Vertaaldag  Archief

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Kutbolsjewieken

Robbert-Jan Henkes

O tempora! Mutantur, et nos mutamur in illis. Er komen nooit andere tijden, maar kwamen deden ze.

Kut en klote zal je met een lampje moeten zoeken in boeken van vroeger, maar nu! Ook op de ouderwetse tv (wie weet nog wat het is) zijn ze allang geen taboe meer.

Ja, kun je je afvragen, zijn het nog wel krachttermen?

Vallen ze nog wel onder onwelvoeglijkheden?

Op een dag word je wakker, het weer is kut en dat je eruit moet is klote.

En daar zit geen woord provocatie bij.

Langzaam, heel langzaam beginnen deze doodgewone onschuldige aandoenlijke want altijd gemeende woorden ook door te dringen in Vertalië. Of misschien moet ik zeggen in Klassieker-Vertalië, Oud-Vertalië. Want in Hedendaags-Vertalië kunnen die woorden natuurlijk ongestraft gebruikt worden als equivalent van net zo ongekuiste taal in het origineel, waar ze in emotionele lading dan nog tekort zullen schieten ook en je naar straffer materiaal zal moeten zoeken.

Maar preëindtwintigsteëeuwse boeken bevatten weinig schuttingtaal. Misschien was Joyce (James Joyce, onze man in Parijs) wel een van de eersten die unverfroren fuck liet vallen, in Molly’s bedstedelijke monoloog. Ook verder deed Joyce zijn best zo getrouw mogelijk de woorden en gedachten van de mensen op te tekenen, wat hem heel goed afging want hij had prima oren.

Maar – zoals gezegd – de tijden veranderen!

En wat je vroeger al niet zei, dat zeg je nu al helemaal niet meer.

Gob laat Joyce de verteller in het kroeghoofdstuk met enige regelmaat uitbrengen, en zo zeggen ze het nog steeds in onvervalst Dublinees. Maar wat Vandenbergh de Nederlandse verteller in 1967 liet zeggen (gossie) zei toen al niemand; en wat Claes&Nys hem in 1994 lieten zeggen (get) ook al niet.

Te-ring! Dat zijn geen gedateerde vertalingen, dat zijn nepvertalingen.

En wie zei er ooit donders nog aan toe (Vandenbergh), of wel verduiveld? (Claes&Nys)? Godgloeiendekankertering, niemand toch?

Het is de toon die de muziek maakt en het is de toon die je zal moeten vertalen.

Ook Hans Boland zit er niet mee om het woord klote te bezigen in zijn vertalingen van Russische klassiekers. In Dostojevski’s Duivels laat hij (op p. 622) Pjotr Verchovenski tegen Kirillov zeggen: ‘Ik begrijp dat u aarzelt, en dat is klote.’

Dus daarom was ik wel even verbaasd toen een bespreker van Mariëngofs memoires (Emmanuel Waegemans) mij vroeg of ik wellicht een ongekuiste versie had gebruikt voor de vertaling, aangezien hij in het Russisch bewoordingen aantrof die sterk afweken van mijn vertalingen (zei hij), zodat hij zich afvroeg of er meerdere edities in omloop waren. Het ging om:

p179: die kutbolsjewieken, in het Russisch: эти большевики [‘die bolsjewieken’]

р283: гадина [‘takkenwijf’, ‘secreet’] wordt bij jou trut/kut

p223: идиоты-критики [‘idioten-critici’] wordt kritikloten

Nou ja zeg! ‘Die kutbolsjewieken’ komt voor als een acteur in de lorum de machthebbers begint uit te kafferen:

Boris Livanov, meer dan een flink eind boven zijn theewater, schreeuwde door de gangen: ‘De pestpokkentering voor die kutbolsjewieken! Ze hebben mijn privéfamiliegoed van twaalfhonderd hectare geconfisqueerd. Ik ben geruïneerd! Moet oud en nieuw vieren in een bruin vodderig jasje! Ik kan me niet eens een fatsoenlijke smoking veroorloven! De klootzakken!’

Wat had hij anders moeten schreeuwen? ‘Die bolsjewieken mogen naar de duivel lopen?’ Dan vraag je Charles B. Timmer maar om het te vertalen!

De voorkant van het tijdschrift Zrelisjsja (schouwspelen, taferelen) uit 1924, toont Anna Nikritina in de rol van zwarte Zera in Mariëngofs De advocaat van Babylon (Mijn eeuw, p. 215-224).

In het tweede citaat is het Jesenin die zich in een delirische woede, met vertrokken gelaat en gebalde vuisten verbijt over zijn eerste vrouw, Zinaïda Rajch, omdat ze had verzwegen dat hij niet haar eerste was: ‘Waarom heeft ze gelogen, de trut, de kut?’

Wat had Jesenin anders moeten zeggen? ‘Waarom heeft ze gelogen, het secreet?’ Dan vraag je een karelvanhetrevekloon van de vertalenwaterstaatschool maar om het te googletranslaten met de eerstedebeste woordenboekbetekenissen, zoals in dit geval de wimhonselaarwoordenboekwoorden die hier precies maar dan ook precies net niet passen: ‘het takkenwijf’, ‘het serpent’, ‘het rotwijf’? Zie je het al voor je? Hoor je het al in je oren? Nou, ik niet.

In het derde citaat zijn de ‘kritikloten’ (ook in de tekst tussen aanhalingstekens) de blinde theatercritici die Mariëngofs vrouw volgens de overgevoelige echtgenoot niet de lof toezwaaien die ze verdient:

Al snel volgen de krantenrecensies. Ze werd geweldig geprezen. Maar ik floot minachtend. Omdat die ‘kritikloten’ Nikritina niet ‘de jonge Komissarzjevskaja’ noemden, zoals in Poltava.

Je hoort het Mariëngof zeggen tegen zijn vrouw: het is niet eens zo straf of sterk. Ook is het een subtiele verwijzing (maar buiten mededinging, louter een extraatje) naar een bekende, ook al niet heel geslaagde term van Ischa Meijer die het over actreurs en actreutels had – die nu met kritikloten met gelijke munt kunnen terugslaan.

 

Dit theateraffiche (van Vladimir Stenberg) maakt reclame voor de internationale toernee van het Kamertheater uit 1923, zonder Anna Nikritina die in verwachting was (Mijn eeuw, p. 189-193).

Er mag in Nederlands Vertalië van de eenentwintigste eeuw weleens wat krachtiger en vooral levensechter taalgebruik worden gebezigd dan tot nu toe gebruikelijk is, ook – en zeker – in vertalingen van klassieke werken, die in hun tijd net zo met de vuist op tafel sloegen, alleen met andere woorden. Maar als dat allemaal in een benepen taaleigen wordt vertaald dat de jaren vijftig (van welke eeuw dan ook) nog niet ontgroeid is, dan blijven die meesterwerken ernstig tekortgedaan worden.

_____

Verwijzingen

Zie ook het standaardwerk op het gebied van creatief vloeken en schelden – en daarmee vertalen (want wat is vertalen anders dan vloeken en schelden), Bindervoet & Henkes, Dat boek met die kuttitel, Schelden & vloeken in het Nederlands, Een cursus voor beginners en gevorderden, Prometheus 2015.

Over Joyce en het kroeghoofdstuk zie ook blog 57, Godgloeiendekankertering (onze vertaling in Ulixes van wat in 1969 ‘Donders nog aan toe’ was en in 1994 ‘Wel verduiveld’ en in het Engels ‘O hell’), hier.

Anatoli Mariëngof, Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen, Arbeiderspers 2022. De bespreking van Waegemans is te vinden op de site van het Nederland-Rusland Centrum, hier.

De snoepwikkel die te zien is als tegel bij dit artikel is ontworpen door Majakovski en komt uit het boek Sovjetreclame en propaganda in de jaren twintig van M. Anikst, Gaade 1987, p. 43 (zie Mariëngof, Cynici, p. 205, punt 6).