Het is mijn sterfkamer    33-43

Terugvertalen als stijloefening

David O. Cohen

Toen ik na het afronden van mijn studie aan een proefschrift over Oudgriekse tragedies begon en op zoek was naar een leuke vrijetijdsbesteding om mijn Latijn bij te houden, stuitte ik op drie verhalen van Mulisch, in het Latijn vertaald door Julius Roos,1 die vier jaar boven mij aan de Universiteit van Amsterdam studeerde. Het vertalen uit een moderne taal in het Latijn had ik zelf pas in Berlijn moeten leren, als onderdeel van een cursus Stilübungen. Roos bleek volgens zijn inleiding in beide richtingen te hebben gewerkt: ‘Het terugvertalen van het Latijn naar het Nederlands [...] legde een aantal dubbelzinnigheden en onduidelijkheden bloot, die ik dankbaar heb kunnen corrigeren’ (p. 10).

Deze opmerking bracht me op de gedachte: zouden die stijloefeningen ook omgekeerd effect kunnen sorteren? Zou ik stilistische gewoonten van Mulisch kunnen blootleggen door vanuit Roos’ Latijnse versie terug te vertalen en mijn versies met de zinnen van Mulisch te vergelijken? Zou het me wellicht zelfs lukken af en toe op grond van het Latijn Mulisch’ oorspronkelijke formuleringen te treffen? En, het allerbelangrijkste, zouden de verschillen tussen Mulisch’ originele tekst en mijn terugvertalingen kunnen bijdragen aan het verbeteren van mijn stijl in mijn moedertaal?

Lees verder in de papieren Filter