Vertaalturbulentie    19-21

Lisa Thunnissen

Vertalen is net leven. Het scala aan emoties dat voorbijkomt wanneer ik een tekst vertaal, is vergelijkbaar met een – weliswaar woelige – doorsneeweek in mijn leven. Maar welk gevoel verdient nadere inspectie? Een emotie die te maken heeft met het vertaalproces en die bij elke nieuwe tekst opduikt, zoals de wanhoop als je de eerste zinnen probeert neer te pennen en ziet dat die altijd dramatisch verminkt en in hinkelend, hobbelend Nederlands op een pagina belanden? Wat te denken van een gevoel, verbonden aan een specifiek aspect van een boek dat je vertaalt, zoals de lichte walging die in mij opkwam toen ik een passage vertaalde waarin een personage een pornocollectie aan het bekijken was en een erectie kreeg, een personage met dezelfde naam als de schrijver die ik vertaalde en die ik ook persoonlijk ken (en kennelijk heb ik moeite met al te gedetailleerde beschrijvingen van momenten van seksuele opwinding van goede bekenden; en kennelijk stoort mijn onderbewuste zich totaal niet aan mijn overtuiging dat je de auteur niet zomaar gelijk kunt stellen aan de hoofdpersoon, al dragen ze dezelfde naam)? Of zal ik vertellen hoe ik via Google Streetview over een snelweg wandelde om me voor te stellen hoe de rit langs een meer in Guatemala van datzelfde personage eruitzag, zodat ik me beter kon inleven? En: wat kan ik vertellen zonder me al te veel bloot te geven? Wat zeggen al die gevoelens over mij? Wil ik dat wel delen met anderen?

Lees verder in de papieren Filter