Wijlen, RIP en voor de raven: een canoniek vertaalkanon    3-7

Robbert-Jan Henkes

Vraag vertalers nooit wat hun favoriete vertaling is, want ze zullen antwoorden: ‘Van mijn hand?’ En als zulke egomanie niet de bedoeling blijkt, zullen ze het niet weten.

En wat is het ook, een ‘favoriete vertaling’? Een favoriet boek, een favoriet gedicht, oké, alhoewel het misschien wat armoeiig is om er maar één te hebben en dat ook nog eens je leven lang. Dan zit het er dik in dat er sindsdien aan leesvoer weinig tot niets is bijgekomen.

Maar een favoriete vertaling? Hallo! Doen je collega’s eigenlijk ooit wel iets goed? Misschien levert het meer op om vertalers naar hun minst favoriete vertaling te vragen. Dan zul je wat horen! Dan komen de tongen los, wat zeg ik, hele hoofden. Alle goede boeken zijn mislukt in vertaling – als ze door een ander zijn vertaald. Jeuken bij een pracht- en schitterboek je handen niet om het beter te willen doen dan de vertaler van dienst? Bij flauwe, saaie, slechte rotboeken heb je dat niet. Die vertalingen mogen even belabberd als prima zijn, of erger nog, adequaat. Geen hond die er een rombom om maalt. Ze worden er echt niet beter van.

Een favoriete vertaling houdt in dat je niet speciaal het boek maar de vertaling goed vindt. En als je de vertaling goed vindt, moet je het origineel kunnen lezen om dat met enig recht te kunnen onderbouwen. En van de vierenhalfduizend gesproken talen in de wereld met meer dan duizend sprekers (zesenhalfduizend met minder dan duizend sprekers, alle dode talen niet meegerekend) kennen vertalers er vaak maar één goed genoeg. Heurlui moedertaal.

Lees verder in de papieren Filter
Lees meer over: