Aanhechting    15

Miek Zwamborn

Op de veranda besnuffelt een lam de witte schapenvacht op de picknickbank. ’s Ochtends stormt het kind naar buiten om van versgevallen sneeuw een personage te rollen. ‘Sneeuwballen’ heet de dans die tot het eind van de avond wordt bewaard. Elk koppel splitst zich op totdat de vloer is bezet. Langs de kust glijden schaalhorens bij vloed over de rotsen. De puntvormige schelpen grazen met een rasptong en keren voor ebtij terug naar hun rustplek. ’s Nachts kruip ik dicht tegen R. aan. Hij heeft als een alfamannetje op het dak van het paviljoen gezeten. Steunend op de rug van zijn handen. In het Gaelic hangen bezittelijke voornaamwoorden af van de nabijheid van het onderwerp. Mijn hond slaapt op de bank, maar de werkhond van de herder heet de hond die bij hem is.

Lees verder in de papieren Filter