Week 10: Roemer Leushuis

Vertaaldag Archief

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

Daniel Defoe of de publicatie-angst der Nederlandsche uitgeef-maatschappijen

Roemer Leushuis

Toen de coronapandemie in haar volle omvang was uitgebarsten, viel mijn oog op de Penguin-uitgave van A Journal of the Plague Year (1722) van Daniel Defoe, met een pakkend voorwoord van Anthony Burgess. Veelschrijver Defoe verhaalt daarin over de wederwaardigheden van een Londenaar genaamd H.F., waarschijnlijk zijn oom Henry Foe, tijdens de vernietigende pestepidemie die Londen trof in 1665 en 1666. Ik herlas het en werd getroffen door de overeenkomsten met de covidpandemie: er deden allerhande wilde theorieën de ronde over de oorzaak van de ziekte, kwakzalvers en valse profeten kregen een groot publiek, nepmedicijnen werden bij de vleet verkocht en de bevolking reageerde op onverwachte en soms radicale wijze op goedbedoelde overheidsmaatregelen.

Literatuurwetenschappers zijn lang verwikkeld geweest in, mijn inziens zinloze, discussies over de vraag of het een roman of een journalistiek verslag is. Het genre roman had zich toen nog niet ontwikkeld en bovendien wordt Defoe ook de hemel in geprezen voor zijn professionele journalistieke aanpak bij het schrijven van The Storm, waarvoor hij op systematische wijze ooggetuigen heeft gezocht en geïnterviewd. Hij was zowel romanschrijver als journalist (en bovendien sokkenhandelaar, baksteenproducent, wijnhandelaar, uitbater van een plezierboot en spion) en voelde zich niet geremd om beide vaardigheden toe te passen bij het schrijven van dit boek.


Daniel Defoe in het schandblok, Eyre Crow, 1862

Ik ontdekte dat het boek nooit in het Nederlands was vertaald. Er waren wel vertalingen in tenminste 21 andere talen, zelfs in het Perzisch en Koreaans, drie in het Duits, drie in het Italiaans en twee in het Tsjechisch. Alberto Moravia publiceerde zijn vertaling Diario dell'anno della peste in 1935. Ik heb het boek zelf in het Nederlands vertaald en in februari 2025 via het online uitgeefplatform Brave New Books als doe-het-zelver gepubliceerd onder de titel Dagboek van het pestjaar. Er zijn bijna honderd exemplaren verkocht en veel bibliotheken in Nederland en Vlaanderen hebben er één in bezit. Geen van de uitgeverijen die ik aanschreef wilde de vertaling publiceren, hoewel Van Oorschot wel even leek te twijfelen na een goed woordje van Niek Miedema bij de redactie. De uitgevers motiveerden hun afwijzingen bijna altijd met de reden dat het commerciële risico van publicatie te groot was.

Terwijl ik de ene na de andere afwijzing ontving, begon ik me af te vragen welke vroegmoderne Engelse prozateksten in het Nederlands zijn vertaald, en wat de overwegingen zijn geweest om wel of geen vertaling te publiceren. Het is altijd moeilijk om achteraf te ontdekken waarom een boek niet is vertaald, maar er zijn wel mogelijke verklaringen.

Verwijzingen naar de Republiek
A Journal of the Plague Year kan in het Engelse taalgebied nog steeds rekenen op een geïnteresseerd publiek. Het is een klassieker van de Engelse literatuur. Bovendien was en is het boek voor Nederlandse lezers interessant vanwege de vele verwijzingen naar de Nederlandse Republiek. Amsterdam en Rotterdam worden in de eerste zin genoemd. De pest had daar volgens geruchten gewoed in 1663 en de ziekte was in Londen aangekomen in een pak zijden stoffen uit Amsterdam.

Waarom bestond er dan geen enkele Nederlandse vertaling? Hadden de weinige achttiende-eeuwse Hollanders en Zeeuwen die wel Engels beheersten A Journal of the Plague Year soms meteen na lezing van de eerste bladzijden weggelegd omdat Defoe naar Holland wijst als bron van de besmetting? Of omdat Defoe kritische opmerkingen maakt over ons land? Tijdens de Londense pest van 1665 was het politiek roerige Engeland namelijk in oorlog met de Republiek. Het was de Tweede Nederlands-Engelse Oorlog. Zo schrijft Defoe dat Hollandse kapers de kolenschepen belaagden die vanuit Noord-Engeland naar Londen voeren en beschuldigt hij de Hollandse kooplieden van achterbakse praktijken:

onze handel […] heeft zich pas heel lang na het einde van de pestepidemie hersteld. De Vlamingen en vooral de Hollanders hebben daar heel sterk van geprofiteerd. Ze hadden de hele markt voor zichzelf. Sterker nog, ze kochten onze producten op in verschillende delen van Engeland waar de pest niet was uitgebroken en vervoerden ze naar Holland en Vlaanderen. Daarna exporteerden ze die verder naar Spanje en Italië alsof het Hollandse of Vlaamse producten waren.

Dat er geen Nederlandse vertaling is verschenen na afloop van de Engelse oorlogen (de vierde eindigde in 1784) komt misschien doordat Nederlanders Engeland lange tijd als een enigszins vijandelijke natie bleven beschouwen, die kolonies als de Kaap in Zuid-Afrika en Ceylon, het huidige Sri Lanka, had ingepikt en aan de ‘verkeerde kant’ stond tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. 

Het Engels in de Nederlanden
Daar komt bij dat de kans dat Engels proza in Nederland of Vlaanderen werd opgemerkt en vertaald lange tijd klein was. Nederlanders verachtten de Engelse taal en weinig Nederlanders konden Engels lezen. Er kwamen wel Nederlandse vertalingen van filosofische, historische, religieuze en wetenschappelijke werken: Hobbes, Locke, Boyle en Newton. Vertalingen van Shakespeare lieten lang op zich wachten: tussen 1778 en 1782 werden er wel in korte tijd vertalingen van veertien toneelstukken van hem gepubliceerd. William Sewel verweet Nederlandse lezers in het voorwoord van zijn Engels-Nederlandse woordenboek van 1708 dat ze niet konden geloven dat er iets moois kon zijn geschreven in de Engelse taal, ‘though it is second to none in richness of words and dignity of style’. Een literair werk moest dus wel van bijzonder hoogstaande kwaliteit zijn of het moest als een paal boven water staan dat de verkoopvooruitzichten uitstekend waren. Vrijwel geen Nederlander las Engels. Nergens in Nederland vormde het Engels onderdeel van het curriculum op scholen, terwijl het Frans vanaf de zestiende tot in de negentiende eeuw overal werd onderwezen op de ‘Franse scholen’. Het Engels kwam pas na de invoering van de onderwijswet van Thorbecke in 1863.

Robinson Crusoe
De eerste Nederlandse vertaling van Defoe’s The Life and Strange Surprizing Adventures of Robinson Crusoe, of York verscheen al in 1720, één jaar na het origineel. De anonieme ‘vertaalder’ schreef in zijn voorwoord: 

Niemand, die de overzetting van dit Boek te lezen komt, zal zig zyne moeite beklaagen, veel minder verwonderd zyn, dat het zelve in Engeland met zoo veel toejuiching ontfangen is, en zoo veel ingang gevonden heeft, dat daar van in korten tyd een byna ongelooflyk getal Exemplaaren aan de man geholpen zyn, zynde het zelve reets voor de vierde maal ter Drukpers gebragt.


De eerste vertaling in het Nederlands van Robinson Crusoe

 Het grote succes van Robinson Crusoe is waarschijnlijk verklaarbaar door de enorme interesse in verre landen van de toenmalige Engelse en Hollandse lezers. De overzeese handel bood kansen op rijkdom. In de Republiek was al in 1652 De wonderlyke reizen van Fernando Mendez Pinto gepubliceerd. Dit was een vertaling door Jan Hendrik Glazemaker van Peregrinação (Lissabon, 1614), een autobiografisch werk van de Portugese ontdekkingsreiziger Mendez Pinto over zijn reizen naar het Verre Oosten. De avonturenroman Robinson Crusoe is een typisch product van het vroegmoderne, mercantilistische Engeland en de bevolkingsgroep van protestantse ondernemers waar Defoe toe behoorde. De Engelse stedelijke elite bestond, net als in Holland en Zeeland, grotendeels uit kooplieden die handel dreven met lucratieve kolonies in overzeese gebieden en nieuwsgierig waren naar de avonturen van zeevaarders in die verre oorden. De ruwe geldhonger werd gevernist met een laagje bekeringsijver: de Europeanen zouden beschaving en christendom brengen aan de inheemse bevolking en de Afrikanen die naar Amerika werden, getransporteerd om op de plantages te werken.

Daarnaast werd Robinson Crusoe steeds meer geschikt gevonden als leesvoer voor jonge lezers en tegenwoordig wordt het eigenlijk alleen nog beschouwd als jeugdboek. 

Samuel Pepys
Wanneer je je afvraagt waarom een vertaling van Defoe’s Journal of the Plague Year zo lang op zich heeft laten wachten, ligt het voor de hand ook eens te kijken naar de eerste Nederlandse vertaling van de dagboeken van Defoe’s tijdgenoot Samuel Pepys. Die staan ook vol met verwijzingen naar de Republiek, maar de (latere) populariteit ervan was waarschijnlijk ook te danken aan Pepys’ beschrijvingen van zijn seksuele activiteiten met zijn huishoudsters en andere dames. Hij schreef zijn dagboeken in de periode 1660 tot 1670, in een kortschrift-systeem, een soort steno, waarbij hij ook nog een aparte geheimtaal gebruikte voor de losbandige scenes. De dagboeken werden pas veel later volledig ontcijferd en de eerste Engelstalige publicatie van de gekuiste versie kwam in 1825. De Nederlandse vertaling van J.C. Mollema getiteld Samuel Pepys in woelige dagen volgde pas in 1948. De calvinistische seksuele moraal van het preutse vooroorlogse Nederland heeft een eerdere publicatie ongetwijfeld in de weg gestaan. En misschien was Engeland na de bevrijding van het Duitse juk in een positiever daglicht komen te staan. Die preutsheid kan bij de vrome dissenter Defoe echter geen rol hebben gespeeld. De hoofdpersoon van Dagboek van het pestjaar raadpleegt bij elke belangrijke beslissing de Bijbel.

Aphra Behn en de late vertaling van Oroonoko
Het snelle verschijnen van de eerste vertaling van Robinson Crusoe contrasteert met het lange uitblijven van de eerste vertaling van de in Engeland bijzonder populaire korte roman Oroonoko; or the Royal Slave (1688) van de dichter, schrijver, spion en vertaler Aphra Behn (1640-1689). Deze roman was in Engeland mogelijk even succesvol als Robinson Crusoe en gaat over de Afrikaanse prins Oroonoko, die als slaaf naar Amerika werd verscheept, en over zijn beantwoorde liefde voor de oogverblindend mooie Imoinda, eindigend met hun beider dood.

De eerste Nederlandse vertaling (De geschiedenis van den koninklijken slaaf), door de Surinaamse onderwijsinspecteur en wiskundige Herman Benjamins, verscheen pas in 1919 en 1920, in vier afleveringen van de eerste jaargang van De West-Indische Gids. De Duitse vertaling was er echter al in 1709 (Leben und Liebes-Geschichte des Königlichen Sclaven Oroonoko in West Indien). De eerste Franse vertalingen (Oronoko ou le Prince Nègre) verschenen in 1769 en 1795. De eerste Nederlandse vertaling in boekvorm, door Albert Helman, verscheen in 1983: Oroenoko of de Koninklijke Slaaf.


De Franse vertaling van Oroonoko uit 1797

Op het eerste gezicht zou je zeggen dat Oroonoko voor de Nederlandse lezer interessant moest zijn omdat de roman zich gedeeltelijk afspeelt in Suriname, toen de Engelsen daar nog de scepter zwaaiden. Maar ik vermoed dat het boekje ongeschikt werd geacht voor vertaling omdat er een slavenopstand in plaatsvindt. Lezen over zo’n rebellie, uitgerekend in Suriname, was onverenigbaar met het aangename vooruitzicht op grote winsten die de Hollandse lezers graag associeerden met exotische oorden. Bovendien krijgen Oroonoko en zijn geliefde Imoinda in deze roman een menselijk gezicht, terwijl Afrikanen door de meeste Hollanders en Zeeuwen werden beschouwd als bedrijfskapitaal. Oroonoko is dapperder en sterker dan menig Europeaan en de schoonheid van Imoinda is vrijwel onovertroffen. Dit is strijdig met de vroegmoderne mythe dat Afrikanen minderwaardig waren en daarom zonder probleem tot slaaf konden worden gemaakt, één van de ideologische pilaren die het gebouw van de slavernij overeind hielden. Het Engelse publiek was mogelijk minder vatbaar voor deze mythe dan het Hollandse. In Engeland ontstond al vanaf 1779 een abolitionistische beweging en de slavernij werd in het Britse rijk afgeschaft in 1834. In de Nederlandse kolonies werd slavernij pas rond 1860 afgeschaft.

Daar kwam nog bij dat Aphra Behn ook bekend was als schrijver van de comedie The Dutch Lover (1673), waarvoor ze gebruik maakte van de anti-Nederlandse sentimenten die in Engeland leefden tijdens de Derde Engelse-Nederlandse Oorlog. In dit toneelstuk zou een verwijfde Hollandse koopman genaamd Haunce van Ezel met Euphemia trouwen, maar zij geeft de voorkeur aan de Vlaamse Alonso.

Jonathan Swift
Van Gulliver’s Travels (1726) van Jonathan Swift is al slechts één jaar na de verschijning in Engeland een eerste Nederlandse vertaling verschenen. Daarna verschenen nog meer Nederlandse vertalingen en bewerkingen. Ik geloof dat het succes ervan mede te danken is aan het hoge avonturengehalte. Ook werd het in de loop der tijd in Nederland steeds populairder als jeugdboek. Toch schenen de achttiende-eeuwse Hollanders de politieke satire van Swift te begrijpen en te waarderen: de bevolking van het eiland Lilliput is verdeeld door zinloze meningsverschillen, zoals over het dragen van hoge of lage hakken, net als de bewoners van Engeland verdeeld waren over religieuze kwesties. In het derde deel worden de Hollanders ook op de hak genomen, maar dat lijkt in dit geval niet te hebben geleid tot Hollandse afkeer van het boek. Integendeel, er kwamen steeds meer uitgaven en bewerkingen, waarschijnlijk ook bedoeld als jeugdboeken. Net als Robinson Crusoe eindigde Gulliver’s Travels als jeugdboek.

Minachting, politiek, religie en geld
Het was dus allerminst vanzelfsprekend dat succesvolle Engelse proza uit de zeventiende en achttiende eeuw werden vertaald in het Nederlands. Tot circa 1860 speelde de minachting voor de Engelse taal en de onbekendheid van Engelse literatuur een rol. Daarnaast wogen politieke factoren ongetwijfeld mee: hoe beter de relatie tussen de landen, hoe meer er werd vertaald. Vertalingen van werken die anti-Hollandse agitatie bevatten, kwamen pas na de Tweede Wereldoorlog, toen de Angelsaksische wereld in een positiever daglicht kwam te staan. Verder speelden ethische en religieuze argumenten om niet te vertalen hoogstwaarschijnlijk een rol, voorbeeld bij de dagboeken van Samuel Pepys. En ten slotte speelden en spelen de winstverwachtingen van uitgevers een rol.

Bibliografie
Behn, Aphra. 1919-1920. ‘De Geschiedenis van den Koninklijken Slaaf Oroonoko’. In: De West-Indische Gids. Amsterdam: Martinus Nijhoff.

Behn, Aphra. 1709. Leben und Liebes-Geschichte des Königlichen Sclaven Oroonoko in West Indien. Hamburg: Thomas von Wiering.

Behn, Aphra. 1983. Oroenoko of de Koninklijke slaaf. Amsetrdam: De Arbeiderspers.

Behn, Aphra. 1688. Oroonoko; or the Royal Slave. Londen: William Canning.

Behn, Aphra. 1769. Oronoko ou le Prince Negre. Parijs: Chez Vente.

Behn, Aphra. 1673. The Dutch Lover. Londen: Thomas Dring.

Defoe, Daniel. 1719. Robinson Crusoe. Londen: William Taylor.

Defoe, Daniel. 1722. A Journal of the Plague Year. Londen: E. Nutt, J. Roberts, A. Dodd, J. Graves.

Defoe, Daniel. 1966. A Journal of the Plague Year. Harmondsworth: Penguin Books Ltd.

Defoe, Daniel. 2025. Dagboek van het pestjaar. Amsterdam: La Frontera.

Defoe, Daniel. 1704. The Storm. Londen: Sawbridge.

Jachtenberg, F.J.A. 1989. Jonathan Swift in Nederland (1700-1800). Deventer: Sub Rosa.

Mendez Pinto, Fernão. 1614. Peregrinação. Lissabon, Pedro Crasbeeck.

Pepys, Samuel. 1825. Memoirs of Samuel Pepys, London: Richard, Lord Braybrooke.

Pepys, Samuel. 1948. Samuel Pepys in woelige dagen. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & Zoon

Sewel, William. 1708. Groot Woordenboek der Engelsche en Nederduytsche taalen. Amsterdam: weduwe van Steven Swart. Geraadpleegd op https://archive.org/details/bim_eighteenth-century_a-large-dictionary-engli_sewel-william_1708/page/n11/mode/2up

Schoenaers, Dirk, Theo Hermans, Inger Leemans, Cees Koster en Ton Naaijkens. 2021. Vertalen in de Nederlanden : een cultuurgeschiedenis. Amsterdam: Boom.

Swift, Jonathan. 1726. Gulliver’s Travels. Londen: Benjamin Motte.

Wekker, Herman. 1983. ‘Aphra Behn en de geschiedenis van de koninklijke slaaf Oroonoko’.  OSO. Tijdschrift voor Surinaamse Taalkunde, Letterkunde en Geschiedenis. Nijmegen:  Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek, Jaargang 2 ,p. 82-86. Geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek)

Welle, J.A. van der. 1962. Dryden and Holland. Groningen: J.B. Wolters. Geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek)