Vertaalangst    

Huub Beurskens

Vertaalangst is me vreemd. Waarom zou ik, als schrijver, anders vertalen? Voor de boterham hoef ik het niet te doen. Ik vertaal uitsluitend werk van dichters en prozaschrijvers met wie ik een artistieke verwantschap ervaar, die ik enigszins meen te kennen en nog beter wil leren verstaan. En is vertalen niet een intense manier van lezen? Dan dus ook een intense vorm van leesplezier. En tegelijkertijd van maakplezier. Wat wil ik meer!

Maar vertalen is natuurlijk ook altijd vervormen, het kan niet anders. Noem het artistiek egocentrisme, maar mede door dat onvermijdelijke vervormen, vorm ik zulke teksten tevens om tot geïntegreerde onderdelen van mijn eigen schrijverschap, dat wil zeggen, tot het voor de buitenwereld allerminst noodzakelijk zichtbare areaal of reservaat van talen en teksten waarmee en waartussen ik leef, die ik me toe-eigen en die zich mij toe-eigenen.

Dat wil echter geenszins zeggen dat ik bij dat vertalen fouten mag maken, zelfs al weet ik uit ervaring dat het maken van fouten eveneens praktisch onvermijdelijk is. Maar ook het zo goed mogelijk proberen te voorkomen van evidente vertaalfouten heeft nog niets met angst te maken. Wel iets met onmisbare concentratie en spanning in combinatie met het besef dat niemand géén fouten maakt. De fout die bij een vertaler onherroepelijk tot het maken van andere fouten leidt is deze, lijkt me, dat hij niet probeert zich gelijkwaardig te maken maar zich ondergeschikt opstelt en devoot op zijn knieën zit voor de schrijver en de brontekst.

Lees verder in de papieren Filter