Vertaaldag  Archief

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Who's afraid of red, yellow and blue

Tom Van de Voorde

Ik blader in het werk van een Amerikaans dichter

en begin uit de losse pols een paar gedichten te vertalen

Poëzie over tijd, over onsterfelijkheid

en andere dingen die soms verloren gaan

Ik zak weg bij lyrische beschouwingen over de toekomst

als een gedachte die ooit losstond van de dood

Het zijn een soort essays in versvorm die ik vertaal

Zelf schrijf ik al jaren geen essays meer

en willens nillens slagen mijn verzen er niet altijd in

om de helderheid van essayistiek te evenaren

Veel blijft in het ongewisse, weinig wordt uitgelegd

Poëzie, spiegel ik mezelf dan ook voor, is een manier

van denken die wezenlijk verschilt van filosofie

De combinatie van klank, ritme en beeld

laat weinig betekenis toe, althans van de soort

die zich laat uitleggen; het lijkt een betekenisloze vorm

van denken die ten grondslag ligt aan poëzie

Het omgekeerde omschreef Wallace Stevens eens

in een brief aan een lezer die om meer uitleg vroeg

Maar de oude dichter deed niet aan 'épater les savants',

een cognitieve variant op het predicaat van cultuur

minnende bourgeois die behaagd willen worden,

wat je in het geval van Stevens kunt vertalen als

'verleiden met kennis' oftewel het gedicht als een rebus

die je je na het oplossen slimmer doet voelen

Ik lees dus ik begrijp dus ik ben

     Word je dan niet wijzer van een gedicht?

Ik zou het aan u moeten vragen, toekomstige lezer,

gesteld dat u hier nu voor me zat

maar die gedachte maakt me somber,

temeer ik inmiddels de leeftijd heb bereikt

dat ik niet langer aan de toekomst kan denken

zonder niet ook aan de dood te denken

Daarmee vergeleken is het bijna een troost

om een andere dichter te kunnen vertalen

Mijn eigen somberheid leidt maar al te vaak

tot onheldere gedachten, die op hun beurt

tot niet minder onheldere gedichten leiden,

hoezeer er in die laatste ook nagedacht wordt

Maar kan je eigenlijk wel nadenken

in een gedicht en tegelijk onhelder zijn,

of belijd je dan een lyrische versie van fake news

en de slordigheden die eraan voorafgaan

op het gebied van moraal en denken?

     Vaak is het punt waar poëtische helderheid

en onhelder denken elkaar vinden bij de geboorte

van een gedicht ook een kwestie van stemming

Toch zijn stemmingswisselingen – eigen aan het

dichterschap – nooit echt vruchtbaar voor gedichten

De enkele momenten dat ze dat wel zijn

is vaak de hartslag van een poëtisch oeuvre, de ader

waaruit een dichterschap een leven lang kan putten

Ik ken een paar collega's bij wie dit anders lijkt

omdat ze hun muze hebben verleid tot een loopsheid

die aan het onnatuurlijke grenst, door middel van drank, ego

of een narcistische omarming van een van hun neuroses

Maar ik geloof er niet in; een dichter is geen idiot savant

Dichterlijke luciditeit is uiterst zeldzaam en wie

het omgekeerde beweert is een poseur of gewoon gek

     Het zijn heldere gedachten die ik deze keer vertaal

tenminste, ze maken mijn denken helder

zodra ik ze organiseer in mijn eigen taal en woorden

Maar ik vraag me ook af of dit wel zin heeft

Ik drink wat water en bedenk hoe oud ik ben

om tot zo'n gedachte te komen

Tijd, het oeverloos zwemmen erin, het verlies ervan,

alsof niets me op de hielen zit en ik alle tijd van de wereld heb

me urenlang met andermans gedachten te voeden

terwijl ik nauwelijks opkijk om uit het raam te staren

laat staan een poging doe om naar buiten te gaan

maar een dichter vertaal die een kwarteeuw ouder is

Waarom doe ik dit?

     Ik reken al bladerend uit welke gedichten hij schreef

toen mijn dichter zo oud was als ik

Maar tussen zijn 39ste en 52ste publiceerde hij niets

En daarvoor had het ook al 11 jaar geduurd

voor hij iets nieuws had; het is pas de laatste jaren,

na zijn 60ste, dat er vaker iets verschijnt

Waarom omarmt hij zijn muze nu pas?

Duurde het zo lang omdat hij de leeftijd nog niet had

om te kunnen schrijven wat hij moest schrijven?

Misschien was hij wel gewoon bezig met leven

met tijd door te brengen met vrouw en kinderen

of uit te gaan met vrienden en traag dronken te worden

 

Ik heb een vriend in Wenen die heel vroeg gedebuteerd is,

op zijn 19de ofzo, maar als je zijn gedichten leest

heb je het gevoel dat ze door een oud mannetje zijn geschreven

een mannetje dat, net zoals ik, van Dinu Lipatti houdt

waardoor onze gesprekken meestal over die laatste gaan

We lachen er vaak om dat zijn dichtersziel zo oud is

terwijl hij in zijn hart nog steeds die 19jarige van toen is

In het begin dat we elkaar kenden was dat verschil

nog niet duidelijk en wou hij onze vriendschap bezegelen

door me mee te tronen naar hippe feestjes

Een keer liet ik me verleiden naar een leegstaande bungalow

waar ooit de kantoren van een geheime dienst hadden gezeten

In elke kamer brandde een andere lichtkleur en

naargelang je stemming ging je naar rood, geel of blauw

De bungalow was één groot lichaam en wij waren zijn zintuigen

Samen waren we een collectief gevoel van zinnelijkheid,

blijheid en genot: we vierden de heldere gloed van het heden

en ik voelde de energie, die van mezelf en van de anderen

Maar na een tijdje begon ik me af te vragen wat

achter al die mooie kleuren en ogen omging

Wat dachten al die mensen, voelden ze wel hetzelfde als ik?

Ik botste op leegte en onverschilligheid

en zag plots eenzaamheid in al die gelukzalige blikken,

in het beste geval het isolement van een chemische wolk

Mijn vriend was al lang verdwenen naar de gele kamer

en ik wou het blauw van de hemel boven Tiergarten zien

en liep via een omweg terug naar mijn hotel

     We hebben het er achteraf niet meer over gehad

maar sindsdien vragen we ons beiden af

wat de ideale leeftijd is om onze gedichten te schrijven

Het is vreemd om op je 19de te schrijven

wat je op je 69ste hoort te schrijven of omgekeerd

Ook nu stel ik me die vraag, gebogen

over een bloemlezing van een 75jarige Amerikaan

    Ter afleiding loop ik naar mijn boekenkast

op zoek naar een dichtbundel

die geschreven is op de leeftijd die ik nu heb

Het is een spelletje dat ik wel vaker speel

Zodra ik iets moois ontdek, kijk ik

naar de leeftijd waarop het gemaakt is

Zo schreef Chopin, die ik al zes jaar overleef,

zijn beste werk tussen zijn 30ste en 32ste

Daarom hou ik zo van Wallace Stevens,

die op zijn 43ste debuteerde en pas op late leeftijd

echt tot wasdom kwam

Geen gedoe over de poëzie als jeugdzonde,

laat staan teleurstelling of mislukking

Nochtans beginnen de meeste dichters er vroeg aan

en houden er al vrij snel weer mee op

Evenals hun dichterschap blijven hun gedichten eeuwig jong

Of ze laten zich na enkele bundels verleiden

door de belofte van roem die proza lijkt te herbergen

Soms blijven ze dichten en bevestigen het vermoeden

dat toekomst en dood elkaars gelijken zijn

    Desondanks verlangen wij alledrie – de Amerikaanse

dichter, mijn Weense vriend en ikzelf –

naar een moment waarop dat niet zo zou zijn

Ik schreef bijna 'waarop dat nog niet zo was'

maar toegeven dat dit moment tot het verleden behoort

zou erop neerkomen dat de dood niet in de toekomst

maar in het heden ligt

 

De Vlaamse dichter Tom Van de Voorde werkt in de marge ook aan poëzievertalingen. Samen met Staša Pavlović bracht hij dit voorjaar bij uitgeverij Vleugels Ik weet uit, een uitvoerige keuze uit het werk van de Sloveense dichter Tomaž Šalamun (1941–2014). Als hij alleen werkt, is hij vooral met Amerikaanse dichters bezig. Hij vertaalde werk van Michael Palmer, Ariana Reines en Wallace Stevens en werkt momenteel aan iets nieuws, blijkens het hierna gepubliceerde gedicht ‘Who's afraid of red, yellow and blue’, een voorpublicatie uit zijn begin juli te verschijnen dichtbundel Jouw zwaartekracht mijn veer. Het gedicht, waarvan de titel verwijst naar het bekende schilderij van Barnett Newman, gaat onder andere in op de zin en onzin van poëzie vertalen. Kunst, poëzie en vertaling komen op een wonderbaarlijke wijze samen.

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl. 

Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III (224 x 544 cm, collectie Stedelijk Museum, Amsterdam)