Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Buitenlandse pluimen

Bert de Waart

Dat kun je wel aan Lonely Planet overlaten: toeristen naar Nederland krijgen. Zo kunnen we onze cultuur volop propageren in het buitenland zonder daar zelf heen te gaan. Grote Nederlandse musea zijn bijvoorbeeld ten minste tweetalig: ze hebben websites en folders in het Nederlands en Engels, en vaak in nog (veel) meer talen, en ook de audiotours en de opschriften naast de exponaten, de uitstalsels, zijn ten minste Nederlands- en Engelstalig.

Dat is bijna allemaal feitelijke informatie, die correct vertaald moet worden, en dat gebeurt ook ‘gewoon’. Iets anders zijn de titels van de tijdelijke tentoonstellingen: die komen op de affiches, en moeten, net als het ontwerp van die affiches, publiek trekken. Een commercieel belang, en een artistieke uitdaging voor ontwerpers, tekstschrijvers en dus ook voor vertalers, zou je denken. Toch vertellen de meeste tentoonstellingstitels alleen maar in alle talen waar de tentoonstelling over gaat.1 In het Mauritshuis, tot 19 januari: ‘Nicolaes Maes, Rembrandts veelzijdige leerling’ > ‘Nicolaes Maes, Rembrandt’s Versatile Pupil’. In De Fundatie in Zwolle, tot 5 januari: Jeroen Krabbé -Gedroomde paradijzen’ > ‘Jeroen Krabbé - Dreamed Paradises’. In het Noordbrabants Museum, tot 12 januari, iets bondiger: ‘Van Goghs intimi – Leer Vincent echt kennen door de ogen van zijn vrienden, familie en modellen’ > ‘Van Gogh’s Inner Circle – Friends, Family, Models’.

Soms zijn vertalingen van tentoonstellingstitels meer dan enkel correct. In het Van Goghmuseum loopt tot 12 januari ‘Jean-François Millet. Zaaier van de moderne kunst’ > ‘Jean-François Millet: Sowing the Seeds of Modern Art’: Engels idioom, ritmisch sterker dan de bron, en met alliteratie. In het Zeeuws Museum, tot 30 juni: de tentoonstelling ‘Mannenpak’ gaat inderdaad over broek, vest en jas, en heet in fraai Engels ‘Suited and Booted’. Ook dat is Engels idioom, voor ‘formeel gekleed’: precies goed gekleed en precies goed vertaald.

Het Fries Museum heeft een tentoonstelling met een titel waar je niet een-twee-drie over uitgedacht bent – gelukkig duurt die nog tot 31 december 2021. Alle affiches, in beide talen, van het Fries Museum zijn hoofdletterloos, en de tentoonstelling heet, in beide talen, ‘fries land’, met spatie. Doordacht: die tentoonstelling moet wel gaan over Friesland én over Fries land, en al op weg naar Leeuwarden pijnig je je met vragen als ‘Hoe Fries is Friesland eigenlijk?’, en ‘Hoeveel Fries is / Friezen zijn er buiten Friesland?’ Ook onze toerist zit er maar mee. Friesland heet in het Engels ‘Friesland’, dat herkent hij. Maar ‘Fries’, het bijvoeglijk naamwoord, de taal en de inwoner, is ‘Frisian’. To fry? Maar wie is dat dan, die dat land braadt of afbrandt? Of staat er eigenlijk fries’ land, het meervoud van fry? In zo’n onbekommerd hoofdletterloze omgeving is ook een apostrof allicht zijn leven niet zeker. Is Friesland het land van het vele barbecueën, of het land van de kleine visjes, of heb je tegenwoordig behalve French fries ook Frisian fries2? Een intrigerende titel met een intrigerende vertaling, zoveel is zeker.

Kleren maakt de vrouw
Maar voor echte vertaalrevelatie moet je dit najaar naar Enkhuizen, naar het Zuiderzeemuseum. Daar staat tot 5 april een tentoonstelling over de vrouwen in de dorpen rond de Zuiderzee, vooral in de eerste helft van de vorige eeuw, en met name over de belangrijke bijdrage die ze leverden aan het gezinsbudget door alle kleren zelf te maken, of ten minste telkens en telkens te vermaken en te verstellen. Je ziet de onvermijdelijke paspoppen met de klederdracht in al die Zuiderzeedorpen en -stadjes. Maar ook: schilderijen, oude ansichten en een enkele film over vrouwen aan het breien en naaien; de merklappen waarop de meisjes knoopgaten leerden maken en afboorden, en hun naam in kruissteekjes leerden schrijven - alle meisjes kregen naailes op de lagere school, de meisjes uit de burger- en hogere standen maakten ‘fraaie’, en die uit de lagere standen ‘nuttige handwerken’; stoffen, naalden, spelden, scharen en garens en de eerste trapnaaimachines. Heel ontroerend vond ik een mannenjasje, ooit begonnen als onderdeel van het nette, zondagse kostuum, maar dat daarna eerst een jasje werd voor door de week na het werk, met goedkope knopen in plaats van de zilveren die het eerst had, en nog later een werkjasje voor aan boord van de vissersschuit: met lappen en stoppen op alle gaten, en met extra stukken om de mouwen langer te maken, maar nog jaren in gebruik – en nu dus museaal object en getuige van Zuiderzeese vrouwenarbeid en spaarzaamheid.

De tentoonstelling heet een beetje woordspelerig ‘Kleren maken de vrouw’, en in het Engels ‘Fine Birds make Fine Feathers’, en toen ik dat zag verviel ik op mijn beurt in gepeinzen. De equivalente uitdrukking van ‘Kleren maken de man’ in het Engels is ‘Fine Feathers make Fine Birds’, met dezelfde betekenis: ‘met nette kleren aan krijg je meer status’. Wat brengt een vertaler ertoe op die vaste uitdrukking te variëren? Ik kon vier redenen bedenken om ‘Fine birds make fine feathers’ (FBMFF) te schrijven in plaats van ’Fine feathers make fine birds’:

  1. FBMFF is ritmisch veel fraaier, met tussen de hoofdaccenten op birds en feath- twee i.p.v drie zwakke lettergrepen.
  2. FBMFF is een variant op de Engelse uitdrukking, zoals de brontekst er één is op de Nederlandse;
  3. De tentoonstelling gaat eigenlijk niet over kleren die vrouwen mooi of indrukwekkend maken, zoals de naam ‘Kleren maken de vrouw’ suggereert, maar – zie boven - over vrouwen die de kleren van zichzelf en hun gezin zelf maken, vermaken en verstellen. Dat is in het Nederlands niet goed uit te drukken zonder de associatie met de uitdrukking te verliezen: iets als ‘De vrouw maakt (de) kleren’ of ‘Vrouwen maken (de) kleren’ heeft niets meer van een woordspeling. In het Engels kan fine birds probleemloos onderwerp zijn. De vertaling FBMFF behoudt dat verband met ‘Fine feathers …’, en geeft accurater aan waar de tentoonstelling over gaat; ze is dus accurater dan de brontekst3.
  4. Bird heeft (ook) de betekenisnuance ‘meisje’, evenals chick. Een beetje substandard, een beetje male chauvinist, maar heel subtiel: een knipoog. Als je dat probeert in de brontekst dringen zich (bij mij tenminste) volstrekt onbruikbare teksten op als ‘laat het vrouwtje maar naaien’. Maar als je doeltaal je met een woord als bird de mogelijkheid geeft je vertaling ondeugend, maar wel beschaafd, een beetje op te fleuren laat je zo’n kans als vertaler natuurlijk niet liggen, en haal je bird naar voren: FBMFF.

Je leest in een museum eigenlijk nooit naam van de vertaler van al die teksten in en bij de vitrines, ik heb dat tenminste nooit gezien. Mevrouw Van Drongelen van de afdeling voorlichting van het Zuiderzeemuseum was zo vriendelijk mij in contact te brengen met deze vertaler, Gerard van den Hooff van Rosetta Translations, die op zijn beurt zo vriendelijk was te reageren op mijn vraag of hij bij zijn werk aan de vertaling één van de vier overwegingen had gehad die ik, vrijzwevende intellectueel, had bedacht, of nog een andere. Welnu: alleen 1. niet, en aan 3. voegt Van den Hooff nog toe ‘dat de gedachte deze vrouwen te willen eren mij wel heel sterk trof - het is immers ook weer een internationaal jaar van de vrouw. “Fine birds” heeft in deze context dan ook het idee van “klasse-vrouwen”. En dat was voor mij een belangrijke associatie.’

Wat Van den Hooff niet vermeldt, is dat hij van meet af aan de verleiding heeft weerstaan om te kiezen voor de Engelse uitdrukking ‘Clothes make the man’, en aan de vertaling ‘Clothes make the woman’. Ik ben die uitdrukking nu pas tegengekomen, en ik heb er dus ook niet naar gevraagd, maar ik begrijp het nu wel, denk ik. ‘Clothes make the man’ heeft een iets ruimere betekenis dan ‘Kleren maken de man’: je kunt het ook gebruiken als iemands kleren zijn status juist verlagen. Maar vooral: al die associaties die feathers meebrengt: pronk, erkenning, uitverkiezing, dress to impress! De vertaler heeft ze gezien en gebruikt.

Een tekstje van vier woorden, vertaald met vier woorden, met één enkele permutatie: je leest er zo overheen. Maar wat een vakmanschap, wat een efficiënt gebruik van de mogelijkheden van de doeltaal zit er achter. A feather on his cap.

Found in translation: hoe een tekst kan winnen bij vertaling. Fine feathers.

 

Noten
1 Als de naam van de tentoonstelling louter de naam van de tentoongestelde kunstenaar is blijft de vertaler al helemaal in de schaduw.
2 Merriam-Webster, s.v. fry https://www.merriam-webster.com/dictionary/fries
3 En ook beter dan de zes andere vertalingen van de titel van de tentoonstelling op de site van het Zuiderzeemuseum (https://www.zuiderzeemuseum.nl/nl/page/353/tentoonstellingen ) de Duitse, ‘Kleider machen die Frau’, Franse, ‘Les vêtements font la femme’, Spaanse ‘La ropa hace a la mujer’, Italiaanse, ‘L’abito fa la donna’, Poolse, ‘Ubiór jest wizitówką kobiety’ en Russische, ‘Одежда делает женщину (Odezjda delajet zjensjtsjinoe)’ vertalen rechtttoe-rechtaan ‘Kleren maken de vrouw’. Zover ik weet heeft behalve het Engels alleen het Duits een equivalente uitdrukking: ‘Kleider machen Leute’. De Duitstalige site gaat in de nadere informatie over de tentoonstelling min of meer op de beperkte toepasbaarheid van ‘Kleider machen die Frau’ in: ‘Kleider machen die Frau! Aber vor hundert Jahren war es wohl auch genau andersherum: „Die Frau macht Kleider”. De Engelse tekst is hier explicieter: ‘Fine feathers make fine birds! But a century ago the reverse: “Fine birds (= the women) make fine feathers”, was also very true.’