Vertaaldag  Archief

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Onbegonnen werk

Ton Naaijkens

Tja, het is hoogzomer, je trekt in alle gauwigheid wat kleren aan en gaat de straat op alsof het niks is. En dan toch klagen. Dat komt – beken ik – omdat ik hard aan het werk hoor te zijn, en ook wel ben. Samen met vier anderen zijn we een geschiedenis van het vertalen in de Lage Landen aan het schrijven, en die moet af en in 2020 op de markt zijn. Maar we hebben bij nagenoeg nul moeten beginnen en zijn al flink lang bezig; ik heb mezelf een minimum gesteld van 500 woorden per dag, en de ene dag lukt dat beter dan de andere. Het hete weer valt dan niet mee, maar is te doorbreken. De reden om te klagen is dat het eigenlijk onbegonnen werk is: er is zo veel, de informatie is zo omvangrijk, er is geen beginnen aan. En dan hebben we ook nog eens te maken met het fenomeen vertalingen – teksten die zo ongrijpbaar en mobiel zijn dat ze je telkens door de vingers glippen. En dan toch klagen, zeg ik nogmaals, juist omdat ik nu zelf net verblijd ben met een boek dat Teksten in beweging heet. Je zei het toch zelf, hoor ik me hardop zeggen: vertalingen bewegen toch, dat is toch goed. Ik weet het, de leukst bewegende teksten zijn inderdaad vertalingen, maar het moet niet al te gek worden. Stonden ze maar eens stil, die teksten.

Vanmorgen was het weer zover. Ik zag dat er op 4 juli een nieuwe vertaling van Pinokkio op de markt is verschenen, vertaald door niemand minder dan Pietha de Voogd, verschenen bij Novecento, een nieuwe uitgeverij met veel aandacht voor de Italiaanse cultuur (bijvoorbeeld een kookboek van Pellegrino Artusi en een boek met de spannende titel Liefde & Wiskunde). Pietha de Voogd heeft haar vertaling opgedragen aan drie jongetjes, Abel, Max en Casper, en ze zullen hun hart kunnen ophalen aan deze Pinokkio, hoe agressief, gewelddadig en knokbereid de houten pop ook is. Pinokkio is bij Disney aandoenlijk maar bij Carlo Collodi gehaaid en onberekenbaar, al hoeft het fenomeen dat zijn neus groeit bij een leugen niet per se freudiaans geduid te worden. Je kunt per slot van rekening van het minste of geringste ook gewoon gaan blozen. Pinokkio wil je als italianistisch vertaler op je palmares hebben – en als illustrator natuurlijk (nu is dat Sjaak Rood). Het is lang niet de eerste Pinokkio-vertaling, een stuk of zes integrale versies zijn er in het Nederlands verschenen: beweging alom. Ik weet nog goed dat Leontien Bijman en Annegret Böttner eind jaren tachtig een vergelijkend warenonderzoek deden naar Pinocchio en Pinokkio en vervolgens naar goed gebruik ook een eigen vertaling afleverden: vlak na hun onderzoek, in 1988 bij Ploegsma, met illustraties van Jan Jutte. Oei, dat is dus alweer dertig jaar geleden (ik probeer niet te klagen). Een vertaling van een klassieker als Pinokkio moet wel een jaartje of veertig, vijftig meekunnen, zegt Pietha de Voogd in haar nawoord. Ploegsma toont de Bijman-Böttnerversie op haar website niet, dus die is niet meer in de handel. De vertaling van Hans Andreus staat als gebonden Rainbowpocket gewoon in de winkel en is op z’n minst van 1967 (en niet van 1983 zoals de kb.nl en de uitgever van de pocket beweren). Overlap is er natuurlijk wel als je al die boeken in je kast hebt staan. Overdaad ook. Maar het leidt bovendien tot verwarring, zoals de communisten al claimden. En het is waar. Als er te veel is beweegt er te veel.

 

Zodra je aan het zoeken slaat kom je behalve de zes integrale vertalingen nog een stortvloed aan andere uitgaven tegen, alleen al via de KB, maar als je verder doorzoekt op de bontere maar ook rijkere antiquariatensites vind je nog veel meer (het heet dan naverteld, bewerkt etc.) – een en al troebele woeling. De eerste vertaling is terug te vinden op dbnl, tweede druk, ‘met 85 oorspronkelijke teekeningen’, uit een Haagse bibliotheek met hier en daar potloodaantekeningen en vertaald ‘naar het Italiaansch’ door ene Delforno, ongeveer 1900. Dat is het begin van de eeuw uit onze geplande vertaalgeschiedenis die aan mij is toevertrouwd, sterker nog, het eerste jaar ervan: ik zit dus helemaal bij de oerknal van de eeuw, op het moment dat Delforno de literatuur bezag en Pinocchio in zijn of haar houtgreep nam. Tja, daar had Frans Denissen zich al eens over uit gesproken: ‘Nog steeds tot deze periode behoort ook het boek uit de Italiaanse literatuur dat ongetwijfeld (en dat zal wel voor bijna alle talen gelden) het grootste aantal vertalingen en – vooral – bewerkingen heeft gekend: Le avventure di Pinocchio (1883) van Carlo Collodi (pseudoniem van Carlo Lorenzini, 1826-1890). Het werd in 1900 voor het eerst in het Nederlands omgezet door een vertaler die zich achter het nog onopgehelderde pseudoniem Delforno verborg’ (Filter 2004, 11:3, 67-72). 

Over troebelen gesproken: een onopgehelderde vertaler, en eentje die bij wijze van spreken in de vroege uurtjes van nieuwjaarsdag 1900 op zijn hoge bi klom om met Pinokkio te gaan leuren. Ik kan het niet laten om net als Denissen te gaan speuren naar Delforno – hij kan overal te vinden zijn (uitgever Honig van de dbnl is in Utrecht thuis – maar als we even verder zoeken zitten we in Nijmegen, bij uitgeverij Van Vrijberghe de Coningh, verantwoordelijk voor de eerste druk, recentelijk nog vermeld in een Nijmeegs bodemonderzoek als boek- en handelsdrukkerij). En Delforno is ook een gewoon voorkomende Nederlandse familienaam. Maar ik kom niets op het spoor; als Frans Denissen het al niet weet, wie ben ik dan. Is er vertaalgeschiedenis te schrijven als alle vertalers in de put der vergetelheid verdwijnen? Ergens denkt Denissen dat Delforno het pseudoniem is van Louise van Everdingen, de tweede vertaler, maar dat lijkt me sterk (haar vertaling verschijnt pas zo’n dertig jaar later).

Ik scrol nog even door de Delforno, zie dat hij of zij P. een harlekijn noemt (de nieuwe vertaalster klaagt over ‘marionet’, wat P. misschien niet echt is, maar kiest het toch want dat staat er in het Italiaans1) en blijf hangen aan een van de vele vechtpartijen (een kinderboek? Disney heeft ze natuurlijk verdoezeld; Linda Pennings had het in haar pinocchiologische Filter-column ooit over de ‘hidden adult’ die zich achter Pinocchio verbergt). Wat gebeurt er toch allemaal:

Ze wonden zich hoe langer hoe meer op; van woorden kwamen ze tot daden, ze pakten elkaar bij de haren en sloegen elkaar op het gezicht.
Nadat het gevecht uit was, merkte baas Antonio, dat hij de gele pruik van Geppetto in de hand en Geppetto, dat hij den grijze pruik van den timmerman in de mond had.

Bij Pietha de Voogd lees je dit – ze doet er een flink schepje bovenop (het is per slot een integrale vertaling):

De gemoederen raakten steeds meer verhit, en op een gegeven moment lieten ze het niet bij woorden alleen: ze grepen elkaar bij de haren, krabden, beten en gingen tekeer als een stel apen.
Toen ze uitgevochten waren, had Meester Antonio de gele pruik van Geppetto in zijn handen en merkte Geppetto dat hij de peper-en-zoutkleurige pruik van de timmerman tussen zijn kaken had.

 

Illustratie bij de vertaling van Delforno

Illustratie van Sjaak Rood bij de vertaling van Pietha de Voogd

Ik zoek ook Hans Andreus op, misschien dat het iets zegt over verschuivende normen. Hij vertaalt zo (volgens de nieuwe Rainbow-uitgave van 2017, p. 10):

Ze wonden zich hoe langer hoe meer op – en ten slotte vlogen ze elkaar in de haren en het werd een echt gevecht, met vuisten en nagels en alle tanden in hun mond die ze nog overhadden. Eindelijk hielden ze op en ze bemerkten dat Baas Antonio de gele pruik van Geppetto tussen zijn tanden had en Geppetto de peper-en-zoutkleurige van de timmerman.

Ja, die kleine verschillen – in de haren vliegen, tussen de kaken, op het gezicht slaan, te keer gaan als apen – het maakt wel degelijk uit. Linda Pennings schreef ooit over haar ideale Pinokkio: ‘Mijn gedroomde vertaling is een hypertekst die alle betekenislagen en stijlelementen van het origineel bevat en waarin willekeurig welke lezer naar believen keuzes kan openen of sluiten: illustraties, voorleesopties, notenapparaat, tweetalige weergave, interactieve tools... Maar voor het zover is zou ik al dolblij zijn met De avonturen van Pinocchio tussen de klassieken van de Perpetuareeks.’ Dat heeft niet zo mogen zijn, maar Pietha de Voogd heeft nu wel een fraaie en innemende tekst gepresenteerd die niet alleen haar drie jongetjes zullen weten te pruimen. Dat ze mij diep wegdrukt in het onbegonnene – ik was aan het klagen – is iets geheel anders. Maar op wiens pruik moet ik azen? Was ik zelf maar Pinokkio, dan had ik geen gelegenheid me de haren uit het hoofd te trekken over de mate van geweld die een vertaling aan kan. Aan ’t werk!

 

Noot
1 Filter-redacteur Eva Wissenburg worstelde naar verluidt een paar weken geleden ook met een marionet: ‘Er stond “marionette” in het Frans, maar de pop had een lappen lijfje. Later kwam ik erachter dat marionette in het Frans bijna elke pop is die met de handen moet worden bewogen (in dit geval bleek het een poppenkastpop), absoluut niet alleen de marionet met touwtjes aan zijn ledematen die we in het Nederlands voor ons zien.’