Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Het jaar van de knotes

Ton Naaijkens

Het eerste nieuwe woord dat zich in dit nieuwe jaar aan me opdrong luidt knotes. Het was nieuwjaarsochtend, ik was in goed gezelschap aan de wandel op zoek naar frisse lucht. Het Wielrevelt was ‘uitgestorven’, een woord dat blijkbaar alleen geldt voor mensen want vogels waren er talloze; ooit woonden er mensen, maar die zijn er ook ‘uitgestorven’. ‘Knotessen’ stond er op een bordje van het historische wandelpad op landgoed Haarzuilens, vlakbij het kasteel. Het is een woord met een bijzondere vorm, fascinerender naarmate je er meer naar staart. Het is mijn woord van de dag. De boom zelf heb ik gemist.

Waar haal je als vertaler je woorden vandaan? Mogelijkheden te over, je hoeft er je wandelschoenen niet voor aan te snoeren. Hoe groter je woordenschat, des te beter. Woordenschatten zijn ook te organiseren: met thesauri, Het juiste woord, via het net met Linguee, synoniemenbanken of puzzelwoordenboeken. Veel lezen, te pas en te onpas, in de krochten van de media tot in de pieken van de cultuur. Een kenmerk van de goede vertaler is zijn grote idioom, maar via vertaalmachines is dat steeds meer te regelen – dacht je. Het wordt vast een bewogen jaar voor de boekvertaler. De op neurale netwerken gebaseerde vertaaltechnologie is aan het zegevieren, hoe kunstmatig haar intelligentie ook is. Als je de rotvaart ziet waarmee Woodwards Angst of de memoires van Michele Obama de markt op werden gejaagd, kun je niet anders dan vermoeden dat er ook met DeepL of Google Translate gewerkt zal zijn. Hoog tijd dus om met nog meer nadruk te wijzen op de uithoeken en plinten waar de vertaalstofzuigers niet bij kunnen komen. Ik ben – wel te verstaan – allereerst een aanhanger van het principe van de zin: je moet zinnen kunnen maken als vertaler, en de allerbesten doen dat zo goed dat ze er prijzen mee winnen. Al vertaal je uit het Zuidsoedanees of het dialect van de Salomonseilanden, als je zinnen imponeren (richting niveau van de Meester van de Nederlandse volzin, A.F. Th. van der Heijden) is je kostje gekocht. Een kniesoor die op een enkel woordje let. In het domein van de zin zal nog steeds alle eer te behalen zijn, zeker wanneer er bijzondere of zelfs idiosyncratische stijlvormen in de nieuwe taal uitgehouwen moeten worden.

Laat ik klein beginnen: hoe bescherm je de vertaler tegen de apparaten? Moeilijker is dat met de afzonderlijke woorden, waarvoor ik nu de lans wil breken die ik als volzinfan zo negeerde. Woorden vertalen is een koud kunstje, beweerde ik steeds, en als je er eens naast zit is het te herstellen – vertaalcomputers doen dat al jaren vrij aardig. Maar ik kom ervan terug en blijk dat (i.e. woordbescherming) al een poosje schoorvoetend te doen. Een bewijs daarvan zijn een paar logboeknoties die ik hierbij deel. Er kan geen claim op inzicht in mijn gestel aan worden ontleend. Het is het virtuele, gefingeerde dan wel concrete logboek dat ik aanleg om het vertaaljaar te kunnen bijbenen.


5 december 2018
Vandaag krijg ik in de Volkskrant van het kruiswoordraadsel de opdracht om het woord zandplaat te reduceren tot vier letters. Dat blijkt ‘hors’ te moeten zijn; had ook ‘donk’ kunnen zijn, maar er is geen ‘steekschop’ van drie letters die met een k begint (dit in het kader van mijn ultieme droom om dit domino-effect ooit ten goede te kunnen keren en een kruiswoordpuzzel op alle plaatsen kloppend te maken met volledig voorbijgaan aan de vereiste oplossingen). Voordat ik klachten krijg of mededogen opwek: het is goed voor een vertaler om zijn (doeltaal-) woordenschat op peil te houden en voortdurend uit te breiden, en ik acht daar elke handeling voor door de beugel kunnen, tot en met het lezen van de ordinairste lowbrow-boeken over curry’s uit de Punjab, bedenkelijke voetballers of ranzige Hollywoodroddels. Op woorden zit geen rem. Soms is het niet anders en moet je je als vertaler verdiepen in de taal van een neoheidense natuurreligie als wicca, fameus vanwege haar zogenaamde jaarwiel en het vieren van het heksennieuwjaar op Halloween. Alle hulde voor wie vandaag de dag wicca vertalen moet (imbolc? candlemas? fluff bunny?).

Ja, knotes, wat een mooi woord, wat een mooie boom. En rond de knotessen de vogels, reigers, eenden, ganzen – nauwelijks dwaalgasten, dat zo vergeten woord dat betekenis voor me kreeg in 2018. Ook een schrijver als de genoemde Meester van de volzin kan ontroerd worden door of in vervoering raken van het afzonderlijke woord, het volwoord. In een erotische scène in zijn nieuwste roman wijdt hij twee bladzijden aan het woord ‘navelpluis’, door de Van Dale uitgelegd als pluis in de navel, maar er gaat een wereld voor je open als je je verder verdiept in de wereld van de belly button fluff (tik maar eens in of beter nog: laat je meeslepen door Van der Heijden in hoofdstuk VII van Mooi doodliggen). Of kijk tussendoor wat tv, er zijn programma’s te over waar je je woordenschat kunt bijspijkeren. Ik verplicht me uit hoofde van mijn vak vaak te kijken naar de Duitse zenders. Een programma als Bares fur Rares is in tal van opzichten leerzaam. Je leert de waarde van voorwerpen kennen, ontwikkelt respect voor geschiedenis en verval, doet mensenkennis op en vermaakt je met belangwekkende onzin.

30 december 2018
Ik zag een uitzending met zogenaamde ‘Lieblingsstücke’, iets dat wij Nederlandse armoedzaaiers aanduiden met highlights of the best of. De taal van de experts die de bijzondere en antieke voorwerpen beoordelen is experttaal, de language for special purposes die wemelt van de woorden die de woordenboeken niet halen. Wat te denken van het ‘Milanaise-Geflecht’ van een halsketting, de ‘Augenmuschel’ van een periscoop voor in Tweede-Wereldoorlogtanks, de ‘Schneckenkettenaufzug’ van een zakhorloge, of de Russische mokkalepeltjes met een ‘Beschaumarke’, een ‘Laffe’, belegd met ‘Zellemaille’, ontstaan uit ‘Cloissoné-Arbeit’ met behulp van ‘Glasfluss’? Ik word snel door mezelf op de vingers getikt, want ‘glasvloed’ bestaat gewoon (‘een door toe­voe­ging van ver­schil­len­de stof­fen ge­kleur­de glas­mas­sa, waar­van de on­ech­te edel­ge­steen­ten wor­den ver­vaar­digd’), maar de ‘Laffe’ is naar verluidt alleen een fat, dandy of melkmuil en dat past minder bij lepeltjes. Even doorzoeken en je vindt dat het voorste deel van de lepel zo genoemd wordt. Een oerwoord is het dat lip betekent en aan de basis ligt van woorden als laven en lepel (ik vind als vertaling het ontnuchterende ‘lepelschep’, maar niet ‘laf’, ‘laap’ of ‘lep’, wat toch zomaar had gekund). Doorspitten loont. Er blijken tal van lepels te bestaan, tal van woorden voor lepels, tal van woorden voor vogels, essen of hekserijen, maar zie er maar eens vertalingen voor te vinden als je bekomen bent van hun fascinerende schoonheid. Het wordt vast een bijzonder jaar.