Vertaaldag  Archief

2018

2017

2016

2015

2014

2013

In de Utrechtse Vertaalmolen

Heleen Oomen

Maandagavond – de avond van Wereldboekendag – werd de Filter Vertaalprijs uitgereikt in de Utrechtse Houtzaagmolen De Ster, onder Utrechters beter bekend als ‘De Molen’. De prijs werd dit jaar voor het eerst uitgereikt in ‘De Molen’ – en ook voor het eerst in ‘een molen’, merkte Ton Naaijkens op, die de avond traditiegetrouw presenteerde. Het was de vijfde Filter Vertaalprijs-uitreiking die ik bijwoonde, en zonder de vorige edities tekort te willen doen: ik vond het de mooiste tot nu toe. Deels lag dat misschien aan die molen. Het is er knus – de jury, de redactie, de genomineerden en hun introducés, de studenten die deze twee weken deelnemen aan de Intensieve Mastercursus Literair Vertalen en een aantal belangstellenden pasten er precies in – en het ruikt er naar vers gezaagde planken, want de molen is nog steeds regelmatig in gebruik. Je zit er comfortabel tussen balken en ouderwets zaaggerei en over de groene lampen aan de zoldering ligt een laagje zaagstof – godzijdank heeft niemand geprobeerd deze ruimte te veranderen in iets straks en hips. Buiten: water, gras, grind, een wit ophaalbruggetje en een kleine kinderboerderij.

De entourage was goed, maar de avond werd uiteraard gemaakt door presentator Ton Naaijkens en de vijf genomineerden, die in twee blokjes werden geïnterviewd en allen voordroegen uit hun vertaling. Martin de Haan beet het spits af met een fragment uit zijn vertaling van Choderlos de Laclos’ briefroman Les liaisons dangereuses, ofwel Riskante relaties. De Haan vertelde onder andere hoe hij zijn eerste werkvertaling saai vond en opnieuw begon – het leverde een jaar vertraging op en de herhaaldelijke vraag van zijn uitgever of ‘De lak nu al los was’ (lees: Lac-los). Naaijkens vroeg beleefd of hij ook over de vertaling mocht zeuren en ging in op de voetnoten van de vertaler, ongebruikelijk in de Nederlandse vertaalcultuur en in Riskante relaties hier en daar ronduit eigenaardig. De Haan legde uit dat het voor hem een spel met het genre was: ook De Laclos zelf omringt de brieven van de personages immers met allerlei teksten, waaronder ironische voetnoten. De Haans noten konden we volgens hemzelf bovendien opvatten als een eerbetoon aan zijn achttiende-eeuwse collega’s, die in hun vertalingen ook vaak een zelfverzekerde pose aannamen en ze voorzagen van allerlei commentaar.

18.17_illu1

Ton Naaijkens in gesprek met Lisa Thunnissen en Martin de Haan
(foto: Elbert Besaris)

Bijzonder aan deze editie van de Filter Vertaalprijs vond ik dat er zich onder de genomineerden iemand bevond die zo dicht bij me staat dat ik haar bijna kan aanraken: Lisa Thunnissen. Lisa is alumna van dezelfde master als ik en vertaalt net als ik uit het Spaans. Haar genomineerde vertaling, Aura Xilonens De cowboykampioen, had ik dan ook al met veel nieuwsgierigheid en bewondering gelezen. De roman over een jonge Mexicaanse immigrant in de VS staat bol van de tweetaligheid, straattaal, schuttingtaal en allerhande neologismen. Lisa maakte er met ongelofelijk veel vaart en lef Nederlands van; de jury spreekt in de nominatietekst van een ontspoorde trein – natuurlijk wel een góéd ontspoorde trein. Maandagavond kwamen onder andere de uitdrukkingen ‘droeftoeter’, ‘verdwergd’ en ‘ik laatdunk snuivend’ aan de orde. Ik was opnieuw onder de indruk.

Over de voetnoten en vondsten konden we mijmeren tijdens een kort intermezzo van jazz-zangeres Esther van Hees en gitarist Reindert Kracht. Terwijl ik door de vierkante ruitjes van de molen rietstengels zag wuiven onder een langzaam verkleurende avondhemel – en dat midden in Utrecht! – namen vervolgens Piet Gerbrandy, Kiki Coumans en Han van der Vegt plaats op het podium.

Piet Gerbrandy vertaalde samen met Casper de Jonge Aristoteles’ Poëtica en las een fragment voor over ‘uitbeelding’ – hun vertaling van ‘mimesis’. Van het gesprek met Gerbrandy bleef me vooral de discussie over de vertaling van ‘catharsis’ bij, door hem en De Jonge weergegeven als ‘verlichting’. ‘Eigenlijk weten we gewoon niet wat “catharsis” betekent,’ zei Gerbrandy, ‘en het zo laten staan zou vrij laf zijn geweest.’ Dus werd het ‘verlichting’, een woord dat ook in het Nederlands de nodige toelichting behoeft, omdat het van alles kan zijn. Naaijkens wees op een andere Poëtica-vertaling die deze week uitkwam en waarin ‘catharsis’ vertaald is als ‘loutering’. Daarop zuchtte Gerbrandy diep, alsof hij al moe werd bij de gedachte om op zoveel onnozelheid te moeten ingaan. Het mystiek-religieuze ‘loutering’, zei hij ten slotte, is in deze context uit den boze. In hun inleiding leggen De Jonge en Gerbrandy precies uit waarom.

Indrukwekkend vond ik de laatste twee voordrachten, die van Kiki Coumans en Han van der Vegt. Coumans droeg een gedicht voor uit de door haar samengestelde bundel met gedichten van Guillaume Apollinaire. Het gedicht beschreef de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog als een oceaan en er kwamen onder andere octopussen in voor – wellicht omdat de koppen van de beesten enige gelijkenis vertonen met gasmaskers, lichtte de vertaalster toe. Na haar voordracht gaf ze – als ik vertaalster Jeske van der Velden, die naast me zat, mag geloven – een aardig adequaat beeld van wat poëzie vertalen is: je doet het ’s avonds, je begint lukraak, je doet maar wat, het ziet er niet uit, het is frustrerend en je begint telkens weer opnieuw, ‘bij Apollinaire zit je eigenlijk gewoon te prutsen’. Uit dat gepruts rolde een bundel met de prachtige titel Het raam gaat open als een sinaasappel.

Han van der Vegt dan, tot slot, ontroerde door uit zijn hoofd het slot van Derek Walcotts bijna achtduizend verzen tellende epische gedicht Omeros voor te dragen – zijn blik zwevend over het publiek, zijn handen licht opgeheven, als was hij de blinde zanger zelf. Van der Vegt was degene die het minst had toe te voegen aan zijn vertaling, die ook geen voor- of nawoord of eigenzinnige noten bevat. Hij sprak enigszins droogjes over zijn boek – gewoon maar gedaan, zo’n soort reactie hoor je wel vaker van vertalers als het gaat om hun eigen uitzonderlijke vertaalprestaties. Ook Van der Vegts vertaling was een hervertaling, en daarmee waren vier van de vijf genomineerde werken min of meer hervertalingen, alleen De cowboykampioen niet. Toeval? Niet helemaal: hervertalingen hebben meer kans om bijzonder te zijn, omdat bijzondere werken vaker in aanmerking komen voor hervertaling. Maar misschien ook omdat er bij een hervertaling vaak geen strakke deadline is, geen concurrerend Engels origineel bijvoorbeeld, dat op een bepaalde datum verschijnt. De vertaalmolen hoeft wat minder snel te draaien, wat ruimte overlaat om te herwerken, om de lak langzaam los te weken of bizarre voetnoten te schrijven.

18.17_groepsfoto Elbert Besaris

Genomineerden en juryleden FVP 2018: (vlnr) Han van der Vegt, Lisa Thunnissen, Martin de Haan, Kiki Coumans, Robbert-Jan Henkes, Piet Gerbrandy, Jacqueline Bel, Harm-Jan van Dam en Vicky Francken (foto: Elbert Besaris)

Na nog een blokje muziek – te donker inmiddels om nog wuivende rietstengels te zien – las juryvoorzitter Jacqueline Bel het juryrapport voor. Martin de Haan nam de prijs in ontvangst voor zijn virtuoze en fijnzinnige vertaling van de vele verschillende stemmen in De Laclos’ Riskante relaties. Bij de lovende woorden van de jury loopt het water je als lezer in de mond: ik kan in elk geval niet wachten om het te lezen. Een prijs uitreiken aan de meeste bijzondere vertaling van het afgelopen kalenderjaar, volgens mij is het een onuitputtelijk concept, want er is nog geen jaar geweest dat ik me heb verveeld. Elk jaar weer is die uitreiking een kijkje in de keuken van onorthodoxe koks, een dwarsdoorsnede van wat literair vertalen in optima forma kan zijn en wat er na die mooie, inspirerende avonden voor mij steevast overblijft is een favoriete leeslijst. Ik kijk nu al uit naar mijn zomervakantie.