelbewogen leven nog niet waren gebundeld, maar nam hij ook zijn vertalingen in het Nederlands van gedichten van Trefossa op. Voor mijn oorspronkelijke oogmerk, het doorgronden van Trefossa’s even sublieme als aartsmoeilijke poëzie, waren die vertalingen toereikend, maar daar was dan ook alles mee gezegd. De kritiek van taalwetenschapper Eddy van der Hilst was indertijd niet mals: ‘Het blijkt dat Helman op zijn zachtst gezegd nogal slordig is in zijn vertaling. […] Deze vertaling is dus op zijn minst slecht. Voor mij is het zelfs een verkrachting van het oorspronkelijke gedicht.’ Een mooie en vormvaste vertaling van Trefossa’s gedichten is helaas ook niet te vinden in Michiel van Kempens overigens prachtige Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995).

Niettemin vond ik als bijvangst in Albert Helmans bundel Adyosi/Afscheid een aantal gedichten dat bepaald de moeite waard was. Het meest aangrijpend vond ik het titelgedicht, dat tevens Helmans zwanenzang voorstelde en toepasselijk aan het einde van de bundel geplaatst is. Ik was inmiddels goed genoeg in de taal thuis om het gedicht althans te begrijpen, en zo viel me de discrepantie op tussen het niveau van de oorspronkelijke versie in het Surinaams-Creools en Helmans eigen vertaling ernaast. Over Helmans vertaalkunst juist waar het zijn eigen gedichten betrof, was Van der Hilst al niet veel beter te spreken: ‘In de Geleidebrief zegt Helman, dat [de gedichten] achteraf vertaald werden (zou het ook vooraf kunnen?) “en wel zo, dat de vertaling zowel naar vorm als naar woordelijke inhoud het origineel zo dicht mogelijk benadert.” Ook dit blijkt niet in overeenstemming te zijn met hetgeen als vertaling geleverd is.’

Adyosi/Afscheid uit 1993

Het is een wonderlijk gegeven dat Helman zijn eigen prachtige zwanenzang effectief de nek heeft omgedraaid door een vertaling bij te sluiten die niet alleen qua vorm, maar ook qua trefzekerheid in woordgebruik in geen enkele verhouding staat tot het oorspronkelijke gedicht. In een poging recht te doen aan het vaarwel van deze bijzondere dichter heb ik het aangedurfd zijn gedicht althans zó te vertalen dat een Nederlandstalig publiek begrijpen kan wat er nu zo goed was aan de oorspronkelijke versie in het melodieuze Surinaams-Creools. Hier volgt nu eerst die oorspronkelijke versie, met Helmans vertaling ernaast:

Adyosi

Adyosi dan, kunet' alontu.
Na go m' e go, a lati k'ba.
Dei ben de langa, baskita hebi,
pina fu libi now panya.

M' e go na oso, mi papaya
de wakti mi na tapu gron.
Mi weri. Ala mi kriyoro
mi gi nyanyan, mi gi fonfon...

Kande sontron mi no du leti,
ma m' du san mi anu fen' fu du.
Mi Gado sab' fa bun m' ben wani
awas' sonsma tak' mi takru.

Now net' kon tapu, dei kon kowru;
mi futu hebi, mi anu flaw.
No, mi n' e tan fu tak' nyun tori.
Ah, srib' e kiri mi lek' asaw...

Dat'ede, konpe, m' e drai baka.
M' e gwe, na berpe-sei m' e psa.
Adyosi dan, kunet' alontu.
No, mi n' e drai moro, a lati k'ba.

Vaarwel

Adieu dan, goedenacht gij allen.
Ik ga nu weg, het is al laat.
De dag was lang en zwaar mijn draagmand,
maar 's levens last ligt nu vergooid.

Ik ga naar huis; daar wacht de slaapmat
mij op de grond al uitgespreid.
'k Ben moe. Ik gaf aan al mijn kinderen
te eten en ik gaf ze ook weleens slaag...

Misschien deed ik verkeerd bijwijlen,
mijn hand deed wat er viel te doen.
Maar God weet dat ik 't goede wilde,
al noemt mij menigeen toch slecht. 

Nu is het avond, is de zon weg;
zwaar zijn mijn benen, mijn handen slap.
Neen, ik blijf niet om na te praten -
het slurfdier slaap heeft me overmand...

Daarom, mijn makkers, keer ik om,
Ik neem de weg het kerkhof langs.
Adieu dan, goede nacht gij allen.
Neen, ik terug? 't Is veel te laat.

In feite is dit een prachtig verstild gedicht waarin de spreker, terugkijkend op een veelbewogen bestaan en berustend in de gedachte van het naderend stervensuur, van de wereld afscheid neemt. De oorspronkelijke versie is rijk aan klank, metrisch soepel, qua woordkeus helder en trefzeker, en de zinnen lopen vloeiend van het ene vers naar het volgende.

Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld)

Helmans vertaling daarentegen wordt ontsierd door gebrek aan welluidendheid (het rijm ontbreekt en ‘vergooid’ r. 4 vloekt met de a-klanken uit de eerste strofe), stroeve ritmiek (met als toppunt de antimetrie in r. 8 ‘en ik gaf ze ook weleens slaag’), onevenwichtige woordkeus (‘adyosi’ wordt in de titel vertaald met ‘vaarwel’ en daarna met het slecht gekozen en naast ‘gij’ ronduit misplaatste ‘adieu’), verwrongen zinsbouw (‘daar wacht de slaapmat / mij’ in r. 5-6), en als klap op de vuurpijl het letterlijk en figuurlijk ongerijmde ‘slurfdier’ dat in r. 16 de slurf opsteekt. Voor iemand die niet in het Surinaams-Creools thuis is, valt die versregel niet te begrijpen: het beeld is namelijk dat van de gepersonifiëerde slaap die als een olifant op de rug van de ik-figuur stampt. De uitdrukking srib’ e kiri mi (slaap doodt me) is dan weer soepel en idiomatisch Surinaams-Creools, want wie grote dorst heeft kan in Suriname watra e kiri mi (water doodt me) zeggen zonder dat iemand daar raar van opkijkt. Waar Helman in zijn oorspronkelijke vers dus wel degelijk zowel idiomatisch als vernieuwend te werk ging, blijft daar in zijn eigen vertaling niets van over.

Ter afsluiting volgt nu mijn poging niet alleen in de vorm, maar ook naar de inhoud meer van Helmans gedicht in het Nederlands over te brengen dan hemzelf in Adyosi/Afscheid is gelukt. De vraag of een amateur-surinamist daarin is geslaagd, laat ik graag aan de lezers over:

Adyosi

Adyosi dan, kunet' alontu.
Na go m' e go, a lati k'ba.
Dei ben de langa, baskita hebi,
pina fu libi now panya.

M' e go na oso, mi papaya
de wakti mi na tapu gron.
Mi weri. Ala mi kriyoro
mi gi nyanyan, mi gi fonfon...

Kande sontron mi no du leti,
ma m' du san mi anu fen' fu du.
Mi Gado sab' fa bun m' ben wani
awas' sonsma tak' mi takru.

Now net' kon tapu, dei kon kowru;
mi futu hebi, mi anu flaw.
No, mi n' e tan fu tak' nyun tori.
Ah, srib' e kiri mi lek' asaw...

Dat'ede, konpe, m' e drai baka.
M' e gwe, na berpe-sei m' e psa.
Adyosi dan, kunet' alontu.
No, mi n' e drai moro, a lati k'ba.

Vaarwel

Vaarwel dan, goedenacht, u allemaal.
Het is al veel te laat, heus, ik moet gaan.
De dagen waren lang, mijn mand was zwaar,
verspreid ligt nu de last van mijn bestaan. 

Ik ga naar huis, mijn oude slaapmat wacht
al uitgeslagen op de koude grond.
Ik ben moegestreden. Al mijn kinderen
heb ik verzorgd en soms ook wel verwond…

Misschien deed ik verkeerd soms, maar ik deed
hetgeen mijn handen vonden om te doen.
En God doorziet mijn goede wil, al verft
een enkeling een smet op mijn blazoen.

Nu is de nacht hier en de dag verkoeld,
mijn benen voelen zwaar en zwak mijn hand.
Ik kan niet blijven voor een laatste tori
nu slaap mij neerstampt als een olifant…

Dus, makkers, is het tijd om terug te gaan.
Mijn pad zal voeren langs de Kerkhofstraat…
Vaarwel dan, goedenacht, u allemaal.
Nee, ‘k kom niet weer, het is te laat, te laat.