Vertaaldag  Archief

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Een wad in zee

Bert de Waart

Als het over ‘de wadden’ of ‘het wad’ gaat, met of zonder hoofdletter, denkt de Nederlander aan de Nederlandse Waddenzee, ook nu we sinds drie-en-een-half jaar de Marker Wadden  in het Markermeer hebben. Daarbij ziet die Nederlander (en op mijn virtuele tocht door Nederland ben ik dat zolang) zandbanken tussen de kust en de eilanden (nader adres overbodig)1 voor zich, tweemaal per etmaal onder water en verder gestoffeerd met vogels, zeehonden en wadlopers. ‘De Wadden’ kan over al die zandbanken samen gaan, maar evengoed over het hele Waddengebied, met de eilanden erbij.

Gedichten waarin ‘(de) Wadden’ of ‘Waddenzee’ of ‘-eiland’ voorkomt, daar zijn er wel een aantal van, maar er zijn er eigenlijk maar weinig die uitsluitend over het wad gaan.2  Een vroeg gedicht van Willem-Jan Otten, vertaald door Peter van de Kamp:

 

Wad

Kraste het water enige uren geleden
met zijn hoeven nog tegen de dijk:
nu ligt het wad voldaan en zwetend
voor zich uit. Vogels pikken ongedierte
uit zijn plooien. Hier en daar een rilling
door zijn huid, waar de wind het water raakt.

(Otten 1973: 38)

 

Mud-flat

Only a few hours ago the water with its hooves
still scraped against the dyke:
now the mud-flat lies contented and sweating
stretched out. Birds pick vermin
from its folds. Here and there a tremble
through its skin, where wind touches the water.

(Van de Kamp 1994: 253)

Mudflat is het Engelse woord voor wad, maar het heeft uiteraard niet speciaal betrekking op ‘ons’ wad. Het is de technische naam van dit soort bodem tussen hoog- en laagwater, die je over de hele wereld vindt: wikipedia geeft 20 voorbeelden, waarvan onze Waddenzee (‘Wadden Sea’) er één is. Zo kan het dat in de bloemlezing Turning Tides boven de vertaling van Van de Kamp nog een ‘version’ van Ottens gedicht staat,3 van de Ierse dichter Seán Lysaght, dat ook ‘Mud-flat’ heet; het heeft twee strofen van vijf regels en één van twee, en beschrijft hoog- en laagwater in de rivier onder de bruggen van de stad. Mudflats heb je niet alleen aan de kust. Dijken zijn er ook langs een rivier, dus de lezer van Van de Kamps vertaling krijgt geen enkele aanwijzing dat het oorspronkelijke gedicht zich aan zee afspeelde.


                               Eeltsje Hettinga, Dichter van Friesland

Teloorgang
De Friese dichter Eeltsje Hettinga heeft als toenmalig Dichter van Friesland in 2018 een gedicht gemaakt over de teloorgang van het wad: ‘It sonken Waad’ en naar aanleiding van de Poëzieweek 2020 nog één: ‘It skip’. Beide staan op zijn weblog, met een vertaling in het Nederlands van Elske Schotanus, en één in het Engels van David Colmer. In het eerste gedicht staat viermaal het woord ‘Waad’, ‘wad’: ‘It sonken Waad’ is de titel en ‘Fannacht saech ik it sonken Waad’ een soort refreinregel die driemaal voorkomt. Schotanus vertaalt respectievelijk ‘Het verdronken Wad’ en ‘Vannacht zag ik het verdronken Wad.’ Colmer wisselt een beetje af: de titel wordt ‘The drowned flats’ en de refreinregel ‘Last night I saw the mudflats drowned’. ‘It skip’ bestaat uit negen tweeregelige strofen, met in strofe 1 en 5 het woord ‘Waad’:


It skip

Fier oer it Waad it lûd fan in hûn,
twa fearboaten noch, let jûn, ûnder in lege hoarizon.
[…]
Te dreamen lei ik, dronken yn de roef, en
seach, tommeljend de iuwen troch,
hoe’t it Waad folboud wie mei dammen, diken
en hoar gûnzjende enerzjyfabriken,

 

Het schip

Ver over het Wad het geluid van een hond,
twee veerboten, laat avond, onder een lage horizon.
[…]
Te dromen lag ik, dronken in de roef, en
zag, vallend door de eeuwen,
hoe het Wad volgebouwd was met dammen,
dijken en zoemende energiebedrijven,


The ship

Far over the mudflats, the sound of a dog,
two ferries to go, late evening under a low horizon.
[…]
I lay dreaming, drunk in the deckhouse,
and saw, tumbling through eternity,
the flats crammed with dams, dikes
and humming energy plants,

 

‘Twa fearboten noch’ kan een beschrijving van het uitzicht zijn: ‘er zijn / ik zie nog twee veerboten’, of een tijdsbepaling: ‘er komen/ vertrekken nog twee veerboten’. Schotanus laat de dubbelzinnigheid bestaan, Colmer kiest voor de tweede interpretatie, en vertaalt, zoals hij doorgaans doet, in soepel Engels. Draagt ‘to go’ daarbij de suggestie ‘ik wil / kan hier nog weg’ in zich, of word ik nu zelf carried away? ‘Flats’ lost ook hier ‘mudflats’ af. De laatste drie strofen:

 

Yn it gak-gak-gak fan bline guozzen
hearde ik it Wad ferpatst, it Wad ferpatst, o,

gak-gak-gak
oantdat ik wekker skeat,
oerstjoer mei de holle tsjin it roefslûken sloech.

Fan de boech ôf seach ik it swurk, wetter spielde
oer de plaat en los kaam ik út de Tiid.

In het gak-gak-gak van blinde ganzen
hoorde ik ’t Wad verpatst, ’t Wad verpatst,

o, gak-gak-gak totdat ik wakker schoot,
verward met mijn hoofd tegen de luiken sloeg.

Vanaf de boeg zag ik het zwerk, water spoelde
over de plaat en los kwam ik uit de Tijd.

 

 […] In the honk-honk-honk

 of blind geese I heard the words
the Wadden sold off, the Wadden sold off

off-off-off until I woke with a start
and bashed my groggy head on the shutters.

From the bow I saw the rack, the sea washed
over de shoals, and I, I floated free of Time.

Aan Hettinga’s spelling is te zien dat hij de ganzen geen Fries hoort gakken – ze komen ook van ver – maar een Noordelijk gekleurd (ferpatst) Nederlands (wad). Bij Schotanus verdwijnt die tweetaligheid; bij Colmer niet helemaal: hij gebruikt hier de Engelse naam van de Nederlandse Wadden. Zijn ganzen lijken aanvankelijk gans4 te gakken, maar na de boodschap klinkt het als ‘off-off-off’: dat rijmt net als het Fries en het Nederlands, en zo kan een Engelstalige Hettinga in het ganzenlied ‘sold off, sold off’ horen.

In de laatste strofe is ‘rack’ een cadeautje van de Engelse taal aan de vertaler: het betekent behalve ‘zwerk’ (o.a.) ook ‘pijnbank’ en ‘foltering’, dus zeer te pas in dit gepijnigde gedicht; is ‘shoals’ (‘zandbank, ondiepte’) ook een woord in het mudflat-spectrum; en is ‘floated free’ een vertaling die veel beeldender is dan ‘kaam/kwam los’, en op zijn plek in dit waterrijke tafereel.

Windkracht 10
De cyclus Monniksoog van Cees Nooteboom (Nooteboom 2016) speelt zich af op Schiermonnikoog en Menorca, zoals de dichter in zijn nawoord vertelt. Alleen in het eerste gedicht van de 33 valt het woord ‘wad’:

Een moeizame god op de rand van mijn bed,
zes engelen met vermoeide vleugels,
windkracht 10 en tegen de wind in gevlogen
over het wad, storm op zee.

In de nacht zie ik de lichten aan de overkant,
kijk naar de engelen die mij lijken te kennen […]

 

Het Nederlandse publiek weet dan al waar de ik-figuur zich bevindt, en wat zijn uitzicht is, ook al leest het pas in het nawoord dat Monniksoog Schiermonnikoog is.

Ik heb vier vertalingen van dit gedicht bij de hand: de Duitse van Ard Posthuma (Nooteboom 2018a), de Engelse van David Colmer (Nooteboom 2018b), de Spaanse van Fernando García de la Banda (Nooteboom 2018c) en de Italiaanse van Fulvio Ferrari (Nooteboom 2019a).5

De Duitse vertaling gaat er het meest van uit dat de lezers Schiermonnikoog kunnen plaatsen, en weet hebben van het Nederlandse wad. Op de flaptekst staat: ‘Cees Nooteboom ist [bij het begin van de cyclus] auf Schiermonnikoog, der Insel der grauen Mönche.’ ‘Over het wad, storm op zee’ in het bovengeciteerde vertaalt Posthuma als ‘übers Watt, stürmisches Meer’, en daarbij zullen de Duitse lezers zich wel iets als het wad in het Duitse deel van de Waddenzee voorstellen, dat veel op ‘ons’ wad lijkt. De Engelse vertaling noemt op de voorflap ‘the Dutch island of Schiermonnikoog’, en vertaalt ‘over het wad, storm op zee’ als ‘over the mudflats, a storm at sea’. De Spaanse vertaling is ‘sobre el bajío, tormenta en el mar’. Bajío betekent ‘zandbank’ of ‘ondiepte‘, maar ook ‘laagvlakte’; voor de Spaanse lezer is de toevoeging ‘en el mar’ dus informatiever dan voor zijn Duitse en Engelse collega, mits hij begrijpt dat ‘sobre el bajío’ en ‘en el mar’ over dezelfde plek gaan.


                              Schiermonnikoog

De Italiaanse vertaling tenslotte noemt achterop als plaats waar de gedichten geschreven zijn ‘una piccola isola del Mare del Nord’, ‘een klein Noordzee-eiland’, en vertaalt ‘sopra la palude, tempesta sul mare’. Palude is het gewone Italiaanse woord voor ‘moeras’, en Ferrari zal hier de palude salmastra, ‘brakwatermoeras’ op het oog hebben, ook wel palude salata costiere, ‘zoutwaterkustmoeras’, of palude di marea, ‘getijdenmoeras’ genoemd. Op de zeer informatieve wikipediapagina  kun je het opkomende getij over dit moeras zien stromen, maar je ziet ook dat het in elk geval begroeid is: het heeft zijn eigen vegetatie. Zulke strookjes al dan niet ingedijkt aangeslibd land hebben wij ook, bijvoorbeeld in de Waddenzee tussen de dijk en het wad: wij noemen dat kwelders. Een andere vertaling voor ‘wad’ zou bassofondo kunnen zijn, ‘ondiepte in zee’, maar die hoeft niet langs de kust te liggen, en je weet niets over de bodemgesteldheid van zo’n bassofondo. Laten we het, in de buurt van die engelen, een duivels dilemma noemen: bassofondo is te algemeen, palude salmastra of één van zijn synoniemen is veel te technisch (en te lang, en hopeloos out of style in dit gedicht), en bij kortweg palude zullen sommige Italiaanse lezers zich toch afvragen of er op zo’n Noordzee-eilandje wel plaats is voor een moeras met een ik-figuur aan de ene en lichten aan de andere kant, en engelen erboven. Dat Ferrari in gedicht 20, strofe 3 het woord ‘palude’ nog een keer gebruikt, nu als vertaling van ‘moeras’, maakt de zaak er niet duidelijker op.

Hoe verder een gedicht reist in vertaling, hoe meer het zich moet aanpassen aan een nieuwe context, lijkt het wel. Maar dat wisten we al.

Noten
1 Als ik iemand hoor zeggen dat hij naar ‘de eilanden’ gaat, denk ik niet aan Antillen, Azoren, Balearen, Bahama’s, Canarische, Comoren, Maldiven of zelfs Bevelanden, maar aan het bekende ezelsbruggetje tv-tas, en aan Beerenburg en bruine vloot.
2 Harm-Jan van Dam wees me op een lied van Freek de Jonge uit het programma Plankenkoorts(De Jonge 1972), hier ruim 40 jaar later herhaald.
3 Voor Turning Tides heeft de samensteller Peter Van de Kamp van meer dan 400 Nederlandstalige gedichten sinds 1880 zogenaamde ‘cribs’ gemaakt: letterlijke vertalingen, met aantekeningen over syntaxis, stijl, retorica, prosodie en semantiek van de gedichten, en over hun culturele en historische context. Van die ‘cribs’ hebben ruim twintig Ierse dichters hun eigen ‘versions’ gemaakt, die uiteraard meer of minder met het Nederlandse origineel overeenstemmen. Van de Kamps vertaling van ‘Wad’ was misschien wel aanvankelijk zo’n ‘crib’.
4 Het gans is nauw verwant aan het eends; internationaal is de taal bekend onder de naam honkish.
5 Verder is er nog een Zweedse vertaling van Nootebooms vorige bundel, Licht overal, en Monniksoog door Per Holmer: Nooteboom 2019b.

 

Bibliografie
Hettinga, Eeltsje, ‘It skip’. https://eeltsjehettinga.nl/poezywike-2020-o-gak-gak-gak-t-wad-ferpatst-it-wad-ferpatst/

Hettinga, Eeltsje, ‘It sonken Waad’. https://eeltsjehettinga.nl/het-verdronken-wad-the-drowned-flats-it-sonken-waad-update/

Jonge, Freek de. 1972. We moeten strijden voor de Wadden
https://www.youtube.com/watch?v=XXobwhgk0nU 

Kamp, Peter van de (ed.). 1994. Turning Tides. Modern Dutch & Flemish Verse in English Versions by Irish Poets. Ass. ed. Frank van Meurs. With an introduction by Professor Theo D’haen. Three Oaks Farm, Brownsville: Story Line Press Inc.

Nooteboom, Cees. 2016. Monninksoog. Amsterdam: Karaat.

Nooteboom, Cees. 2018a. Mönchsauge. Gedichte. Zweisprachige Ausgabe. Aus dem Niederländischen von Ard Posthuma. Mit Bildern von Mathias Weischer. Berlin: Suhrkamp Verlag. Bibliothek Suhrkamp 1505.

Nooteboom, Cees. 2018b. Monk’s Eye. Poems. Translated by David Colmer. With digital collages by Sunandini Bannerjee. London / New York/ Calcutta: Seagull Books.

Nooteboom, Cees. 2018c. Ojo de Monje. Tr. Fernando García de la Banda. Madrid: Visor.
De eerste drie gedichten en Nootebooms nawoord op de weblog van de vertaler: http://www.neerlandesparatodos.com/cees-nooteboom-iii-2017/

Nooteboom, Cees. 2019a. L’occhio del monaco. Traduzione di Fulvio Ferrari. Testo a fronte. Torino: Giulio Einaudi editore s.p.a. Collezione di poesia 460.

Nooteboom, Cees. 2019b. Ljus över allt. [Vert. d.] Per Holmer. [Vert. van Licht overal en Monniksoog.] Uppsala: Bokförlaget Edda. Gröna serien.

Otten, Willem-Jan. 1973. Een Zwaluw vol Zaagsel. Amsterdam: Em. Querido’s Uitgeverij B.V.

wikipedia Marker Wadden: https://nl.wikipedia.org/wiki/Marker_Wadden

wikipedia Mudflat: https://en.wikipedia.org/wiki/Mudflat

wikipedia Palude salmastra: https://it.wikipedia.org/wiki/Palude_salmastra

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.