9:3

vrijdag vertaaldag

Archief

2021 | Week 28: Bert de Waart

Vertaallezen kent geen einde. Bert de Waart stort zich wederom op Celan en vlooit de Nederlandse vertalingen van diens gedichten op geheel eigen wijze door. Vorige keer waren het zilverlingen, dit keer gaat hij met schoolgrammatica aan de slag om het kommagebruik in de betrekkelijke bijzinnen te ontleden.
Lees meer >

Filter jaargang 28:2

Sawako Nakayasu, Petra Teunissen-Nijsse, Miek Zwamborn, Bert de Waart, Jaime Montestrela, Kim Andringa, Tommy van Avermaete, Haidee Kotze, Jenny Mijnhijmer, Linda Pennings, Elies Smeyers, Heleen Oomen en Ton Naaijkens
Lees meer >

Dossier Kader Abdolah

Sinds zijn debuut in 1993 is Kader Abdolah uitgegroeid tot een van de meest succesvolle Nederlandse auteurs en zijn omvangrijke oeuvre is dan ook in vele talen vertaald. Hoe heeft Abdolahs werk zijn weg naar het buitenland gevonden en welke rol hebben de vertalers daarbij gespeeld?
Lees meer >

Actueel Weg met de oudere vertaler?

Reactie van Rien Verhoef op een droomflard van Ton Naaijkens over het beroepsperspectief van jonge vertalers in zijn inleiding tot ‘Het vertaaljaar 2020’ in de laatste Filter (28:1), wat ook weer leidt tot een reactie.
Lees meer >

 
  • Vintage Filter

    Claudio Magris is niet alleen een groot essayist en romancier, hij is ook een verdienstelijk vertaler met uitgesproken vertaalopvattingen, die hij in tientallen publicaties met zijn lezers heeft gedeeld. Hoe moeten vertalers, die Magris consequent aanduidt als ‘mede-auteurs’, zich tot die opvattingen verhouden? In ‘Vertalen op z’n Midden-Europees’ gaat Tom de Keyser op zoek naar een antwoord op die fascinerende vraag. 

    Zijn bijdrage maakt deel uit van een themanummer van Filter uit 2009, toen de Italiaanse cultuurfilosoof writer in residence was aan de Universiteit Utrecht. Ook de rest van het nummer met de treffende titel ‘Magister Magris’, met bijdragen van vertaler Linda Pennings, onderzoeker Barbara Ivancic én de meester zelf, is trouwens van harte aanbevolen.

    Lees meer >
  • Vrijdag Vertaaldag

    Vertaallezen kent geen einde. Bert de Waart stort zich wederom op Celan en vlooit de Nederlandse vertalingen van diens gedichten op geheel eigen wijze door. Vorige keer waren het zilverlingen, dit keer gaat hij met schoolgrammatica aan de slag om het kommagebruik in de betrekkelijke bijzinnen te ontleden.

    Lees meer >
  • Recensie  Carry & Jef, Last & Van Bruggen

    In de aanloop naar de langverwachte Geschiedenis van het vertalen in de Nederlanden – de doop is op 25 september a.s. in Amsterdam – ontgint Ton Naaijkens de twintigste eeuw verder door twee recente publicaties te bespreken: de biografie van Jef Last door Rudi Wester en het essay in boekvorm over Carry van Bruggen door Barber van de Pol. Belichten de auteurs de vertaalkant van Carry en Jef wel genoeg?

     

    Lees meer >
  • Vintage Filter

    Paul Klee. Durchleuchtungen, Orange-Blau (1915)
    Paul Klee: Durchleuchtungen, Orange-Blau (1915)

    De vraag kan niet vaak genoeg worden gesteld: wat is vertalen nu eigenlijk? En is het mogelijk of niet? Neem vooral de tijd voor dit essay van Juan Villoro, vertaald door Lisa Thunnissen, want tal van zinnen nodigen uit tot nieuwe gedachten. 'De bemiddelaar tussen twee talen is kuddedier noch misantroop, hij heeft andermans stem nodig om de zijne te kunnen laten horen', schrijft Villoro bijvoorbeeld, en: 'het opgejaagd worden door een vreemde taal polijst de eigen taal.' Naast zijn eigen gedachten tekent hij een aantal intrigerende ideeën van anderen op over de 'hartverscheurende maar vruchtbare opgave' die het vertalen is. Voor iedereen die zich weleens afvraagt wat het betekent om vertaler te zijn.

    Lees meer >
  • Vrijdag Vertaaldag

    Tweetalige uitgaven nodigen uit tot een tweede blik – een derde, een vierde. Hoe meer hoe liever. Bert de Waart las het nieuwe Verzameld Werk van Paul Celan niet alleen, maar spitte het grondig door. Hij bekeek de vertalingen van Ton Naaijkens en woog die op een schaaltje voor zilverlingen. Een opmerkelijke manier van vertaallezen, waarbij Celan ook naast Lucebert en Achterberg wordt gelegd.

    Lees meer >
  • Vintage Filter

    Kan een vertaling iets zichtbaar maken dat bij het lezen van het origineel over het hoofd wordt gezien, of pas na intensief speurwerk aan het licht komt? Dat het mogelijk is ontdekte de Japans-Duitse schrijfster Yoko Tawada (1960) toen ze de bundel Von Schwelle zu Schwelle (‘Van drempel naar drempel’) van Paul Celan las. Ze schreef er het essay ‘Das Tor des Übersetzers oder Celan liest Japanisch’ over, vertaald voor Filter door Bettina Brandt en Désirée Schyns, die al eerder werk van Tawada in het Nederlands vertaalden.

    De in Tokio opgegroeide schrijfster leeft in Berlijn en schrijft zowel in het Duits als in het Japans. Ze publiceerde poëzie en proza, toneel, hoorspelen en essays. Al haar titels wijzen erop hoe creatief ze met haar tweetaligheid speelt: Tintenfisch auf Reisen (verhalen, 1994),  Überseezungen (essays, 2002), Mein kleiner Zeh war ein Wort (toneel, 2013). Op haar intensieve Auseinandersetzung met Paul Celan wijst o.a. haar laatste roman Paul Celan und der chinesische Engel (2020).

    In 2020 verscheen, midden in de lockdown, de herziene vertaling van het werk van Paul Celan door Ton Naaijkens. Kleine verschuivingen, hier en daar een andere woordkeuze, maken duidelijk hoezeer de interpretatie van die gedichten je steeds weer ontglipt, hoe de vertaler, de beste lezer die er is, worstelt met de betekenis van elk woord, elke metafoor. De vertaler omcirkelt het oorspronkelijke werk, mijmert, stort zich in het diepe, steeds stelt hij de vraag: komt de bedoeling van de dichter over in de andere taal? Woord, klank, ritme, beeld en alles wat er onder en achter zit, hoe resoneert het mee?

    Yoko Tawada schreef een uiterst verrassend en verhelderend associatief essay over ideogrammen die zij in de Japanse vertaling van de bundel Von Schwelle zu Schwelle ontdekte. Haar interpretatie gaat uit van iets dat verborgen ligt achter de taal, iets dat in het Duits echter minder in het oog springt dan in het Japans, omdat het Japans niet met letters werkt maar met schrifttekens en ideogrammen. Zo ontdekte Tawada dat het teken voor ‘poort’ in een aantal woorden terugkomt die cruciaal zijn voor waar de gedichten van Celan over gaan. Zou Paul Celan, vraagt Tawada met een knipoog, Japans hebben gekend? Uiteraard is het antwoord nee. Desondanks ervaart de schrijfster dat het Japans de raadselachtige taal van Celan visueel overbrengt waardoor ook de Duitstalige lezer dieper door kan dringen in de gedichten.

    Wat Tawada doet, en wat niet na te vertellen is, is zo’n heerlijk uitnodigende interpretatie, zo onconventioneel, associatief, visueel en volstrekt verrassend, dat ik zo die bundel van Paul Celan, Von Schwelle zu Schwelle, weer ga pakken en hem ga lezen met op het netvlies nog de Japanse ideogrammen. Lees en oordeel zelf…

    - CK

    Lees meer >
  • Vorige Vertaaldag

    ‘Altijd is er een sprong van empathie nodig, maar de afstand die de vertaler moet overbruggen verschilt enorm en wordt door veel meer bepaald dan de simplistische trits van leeftijd, gender en huidskleur alleen.’ David Colmer, deze week bekroond met de James Brockway Prize, schrijft over het vertalen van de bundel Habitus van Radna Fabias. Een bijzonder project, waarbij betrokkenheid van de auteur geboden was om niet los te raken van wat Fabias voor ogen had.

    Lees meer >
  • Dossier Kader Abdolah

    Sinds zijn debuut in 1993 is Kader Abdolah uitgegroeid tot een van de meest succesvolle Nederlandse auteurs en zijn omvangrijke oeuvre is dan ook in vele talen vertaald. Hoe heeft Abdolahs werk zijn weg naar het buitenland gevonden en welke rol hebben de vertalers daarbij gespeeld? Welke moeilijkheden hebben ze bij hun bemiddeling ondervonden en welke genoegens hebben zij beleefd aan het vertalen van deze auteur die zo’n specifieke culturele identiteit heeft? Deze en andere vragen kwamen aan bod tijdens een gesprek tussen de schrijver en een panel van vijf van zijn vertalers, in het Bosnisch Servo-Kroatisch, het Duits, het Engels, het Frans en het Italiaans tijdens een studiedag aan de Vrije Universiteit Brussel op 6 december 2019. De neerslag van die studiedag publiceert Webfilter vandaag in dit dossier.

    Lees meer >
  • Meertalige liefdesrelaties

    Liefde in tijden van spraakverwarring... Saskia Vandenbussche reflecteert over de mogelijkheden en beperkingen van vertaling in meertalige liefdesrelaties.

    Lees meer >
  • Vintage Filter Weet ík veel?!

    Ook al laten vertalers steeds meer van zich horen en zijn er de laatste jaren een heleboel publicaties verschenen waarin literair vertalers op een inzichtelijke en overtuigende manier hun artistieke métier uit de doeken doen, er bestaat nog steeds veel onwetendheid over literair vertalen: óf het wordt nonchalant als vanzelfsprekend afgedaan, óf er wordt met achterdocht over verraad en verdraaide woorden gesproken. Ook in recente discussies over al dan niet geschikte vertalers of over hun onderbetaling kwamen die onwetendheid en dat gebrek aan erkenning pijnlijk aan het licht.
    Je zou je spontaan gaan afvragen welke gek nog vertaalt of ooit een opleiding literair vertalen wil gaan volgen?... Weet ík veel?!

    In zijn prikkelende tekst uit 2015 gebruikt Jerzy Koch deze uitdrukking echter niet om ongeïnteresseerde onwetendheid uit te drukken, maar als een voorbeeld van een typerend Nederlandse zinssnede die in de loop van zijn tekst een alternatieve betekenis krijgt en meer en meer de altijd zoekende, discrete houding van de literair vertaler gaat vertegenwoordigen. De literair vertaler die ondanks het besef van de grenzen van zijn eigen kennis, standvastig naar oplossingen blijft zoeken – ja ook van het ‘onvertaalbare’.

    Vanuit zijn eigen ervaringen als vertaler gaat Koch in op de veelzijdigheid, de tegenstrijdigheden, de subtiliteiten en de uitdagingen van het literair vertalen en reikt daarbij twaalf wenken aan die zowel geruststellend, inspirerend als uitdagend kunnen zijn voor (beginnende) collega-vertalers, als illustratief, onthullend en verduidelijkend voor niet-vertalers. Op die manier levert Koch een mooie bijdrage aan het denken over vertalen, geven zijn vele voorbeelden een gevarieerde inkijk in de geestestoestand en de werkwijzen van literair vertalers en vormt de tekst – ondanks alles – een bescheiden maar vurige ode aan het literair vertalen… En die literaire vertalers (in spe) lijken plots niet zo gek meer.

    Lees meer >
  • Ondertitelen via tussentaal

    Hans Kloos kijkt op Netflix de Zweedse film ‘Een kind doden’ (1953), naar het beroemde korte verhaal van Stig Dagerman. De Nederlandse ondertiteling bevat heel wat eigenaardigheden, die misschien niet allemaal op het conto van de vermoedelijk onderbetaalde ondertitelaars te schrijven zijn. Er lijkt meer aan de hand.

    Nederlandse ondertitels in Att döda et barn (Netflix)

    Lees meer >
  • In memoriam Van Maris, Van der Star en Bouazza

    Tja, het zijn de tijden wel. Terwijl we langzaam uit het diepe dal aan het kruipen zijn, het zogenaamde normale leven tegemoet gaan, kijken we terug en krijgen we een scherper oog voor wat niet normaal was. Voorop het wegvallen van mensen. ‘De dood komt de dood tegen,’ schreef Edmond de Goncourt, die 1870 een noodlottig jaar noemde. Noodlottig was het afgelopen jaar zeker voor wie ons ontvielen. Ton Naaijkens herdenkt drie vertalers onder hen: Leo van Maris, Walter van der Star en Hafid Bouazza.

    Lees meer >
  • Bijna uitgestorven kappersuitdrukkingen

    Coronakapsels, liefde voor haar streektaal en het (soms nooit vervulde) anticiperen van de onderzoeker op de vreugde van de vondst zetten Isabelle Bambust aan om de oorsprong van drie bijna uitgestorven kappersuitdrukkingen uit te pluizen in een 'triggercolumn'.

    Lees meer >
  • Gepassioneerde vertalers Persoonlijke projecten

    Terugblikkend op zijn rol als jurylid van de Filter Vertaalprijs 2021 merkt Hans Kloos op dat de vertalingen die door de jaren heen voor deze prijs werden genomineerd maar al te vaak een vaste eigenschap blijken te bezitten: in vele gevallen gaat het om een persoonlijk project van een gepassioneerde vertaler. Dat de vertaling daar wel bij vaart, hoeft niet te verbazen. Maar hoe vergaat het de vertaler?

    Lees meer >
  • Debat Weg met de oudere vertaler?

    Reactie van Rien Verhoef op een droomflard van Ton Naaijkens over het beroepsperspectief van jonge vertalers in zijn inleiding tot ‘Het vertaaljaar 2020’  in de laatste Filter (28:1), wat ook weer leidt tot een reactie.

    Lees meer >
  • Lucky Luke in vertaling

    ‘Nu weet ik wat Vlamingen steevast moeten doormaken als ze onze vertalingen lezen’, aldus Robbert-Jan Henkes. ‘Die vertalingen smaken altijd, hoe dan ook, Noord-Nederlands. Ook al beseffen wij hier dat niet. Omdát we dat niet beseffen.’ Met 73 nieuwe Lucky Lukes wordt flink tegengas geboden.

    Lees meer >
  • Nieuwe Filter jaargang 28 nummer 1

    De nieuwe Filter is verschenen, bij onze nieuwe uitgever AFdH, in een nieuwe vorm en met een nieuwe columnist! Kleiner, fijner, dikker.

    In het jaar waarin voor velen de werkvloer verdween konden vertalers blijven waar ze altijd al aan het werk zijn: thuis. Misschien was het wel een ideaal vertaaljaar, voor de kluizenaar in hen die zich had teruggetrokken in de coronaloze woestijn. Hieronymus is niet voor niets hun schutspatroon. Maar anders dan deze kerkvader, die daar in de woestijn met zijn leeuw zelfvoorzienend moet zijn geweest, moet de moderne vertaler zijn retraite doorbreken en zorgen voor brood op de plank. Klik op de link hieronder voor een voorproefje.

    Lees meer >
  • Met Melody door de pandemie

    Deze week bestaat Serge Gainsbourgs album L’histoire de Melody Nelson vijftig jaar. Carlijn Brouwer waagde een poging om de songteksten ervan te vertalen, ‘Met Melody door de pandemie’ doopte ze het project in gedachten. De teksten bleken gelaagder en subtieler te zijn dan ze altijd dacht.

    Lees meer >
  • De ideale vertaler

    Uitgeverij Meulenhoff bestempelde Marieke Lucas Rijneveld als ‘ideale vertaler’ voor het werk van Amanda Gorman. Een interessante uitspraak, schrijft Paula van Rooijen, want wat maakt een vertaler ideaal, naast het feit dat ze een persoonlijke verwantschap heeft met het werk van de te vertalen auteur?

    Lees meer >
  • Dossier Literair vertalen en technologie

    Wat kan technologie anno 2021 betekenen voor het literair vertalen én voor de vertaalwetenschap? In een gloednieuw en vuistdik Webfilterdossier, samengesteld door Joke Daems en Gys-Walt van Egdom, worden uiteenlopende nieuwe mogelijkheden kritisch tegen het licht gehouden. Met bijdragen van Jack McMartin, Luc van Doorslaer, Haidee Kotze, Gys-Walt van Egdom, Joke Daems, Winibert Segers, Henri Bloemen, Onno Kosters, Margot Fonteyne, Rebecca Webster, Lisa Horenberg, Chris Bakker, Pauline de Bok en Theo van der Ster.

      
     

    Lees meer >
  • Recensie twee biografieën

    Filter-redacteur Harm-Jan van Dam bespreekt twee vertalingen uit 2019, twee biografieën van een persoon uit de klassieke oudheid, beide verschenen bij Omniboek, toevallig vertaald door dezelfde vertaler. Het gaat hem niet primair om detailkritiek, maar eerder om een paar algemene problemen die spelen bij het vertalen van wetenschappelijke non-fictie. Wie is eigenlijk het beoogde publiek? Hoe ver moet de vertaler gaan om bijzonderheden toegankelijk te maken voor de niet-ingevoerde lezer? Hoe goed moet hij of zij zelf thuis zijn in het onderzoek en tegelijkertijd een taalkunstenaar zijn? En wat te doen met citaten en langere teksten uit andere talen die in de brontekst zijn opgenomen in de taal van die brontekst? Een en ander laat zich goed illustreren aan non-fictie in een vakgebied met een lange staat van dienst, waarvan de precieze inhoud tegenwoordig voor veel mensen onbekend is.

    Lees meer >