Taaloverschrijdingen    25-36

Het translationele en het transnationale bij Marlene van Niekerk en Antjie Krog

Louise Viljoen
Vertaling: Jeske van der Velden

In haar onderzoek naar translingual narratives beroept Rita Wilson (2011: 236) zich op het werk van Homi Bhabha, die schrijft dat culturen in de geglobaliseerde wereld zich op het ‘kruispunt van het transnationale en het translationele’ bevinden. Ze licht toe dat transnationaal in deze context verwijst naar de verschillende verplaatsingsstromen die de wereldgeschiedenis getekend hebben, terwijl translationeel verwijst naar ‘de complexe processen van culturele betekenisgeving die het gevolg zijn van ontheemding, migratie, relocatie en diaspora’s’ (ibid.). Waïl Hassan definieert de term translationele literatuur in nauwere zin als betrekking hebbend op ‘teksten die taalgrenzen overschrijden, en daarmee zowel een voorbeeld zijn van vertaling, als de vertaalhandeling zichtbaar maken en problematiseren’ (Hassan 2006: 754). Hij suggereert dat deze teksten de relatie tussen talen en culturen zowel faciliteren als problematiseren door ze te definiëren als ‘intertalige en interculturele communicatieve handelingen die zich afspelen op verschillende niveaus van bemiddeling en verzet’. Ze vormen vaak een reactie op de ‘agonistische en antagonistische relatie tussen de taal van de kolonisator en de gekoloniseerde’ (754, 755).

Vertaling en transnationale verplaatsingen komen ook samen in een begrip van Rebecca Walkowitz, dat van de literaire tekst die ‘in vertaling geboren’ is. Over deze teksten, die lijken te zijn geschreven om te worden vertaald, schrijft ze: ‘Vertaling is geen kwestie van bijzaak of toeval waar het deze werken betreft. Het is een voorwaarde voor hun totstandkoming’ (Walkowitz 2015: 4). In tegenstelling tot Hassan, die van mening is dat deze teksten het vertalen juist willen problematiseren of ongelijke machtsverhoudingen willen blootleggen, ziet Walkowitz vooral hun vermogen om nationale of ‘moedertalige’ grenzen te overstijgen: ‘de lezer kan hedendaagse in-vertaling-geboren werken per definitie niet benaderen in de hoedanigheid van ‘moedertaallezer’, dat wil zeggen met het uitgangspunt dat het boek dat hij vasthoudt voor hem geschreven is, of dat de taal die hij daarin aantreft, in bezitsrechtelijke of essentiële zin, de zijne is. Doordat ze het samenvallen van taalgrenzen met landsgrenzen weerspreken lijken veel hedendaagse werken op meerdere plaatsen tegelijk te zijn gesitueerd, in meer dan één taal te zijn geschreven, of zich tegelijkertijd tot meerdere leespublieken te richten’ (Walkowitz 2015: 6). Zij vindt vooral belangrijk dat deze teksten de relatie tussen taal, territorium en natie bevragen (88–89); ze benadrukt dan ook niet hun vervreemdende en confronterende aard, maar juist hun vermogen om te bemiddelen en te verbinden.

Lees verder in de papieren Filter