Vertaaldag  Archief

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Kroonreis

Isabelle Bambust

Dit zou wel eens een belangrijke reis kunnen zijn. Net zoals de kroonbalk een belangrijke sluitbalk is waarin alle bogen van een gewelf zich verenigen, de kroonboezem een verwijde ader is waarin de meeste eigen aderen van het hart uitmonden, de kroongetuige de voornaamste getuige is, enz.

Vertalen we het deel ‘kroon’ van het woord ‘kroonreis’ in het Italiaans, dan muteert ‘kroonreis’ in ‘coronareis’. En daarbij krijgen we vandaag de dag uiteraard meteen een heel ander gevoel. Dit zou een reis kunnen zijn waarop je door het coronavirus besmet bent geraakt. Het zou ook de figuurlijke ‘reis’ kunnen aanduiden die je tijdens deze pandemie persoonlijk beleeft, al dan niet als coronapatiënt. Of tout court een letterlijke (vakantie)reis in de coronaperiode (die langer dan verwacht lijkt te duren); of nog, een revalidatiereis.

‘Corona’ stamt uit het Latijn en is een leenwoord van het Griekse woord korōnè (krans). Maar wat heeft het virus met die ‘kroon’ te maken? Het uitvergrote coronavirus heeft uitstulpingen rond zijn kern. Wordt in een vlak weergegeven, dan doet het denken aan een kroon of aan een krans.

Mijn persoonlijk beleefde reis was niet coronavrij. De man die ik graag zie werd in de week voor Pasen in een coronaziekenhuisafdeling opgenomen. Vandaag is hij nog herstellend, maar we zijn dankbaar dat hij het heeft overleefd. Dit bracht ons de laatste tijd vaak bij de uitdrukking ‘door het oog van de naald kruipen’. Deze zegswijze vindt haar oorsprong in het Matteüsevangelie (19:24) en wordt in de Franse versie van de Bijbel vertaald als ‘passer par le chas d’une aiguille’. Echter, in het Frans wordt hieraan de figuurlijke betekenis van ‘het onmogelijke bereiken’ gegeven, terwijl de Nederlandse uitdrukking verwijst naar ‘op het nippertje aan iets ontsnappen’.

Deze twee betekenissen zijn verwant. Ze kunnen elkaar goed aanvullen. Wanneer je het onmogelijke bereikt, kun je aan heel wat dingen ontsnapt zijn. En omgekeerd, wanneer je op het nippertje aan iets ontsnapt, bereik je ook vaak iets wat je (gezien de omstandigheden) niet voor mogelijk had durven houden. Je blijft in leven, en je ontsnapt aan de dood. Of je ontsnapt aan de dood, en je blijft in leven… ‘Op het nippertje’ of ‘op de nipper’ impliceert een grens. Een eerste mogelijke verklaring ligt in de ‘nipper’, het achterste gedeelte van het achterdek van een boot. Wanneer de boot net was vertrokken, konden de matrozen daar, dus letterlijk ‘op het nippertje’, nog aan boord springen. Een andere verklaring gaat uit van ‘nippen’ wat naast ‘een slokje drinken’ ook overeenkomt met ‘erop aankomen’, een betekenis die eigen is aan ‘nijpen’. De etymologiebank citeert ‘alst op t’nijpen quam’ voor ‘toen het erop aankwam’ (http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/nijpen).

Eerder schreef ik al ergens: ‘Grenzen nodigen uit om verder te gaan’… Doet u mee?

In de prille beoefening van mijn eerste taal – het Kalkens – kreeg ik (althans passief) vrij vlug een beeld van twee bijzondere ‘grensuitdrukkingen’. De eerste is ‘reis om reis’. In het Kalkens wordt dit uitgesproken met /ɛː/ en niet met /ɛɪ/. Zo kunnen we in het Kalkens zeggen:

De beke stoa reis om reis

of

’t Kelderschaken stoa reis om reis

of

De regenbak stoa reis om reis

Daarmee wordt bedoeld dat de waterspiegel van de beek, respectievelijk van het water in het kelderschouwtje of in de regenbak, op dezelfde hoogte staat als de oevers van die beek, respectievelijk de randen van het schouwtje of de boord van de regenbak. Een kelderschouwtje vormt een toepassing van de wet van Archimedes. Deze schouwtjes werden vroeger in kelders geplaatst. Het betreft meestal twee schouwtjes diagonaal tegenover elkaar. Zij vangen het grondwater op wanneer het tegen de keldervloer drukt, en voorkomen zo dat er water in de kelder zelf komt.

Kelderschouwtje in het Kalkense huis (bouwjaar 1948) van mijn grootouders

Een tweede uitdrukking houdt verband met deze ‘reis om reis’. Het gaat hier om een woord dat ik niet correct kan spellen in het Nederlands. Qua klank ligt het tussen ‘(a)rezzekes’ en ‘(a)razekes’. Zo kunnen we zeggen:

’k ben doar (a)rezzekes (of (a)res) ne keeë noar den bakker gegoan

of

ko em moa res getaukt

of

’k lage nog moa res en mijn bedde

Dit wil letterlijk zeggen: ‘ik ben daar eventjes een keer naar de bakker gegaan’ en ‘ik had hem maar eventjes geraakt’ en ‘ik lag nog maar juist in mijn bed’.

Mijn ouders en ikzelf – mama haar eerste taal is ook Kalkens; papa’s eerste taal is Overmeers (Overmere ligt naast Kalken) – vroegen ons onlangs af waar deze uitdrukkingen ‘reis om reis’ en ‘(a)rezzekes/(a)res’ hun origine zouden hebben.

Oh glorie, alleluja! Ja, in de Geïntegreerde Taalbank vind je werkelijk al je ‘gerief’. ‘Reis’ (derde betekenis) en ‘reizekens’ vinden er elk een aparte ingang. ‘Reis’ betekent ‘vlak, met de grond gelijk’. Het bijwoord ‘reizekens’ staat voor ‘eventjes, een kort poosje’ (bijwoord van tijd) of voor ‘nauwelijks, juist’ (beperkend bijwoord).

Dit schreef Lode Zielens (1901–1944) – kort na de bevrijding in Antwerpen om het leven gekomen door een Duitse V2-bom – in zijn verhaal ‘Moeders ziekte’:

De Kalkense ‘reis om reis’ vind ik nergens terug in de Geïntegreerde Taalbank, maar wel ‘reizereize’ en ‘reis aan reis’ en ‘reis en reis’ en zelfs ‘reis-à-reis’ voor ‘op gelijke hoogte met’.

Het woord ‘reis’ is aan het Romaans ontleend. Er wordt verwezen naar het Latijnse rasum (geschoren, van het werkwoord radere, scheren) – we denken meteen aan ‘tabula rasa’ – en naar de Franse vormen ‘res’, ‘ras’ en ‘rez’. De ‘reis aan reis’ is in het Frans rez à rez. De Franse benedenverdieping is de rez-de-chaussée, waar het per definitie gaat om een verdieping die zich op dezelfde hoogte bevindt als de straat, de chaussée. Dan heb je ook nog ras, bijvoorbeeld in de uitdrukking en avoir ras le bol. J’en ai ras le bol, ‘ik heb er genoeg van’, of ‘het zit me tot hier’, waarbij je dan met je uitgestrekte handpalm rakelings over de kroonnaad van je schedel scheert. Het Franse raser, scheren, gaat ook op ras terug. Een afgeschoren haartje komt immers ‘reis aan reis’ met de omliggende huid te staan. À ras betekent volledig plat, glad. Men zegt ook à ras bord, tot aan de boord.

Ik heb bij de Romaanse paragraaf hierboven twee opmerkingen. Een eerste opmerking is dat (à) ras ook in het Frans een bijwoordelijke functie kan hebben, in de betekenis van ‘zeer kort’, ‘kortbij’. We kunnen bijvoorbeeld zeggen cheveux ou ongles coupés (à) ras of zelfs rasibus, wat ‘kort gesneden haar of nagels’ betekent. Maar geen van deze uitdrukkingen in het Frans heeft bij mijn weten die abstracte betekenis in de vorm van een bijwoord van tijd of van een beperkend bijwoord, zoals dit in het Nederlands wel het geval is. Een tweede opmerking is dat er in de Romaanse basis, en ook tegenwoordig nog in de Franse standaardtaal, sprake is van die dubbele klank: a-gericht en e-gericht. Ik blijf het interessant vinden dat mijn eerste taal ook niet voor een eenduidige klank gaat (maar naast de /ɛː/ een klank toevoegt die noch -a noch -e is), terwijl de Nederlandse standaardtaal dit wel neigt te doen (met ‘reis’ en ‘reizekens’).

Tot slot. Mijn ouders zouden begin juli hun vijftigste huwelijksverjaardag vieren met een grandioos feest. Een kroonjaar! Een coronajaar, dus dit evenement valt nu even in het water. Maar daartegenover staat dan wel dat zij op woensdag 20 mei 2020 na lange tijd weer de mogelijkheid hadden om hun haartjes rasibus te laten knippen…

 

Isabelle Bambust is freelance vertaler en onderzoeker, en vrijwillig postdoctoraal medewerker aan de UGent, Faculteit Recht en Criminologie.

 

 

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.