Hoeveel van de Nederlandse kinderboeken zijn vertaald? Onder de inzendingen voor de Griffels en Penselen in 2025 is 35-40% vertaald, mailde organisator Janneke Siebelink desgevraagd. Van de twaalf Zilveren Griffels gingen er twee naar vertaalde boeken, van de acht Penselen vier. Bij de Gouden prijzen zijn vertalingen uitgesloten. Slechts 30% van de prijzen ging dus naar vertalingen in de Grote Vriendelijke Honderd (GV100) vinden we zelfs maar 26% vertalingen - met veel Astrid Lindgren en Roald Dahl. Vergeten we de nieuwe vertalingen niet? Hieronder gaat het over cijfers en over hoe Davide Morosinotto vertaald is, aan de hand van de nieuwe Vertaalzolderpodcast.
Wie kijkt naar GV100 van 2025, die lijst met favoriete kinderboeken aller tijden, ziet al viermaal Astrid Lindgren, driemaal Roald Dahl, en tweemaal Michael Ende en J.K. Rowling - klassieke kinderboekenschrijvers. Ook van de Amerikaanse young adultschrijfster Jandy Nelson werden twee boeken de lijst ingestemd.
Onder de resterende dertien zijn klassiekers van Frances Hogdson Burnett (De geheime tuin, vertaling Imme Dros), Monica Furlong (Heksenkind, vertaling Anneke Koning-Corveleijn), Arno Lobel (Alle verhalen van kikker en pad, vertaling Ed Leeflang, A.G. van Melle, W.J. van Melle-Meijer, Ank van Wijngaarden) en Werner Holzwarth (Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft, vertaling Ineke Ris), en wat jongere boeken van bijvoorbeeld Matt Goodfellow (Het laatste jaar, vertaling Willem Jan Kok).
Behalve dat er net als in 2024 dus maar 26 vertalingen gekozen zijn (de impact van de Vertaalzolderpodcast moet nog groeien, misschien moeten we maar meer vertalingen tippen), zijn het ook veel oudere boeken, terwijl de lijst zelf elk jaar toch rond de twintig nieuwe titels bevat.
Maar ik tel onze zegeningen. Voor de derde achtereenvolgende editie staat Davide Morosinotto's De allergrootste (vertaling Manon Smits en Pieter van der Drift) in de lijst, met 20 plaatsen gestegen naar 67.

Twee jaar geleden lazen de Vertaalzolderaars, Anne van Buul, Eva Wissenburg en ikzelf, in de Filterprijsjury al dit boek. Het kwam op de shortlist (de winnaar van dat jaar, Mourlevats Jefferson, vertaald door Els Dumez-Blocken en Lies Lavrijsen, valt dit jaar buiten de honderd). Voor mij was De allergrootste een warme kennismaking met een oeuvre. De Italiaanse jeugdboekenschrijver Davide Morosinotto (1980, klemtonen op de a en de derde o) publiceert sinds 2009 en zeven van zijn boeken zijn door Smits en Van der Drift in het Nederlands vertaald. Twee van zijn boeken werden met een Griffel bekroond: één Bronzen en één Zilveren. Die gingen naar twee delen uit zijn rivierendrieluik, boeken waarin meerdere kinderen grootse avonturen beleefden rondom grote rivieren: de Neva, de Amazone en de Mississippi. In alle drie die boeken laat hij het perspectief verspringen, en geeft de kinderen echt een eigen stem, en hij maakt er ook een visueel spektakel van.
Geen illustraties, één vertelstem: zo beschouwd is De allergrootste, dat het leven van een Chinese piratenkeizerin beschrijft, een minder spectaculair boek. Maar hoewel het dik is, leest het soepel en snel. Het is even magisch als gewelddadig, even feministisch als historisch. Het is een favoriet allertijden.
En om het oeuvreverhaal af te maken: onder de vertalingen is een pre-historisch verhaal over een eenzame mammoetjager, een laat-Romeins verhaal dat het begin is van een reeks over de geschiedenis van Venetië, en een tijdreisroman. Stuk voor stuk heel spannende boeken waarin Morosinotto de dood, de liefde en het fysieke niet mijdt.
Voor de Vertaalzolder beeldbelden we met Smits en Van der Drift over hun voorkeuren, hun manier van samenwerken, over hoe ze eerst een vechtscène voor zich moeten zien voor ze gaan vertalen. Het ging weinig over de woorden en de zinnen. Daar is het Filterblog voor. De openingszin bijvoorbeeld is ontzettend sterk:
Colei che, un giorno, sarebbe diventata La Più Grande inciampò in uno sgabello lasciato in mezzo.
Zij die ooit de Allergrootste zou gaan heten struikelde over een krukje dat ineens in de weg stond.
In het Italiaans én het Nederlands botsen de toekomstige grootheid en de hedendaagse onhandigheid van de zesjarige Yu. Het lijkt een simpele, soepele, woordelijke vertaling – maar met dat ‘ineens’ halen ze wel mooi het lijdende uit ‘het krukje dat in de weg gelaten was’ (door wie immers?). Er is een uitgebreidere voorgeschiedenis bij een frase iets verderop. Van de vier soepkommen die Yu laat vallen, wordt er een vliegensvlug door een jongetje gered. Ze raken in gesprek. Yu vraagt: waar woon je?
«Vicino alle Tredici Case.»
Era il quartiere dove vivevano i diavoli stranieri.
‘Dicht bij de Dertien Factorijen.’
Dat waren huizen waar de buitenlandse barbaren woonden.
Eén vertaalkeuze in dit deel lichten Smits en Van der Drift in de podcast toe: bij hun research voor de jeugdroman realiseerden ze zich dat er Nederlanders in Kanton waren gevestigd. Er zijn schilderijen van die dertien 'huizen' (zie Wikipedia) waarop de Nederlandse vlag prominent zichtbaar is; de V.O.C. was de eerste partij die een handelshuis mocht drijven daar. 'Case', 'huizen', is dan wat klein, 'quartiere', 'buurten', wat algemeen voor de complexen van handels- en warenhuizen, net buiten de stadsmuren. Daar is dus een Nederlands woord voor, ontdekte Van der Drift: 'factorijen'.
Een andere interessante keuze in deze passage is dat ze in plaats van 'vreemde duivels' 'buitenlandse barbaren' schrijven. Het Italiaans kent ook de term 'barbari' - Manon Smits heeft nota bene Alessandro Baricco's I barbari vertaald (als De barbaren) - met een vergelijkbaar betekenisveld als in het Nederlands. Kozen ze voor barbaren omdat de term met de religieuze achtergrond in Nederland minder goed werkt? Ik mailde ze erover. Smits: ‘Wij zaten in onze maag met “duivels” omdat de piraten zichzelf juist de Veertig Duivels noemen, met een positieve connotatie dus.’
Naast die mogelijke verwarring was er een bedoelde tegenstelling die ze konden benadrukken met deze vertaling. ‘Daar komt bij dat Yu de Europeanen/Nederlanders letterlijk als smerige barbaren ziet, precies zoals wij “westerlingen” omgekeerd ook andere volkeren als barbaren omschreven die naar Europa kwamen. Dat is ook juist een van de sterke punten van het boek, dat ons zo een spiegel wordt voorgehouden.’
Dat de vertaling van Smits en Van der Drift niet alleen historisch accuraat is, maar ook zintuigelijk en ruimtelijk, laat zich illustreren in een enkel zinnetje. Yu rent naar het jongetje en zijn opa, de meester in de krijgskunst: 'Maar ze moest intussen wel opschieten! Ze versnelde haar pas weer, haar blote voeten petsten op de harde leemgrond.' Die laatste zin is hun vertaling van 'Accelerò l’andatura, i piedi scalzi che picchiavano contro il terriccio duro della strada.' Mijn tussenvertaling zou zijn: 'Ze versnelde haar gang/pas, haar blote voeten die hamerden/sloegen op de harde grond.' Door niet voor het neutrale 'slaan' te kiezen, maar het klinkende 'petsen', niet voor het kale 'grond' maar voor 'leemgrond', stijgt de zin echt op.
De zesjarige Yu zal uitgroeien tot een piratenkeizerin, een uitdager van de Chineze keizer. Die zeeslagen uitvecht met haar magische vechtkunst, in wonderbaarlijk geloofwaardige scènes. Ja, al die tijd geloof je in Yu, die struikelt, die petst, en die later zal vliegen, doden en bevelen als de Allergrootste.
En dit is dan nog maar één boek uit dit avontuurlijke oeuvre. Die Grote Vriendelijke Honderd mag veel diverser en hedendaagser, met minder Lindgrens en Dahls en meer Mourlevats en Reynoldsen. Om te beginnen mag er nog wel een Morosinotto in de lijst, dat zou toch ook wel een mooi en terecht eerbetoon aan Morosinotto, Smits en Van der Drift zijn.
(De Vertaalzolder werkt samen met de kinderboekverkopers van athenaeumscheltema.nl aan een suggestielijst voor de Grote Vriendelijke Podcast 2026. Welke vertaalde kinderboeken mogen zeker niet ontbreken? Mail de podcasters op de-vertaalzolder@proton.me.)