Week 16: Laura Molenaar

Vertaaldag Archief

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Ikea, familiefeesten en andere horror

Over Mini-horror van Barbi Marković in vertaling van Lotte Lentes

Laura Molenaar

De literaire horror lijkt in opkomst. Hoewel het genre al langer ongekend populair is op tv en het witte doek, lijken de letteren tot voor kort te zijn achtergebleven in de Lage Landen. ‘Spannende’ boeken verkopen goed, net als ‘commerciële’ horror van Stephen King en Thomas Olde Heuvelt, maar literaire romans waarin het bloed tegen de plinten gutst en de darmen je om de oren vliegen, waarin schimmen en duivels door landhuizen en mistige dalen dwalen, waarin het dodenrijk en het ondermaanse in elkaar overvloeien, die namen traditioneel een bescheidener plek in op de planken van boekwinkels en bibliotheken. De laatste jaren lijkt er iets te verschuiven. Er verschenen veelgeprezen en veelgelezen vertalingen van de duistere verhalen van Mariana Enríquez, Irene Solà, Samantha Schweblin, Olga Tokarczuk, Anne de Marcken en recentelijk Barbi Marković.

 

Foto: Amrei-Marie via commons.wikimedia.org

 

Horror in een zoetroze verpakking
Of het echt een beweging mag heten weet ik niet – horror is immers al eeuwen populair –, maar het is wel opvallend dat dit genre (vooralsnog) vooral wordt bevolkt door jonge(re), vrouwelijke schrijvers. Biedt dit genre hen bepaalde mogelijkheden? Is er in deze tijd een groeiende behoefte aan ontsnappen aan de grimmige werkelijkheid? Of schotelt horror ons een spiegelbeeld van de realiteit voor? Mariana Enríquez stelde – zo citeert haar vertaler Megan McDowell in World Literature Today – dat we tegenwoordig de middelen hebben om alles te weten over onrechtvaardigheden en tegelijkertijd machteloos zijn, en in veel gevallen achteloos. Dat, zegt Enríquez, is horror.

Machteloosheid in de moderne tijd staat ook centraal in Mini-horror van Barbi Marković (Belgrado, 1980), waarvoor ze de Leipziger Buchmesseprijs won, en dat vorig jaar bij Koppernik uitkwam in een fonkelende vertaling van Lotte Lentes – over die vertaling later meer. In vignetachtige hoofdstukjes wordt het dagelijkse leven van het moderne Weense stel Mini en Miki verhorrort. Het zoetroze omslag met muizenoren doet al vermoeden dat het hier niet om een typisch horrorverhaal gaat: ook de namen van de personages wekken eerder de associatie met Disney en de Donald Duck dan met kerkhoven en vampiers. Paragrafen worden dikwijls ingeleid met zinsneden uit stripverhalen, elk compact en treffend vertaald: ‘Een paar minuten later’ ‘(Einige Minuten später...’ ‘In de bus terug…’ (‘Bei der Rückfahrt im Bus...’), maar ook ‘Conform de tijdsgeest’ (‘Im Geiste der Zeit...’). Miki en Mini blijken in de loop van het verhaal muizenlichamen zoals uit de Disney-franchise te hebben. Dit alles niettegenstaande is hun leven een perfect evenbeeld van eender welk middenklasse-millennialkoppel in een moderne Europese stad.

 

Kakkerlakken en de klantenservice
Mini-horror vermengt deze hysterisch-opgewekte Disneysfeer met gruwelijke beelden – Mini’s nicht Jennifer mag je niet thuis uitnodigen, want ‘ze heeft er al ik weet niet hoeveel… geconsumeerd’, haar gezicht blijkt ‘een klomp druipend vlees’ waarin twee ‘vleeshemisferen’ uiteenscheuren. Hoewel er voor de verstokte griezelaar genoeg lichaamssappen en kakkerlakken in Mini-horror voorkomen, bewijst Marković dat horror ook kan gaan over ander ongemak, zoals flexwerkplekken, de klantenservice, bureaucratische brieven van de overheid, een ontmoeting met je schoonfamilie of naar de Ikea gaan op zaterdagmiddag.

Deze twee aspecten – regelrechte horrortaferelen en de verschrikkingen van het moderne leven en het laatkapitalisme – ‘vertaalt’ Marković in een fris aanvoelende, droge humor. Wanneer Miki twijfelt of hij nog wel echt leeft, of hij niet ‘in een hachelijke situatie is overleden, zonder dat hij het zelf doorhad’, schrijft ze:

 

“[A]ls ik niet leef, als ik de pijp uit en begraven en vaarwelgezegd ben,” zegt Miki, “kan iemand mij dan alsjeblieft uitleggen, waarom ik dan nog steeds fulltime werk?” (66)

 

»[W]enn ich nicht lebe, wenn ich krepiert und begraben und verabschiedet bin«, sagt Miki, »soll mir BITTE jemand erklären, WARUM ich noch Vollzeit arbeite?« (67)

 

Vervreemding is zowel ongemakkelijk als hilarisch. Zoals ‘horrorprofessor’ Dimitri Goossens schrijft: 

 

Een van de vaste kenmerken van horror [is] dat hij [...] mensen ongemakkelijk maakt en ze laat hangen in een gevoel van thuisloosheid. [Horror] trapt, slaat en snijdt [...] in onze identiteit, verwachtingspatronen, ordeningen en aannames.’ (2023: 9)

 

Ook Marković roept herkenbare alledaagse frustraties op, terwijl ze die tegelijkertijd problematiseert. De dagelijkse sleur is een sluier die de ware horror verhult, die ons murw en mak maakt. Haar maatschappijkritiek schemert door het proza heen, maar door haar dynamische en afstandelijke vertelstijl vermijdt ze dat die vervalt in eenduidig paternalisme. Steeds opnieuw gebruikt ze macabere verhaalelementen om moderne ongemakken tot in het absurde op te blazen en uiteindelijk lek te prikken. 

Je kunt lachen om Miki’s kantoorperikelen en zijn bedrijfsuitje naar de kruidenfabriek, tegelijk voel je de spanning oplopen (er gebeuren vreemde dingen daar), maar wanneer Miki ontdekt dat de werkwijze van de fabriek inderdaad bijzonder bizar blijkt, gebeurt er niets van enige betekenis (‘Nadat hij […] een halfuur wezenloos voor zich uit heeft gestaard, zegt Miki dat dit het beste bedrijfsuitje ooit was’). Zo voel je je als lezer bijna een beetje betrapt – halen wij na een korte verontwaardiging niet ook onze schouders op over de misstanden bij Shein, Nike en Nestlé?

 

 

 

Niet reëel maar realistisch
Het doorbreken van die spanning, iets dat Marković aan de lopende band doet, is vrij atypisch voor horror. Volgens Clotilde Landais, een van de weinige vertaalwetenschappers die over horror heeft geschreven, is het primaire doel van horror om bepaalde emoties op te wekken (zoals angst en afschuw). Om dat doel te bereiken gebruikt horrorfictie volgens Landais twee mechanismen in het bijzonder: een realistische uitwerking (‘lifelike effect’) en spanning (2016: 3). Hoewel veel elementen van horror nadrukkelijk niet reëel zijn, is het voor de leeservaring van groot belang dat het verhaal zo waarachtig mogelijk wordt ervaren, aldus Landais, ‘want dat voorkomt dat de angst verandert in gelach of een schouderophalen.’ (2016: 1) Spanning, het tweede fundamentele mechanisme van horror, helpt vrees en beklemming op te wekken.

Marković introduceert weliswaar vaak spanningselementen, door voorkennis bij de lezer in te planten (‘Keukenrol vergeten [in de supermarkt] is normaal gesproken geen ramp, maar in dit verhaal zullen ze die later nog nodig hebben’), of door een personage gewoon opeens een vraag te laten stellen (‘Waarom doe je zo geheimzinnig als het op je familie aankomt?’). Maar steeds wanneer dat gebeurt, wordt die spanning ook weer snel en vakkundig afgebroken. Neem de scène waarin Miki en Mini hun appartement poetsen terwijl hun irritatie langzaam verandert in moordlust:

 

Een van de twee moet en zal ontploffen. […]. Een van de twee zal dood op de grond worden aangetroffen, in een gruwelijk tafereel met bloed en alles wat bij bloed komt kijken. (70)

 

Jemand von den beiden muss überschnappen. […] Man wird eine oder einen von beiden auf dem Boden tot auffinden, in einer schrecklichen Szene mit Blut und allem, was mit Blut zusammenhängt. (71)

 

Maar een paar zinnen later:

 

En zo… Mini gooit de papieren zak op de grond.
“Miki, stop onmiddellijk met schoonmaken!”
Miki is al zo gefrustreerd dat hij in eerste instantie iets terug wil snauwen, maar dan begrijpt hij wat Mini bedoelt.
“Is het zover?”
“Ik ben bang van wel ja.”
“Wegwezen dan.”
Miki kwakt de gieter ergens neer en laat de rest van de bloemen voor wat ze zijn. Ze trekken hun schoenen aan en gaan naar de stad. (70-71)

 

Und so… Mini wirft den Papiersack auf den Boden.
»Miki, hör sofort auf zu putzen!«|
Miki ist schon so gereizt, dass er zuerst etwas kontern will, aber dann begreift er, was Mini meint.
»Ist es schon so weit?«
»Ich fürchte, ja.«
»Dann nichts wie weg!«
Miki stellt die Gießkanne auf die nächstbeste Ablagefläche und scheißt auf die restlichen Blumen. Die beiden ziehen Schuhe an und gehen in die Stadt. (71)

 

(Mooi dat Lentes compacter durft te zijn dan het origineel; ‘ergens’ voor ‘auf die nächstbeste Ablagefläche’ werkt beter dan ‘op het eerste het beste lege oppervlak’ of iets soortgelijks.)

Het volgende hoofdstuk begint steevast op een nulpunt (ook typisch voor strips, maar zeer ongebruikelijk voor horror) waarin de gebeurtenissen van het voorgaande verhaal geen enkele consequenties hebben voor het huidige – Mini en Miki blijven onverbeterlijk monter.

Het andere element waarmee horror effect sorteert, realisme, wordt ook keer op keer doorbroken – door die striptechnieken toe te passen, bijvoorbeeld, en door rechtstreeks de lezer aan te spreken, zoals in een hoofdstuk over de ziekenhuisopname van Mini:

 

‘Opmerking: als jullie een aanvullende verzekering hebben of privéklinieken bezoeken, kunnen jullie het verhaal over Mini als verzonnen beschouwen, omdat dit een realiteit is die jullie (althans voorlopig) hebben afgekocht.’ (111)

 

Ieuw! Gadver!
Vertaler Lotte Lentes heeft Marković’ stijl feilloos gevangen. Dat is geen sinecure, want de droge humor en spreektalige dialogen vragen om precisie en trefzeker woordgebruik. ‘Scheiße, das ist brutal.’ wordt bijvoorbeeld ‘Shit, dat is hard.’ Ja, precies - je begrijpt meteen hoe zoiets gezegd wordt, op quasi-gemeende toon. Het Nederlands overtuigt eveneens bij horrortypische aspecten als beschrijvingen van lichamelijke sensaties, stripachtige uitroepen en de uitingen van vrees en afschuw: ‘WÄHK! ÄÄÄK!’ wordt bijvoorbeeld ‘ieuw! gadver!’ Of neem deze al te herkenbare scène op een feestje:

 

Iemand vertelt voor de derde keer dezelfde grap…
‘sorry, ik snap ’m nu pas, ik lijk wel een adhd’er!’ zegt Miki, daarmee beledigt hij een paar mensen die binnen gehoorsafstand staan, later zal hij zich die opmerking herinneren en zich rot voelen. (38)

 

Jemand wiederholt einen Joke zum dritten Mal …
»SORRY, erst jetzt kapiert, ALS HÄTTE ICH ADHS!«, sagt Miki, dabei kränkt er einige Menschen in Reichweite, und später wird er an diesen Satz denken und sich schlecht fühlen. (39)

 

De kleine verschuivingen (‘Joke’ versus ‘grap’, ‘adhd hebben’ versus ‘adhd’er zijn’, ‘reikwijdte’ versus ‘gehoorsafstand’, ‘slecht’ versus ‘rot’) voelen passend, ze houden het Nederlands levendig terwijl het zinsritme behouden blijft (het weghalen van de ‘en’ na de komma is heel geslaagd). Juist in dit boek werkt dat als een tierelier, want het is van belang dat de lezer zich eerst zo sterk mogelijk inleeft in de belevenissen van de muizenmillennials, om vervolgens vervreemd te raken door de absurdistische taferelen.

Knap is ook de overzetting van ‘koortsachtige, geschreeuwde halve zinnen zonder context’ die op een feestje geuit worden:

 

‘Wat een goed feesthuis!’
‘Wie woont hier eigenlijk?’
‘Ze zijn in de rookkamer.’
‘Heb je Stranger Things gezien?’
‘Zet Kate Bush op!’
‘Kun jij de champagne openmaken?’
‘Met wie ben jij hier?’
‘Met vrienden.’
‘Heb je vloei?’
[…]
‘Als je me niet aankunt als ik een slechte dag heb, verdien je me ook niet als ik coke op heb.’
‘Goed nummer!’ (37-38)

 

»Super Partywohnung!«
»Wer wohnt hier?«
»Sie sind im Raucherzimmer.«
»Hast du Stranger Things gesehen?«
»Spiel Kate Bush!«
»Kannst du den Sekt aufmachen?«
»Mit wem bist du hier?«
»Mit Freunden.«
»Hast du Papers?«
[…]
»Wenn du mich nicht ertragen kannst, wenn ich schlecht drauf bin, verdienst du mich nicht, wenn ich auf Koks bin.«
»Cooler Song!«  (38-39)

 

Kleine toevoegingen zoals ‘eigenlijk’ maken deze zinnen meteen veel spreektaliger, net als de overtuigende vertaling van ‘Cooler Song’ naar ‘goed nummer’.

Het boek besluit met 105 ‘Weitere mögliche Horrors mit Mini und Miki’, ofwel ‘alternatieve horrorscenarios met Mini en Miki’, voorzien van tekeningetjes en al even absurd als de rest van het boek:

 

5. Miki’s lichaam wordt overweldigd door bacteriën en hij sterft. De dokters denken tot het laatste moment dat het tussen zijn oren zit. (159)
19. Door een domme sociale blunder verliest Miki al zijn vrienden. (163)
32. Mini zegt iets zinvols tijdens een overleg, maar wat ze zegt wordt pas opgemerkt als een collega het herhaalt. Alsof ze een geest is.
33. Miki en Mini worden afgedankt en aan hun lot overgelaten. (166)

 

5. Bakterien überwältigen Miki und er stirbt. Die Ärzte denken bis zum letzten Moment, es sei nur psychisch. (161)
19. Durch einen hirnlosen Fehler im Sozialverhalten verliert Miki alle seine Freunde. (164)
32. Mini sagt etwas Sinnvolles in einer Besprechung, aber der Satz wird erst wahrgenommen, nachdem er von einem Kollegen wiederholt wurde. Als wäre sie ein Geist.
33. Miki und Mini werden für wertlos erklärt und dem Tod überlassen. (168)

 

Ook hier werkt Marković’ humor het beste als de korte, droge zinnen ook zo vertaald worden. Het ietwat klungelige ‘wat ze zegt wordt pas opgemerkt’ (ik zou eerder gaan voor ‘opmerking’ of ‘uitspraak’ dan ‘wat ze zegt’) wordt ruimschoots goedgemaakt door het treffende ‘afgedankt’ voor ‘für wertlos erklärt’, ‘domme sociale blunder’ voor ‘hirnlosen Fehler im Sozialverhalten’ en ‘dat het tussen zijn oren zit’ voor ‘es sei nur psychisch’. Het Nederlands klinkt terloops en alledaags, en versterkt daardoor het absurdisme.

Vervreemding en absurdisme, daar lijkt het Marković bovenal om te doen te zijn, meer dan angst en walging, want lekker griezelen op de bank met een gruwelijk boek, dat zou betekenen dat je gemakzuchtig ontsnapt aan de wérkelijke gruwelen. Tegen het eind van Mini-horror wordt dat duidelijk als Miki een surreëel visioen van de toekomst krijgt. Vervolgens:

 

Na dit visioen weet hij nog minder goed wat hij eigenlijk moet denken.
‘Geen idee,’ zegt Miki tegen zichzelf en tegen jullie.
Ja, tegen jullie, in deze bijzonder kwetsbare toestand kan hij voelen hoe jullie wachten op de moraal van het verhaal. Jullie zuigen zijn naakte ziel leeg met jullie verwachtingen. Hij zou nu graag alleen willen zijn. (147)

 

Marković, Barbi. Mini-horror, vertaald door Lotte Lentes, Koppernik, 2025

 

Bibliografie

Bennedsgaard, Agnethe Brounbjerg. 2024. ‘A feminist tide in Latin America: Megan McDowell on the Argentine Movement of New Genre-bending Horror’, in World Literature Today 98: 4.

 

Goossens, Dimitri. 2023. In de ogen van Medusa. Filosofie en de duistere spiegel van horror, Amsterdam: Boom

 

Landais, Clotilde. 2016. ‘Challenges and Strategies for Analysing the Translation of Fear in Horror Fiction’, Literary Imagination 18(3), 1-13