Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Wanstaltige zusters

De zijwegen van het vertalen

Jeske van der Velden

Vertalers zijn misschien wel van nature veellezers, en voor de geboren veellezer is Siri Hustvedts Memories of the Future een feestje. Dat de hoofdpersoon, S.H., op haar eenentwintigste al met zoveel gemak een keur aan dichters, schrijvers en filosofen citeert is jaloersmakend en was voor haar vertalers, die steeds in opperste staat van alertheid naar terloopse citaten en verborgen verwijzingen moesten speuren, soms gekmakend; maar de relatie van S.H. tot boeken is dan ook in zekere zin het onderwerp van Herinneringen aan de toekomst.

De roman vertelt het verhaal van een jonge schrijfster die naar New York komt om haar eerste boek te schrijven. Maar gaandeweg blijkt het de auteur om meer te gaan dan een portret van de schrijfster als jonge vrouw. Door de afwisseling van dagboekfragmenten uit haar eerste jaar in New York (1978-’79) met bespiegelingen van de ervaren auteur anno ‘nu’  (2017, het heden van de roman) en met herinneringen aan haar kindertijd in een klein stadjeop de prairie ontstaat een vertelling die het grootste deel van een leven bestrijkt – een leven dat in belangrijke mate bepaald wordt door de spanning tussen fictie en werkelijkheid. Net als elk verhaal kent dit leven helden en schurken; maar die blijken in het echte leven soms moeilijk te herkennen, en hun literaire look-alikes, waarover S.H. leest in haar lievelingsboeken, vormen hierbij niet zelden eerder een obstakel dan een hulpmiddel. De helden in Herinneringen aan de toekomst veranderen dan ook regelmatig van gedaante, nemen de meest onverwachte vormen aan en ontglippen de jonge auteur soms zelfs helemaal.

Eén van de literaire helden die in het boek aan bod komen, misschien wel S.H.’s enige ware held, is een heldin: Barones Elsa von Freytag-Loringhoven, ‘punkkunstenares avant la lettre, de vleesgeworden opgestoken middelvinger, die zich liet fotograferen met vogelkooitjes op haar hoofd en koplampen aan haar heupen en gedichten schreef als oerkreten of oprispingen vanuit het middenrif’.1 Anders dan de beschrijving door Hustvedts verteller doet vermoeden is de Barones geen fictief personage en ook geen product van het artistieke New Yorkse milieu eind jaren zeventig. Haar New Yorkse avontuur begon meer dan zestig jaar voor dat van Hustvedt, aan het begin van de twintigste eeuw, en in de tijd dat de New Yorkse avant-garde zich verzamelde in Studio 54 was ze in de straten waar ze jarenlang in zelfgemaakte dada-kledij rondliep allang weer vergeten.

Voor de veellezer die de Barones voor het eerst ontmoet in Hustvedts boek, in de vorm van biografische fragmenten en geciteerde dichtregels, vormt ze een intrigerend figuur, al blijkt wanneer je de zijweg volgt de herontdekking van haar werk in de afgelopen jaren niet toe te schrijven aan de jonge S.H. maar aan Irene Gammel, haar Amerikaanse biograaf. Zij verzamelde bovendien samen met Suzanne Zelazo haar (grotendeels nooit eerder gepubliceerde) gedichten in een bundel met de prachtige titel Body Sweats. Wie van de Barones heeft gehoord, bijvoorbeeld door de lovende woorden van Ton Naaijkens in Webfilter, kent haar waarschijnlijk als de dada-kunstenares die verantwoordelijk kan zijn geweest voor Fountain, het lang aan Marcel Duchamp toegeschreven kunstwerk dat de twintigste-eeuwse kunstwereld op zijn kop zette. Zowel Gammel als Hustvedt maken zich hard voor de Barones als auteur van Fountain en het bewijs lijkt inderdaad overtuigend. Het zou niet de eerste keer zijn dat een van haar werken onterecht aan een mannelijke tijdgenoot wordt toegeschreven. Van haar kunstwerk God, een ondersteboven op een houten platform gemonteerde gietijzeren sifon, werd lang gedacht dat het een werk van Morton Schamberg was, simpelweg omdat hij er in 1917 een foto van nam.2 Het werk vertoont zeker een opmerkelijke gelijkenis met Fountain, dat in hetzelfde jaar werd ingestuurd voor een tentoonstelling van de American Society of Independent Artists.3 Voor wie meer over de zaak wil weten is het artikel van Theo Paijmans, die Gammel vorig jaar interviewde voor het zomernummer van het kunsttijdschrift SeeAllThis, een aanrader.

De kunst van de Barones beperkte zich overigens niet tot ondersteboven gekeerd sanitair, al was ze wel een verwoed verzamelaar van allerlei weggegooide en ondergewaardeerde voorwerpen. Zo herinnert de kunstenaar George Biddle zich haar appartement in New York:

Het stond vol met, en stonk naar, de merkwaardige relieken die ze in de loop van jaren
had ontvreemd uit de goten van New York. Oud schroot, autobanden, met bladgoud versierde
groenten, een meute uitgehongerde honden, beschilderd celluloid, straatvuilnisbakken,
elke denkbare verschrikking, voorwerpen die in haar getourmenteerde, maar haarscherpe ogen
een formele schoonheid bezaten.4


‘Forgotten—Like This Parapluice’, ca. 1923-1924

De Barones verwerkte haar gevonden voorwerpen tot collages, kunstobjecten, maar ook sieraden en kledingstukken. Toen ze in 1918 voor het eerst een bezoek bracht aan het kantoor van The Little Review, droeg ze een zwartgeverfde Schotse muts die was opgesmukt met veren en lange dessertlepels en had ze haar haren oranje geverfd.5 Bij een andere gelegenheid droeg ze een beha van lege tomatenblikjes.6 Haar gewaagde kostuums leverden soms problemen op als ze zich in het openbaar vertoonde; kort na haar aankomst in de VS werd ze gearresteerd wegens het dragen van een herenkostuum. Hierdoor werd ze overigens allerminst afgeschrikt. Grenzen tussen leven en kunst erkende ze niet. In combinatie met haar ruwe en soms agressieve manier van doen maakte haar dat voor de modernisten in New York een fascinerende verschijning.

De poëzie van de Barones ligt in allerlei opzichten in het verlengde van haar beeldende werk. Door het gebruik van verschillende kleuren inkt en de combinatie van tekst met tekeningen en machine-achtige diagrammen worden de manuscripten zelf kunstvoorwerpen, zoals te zien is in de reproducties in Body Sweats. Het betekenisvolle gebruik van kastlijntjes is een ander visueel kenmerk van haar gedichten, zoals in deze regels uit het tweetalige gedicht ‘ “Ach—lieber Käpitan—” / But—dear Captain—’:

That guy
Will die
With jeer and battlecry
For what he is trained to comprehend
Life’s start—end.7

Of in deze regels uit ‘A dozen cocktails—Please’:

Nudge it—
Kick it—
Prod it—
Push it—.8

Daarnaast experimenteert de Barones met woordspel, neologismen en klankgedichten; taal als gerecycled kunstvoorwerp. Nog een ander element dat de gedichten delen met haar beeldende werk, is de prominente – en provocerende – rol die het lichaam daarin speelt. Zoals ook Hustvedt schrijft, schaamde de Barones zich allerminst voor wat ze haar ‘machine’ noemde, en seksuele verlangens, lichamelijke behoeftes en zelfs uitwerpselen komen vrijelijk en veelvuldig aan bod. Zo wordt in het hierboven geciteerde gedicht ‘A dozen cocktails—Please’ op niet heel subtiele wijze gezinspeeld op het gebruik van dildo’s. Haar choquerende taalgebruik is vaak een humoristische aanval op preutsheid en vrouwonvriendelijkheid. Religie en burgerlijke benepenheid worden bespot, maar ze richt haar pijlen ook regelmatig op ex-geliefden zoals Duchamp.


‘Spaciousness’, ca. 1923-1925

Voor de Barones, net als voor het hoofdpersonage van Hustvedt, vormden de New Yorkse jaren een artistieke bloeiperiode, al duurde die in het geval van de Barones uiteindelijk maar tien jaar.  Vergeleken met de bruisende Amerikaanse metropool was het naoorlogse Berlijn waarnaar ze in 1923 terugkeerde mistroostig. In de periode na New York schreef ze weliswaar gedichten, vertaalde ze haar Duitstalige werk in het Engels en werkte aan een onvoltooide autobiografie, maar haar leefomstandigheden waren schrijnend en ongezond. In New York had ze zich Europees gevoeld, in Duitsland voelde ze zich een Amerikaan en een buitenstaander.9 Wel begon ze in 1923 te corresponderen met de schrijfster en journaliste Djuna Barnes, die een belangrijke vriendin zou blijken en dankzij wie het archief van de Barones bewaard is gebleven.10 Met Barnes als literair agent en redacteur begon ze plannen te maken voor de uitgave van haar gedichten in boekvorm – een uitgave die ze zelf niet meer zou meemaken. Na een korte periode in Parijs overleed ze daar in 1927 onder mysterieuze omstandigheden in haar appartement, mogelijk door zelfmoord.

Tijdens haar leven werden maar 31 van de 150 overgeleverde gedichten gepubliceerd, in avantgardistische tijdschriften zoals The Little Review en the transatlantic review.11 Haar invloed op de kunstenaars en schrijvers met wie ze in aanraking kwam is onmiskenbaar geweest; ze leeft onder andere voort in Nightwood van Djuna Barnes, in Hemingways Lady Brett Ashley uit The Sun Also Rises, in Ezra Pounds Cantos en op de foto’s van Berenice Abbott en Man Ray en de schilderijen van Georde Biddle en Theresa Bernstein.12 Maar ondanks de sterke indruk die ze maakte op haar tijdgenoten, raakte haar werk toch lang in de vergetelheid. Dankzij haar hedendaagse voorvechters is dat niet definitief gebeurd. Het verhaal van de Barones had misschien een tragisch voorbeeld kunnen zijn van het historische lot van veel vrouwen in de kunst om langzaam maar zeker in de marge te raken, om eerder geroemd te worden als muze van hun mannelijke collega’s (in het geval van de Barones een indrukwekkende lijst: ze beïnvloedde niet alleen Duchamp, maar ook Man Ray, Hemingway, William Carlos Williams en anderen) dan te worden erkend als zelfstandige kunstenaars. Maar in Herinneringen aan de toekomst fungeert de Barones voor de jonge intellectuele hoofdpersoon juist niet als waarschuwing, ze is een medestrijdster. Haar rebelse, op en top moderne stem geeft de jonge S.H. niet alleen een manier om haar gevoelens onder woorden te brengen, de Barones is ook een wapen tegen vooringenomen mannen – en soms vrouwen – die haar intelligentie betwijfelen en weigeren haar ambities serieus te nemen. Aan het einde van de roman is de volwassen schrijfster zelfs haar ‘wanstaltige zuster’ geworden (in de Engelse brontekst appalling sister, een verwijzing naar een verwijzing naar de maan in een gedicht van de Barones, voor de verstokte speurders onder u13).

Zo leidt een zijweg de veellezer weer eventjes terug naar het fenomeen vertalen. Voor wie onverhoeds geïnteresseerd is geraakt in de poëzie van Barones Elsa von Freytag-Loringhoven is de bundel Body Sweats voorlopig een mooi begin. Voorlopig, want hopelijk vindt de Barones ook hier voorvechters die haar een Nederlandse stem willen geven.

 

Noten
1 Hustvedt 12.
2 Gammel 221.
3 Gammel 223.
4 Geciteerd in: Gammel 220. Mijn vertaling.
5 Gammel & Zelazo 26.
6 Gammel & Zelazo 7.
7 Von Freytag-Loringhoven 272.
8 Von Freytag-Loringhoven 49.
9 Gammel 353.
10 Gammel 346.
11 Gammel & Zelazo 6.
12 Gammel 4-5.
13 Hustvedt 405.

 

Bibliografie
Freytag-Loringhoven, Elsa von. 2011. Body Sweats: The Uncensored Writings of Elsa von Freytag-Loringhoven. Irene Gammel & Suzanne Zelazo (eds.). Cambridge, Massachusetts: MIT Press.

Gammel, Irene. 2002. Baroness Elsa: Gender, Dada, and Everyday Modernity. Cambridge, Massachusetts: MIT Press.

Gammel, Irene & Suzanne Zelazo. 2011. ‘Introduction: The First American Dada’, in: Body Sweats: The Uncensored Writings of Elsa von Freytag-Loringhoven. Irene Gammel & Suzanne Zelazo (eds.). Cambridge, Massachusetts: MIT Press. pp. 1-40.

Hustvedt, Siri. 2019. Herinneringen aan de toekomst. Vertaald door Caroline Meijer en Jeske van der Velden. Amsterdam: De Bezige Bij.

 

Jeske van der Velden (1987) studeerde Engels en Literair Vertalen aan de Universiteit Utrecht. In 2017 verscheen haar vertaling van Ken Babstocks gedichtenreeks SIGINT. Samen met Caroline Meijer vertaalde ze recent de roman Memories of the Future van Siri Hustvedt, die in april 2019 als Herinneringen aan de toekomst is verschenen bij de Bezige Bij.

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.