Vertaaldag  Archief

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Vrouwen zijn gek

Ton  Naaijkens

Elsa von Freytag-Loringhoven! Dat die nu juist dat urinoir in de museumzaal heeft neergezet! Goed gek, want ze had er nog minder aan dan Marcel Duchamp, die er in geval van hoge nood gewoon gebruik van zou kunnen maken. Misschien heeft hij het wel gedaan, uit wraak alvast voor de manier waarop de baronesse (1874–1927) in 2018 met de eer ging strijken. Dada ten top, alles kan kunst zijn, juist iets dat je niet nodig hebt. En dan die hilarische foto’s van haar. Ik neem deze:

Gek is iets positiefs, voor de duidelijkheid. Het is mooi in een rijtje te staan met Djuna Barnes, Sophie Taeuber en Mina Loy. It’s time to give Elsa back her loo is het mooiste motto van het jaar. Veel vrouwelijke kunstenaars blijken – vaak in de omgeving van mannelijke kunstenaars – het publicitaire onderspit te hebben gedolven. Idem dito voor schrijfsters – maar het is vakantie, diepgravende essays zouden smelten in de zon.

De heisa rond Elsa deed me denken aan Leonora Carrington (1917–2011), over het algemeen bekend via de surrealistische kringen waarin ze vertoefde en kunst maakte. Deze rijke Britse – niet adellijk, wel OBE – is bekend om van alles, maar vooral als vrouw van Max Ernst. Lee Miller maakte een beroemde foto van het echtpaar:

Aan het eind van haar leven woonde en werkte ze in Mexico, waar deze krokodil van haar te bewonderen valt:


Een gek ding, en vast prettig om langs te lopen. Leonora Carrington ken ik van een deeltje in de onvolprezen reeks die Meulenhoff tussen 1983–1987 op de markt bracht. Directeur Laurens van Krevelen was er verantwoordelijk voor, het deeltje Carrington stelde hij als Laurens Vancrevel samen en het heet De ovale dame (1983).  Ze schilderde, surrealistisch, dromen vooral (‘onirisme’ zeggen kenners, dat is: zwaar dromen waardoor de slaap gestoord wordt en de droombeelden ook bij het wakker zijn blijven voortbestaan). En ze schreef: in 1939 verscheen La dame ovale, met zeven collages van Max Ernst. De eerste collage is deze:

 

De tekening roept een associatie met Medusa op, een symboliek die ik na het lezen van Mary Beards Vrouwen en macht (vertaald door Boukje Verhey voor Athenaeum, 2018) nog uitdrukkelijker op man-vrouwverhoudingen van toepassing acht. Ernst ging meer met de eer strijken, want het oorspronkelijke boek is lang bekend (en kostbaar) geweest door zijn etsen. De uitgave van Meulenhoff had alleen een klein etsje op het voorplat, dat zal met de rechten te maken hebben gehad. Nelleke van Maaren (1941–2014) was de vertaler van het boek, met daarin ook het verhaal ‘Beneden’, een vertaling van een oorspronkelijk in 1944 onder de titel ‘Down Below’ verschenen verhaal uit het surrealistische tijdschrift VVV. Het gaat over echte gekte, Carrington schreef het toen ze aan het begin van de oorlog in Santander in een psychiatrische kliniek opgenomen was. In een Utrechtse boekhandel zag ik de heruitgave van Beneden staan in de afdeling Psychologie, op de plankjes met psychiatrie, ziektegeschiedenis en diagnostiek.  Zo verschuiven genres, maar misschien wordt zo een beroep gedaan op een grotere zoekdrift van boekenkopers.

De ontstaansgeschiedenis van het verhaal werd beschreven door de socio-theologe Marina Warner, die er in 1989 een vertaling van maakte (samen met Kathrine Talbot, voor  Virago) op basis van dezelfde Franse uitgave uit 1978 die ook Nelleke van Maaren gebruikte. Frans geschreven door een Britse lady? Het kan, zoals Marina Warner uitlegde: eerste versie Engels, in de oorlog verloren gegaan; tweede versie in het Frans gedicteerd aan de echtgenote van een Franse surrealist; vervolgens terugvertaald voor VVV; en vlak na de oorlog vervolgens weer in het Frans vertaald. Marina Warner vertelt in haar nawoord (opgenomen in de zojuist verschenen heruitgave van uitgeverij Orlando) hoe het precies zit met die tekst en wat ze ervan vindt (p. 26–28) . Tegelijk refereert ze aan een andere status: de cultstatus die waanzin voor surrealisten bezat, ‘in het bijzonder vrouwelijke waanzin, als een gids naar de onzichtbare wereld’. Ik lees haar tekst als een pleidooi voor de mens Carrington, zonder het culturele of literaire belang van ‘Down below’. Uitgeverij Orlando weet wat ze doet: de basis voor de vertaling die nu als een gezamenlijk project van Lisette Graswinckel en Nelleke van Maaren te boek staat, is de Nederlandse tekst van 1983, maar is ook ‘herzien aan de hand van de meest recente en door Leonora Carrington gecorrigeerde uitgave’ (1988). Hoe het allemaal precies zit is ingewikkeld en misschien het duidelijkst af te lezen aan het aantal copyrightvermeldingen in het colofon: acht stuks, inclusief een voor het omslagbeeld – een schilderij van Carrington – en een voor de foto van de auteur.

In mijn sombere inleiding bij het afgelopen vertaaljaar noemde ik de hedendaagse Nederlandse vertaalhemel betrokken en beklaagde me over de onverzorgde hervertalingen die er intussen langstrekken. Het dwingt me ertoe de twee Nederlandse uitgaven met elkaar te vergelijken. Maar dat is zoals uit het bovenstaande blijkt geen sinecure. Ik beschik niet over de verschillende originelen, maar de auteur zag blijkbaar haar eerste versie ook pas terug op haar zeventigste,  bijna een halve eeuw na ontstaan. De eerste Nederlandse vertaler kon juist de tweede versie pas na afloop van haar werk onder ogen hebben gekregen; de tweede besloot, vast in samenspraak met de uitgever, niet een nieuwe vertaling te maken, wat had gekund. Er zijn ook verschillen in presentatie. In 1983 begint Beneden met een intrigerende brief van de schrijfster aan Henri Parisot, vriend en uitgever. ‘Ik ben niet meer het charmante jongemeisje dat indertijd in Parijs woonde en verliefd was. Ik ben een oude dame die veel heeft geleefd en ik ben veranderd – als mijn leven iets waard is dan ben ik het resultaat van de tijd.’ Geschreven rond 1945, na de oorlog, na Santander, na Max Ernst – omstreeks haar achtentwintigste. Ik vergelijk een bladzijde. Sommige woorden zijn ineens met een hoofdletter geschreven (‘Kennis’), blijkbaar volgens de gecorrigeerde editie; soms is de wijze van formuleren wat vlotter (‘zeker weten’ voor ‘wel zeker’); de zinsstructuren blijven overeind; sommige zinnen zijn verhelderd: ‘Ik was nog niet verder dan een embryo van kennis en ik zal proberen dat hier zo getrouw mogelijk weer te geven’ is veranderd in ‘Wat ik hier zo getrouw  mogelijk ga proberen weer te geven was slechts een embryo van kennis.’ Zo’n zelfde embryo van kennis verwoord ik hier, om uitgelegde redenen, vooral om te wijzen op een bijzondere vrouw.

Reageren? info@tijdschrift-filter.nl.