Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Slauerhoff vs. Slauerhoff

Bert de Waart

Vorig jaar is, allicht in het kader van Leeuwarden/Fryslân 2018, een boekje verschenen met J.J. Slauerhoffs gedicht ‘In Memoriam Patris’, met negen vertalingen Slauerhoff 2018).

Dit gedicht was tot nu toe nooit vertaald, en dat is misschien ook wel te begrijpen. Het is met zijn 34 kwatrijnen lang voor Slauerhoffs doen, en het is ook inhoudelijk geen ‘typisch’ Slauerhoffgedicht: er is een je-figuur, de vader aan wie dus alles verteld wordt, en de toon is eerder melancholisch dan fel. Rijmen gaat wel slauerhoviaans, dus slordig: soms abba, soms abab, zonder systeem, en ook regelmatig halfrijmen als gestorven – geworden, iets warms – dwars, en klok – sprak. Wat de vertalingen betreft: de Chinese karakters van Changheng Chen kan ik niet lezen, dus over die vertaling zal ik bescheiden (bijna) niets zeggen. De Spaanse vertaling van Antonio Cruz Romero, de Portugese van Arie Pos en de Italiaanse van Patrizia Filia rijmen niet. De Engelse van Allerd Hobers en Chantel Venema heeft twee rijmende regels per kwatrijn, met nogal wat halfrijmen, en de Russische van Atty Groot, Liza Nizova en Valeria Vinarskaja soms twee, soms vier.1 De Duitse, Friese en Franse vertaling tenslotte, respectievelijk van Manfred en Ute Mecklenburg, Eppie Dam en Kim Andringa, hebben dezelfde willekeurige afwisseling van abba en abab als het brongedicht.

Een rijmend gedicht rijmend vertalen is een keuze, en vereist altijd inhoudelijke concessies, maar die kunnen dan weer min of meer fraaie oplossingen opleveren.

It wyngebalt, it reidelietsje
Fraai vind ik bijvoorbeeld in de Friese variant:

Je merkte aan je pak: je werd mager,
En kreeg juist een schraal dieet.
Je zwoer bij bakker en slager:
‘Geen arts die er iets van weet.’ (r. 29-32)

 Murkst oan dyn pak: fermeagerest wakker (‘erg’)
En krekt no krychst in skraal dieet.
Dou swardest bij slachter en bakker:
'Sa’n arts hat van dingen gjin weet

In

Kinderlijk kon je genieten
Van den glans van de lucht op het meer,
Van het windgekreun in de rieten
Van den dobber die wiegt op en neer. (r. 105-108)

 

is rieten op zijn zachtst gezegd een beetje merkwaardig; Eppie Dam heeft de strofe flink opgeknapt:

As in lyts bern koest genietsje
Fan de glâns oan é loft oer de mar, (‘meer’)
Fan it wyngebalt, it reidelietsje, (‘rietliedje’)
Fan it pylkje; dat dûnse en dûnse mar. (‘danste en danste maar’)

met een rijk rijm van twee woorden die tot een verschillende woordsoort behoren, precies volgens de regels van de kunst. Ook het woord kwasten komt in deze vertaling tweemaal voor, beide rijmend op moasten, maar met verschillende betekenis. Als de vader ziek wordt wordt hij ‘korzelig’:

Door de artsen die raad moesten schaffen
En niets deden dan verbieden;
Door de meelijdende laffe
Belangstelling van de lieden

Die je vroeger de baas was
Met biljarten en kaatsen
En vooral ‘s winters, op schaatsen,
Bij een hardrijderij eerste klas. (r. 9-16)

‘Troch dokters dy’t dy riede moasten […] Belangstelling fan de kwasten …’. Hier past kwasten naadloos in de beschrijving van deze lieden. In r. 58-59 had het er vast niet gestaan als er niet op moasten gerijmd had moeten worden: ‘We gingen omdat we moesten / in dufgesloten rouwkoetsen’ > ‘We giene omdat we moasten / Yn tichte roukoetsen mei kwasten’.

Warum, wozu?
Over de Duitse vertaling ben ik veel minder tevreden. Dezelfde r. 29-32 bijvoorbeeld:

Je merkte aan je pak: je werd mager,
En kreeg juist een schraal dieet.
Je zwoer bij bakker en slager:
‘Geen arts die er iets van weet.’

Stets dünner wurdest Du,
Bekamst dennoch ‘ne Diät.
Du hast gefragt: “Warum, wozu?”
Und: “Kein Arzt, der was davon versteht!”

Hier is wel erg veel in vertaling verloren en vervangen. De overleden vader, in Slauerhoffs tekst beschreven als een gesloten, eigenwijze man, die in deze strofe stevig dooreet,2 is een klagerig juffertje geworden. Een echte stoplap is möcht’ ich behaupten in:            

(Waardoor vind ik nu opeens)
Dat je anders was dan je scheen
En beter dan je je hield,
Niet ruw en vrij algemeen,
Maar innerlijk meer bezield? (r. 85-88)

Warst Du anders, als es uns erschien
Und besser als wir glaubten?
Nicht grob, hast uns doch viel verzieh’n,
Innerlich beseelt möcht ich behaupten.

De ik-figuur, voor wie we wel de scheepsarts Slauerhoff mogen lezen, is als hij dit bedenkt allang weer aan boord, ‘onder de Zuiderkeerkringen’, en van een ‘wij’, aan wie de vader iets vergeven zou hebben is in de verste verte geen sprake. Ook elders lost deze vertaling rijmproblemen op door het gedicht braver en conventioneler te maken.

Drie dagen ben ik gebleven,
Dan hervatte ik den tocht
Van mijn onrustgeteisterd leven.
Het graf heb ik niet meer bezocht. (r. 73-76)

Drei Tage blieb ich dort,
Dann ging die Reise weiter
Die Unrast trieb mich fort,
Kam nie zurück zum Grabe, leider.

 
Het is of je Heino hoort zingen, en het is ook maar de vraag of de ik-figuur het betreurt dat hij het graf nooit meer bezocht heeft. Zijn houding tegenover zijn vader (en zijn vaderstad en -land) is op zijn best tweeslachtig, en vaak ronduit negatief. Dat blijkt ook direct in de eerste strofe:

Je bent haastig doodgegaan.
Wij hebben geen afscheid genomen.
Ik was bijna te laat gekomen
Om nog bij het sterven te staan. (r. 1-4)

Is er een gedistantieerdere, minder geïnteresseerde manier om je aanwezigheid bij het sterfbed van je vader te omschrijven? Alsof een coassistent één van de verplichte sterfgevallen meemaakt …  Het Fries en het Italiaans handhaven die distantie: ‘Om noch bij it strjerren te sitten (en niet stean, want het rijmt op r. 1: ‘Do hast hommels (‘plotseling’) it libben litte.’); ‘Per assistere al trapasso.’ Beide dus zonder vermelding van de overledene, iets als jouw sterven. Trapasso is ook een wat klinischer vertaling dan morte of morire: het betekent ‘overgang’, en alleen in literair taalgebruik ‘dood’. De andere vertalingen hebben een bezittelijk of persoonlijk voornaamwoord jouw of jou: ‘Pour assister à ton décès’, ‘... to see / Your dying breath subside’, ‘de estar para verte morir (‘om je te zien sterven’)’, ‘Para estar presente no teu fim (‘bij jouw einde’)’, ‘…tsjoet-tjsoet ja zastal / Tvoj samyj poslednij wzdoch (‘je allerlaatste zucht’)’.3 In al deze vertalingen is de distantie tot de vader kleiner dan in de brontekst, maar de Duitse doet er nog een flinke conventionele en clichématige schep bovenop: ‘Um beim Sterben an Deiner Seit’ zu steh’n.’

Deze ingreep is door geen enkele rijmdwang te verklaren, evenmin als de volgende: de vader houdt zich niet aan het doktersvoorschrift: ‘Moeder zei: “Hij is altijd dwars.” (r. 36) > ‘Mutter klagte: “Immerzu nur bocken”’. Klaagt de moeder? Misschien is ze wel trots, of gelaten, of pissig, maar het Duitse vertalersduo maakt van haar net zo’n tutje als van haar “Warum, wozu-“man. Ook de broer van de ik-figuur wordt een bravere, gevoeligere jongen: ‘’t Bleef [na het overlijden] stil, toen begon mijn broer te / snikken: meer schrik dan verdriet’ (r. 49-50) > ‘Es wurde still, doch mein Bruder dann / Zu heulen und zu schluchzen begann.’

Daar staat tegenover dat alleen de Duitse en de Engelse vertaling een fraai beeld hebben bewaard: ‘[bij het begrafenismaal] Smeulde familietwist’ (r. 72) >  ‘Schwelte der Familienstreit’ ‘The family feud was smouldering’. De andere vertalingen zijn vlakker met iets als ‘dreigde ’of ‘kondigde zich aan’; in het Russisch ‘nazrewala semejnaja ssora’ (‘rijpte familietwist’).

Ton mal te rongeait
De Franse vertaling rijmt het volledigst en het regelmatigst, en is tegelijk – voorzover ik dat kan beoordelen – een heel natuurlijk Frans. Dat doet Kim Andringa door slim met elementen te schuiven in de strofe, als in twee al geciteerde strofen:

Kinderlijk kon je genieten
Van den glans van de lucht op het meer,
Van het windgekreun in de rieten
Van den dobber die wiegt op en neer. (r. 105-108)

Tu pouvais te réjouir comme un enfant
Des gémissements du vent dans les roseaux,
Des reflets du ciel sur le miroir de l’étang,
Du flotteur balloté à la surface de l’eau.

en

(waardoor vind ik nu)
Dat je anders was dan je scheen
En beter dan je je hield,
Niet ruw en vrij algemeen,
Maar innerlijk meer bezield? (r. 85-88)

Qu’au fond t étais bien meilleur
Que cet homme volontiers brutal,
Qu’une riche vie intérieure
Se cachait sous tes dehors banals?

Een grappige uitruil is dat in r. 60 ‘in ’t zwart gekleed’ wordt vertaald met ‘dans nos habits de deuil’, en in r. 81 ‘nooit droeg ik rouw’ met ‘moi, qui n’a jamais porté de noir’.

Maar wat deze vertaling vooral bijzonder maakt zijn de kleurrijke, krachtige beelden, waarbij de brontekst wat bleekjes afsteekt. De regel over het mager worden:

Je merkte aan je pak: je werd mager,
En kreeg juist een schraal dieet. (r. 29-30)

wordt in het Frans:

Ton costume te le disait: ton mal te rongeait, (‘je ziekte knaagde aan je’)
Et malgré cela on t’a mis à la diète,

wat nog veel harder vloekt met het schrale dieet. We zagen ze al, ‘de lieden (de kwasten) / die je vroeger de baas was …’ (r. 9-16)

En die lui voorbij te zien schrijden,
Zelf zittend voor ’t raam, halfverlamd (r. 17-18)

De les voir passer, drapés dans leur orgueil, (‘gehuld in hun trots’)
Toi, à ta fenêtre, à demi impotent

En ten slotte: ‘[waardoor] vaar [ik] met te laat berouw’ (r. 83) > ‘Bourlinguant avec des remords tard venus (‘voortsukkelen of rondzwalken met een schip’)’. Hoe noemen we dit soort beelden in de Nederlandse poëzie? Die noemen we slauerhoviaans.

Een ander trekje van deze vertaling is de neiging tot expliciteren, uitleggen wat de brontekst bedoelt. De glans van de lucht op het meer? Dat is natuurlijk de weerspiegeling van de lucht op het spiegelende meer. En:  ‘[mijn moeder] haatte de noordlijke stad / Waar zij moest leven om jou’ (r. 78 – 79) > ‘Elle détestait cette ville du Nord ‘Où son mariage l’avait encagée’.

Maar wat mij betreft, le français douze points, it Frysk tsien punte.

Bibliografie
Schaeken, Jos. 2017. Transliteratie van het cyrillische alfabet. Versie 3.1. Leiden: Universiteit Leiden. Een pdf van 3 pagina’s; ook: http://www.schaeken.nl/lu/onderwijs/extra/cyrtrans.pdf

Slauerhoff, Jan. 2018, Tienmaal In Memoriam Patris. Vertalingen van het beroemde  herdenkingsgedicht van -. Vert. door Kim Andringa (Frans), Allerd Hobers en Chantel Venema (Engels), Antonio Cruz Romero (Spaans), Manfred en Ute Meclenburg (Duits), Atty Groot, Lina Nizova en Valeria Vinarskaja (Russisch), Eppie Dam (Fries), Arie Pos (Portugees), Changheng Chen (Chinees) en Patrizia Filia (Italiaans), voor- en nawoord Peter de Haan. Dokkum: Dokkumer Diep

 

Noten
1 Voor de transliteratie van de Russische tekst volg ik wat Schaeken 2017 het Nederlandse systeem noemt: de klankwaarde van de Cyrillische letters zo goed mogelijk benaderd met de regels van de Nederlandse spelling
2 In alle andere vertalingen zijn de bakker en de slager gehandhaafd: ’T ne jurais que par boucher et boulanger’, ‘You swore by baker and by butcher’, ‘Juraste por el panadero y el carcinero’, ‘Juravas no talho e na padaria’, ‘Do swardest bij slachter en bakker’, ‘Ty molisja konditeroe i mjasnikoe’, ‘Giurasti sul panettiere e sul macellaio’. In de Chinese meen ik de karakters voor miànbāofáng, ‘bakkerij’ en ròudiàn, ‘slagerij’, te herkennen; maar nu begeef ik me wel op glad ijs.
3 De Chinese vertaling heeft, als ik het goed zie, de karakters voor nĭde, ‘jouw’.

 

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.