Vertaaldag  Archief

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Engelsmans Alice

Janne Van Beek

Toen ik een jaar geleden besloot om mijn scriptie over Alice’s Adventures in Wonderland te schrijven, had ik wat je noemt een gezonde interesse in het werk van Lewis Carroll. Ondertussen zijn we vele liters bloed, zweet, tranen en een diploma verder en moet ik met milde verschrikking constateren dat ik er zo eentje geworden ben, iemand die gaat watertanden bij het zien van een zeldzaam exemplaar van Alice, te pas en te onpas citaten en weetjes in het rond strooit en in de boekhandel doelbewust naar de letter c loopt: een Carrolliaan.

Ik ben natuurlijk lang niet de enige. Het wemelt wereldwijd van de lotgenoten die zich nog steeds het hoofd breken over de gelijkenis tussen een raaf en een schrijftafel en met gemak een maandloon uitgeven aan Alice-parafernalia. Als je jezelf herkent in deze symptomen moedig ik je aan om net als ik lid te worden van het Lewis Carroll Genootschap, dat geregeld symposia en andere Carroll-gerelateerde activiteiten organiseert.

Wat mij vooral interesseerde aan de rijke Nederlandse vertaalgeschiedenis van Alice’s Adventures in Wonderland is de evolutie die in het personagebeeld van de hoofdpersoon optreedt. Wat voor meisje was Alice bij haar geboorte in 1865 en hoe heeft zij de afgelopen 150 jaar doorstaan?

In 1996 pakte Filter uit met een bijzondere waaier: Alice in Vertalië. Onder meer Babette Cillekens wierp in dit nummer haar licht op het fenomeen Alice. In een poging de evolutie van het meisjesbeeld in kaart te brengen, onderzocht zij hoe Alices uiterlijk en meest typerende eigenschappen, namelijk intelligentie, nieuwsgierigheid, beleefdheid en directheid, naar voren kwamen in drie representatieve Nederlandse vertalingen.

Uit haar analyse bleek dat verschuivingen en mutaties op micro-niveau, zowel semantisch als stilistisch, een grote invloed hadden op het personagebeeld: ‘bij Ten Raa [1899] blijkt Alice minder slim, nieuwsgierig en beleefd, bij Reedijk & Kossmann [1947] minder beleefd maar wel directer en spontaner en bij Matsier [1989] minder slim en beleefd, maar wel mondiger en nieuwsgieriger dan de Engelse Alice.’1 Deze onderzoeksresultaten verschaffen ons dan weer inzicht in het meisjesbeeld van het Victoriaanse Engeland enerzijds en de evolutie van het meisjesbeeld in de Nederlandse kinderliteratuur anderzijds.

Editie met illustraties van Helen Oxenbury

Editie met illustraties van Floor Rieder

Sinds de publicatie van Cillekens’ doctoraalscriptie in 1991 verscheen er een nieuwe vertaling in het Nederlandse taalgebied. In 1999 verzorgde Sofia Engelsman in opdracht van uitgeverij Gottmer een vertaling bij de illustraties van Helen Oxenbury. Ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van Alice werd deze vertaling in 2014 opnieuw geïllustreerd door Gouden-Penseelwinnares Floor Rieder.

Uit het voorwoord van haar vertaling blijkt dat Engelsmans vertaalstrategie danig gestuurd is door de vertaalopdracht: ‘De uitgever wilde graag dat de vertaling goed toegankelijk zou worden, zonder afbreuk te doen aan het origineel… Ik heb ernaar gestreefd een vertaling te maken die weliswaar eenvoudig is, maar zeker niet onnodig simpel.’2 In een e-mail geeft Engelsman aan dat de Alice in haar vertaling volgens haar ‘niet echt afwijkt van de Alice in het origineel: een eigenzinnig, nieuwsgierig meisje. En zulke meisjes zijn gelukkig van alle tijden…’3 Maar is dat ook zo?

‘Who are you?’ said the Caterpillar
In mijn scriptie nam ik in totaal 117 vertaalde fragmenten onder de loep die betrekking hebben op Alices uiterlijk, intelligentie, nieuwsgierigheid en/of beleefdheid en kwam tot de conclusie dat verschuivingen op microniveau wel degelijk geleid hebben tot verschuivingen in het personagebeeld.

Uit de vergelijking van brontekst en vertaling bleek dat Alice in het vertaalproces net een beetje minder slim is geworden. Zo heeft ze in de brontekst tot twee keer toe een ‘bright idea’, terwijl er in de vertaling slechts sprake is van een ‘ingeving’, de andere keer ‘viel alles op zijn plaats’. Nog iets radicaler is het wegvertalen van een veelzeggend vertellerscommentaar:

It was all very well to say “Drink me,” but the wise little Alice was not going to do thatin a hurry. (p. 17)4
Er kon nou wel DRINK ME staan, maar Alice was toch niet van plan om dat zomaar te doen. (p. 19)

Daarbij is Alices taalgebruik minder formeel dan in de brontekst en zijn haar uitspraken soms aan de naïeve kant wanneer de vertaler aan de context heeft moeten sleutelen om een taalgrap in het Nederlands te laten werken. Hierdoor komt Alice bij Engelsman wat jonger en kinderlijker over dan in de brontekst. Dat past echter wel bij de illustraties van Oxenbury, waarin ze minder oud en onbezorgder lijkt dan in John Tenniels oorspronkelijke illustraties. Doordat deze verjonging samengaat met een net iets lagere intelligentie, blijft Alice per saldo dus bovengemiddeld slim voor haar leeftijd.

Engelsmans verjongde Alice is herkenbaarder voor het moderne, jonge publiek dat de uitgever voor ogen had. De zogeheten dubbele aanspreking die zo typerend is voor de brontekst komt hierbij echter grotendeels te vervallen. Volgens Cecilia Alvstad is dit niet zo uitzonderlijk bij vertalingen van kinderboeken als Alice, die zich tot zowel het kind als de volwassene richten. Zij stelt dat deze dubbele aanspreking erg moeilijk te behouden is in vertaling en dat verscheidene vertaalwetenschappers daarom van mening zijn dat de vertaler best kiest tot wie hij of zij zich richt.In dit geval werd de keuze van de vertaler bepaald door de vertaalopdracht van de uitgever die de brontekst te moeilijk achtte voor het beoogde doelpubliek.

Alice volgens Tenniel, Oxenbury en Rieder

In Alices nieuwsgierigheid treedt op macroniveau geen verschuiving op: ze is en blijft een nieuwsgierig aagje. Dat Alice minder beleefd lijkt in de vertaling van Engelsman komt vooral door haar toon en taalhandelingen. Ze uit zich informeler en directer – bijvoorbeeld wanneer ‘nonsense!’ (p.100) vertaald wordt door ‘schei toch uit!’ (p.113) – en gebruikt minder vaak beleefdheidsfrases als ‘please’ en tutoyeert bijna alle personages.

Naar hedendaagse standaarden is Engelsmans Alice nog steeds een welopgevoed meisje, maar ‘the product of a conventional Victorian nursery’, zoals Dr. Lucy Pearson haar in Children’s Fiction typeert, dat is ze allang niet meer.6

Los van het feit dat Alices beleefdheidsnormen meer dan 150 jaar oud zijn, is er ook een cultureel verschil, zegt vertaler Nicolaas Matsier: ‘Het zou best eens kunnen wezen dat, van alle lezers ter wereld, met name de Nederlandse het slechtst toegerust zijn als het gaat om het zien van deze kant aan Alice. Wij munten, zacht gezegd, niet uit in beleefdheid.’Dat Matsiers Alice consequent de aanspreekvorm ‘u’ gebruikt, sluit aan bij zijn getrouwe vertaalfilosofie die zich juist wel op een volwassen doelpubliek richt. 

Een kwestie apart zijn de verschillende illustraties bij deze vertaling van Engelsman. De plaatjes van Rieder en Oxenbury zijn gericht op een jong doelpubliek, maar hadden los daarvan niet meer van elkaar kunnen verschillen. Engelsmans vertaalstrategie speelt in op het feit dat Oxenbury’s Alice jonger en zonniger is en daardoor meer aansluiting zal vinden bij een jonger doelpubliek. Rieders illustraties bij de tweede editie benadrukken juist de rebelse, avontuurlijke kant van Alice. Deze eigenzinnige hoofdpersoon is veel herkenbaarder voor de beoogde lezer dan Tenniels stijve, keurige Alice, maar correspondeert niet met de verschuivingen in het intelligentiebeeld. De Alice in de tekst is jonger en naïever, de Alice in de illustraties van Rieder is ouder, ondernemend en een tikje rebels. Dat het beeld van Alice ‘vooral door de illustraties wordt bepaald’, zoals Engelsman zegt, heeft haar gestuurd bij haar vertaalkeuzes, maar dat betekent ook dat de herillustratie van deze vertaling een verschuiving in het personagebeeld tot gevolg heeft (wat overigens losstaat van de kwaliteit van Rieders werk).

‘Well! What are you?’ said the Pigeon
Is Alice als meisje veranderd? Ja. Engelsmans Alice is meegegaan met haar tijd. Ze is net als Carrolls heldin actief, intelligent en nieuwsgierig, maar ze is ook avontuurlijker, directer en eigenzinniger. Haar persoonlijkheid sluit aan bij het meisjesbeeld dat uit de hedendaagse, genderbewuste kinderliteratuur naar voren komt.

Sofia Engelsman verklaart dat ze Alice zo tijdloos mogelijk en zeker niet te modern heeft willen maken. Uit mijn analyse blijkt dat ze daar tot op grote hoogte in geslaagd is: Alices taalgebruik is afgestoft, maar niet overdreven modern. Door het naturaliseren of wegvertalen van verwijzingen naar plaatsen, personen en cultuurgebonden elementen zijn er nog minder geografische en historische aanknopingspunten dan in de brontekst. Het meisjesbeeld dat uit de brontekst spreekt, stond echter te ver van het beoogde doelpubliek van de vertaling af, dus om Alice herkenbaar en grappig te houden, zijn haar beleefdheid en uiterlijk aan hedendaagse standaarden aangepast. Met het victoriaanse kader wordt in zowel de vertaling als de illustraties van beide edities korte metten gemaakt, al benadrukken beide illustratoren een andere kant van Alices karakter.

Illustratie Floor Rieder

Welke gevolgen heeft dit dan voor het boek in zijn geheel? Engelsman bevrijdt Alice van haar symbolische functie. Ze is niet langer een voorbeeld van hoe een meisje in de ogen van de maatschappij moet zijn en meer gewoon zichzelf. Zowel de illustraties als de tekst dragen bij aan haar transformatie van symbolisch archetype tot personage van vlees en bloed.

Van de maatschappijkritische laag die bij volwassen lezers en onderzoekers zo in de smaak valt, blijft daardoor niet veel meer over. Het onderwerp van Carrolls satire verplaatst van de victoriaanse samenleving in haar geheel en haar opvattingen over opvoeding en meisjes in het bijzonder naar de meer universele machtsstrijd tussen kind en volwassene. Alices symbolische waarde beperkt zich tot haar kind-zijn, haar rebellie richt zich op volwassenen in het algemeen. Engelsmans Alice in Wonderland is een ingenieus, humoristisch fantasieverhaal met een herkenbare, innemende vrouwelijke hoofdpersoon. Dat alle sporen van een verdoken maatschappijkritische satire onderweg zijn zoekgeraakt is jammer voor de volwassen lezer, maar voor de jonge lezer is Alice des te meer gaan leven. Tot slot worden we nog maar eens gewezen op de onlosmakelijke verbondenheid van tekst en beeld in de kinderliteratuur en op de veelzijdigheid van Carrolls onsterfelijke klassieker.

 

Noten
1 Babette Cillekens. ‘Alice uit Wonderland: het kind in de tijd’, Filter, tijdschrift over vertalen, 3:2, 1996, p. 37.  
2 Voorwoord Sofia Engelsman bij: Carroll, Lewis. De avonturen van Alice in Wonderland. Vertaald door Sofia Engelsman. Haarlem: Gottmer, 2014.  
3 Sofia Engelsman, persoonlijke communicatie, 10 augustus 2018.
4 Lewis Carroll, The annotated Alice: 150th anniversary deluxe edition: Alice’s adventures in Wonderland and Through the looking glass. Ed. Martin Gardner. New York: W.W. Norton & Company, 2015.
5 Cecilia Alvstad, 'Children’s literature and translation', in: Handbook of Translation Studies Online, 2010. [Geraadpleegd 17 november 2017.]
6 Lucy Pearson, Children’s Literature. Harlow: Pearson Longman, 2011, p. 37–38.
7 Nicolaas Matsier, Alice in Verbazië. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009, p. 72.

 

Janne Van Beek (1994) rondde onlangs de onderzoeksmaster Literair Vertalen aan de Universiteit Utrecht af. In 2017 ontving ze een talentbeurs van de master Literair Vertalen, mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds. Ze vertaalde onder meer werk van Rachel Nagelberg voor het Crossing Border Festival en John Berger voor EXTRA. 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.