Vertaaldag  Archief

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Van het Frans naar het Nederlands en terug

Bij Paul van Ostaijens pastorales

Jan H. Mysjkin

Na Van Ostaijens vlucht naar Berlijn, eind 1918, vond een van zijn collega’s bij het opruimen van diens bureau op het stadhuis in Antwerpen een bundeltje vroege gedichten die hij, met uitzondering van één strofe, niet in Music-Hall had opgenomen. Het bestond uit vier getypte bladzijden die tot een bundeltje van acht bladzijden waren dubbelgevouwen. Dankzij René Victor, Van Ostaijens medescholier aan het Atheneum te Antwerpen, die het kleinood in zijn bezit had, kon Gerrit Borgers de gedichten opnemen in de verantwoording van het door hem verzorgde Verzameld werk van de auteur. Vandaag behoort het bundeltje tot het Archief Paul van Ostaijen in het Letterenhuis te Antwerpen.

Het eerste en het laatste gedicht in het vier gedichten tellende bundeltje zijn opmerkelijk genoeg in het Frans geschreven. Op De Reactor van 6 februari 2017 tekent Erik Spinoy daarbij aan: ‘[dat kan] vreemd lijken voor de (terecht) als een radicale flamingant bekendstaande Van Ostaijen. Het herinnert eraan dat Vlaanderen anno 1916 nog wezenlijk tweetalig was, wat voor een Vlaams schrijver in die tijd betekende dat daadwerkelijk gekozen diende te worden tussen het Frans en het Nederlands – een keuze die doorgaans mee gestuurd werd door sociale, politiek-ideologische en poëticale overwegingen (voor zover er al geen sprake was van een puur pragmatische, economische keuze).’ Later zal Van Ostaijen nog een paar gedichten in het Frans schrijven en de flamingantische activist had er geen moeite mee om zijn Franstalige landgenoten middels essays in hun taal te informeren over wat er in Vlaanderen cultureel aan de gang was, sterker nog, het enige interview met Van Ostaijen werd door Jean Laenen in het Frans afgenomen en gepubliceerd in Le XXe Siècle van 18 oktober 1925.

Voor mij, die het in zijn hoofd heeft gezet om het gehele creatieve werk van Van Ostaijen in het Frans te vertalen, is een van de prille Franse gedichten gesneden brood. Hier volgt de tekst van ‘Pastorale’:

Merkwaardig genoeg begint de tweede strofe in het typoscript wel degelijk met ‘Dans sa main gauche’, terwijl men hier logischerwijs ‘sa main droite’ zou verwachten, de linkerhand is namelijk al gevuld. Zou het om een overtikfout kunnen gaan? Van Ostaijen was wel vaker aan de slordige kant in zijn manuscripten, ja zelfs in de gedrukte tekst, en wat volgt lijkt mijn veronderstelling te staven. We kunnen de Franse pastorale bezwaarlijk een geslaagd gedicht noemen, ja, het is een schoolvoorbeeld van de poésie gnangnan. Tien jaar later, in het meinummer 1924 van Vlaamsche Arbeid neemt Van Ostaijen het tafereeltje onder de titel ‘Archaïese pastorale’ weer op en ditmaal is het een prachtig gedicht op weg naar de poésie pure

Hoe kan de Nederlandse pastorale zo dicht op de Franse zitten? Oké, de ‘marquise’ is een ‘jonkvrouw’ geworden – en dat is een markiezin toch ook altijd geweest –, de ‘brioches’ zijn ‘suiker en zoethout’ geworden, de ‘innocence’ een ‘simpele zang’. Daartegenover staat dat de jonkvrouw nog altijd ‘ter kerk’ (à l’église) gaat, dat ze nog altijd iets in haar handen draagt, ja in de rechterhand ‘haar hart… voor Onze Lieve Vrouw’ (son cœur / Pour […] la Sainte Vierge), dat er iets ‘heel wit / kaarswit’ (toute blanche, comme un cierge) in voorkomt en dat ze nog altijd een ‘franjeskleed’ (costume à franges) aan heeft. Had Van Ostaijen een prent voor ogen? Had hij zo’n goed geheugen dat hij zich dit gedicht zowat woord voor woord herinnerde? Had René Victor hem het gedicht bij een bezoek laten zien? Hoezeer Van Ostaijen zich ook van Music-Hall en Het Sienjaal had gedistantieerd, het is opmerkelijk hoeveel beelden en syntagma’s daaruit terugkeren in het werk uit zijn dadatijd en de poésie pure die hij na de Berlijnse periode ontwikkelde. De vertaler in het Frans, in casu Ego, kan in zijn vertaling ‘Pastorale archaïque’ niet om de formuleringen uit de eerste ‘Pastorale’ heen, wat de volgende versie oplevert:

 

Ik zou er nooit zijn opgekomen om ‘de kleinsten’ als ‘les mioches’ te vertalen, strikt genomen heb je in het Frans het bezittelijk voornaamwoord niet nodig bij ‘sa main gauche’ en ‘sa droite’, en je kunt net zo goed ‘la Vierge Marie’ in plaats van ‘la Sainte Vierge’ vertalen – maar met dit Franse voorbeeld van de auteur zelf voor ogen lijkt het mij aangewezen om Van Ostaijens alternatieven te verkiezen.

Of hoe een vertaling in het Frans kan terugkeren naar het (Franse) model van het (Nederlandse) origineel…

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.