Vertaaldag  Archief

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Exoten, grassen & heesters

Bij de presentatie van Vertalen in de Nederlanden. Een cultuurgeschiedenis

Ton Naaijkens

Ik ben behoorlijk van mezelf geschrokken, om de eenvoudige reden dat ik overlas wat ik destijds, achtentwintig jaar geleden, in 1993, geschreven heb in speciaal vertaalnummer van De Gids. Ik hield daar een vurig (lees: jeugdig) pleidooi voor een te schrijven geschiedenis van het vertalen in het Nederlands taalgebied en kwam op de proppen met een handjevol anekdotetjes, ideetjes, maar hier en daar ook met heuse argumenten. En daar schrok ik van: want ik doe er uitspraken waar ik het nog steeds mee eens ben. Maar waarom, als ik toen al echt vond dat het hoog tijd werd het voor onze cultuur zo cruciale vertalen en wat daar zoal omheen hangt te beschrijven, waarom dan achtentwintig jaar wachten? Daar zijn tal van redenen voor. Een ervan was dat je zoiets niet in je eentje kunt doen. Een andere dat er nogal wat voorwerk gedaan moest worden. Of het toeval was of niet – ik denk van niet – maar het jaar daarop zag Filter het levenslicht, waar vervolgens in zo’n beetje elk nummer de vertaalhistorische lamp brandend werd gehouden. Al was het maar als we vertalingen ontsloten en vertalers profileerden. Misschien hadden we harder moeten werken, instellingen en hemel en aarde meer moeten bewegen. Maar toen op zaterdagmiddag 25 september jl. rond 15.30 uur in de namiddag eindelijk Vertalen in de Nederlanden kon worden getoond, waren alle aanloopjaren vergeten en was het alleen een aardige bicepsoefening (standing curl) om het twee kilo zware boek tien minuten lang in handen te houden alvorens het eerste exemplaar kon worden overhandigd aan Maarten Asscher. Hieronder het praatje op de dag die zo toepasselijk Nederland Vertaalt heet.

 

Mijn grote dank geldt – allereerst – de organisatie van deze prachtige dag, die je gerust – na wat ik ervan heb meegekregen– feestelijk kan noemen. Een feest van de vertaling was het. Voor mij persoonlijk is het ook feest, helemaal feest. Iets dat zeker ook geldt voor de vier medeauteurs van het hier te presenteren boekwerk namens wie ik spreek. Eindelijk, na heel veel jaren, eindelijk kunnen we het concrete resultaat van jaren werk zien en in onze handen houden. Ik heb de grote eer om Vertalen in de Nederlanden hier en nu ten doop te houden, een heuse cultuurgeschiedenis van het vertalen van het jaar 500 tot nu.

Het is – zeg ik zonder enige bescheidenheid, gewoon omdat ik lang niet de enige ben die dit vindt – het is een boek dat er allang had moeten zijn, een boek met een noodzaak, een boek dat eindelijk het verhaal vertelt van hoe we al eeuwen omringd zijn door andere culturen en talen die op allerlei manieren invloed uitoefenen op wat we doen, zeggen en denken. En zonder vertaling ging dat niet en gaat dat niet. Nederland was en is een bloeiende tuin, iets Oudolfachtigs misschien, met tal van exoten, grassen en heesters, elk seizoen anders, gelaagd en omlijst, kleurrijk. Niet vanzelf zo gegroeid, maar door de stille en liefdevolle zorg van tuinders: taaltuiniers, vertalers.

Ik zei daarnet een paar keer ‘eindelijk’ en dat meer mensen gevonden hebben dat maar eens goed beschreven moest worden hoezeer vertaling juist onze cultuur doordrenkt en doordrenkt heeft. Ik denk dat het vooral begin jaren negentig begon rond te zoemen, toen auteurs als Paul de Wispelaere en Jacq Vogelaar steeds ferventer wezen op het belang van vertalen, toen een gerenommeerd vertaler als Frans Denissen smeekte om een heuse vertaalgeschiedenis, toen verschillende vertaalonderzoekers, onder wie Theo Hermans – een van de auteurs van het boek – een fundament begonnen aan te leggen en neerlandici als bijvoorbeeld Frits van Oostrom uitlegden hoe vaag de grenzen tussen vertaling en origineel soms geweest zijn. In het tijdschrift Filter verzamelden we vanaf 1994 snippers van die geschiedenis. En nu is er eindelijk een doorlopend en overkoepelend verhaal, doorspekt met anekdotes, voorvallen, bijzondere gebeurtenissen, rellen etc. – alles wat geschiedenis zo’n beetje uitmaakt. Een rijk geïllustreerd verhaal kortom, letterlijk en figuurlijk.

Gemaakt door een groepje deskundigen. Dirk Schoenaers laat zien dat er in de middeleeuwen nauwelijks sprake was van afzonderlijke talen en taalgrenzen, van landen en afgebakende culturen en er uiteindelijk iets opbloeide als onze volkstaal. Theo Hermans schrijft over wat we ooit onze Gouden Eeuw noemden, toen de wereld onder handbereik kwam, we er op schepen met tolken en vertalers op uittrokken, mensen tot slaaf maakten, kruiden en grondstoffen ophaalden en tegelijk de wereld bedienden met boeken die we hier in steeds grotere hoeveelheden produceerden. Inger Leemans beschrijft de achttiende eeuw als een boekenfabriek en op volle kracht draaiende vertaalmachine, Cees Koster de negentiende als een eeuw van emancipatie en democratisering op weg naar moderniteit. Deze spreker benadrukte de impact die vertalen langzaam kreeg in de twintigste en eenentwintigste eeuw, de debatten die steeds vaker oplaaiden, tot en met aan het begin van deze eeuw de verkondiging – eindelijk – van een bloeiende vertaalcultuur. Of we die nog steeds beleven laat ik even in het midden, al denk ik van wel als ik zie met hoeveel plezier iedereen vandaag hier vertaalt en over vertalen praat.

Door een cultuurgeschiedenis puur vanuit het perspectief van het vertalen te schrijven wordt duidelijk dat je anders kunt aankijken tegen wat we als cultuur of als literatuur beschouwen. We schrijven nog regelmatig over mensen als Johan Huizinga en Martinus Nijhoff en hun hoofdbezigheden maar vergeten dat ook die grootheden vaker dan verwacht de degens kruisten over vertaling. Huizinga opperde dat juist voor de Nederlanders het bezit van een eigen taal ‘een kostbare waarborg voor onafhankelijkheid’ vormde. Dat gold voor hem ook voor vertalingen. Toen hij een voorwoord schreef bij Barnouws versie van de Canterbury Tales wees hij op de verwantschap van de Britse aard met de Nederlandse en noemde hij de vertaling ‘een flink en gaaf, echt-Nederlandsch kunstwerk’. In een zure maar scherpe bespreking was Nijhoff er vervolgens als de kippen bij om te verklaren dat deze ‘hoogste eis’ hier in geen geval was ingewilligd. Het was meer ‘een studie en een genoegen dan een geestelijk voordeel’, schreef hij snerend. Mooi om deze grote geesten ook eens te zien in hun menselijkheid, zou ik willen zeggen. Want ook Nijhoff was vertaler en hield van vertalen – en van het bekijken ervan.

Er valt nog veel meer te zeggen over Vertalen in de Nederlanden, het is per slot van rekening een lijvig boek, vandaag voor het eerst echt te koop, hier in de Beurs van Berlage. Het spiksplinternieuwe nummer van het tijdschrift Filter, ook vandaag voor het eerst te koop, flankeert het boek door allerlei mensen aan het woord te laten die maar eens voor hun boekenkast moesten gaan staan om hun ‘allerfavorietste’ vertaling uit te zoeken. Een feestnummer, met alle respect.

Hoe dan ook, het verschijnen van Vertalen in de Nederlanden is een mijlpaal, in ieder geval voor onszelf. Ik ben, namens mijn medeauteurs en onze onvolprezen eindredacteur Caroline Meijer, uitermate blij en vereerd met het verschijnen ervan en dank Marc Beerens en zijn medewerkers van uitgeverij Boom oprecht voor het mogelijk maken ervan. Marc, ik ben je vooral dankbaar dat je van meet af aan, lang geleden al en nog in je Vantilt-tijd, ondubbelzinnig en volledig achter onze plannen hebt gestaan. Dankzij vormgeefster Maud van Rossum ziet het er ook nog eens prachtig uit. Rest me een plechtig moment, de rituele overhandiging van het eerste exemplaar aan een persoon die net als Huizinga en Nijhoff meer doet dan alleen maar schrijven in een achterkamertje: een auteur die van vertalen houdt en zelf ook vertaalt (Wilde, Pessoa, Valéry), die jarenlang verantwoordelijk was voor een fantastisch vertaalfonds (Meulenhoff), de belangrijkste boekhandel van Nederland leidde (Athenaeum) en de afgelopen tijd de jury van de Nijhoffprijs voorzat: een sleutelspeler in het vertaalveld dus. Ik zou Maarten Asscher willen uitnodigen naar voren te komen zodat ik het boek in zijn handen kan leggen.

Dirk Schoenaers, Theo Hermans, Inger Leemans, Cees Koster en Ton Naaijkens. Vertalen in de Nederlanden. Een cultuurgeschiedenis. Boom, 2021. Bestelinformatie

NB Filter-abonnees vinden een kortingscode in het zojuist verschenen nummer 28:3.