Het literaire veld staat niet bepaald te boek als het meest toegankelijke veld. Wie eenmaal binnen is, blijft relatief makkelijk binnen. Maar wie erbuiten staat, moet menig kaarsje branden voor een collega-vertaler, redacteur, uitgever of welke power that be dan ook de deur tot het veld op een kiertje zet. Vertaalopdrachten leggen steeds weer de vertrouwde routes af en komen steevast op het bordje van dezelfde namen terecht. En dat betekent ook dat een opdracht soms niet belandt op het bordje van de vertaler die het beste met de aangeboden titel uit de voeten kan. In 2017 opperde Nicolette Hoekmeijer terloops een keertje dat het daarom misschien eens tijd was voor een soort ‘Tinder voor vertalers’. Het idee klonk niet alleen modern, maar ook erg vooruitstrevend. (Heel Gorman-gate had natuurlijk nooit gespeeld als er een goede matchingsapp voor vertalers en vertaalopdrachten was geweest).
Het idee van een Tinder voor vertalers spookt sinds die opmerking van Hoekmeijer regelmatig door mijn hoofd. Ik heb het tijdens mijn nachtelijk gewoel zelfs al vaak succesvol vermarkt: InkLink. Swipe, match en vertaal! Toch is het altijd bij een gedachte-experiment gebleven. Een van de weinige keren dat ik het idee in een concrete context heb ingezet, was binnen een cursus ‘Ondernemerschap voor geesteswetenschappers’ aan de Universiteit Utrecht. Ik wilde mijn studenten iets bijbrengen over USP’s: unique sellingpoints. Ter voorbereiding op het college had ik een avondje doorgebracht op Tinder, waar ik (een mens mot wat) de profielen van heteromannen had geanalyseerd. Wat zetten die mannen in hun biootjes? Welk beeldmateriaal gebruiken ze om op te vallen? Met andere woorden: wat doen ze om zichzelf aantrekkelijk voor te stellen en zich te onderscheiden van hun concurrenten? En wat bleek: de ene persoon zette in de wervende tekst vol in op humor, de ander deed zijn hele levensgeschiedenis uit de doeken en weer een ander koos voor de directere aanpak: ‘Neuken?’ [einde bericht]. Ook de visuele informatie bleek bijzonder boeiend. Uiteraard: mannen met vissen. Het thema huisdieren was sowieso recurrent, kan ik u vertellen. Met andere mensen wilden de mannen blijkbaar ook graag gespot worden. Vreemd genoeg zagen we de mannen vaak vergezeld van… andere (vaak jongvolwassen) mannen. Opvallend waren de zeldzame foto’s met vrouwen en kinderen. Daar trad vaak interactie tussen tekst en beeld op: mannen met een vrouw of kind op een foto voelden zich genoodzaakt om te verduidelijken dat het toch echt een zusje of nichtje betrof (in dat laatste geval niet zelden met kanttekening: ‘trotse oom’). Daarnaast sprongen de reis-, sport-, durespullen- en blotebastenfoto’s erg in het oog. Het was me het avondje wel. Maar wie zijn lessen grondig voorbereid, plukt daar de vruchten van. Mijn studenten begrepen onmiddellijk dat ‘vissen’ (en dieren in het algemeen) vlees noch vis waren… en dus geen USP’s: iedereen zet ze immers in. Bovendien nodigde ik ze ook uit om op zinvolle wijze de ‘verkoopargumenten’ achter de teksten en foto’s te duiden. Een flauw mopje in je bio? Met mij kan je lachen. Foto op een schommel in Bali? Reizen is mijn passie – en liefst reis ik nog zo ver mogelijk. Na deze quasi-academische oefening heb ik de studenten gevraagd de analogie door te trekken en serieus na te denken over de verkoopargumenten die je als vertaler kan aandragen als je bij een klant (uitgeverij) aanklopt. Wat zou het vertalersequivalent van ‘hou van lange strandwandelingen en diepgaande gesprekken’ kunnen zijn?’ Iets als: het liefst bijt ik me vast in filosofische teksten met lange, meanderende zinnen? En ten slotte vroeg ik ze na te gaan welke argumenten er nu pasten bij hun eigen profiel en hoe ze zich van hun medestudenten konden onderscheiden. Een pittige oefening voor een jonge vertaler zonder veel ervaring. Hoe kom je in die fase van je loopbaan immers los van de clichés (punctueel, oog voor detail, creatief)? Welk visitekaartje valt nog in positieve zin op?
Maar hoe speels en productief de lesoefening ook was, InkLink is altijd op de plank blijven liggen. Het literaire veld is, ondanks alle maatschappelijke aandacht voor diversiteit en inclusie en ondanks de regelingen die in de tussentijd nog in het leven zijn geroepen om de afstand van recent afgestudeerde vertalers tot de markt te verkleinen, zijn gesloten zelf gebleven. Dat merkte ik laatst ook maar weer eens toen ik had besloten me te storten op een boekje voor beginnend vertalers: Ondernemen voor literair vertalers (binnenkort online te downloaden op de site van het Expertisecentrum Literair Vertalen). De overtuiging dat de wereld voor literair vertalers aan de voeten ligt, heb ik steeds weer genuanceerd met mitsen en maren.
Terwijl ik de laatste hand aan het boekje legde, dacht ik weer aan dat mooie idee van Nicolette Hoekmeijer (waar ik in gedachte zo schaamteloos mee aan de haal was gegaan). Misschien, zo dacht ik laatst, is het nu tijd om InkLink onder het stof vandaan te halen en zelf mijn ondernemersgeest eens te tonen. Hoe mooi zou het zijn met een simpel brokje technologie talent drain voor te zijn en te voorkomen dat beginnend vertalers in een vroeg stadium ontmoedigd raken en maar op zoek gaan naar een nieuwe uitdaging. Hoe mooi zou het zijn om met een app nieuwe ‘stemmen’ te laten weerklinken en bij te dragen aan de diversiteit binnen het literaire veld. Hoe mooi als (gevestigde) vertalers met hun droomboek zouden kunnen worden gematcht.
Ik ging aan de slag met een mock-up van de app. Allerlei kwesties passeerden de revue. Hoe zou je je profiel als vertaler kunnen optuigen? Welke informatie moet je opnemen? Leeftijd, taalcombinatie, voorkeursgenres, opleiding en hobby’s: anders nog iets? En hoe zou de interface er voor de opdrachtgevers (uitgevers en redacteurs) uitzien? Welke informatie zouden zij moeten aanleveren om een goede impressie te bieden? Boekitel, brontaal, genre, kort biootje over de auteur, blurbtekst? Na een uurtje vibecoden had ik de interface aardig op poten.
De boer op, zou je zo zeggen. Maar iets houdt me tegen om het idee daadwerkelijk te vermarkten.
De voorstelling die ik van de app maak, is namelijk volledig losgezongen van de werkelijkheid. Op de zakelijke vertaalmarkt kun je immers al platforms en software vinden die enige gelijkenissen vertonen met Tinder voor vertalers. En wie zakelijk vertalers vraagt om een (gezouten dan wel ongezouten) mening over die tooltjes, mag een bak bijtend vitrool verwachten. Ze zullen je weten te zeggen dat de werking van die systemen nooit neutraal is, nooit in functie van het algemene professionele belang staat. De enige personen die goed garen spinnen bij projectplatforms en dashboards in projectmanagementsystemen zijn namelijk de vertaalbureaus en de opdrachtgevers. Als we de onderzoeken mogen geloven, liggen dit soort systemen ten grondslag aan een kwalijke ‘gigeconomie’, waarbij de vertaler het onderspit delft: die ploetert van opdracht naar opdracht, moet op de tenen lopen om, onder grote tijdsdruk, kwaliteit te kunnen leveren en dat alles met een schamele vergoeding in het vooruitzicht.
Zodra Hoekmeijers hersenspinsel of mijn prototypetje (InkLink) dus concrete vormen dreigt aan te nemen, begint het m-woord (matching) te schuren. Want wat begint met een speelse swipe-analogie, mondt voor je de tool goed en wel hebt getest uit in een ondoorzichtig algoritmisch regime. Het profiel van de literair vertaler verandert onverbiddelijk in een schat aan dataknooppunten, die jouw voorkeuren, werk en zelfs jouw hele (professionele) identiteit kwantificeerbaar, meetbaar maken. Hoe snel reageer je op nieuwe opdrachten? Hoe selectief ga je te werk? Welke reputatie geniet je op basis van vorige matches? Welke vergoeding vraag je voor je arbeidsprestatie? Hoe betrouwbaar ben je überhaupt? Kortom, de tool zou waarschijnlijk worden ingezet om verdere ‘ standaardisering’ en ‘optimalisering’ in het veld te bevorderen.
Er is zelfs een gerede kans dat literair vertalers hun gedrag strategisch zouden aanpassen aan de algoritmiek, zoals sommige Tindergebruikers hun profiel ook zo inrichten dat hun profiel snel op het beeld van potentiële matches verschijnt. De vraag is dan niet: met welke brontekst zou ik graag willen matchen? Neen, de vraag is dan: hoe maak ik mezelf zichtbaar voor en binnen het systeem. Het is wat vertaalwetenschapper Joss Moorkens ‘algorithmic competence’ noemt. Wie over deze competentie beschikt, puurt succes uit diens vermogen om het algoritme te lezen en te bespelen. Zo zou succes uiteindelijk nog minder met interesses, liefde voor het vak en vertaalkwaliteit te maken hebben.
Ik huiver bij de gedachte dat dit de toekomst van literair vertalers zou kunnen zijn – dat de match tussen vertalers en bronteksten op zo’n troebele wijze tot stand zou kunnen komen. En dus heb ik InkLink maar weer wijselijk op de plank gelegd. En op die plank blinkt InkLink, zoals elk goede idee qua idee blinkt. En krijgt het de kans niet om besmeurd te raken met de smet van de werkelijkheid.