Kersgeschenk versus Kerssprookje    53-62

De eerste Nederlandse vertalingen van Dickens’ Christmas Carol

Marc van Zoggel

In 1979 voer Maarten ’t Hart (1944) in Vrij Nederland ongenadig hard uit tegen Godfried Bomans (1913–1971): ‘Alles […] wat deze figuur ondernam is tot stand gekomen onder voogdij van de lijfspreuk: “als we maar kunnen lachen bij een goed glas wijn is alle geknoei geoorloofd”.’ ’t Harts calvinistische karikatuur van een bourgondische katholiek was ingegeven door polemisch ongenoegen over Bomans’ bemoeienis met het werk van hun beider grote voorbeeld Charles Dickens (1812–1870). Bomans was als verantwoordelijk redacteur betrokken bij de reeks Dickensvertalingen die uitgeverij Het Spectrum tussen 1952 en 1955 op de markt bracht. Met name over de weglatingen in deze vertalingen was ’t Hart niet te spreken. Zo was uit Dombey and Son ‘een formidabele hoeveelheid alinea’s’ verdwenen (’t Hart 1979).

Reuring rond Dickensvertalingen is er geweest sinds de vroegste overzettingen. Niet alleen de gigantische omvang van de romans maakte kortwieken verleidelijk, ook strijd tussen uitgevers op de boekenmarkt speelde daarbij een rol, zeker in de beginjaren. Dit leidde ertoe dat zelfs een voor Dickensbegrippen dun werkje als A Christmas Carol niet aan het snoeimes ontkwam.

Lees verder in de papieren Filter