Een wel heel opmerkelijke tekst van Piet Mondriaan    3-10

Louis Veen

Piet Mondriaan (1872–1944) is niet alleen als schilder, maar ook als schrijver bijzonder productief geweest. Hij heeft een indrukwekkende hoeveelheid Nederlandse, Franse en Engelse teksten nagelaten.1 Er zijn weinig kunstenaars die zo veel hebben geschreven. 

Tijdens mijn onderzoek naar de geschriften van Mondriaan stuitte ik op een korte, maar bijzondere tekst van de kunstenaar. Ik kwam het wonderlijke stuk tegen in het eerste nummer van het Frans-Litouwse avant-gardetijdschrift Muba, dat in juli 1928 verscheen in Parijs.2 Op pagina 18 is Mondriaans tekst afgedrukt, helaas alleen in het Litouws. Ernaast staat een schilderij van hem afgebeeld.

Een vertaalbureau wist mij te vertellen dat ‘Mondrian sako’ betekent: ‘Mondriaan zegt’.3

Muba is gevuld met artikelen over literatuur en kunst, de redactie was in handen van de in Parijs wonende Litouwse dichter Juozas Tysliava (1902–1961). Net als zoveel avant-gardetijdschriftjes in het interbellum was ook Muba maar een kort leven beschoren; na drie nummers (maanden) was het blad alweer ter ziele. Tysliava had in 1925 een beurs verworven om in de Franse hoofdstad journalistiek te studeren. Hij verbleef er zeven jaar om vervolgens naar de VS te verhuizen. In deze periode heeft de dichter – zo blijkt uit een foto – Mondriaan in ieder geval één keer in Parijs ontmoet. 

Vertalingen 
Mondriaan zal zijn tekst voor Muba zeker niet in het Litouws geschreven hebben, maar uiteraard in het Frans. In zijn Parijse tijd (1919–1938) schreef hij vrijwel al zijn teksten in het Frans. Een speurtocht naar het originele manuscript leverde niets op. Een archief van Juozas Tysliava of van Muba heb ik niet kunnen vinden. De publicatie van de Litouwse vertaling is vooralsnog de enige overgeleverde versie van deze tekst. 

Om te begrijpen waar ‘Mondrian sako’ over gaat, liet ik de tekst vertalen door een vertaalbureau.4 Dit was het resultaat:

Mondriaan zegt:
Ik hou van snelheid, dat betekent charleston.
Ik haat traagheid – luie tango met harmonica’s.
Ik hou van vrouwen met een recht kapsel en een geverfd gezicht zonder weerstand tegen de natuurlijke huid.
Ik hou van een negervrouw omdat zij niet zó naakt is.
Ik hou van scheve schouders bij een vrouw, maar niet van de scheve lijnen van schilderkunst.
Ja, ik hou van een vrouw, terwijl ik haar met mijn hele hart haat.
Ik hou niet van werken, maar toch werk ik altijd.
Ik denk niet, maar ik heb altijd gedachten in mijn hoofd, en bovendien kristalliseren ideeën zich beter terwijl je niets doet.
Ik ben de enige god van een demon, dat betekent niet de een en niet de ander.
Mijn werk is een negatief, dat je moet uitdagen.

Ik kon me moeilijk voorstellen dat Mondriaan dit geschreven had. Zulke stellige en confronterende uitspraken over zijn persoonlijke gevoelens was ik in zijn geschriften niet eerder tegengekomen. Mijn twijfel of dit wel echt een tekst van Mondriaan was, werd weggenomen door twee brieven aan zijn vriend Michel Seuphor (1901–1999).5 In deze brieven vermeldt Mondriaan zijn publicatie in Muba, waardoor duidelijk wordt dat de schilder deze vreemde tekst wel degelijk heeft geschreven. De brieven aan Seuphor komen verderop aan bod.

Niet veel later hoorde ik bij toeval dat de Litouwer Isaak Kaplanas (1905–1988), die in de jaren zeventig naar Nederland emigreerde, ook een Nederlandse vertaling had gemaakt van ‘Mondrian sako’.6 Zijn nagenoeg vlekkeloze Nederlandse versie – ergens midden jaren tachtig gemaakt – luidt als volgt:

Mondriaan zegt:
Ik houd van snelheid dus van charleston.
Ik haat langzaamheid – luie tango met accordeons.
Ik houd van vrouwen met gladde kapsel en gezicht 
opgemaakt zonder dwang. tegen de natuurlijke huid.
Ik houd van een negerin want zij is niet zo naakt.
Ik houd van kromme schouders maar niet van kromme 
lijnen in de schilderkunst.
Ja, ik houd van de vrouw tegelijkertijd verhatende haar
met mijn hele hart.
Ik houd niet van de arbeid maar desalniettemin werk ik 
altijd.
Ik denk niet maar altijd ben ik met gedachten in mijn 
hoofd en, overigens, de ideeën cristaliseren zich beter 
bij leegloperij.
Ik ben de enige god van de demon, dus noch god noch demon.
Mijn werk is een negatief dat moet nog ontwikkeld worden.

In grote lijnen komen de twee Nederlandse vertalingen overeen, maar hier en daar zijn er toch afwijkingen. Om een voorbeeld te noemen: het tweede gedeelte van de laatste zin is in beide vertalingen nogal verschillend. Het vertaalbureau schrijft: ‘Mijn werk is een negatief, dat je moet uitdagen’, waar in Kaplanas’ vertaling staat: ‘Mijn werk is een negatief dat moet nog ontwikkeld worden’. Dit bracht mij aan het twijfelen: welke vertaling moest ik nu ‘geloven’?

Weer later ontdekte ik in een boek over de schilder uit 1987 deze Engelse vertaling van ‘Mondrian sako’ (Henkels 1987: 215):

They say:
he likes speed and hence the Charleston.
he hates slowness hence the slow accordeon tango.
he likes women with bobbed hair and make-up, while hating natural complexions.
he likes negresses, as they are not so naked.
he is unity-god-demon-but neither one nor the other.
his ideas crystallize (are born) while he is shaving.
he does not think all the same he has ideas (thoughts).
he does not like work – all the same he is always working.
he likes Woman while detesting her.
a work by Mondrian is a developing plate.
he likes sloping shoulders in a woman, but he does not like sloping lines in art.

Wie de vertaler van deze Engelse versie is, is niet bekend.7 Vergelijken we de vertaling met de twee Nederlandse, dan valt allereerst op dat de Engelse zinnen volledig door elkaar zijn gegooid. Bovendien bestaat de Engelse tekst uit elf zinnen, terwijl de Litouwse tekst er tien telt. Ook zien we dat de Engelse vertaling ‘Mondrian sako’ weergeeft als ‘They say’ en ‘Mēgstu’ (ik hou van) met ‘he likes’. Ik kom hier nog op terug. Ten slotte zijn de twee zinnen ‘his ideas crystallize (are born) while he is shaving’ en ‘a work by Mondrian is a developing plate’ wel heel apart vertaald als je ze vergelijkt met de overeenkomstige Nederlandse zinnen: ‘… bovendien kristalliseren ideeën zich beter terwijl je niets doet’ en ‘Mijn werk is een negatief, dat je moet uitdagen’. Mijn conclusie is dat de vertaler in vergelijking met de Nederlandse versies wel heel vrij te werk is gegaan, waardoor de Engelse vertaling mij weinig betrouwbaar toeschijnt.

Ik had behoefte aan een ‘third opinion’ en heb de Litouwse tekst en de drie vertalingen voorgelegd aan Felix Kaplan (1946), zoon van Isaak. Samen met hem ben ik tot de volgende Nederlandse vertaling gekomen:

[Mondriaan zegt:]8
Ik hou van snelheid, dat wil zeggen de charleston.
Ik heb een hekel aan traagheid – de langzame tango met accordeons.
Ik hou van vrouwen met een steil kapsel en met make-up dat geen effect heeft op de natuurlijke huid.
Ik hou van een negerin als zij niet zo naakt is.
Ik hou van ronde schouders bij een vrouw, maar niet van ronde lijnen in de schilderkunst.
Ja, ik hou van vrouwen, maar haat ze met heel mijn hart.
Ik heb een aversie tegen werken, maar toch werk ik altijd.
Ik filosofeer niet, maar ik heb altijd gedachten in mijn hoofd, overigens ontstaan ideeën beter als je wat rondslentert.
Ik ben de enige god-demon, dus noch de een noch de ander.
Mijn werk is een ontkenning, dat tot leven moet komen.

Deze vertaling komt het dichtst in de buurt – denk ik – van wat Mondriaan bedoelt. 

Overigens vind ik dit egodocument veel weg hebben van een gedicht. Verderop zal blijken dat het niet de bedoeling was van de schilder om poëzie te bedrijven.

Een opmerkelijke inhoud 
De toon van ‘Mondrian sako’ is compleet anders dan we van de schilder gewend zijn. Mondriaan schrijft hier heel expliciet over zijn sympathieën en antipathieën – wat hij in andere autobiografische teksten niet doet (Veen 2013–14). Met name uitdrukkingen als ‘ik heb een hekel aan’, ‘ik heb een aversie tegen’, ‘de enige god-demon’ en ‘mijn werk is een ontkenning’ zijn in Mondriaans terminologie uitzonderlijk en doen mij de wenkbrauwen fronsen. Dergelijke uitdrukkingen ben ik noch in Mondriaans brieven noch in andere teksten van zijn hand ooit tegengekomen. Nee, in deze tekst vertelt de schilder een wel heel opmerkelijk verhaal over zichzelf en door de ongewone inhoud neemt het stuk een unieke plaats in binnen zijn geschreven oeuvre. 

‘Mondrian sako’ telt slechts tien zinnen, op een aantal ervan wil ik nader ingaan.

Allereerst is de merkwaardige tegenstelling in de zesde zin natuurlijk voer voor psychologen: ‘Ja, ik hou van vrouwen, maar haat ze met heel mijn hart.’ Wat bedoelt Mondriaan hier? Houdt hij nu wel of niet van vrouwen? Of is hij alleen geïnteresseerd in het uiterlijk van vrouwen, want in andere zinnen zegt hij dat hij een voorkeur heeft voor ‘ronde schouders bij een vrouw’ en dat hij vrouwen ‘met een steil kapsel’ en ‘make-up’ prefereert. Maar met heel zijn hart – zo zegt hij – haat hij vrouwen. Misschien moeten we voor dit laatste even terug naar een schetsboekje uit 1914 waarin hij schrijft over het vrouwelijke als het stoffelijke, tegenover het mannelijke als het geestelijke (Welsh & Joosten 1969: 18–19). Het geestelijke – meent Mondriaan – bevindt zich op een hoger plan dan het stoffelijke, het materiële. Het zou dus kunnen dat hij met ‘[ik] haat ze met heel mijn hart’ bedoelt dat hij het vrouwelijke – als ‘symbool’ voor het materiële – verfoeit, maar in het eerste gedeelte van de zin bekent dat hij eigenlijk niet zonder kan. Hoe dan ook is dit speculatief.

Opmerkelijk is ook de vierde zin: ‘Ik hou van een negerin als zij niet zo naakt is.’ Vooral als we bedenken dat Mondriaan nogal onder de indruk was van de actrice Josephine Baker (1906–1975), die in de jaren twintig een hoofdrol vertolkte in La Revue Nègre in het theater op de Champs-Élysées, slechts gekleed in een rokje van zestien bananen. In Muba schrijft hij juist dat hij een negerin prefereert ‘als zij niet zo naakt is’. Mondriaan was net als vele anderen gefascineerd door de optredens van Baker en had ook een 78-toerenplaat van haar zijn bezit (‘Who’ / ‘That Certain Feeling’) (Versteeg 1988: 115 en Hanssen 2015: 295–296). De zin in Muba is duidelijk in tegenspraak met zijn bewondering voor Josephine Baker en als ‘Mondrian sako’ werkelijk een egodocument zou zijn, dan zijn er vraagtekens te plaatsen bij de inhoud ervan – in elk geval wat betreft deze zin. 

En wat te denken van de uitspraak ‘Ik ben de enige god-demon’? Ik heb heel wat van Mondriaan gelezen, maar ik moet bekennen dat ik geen idee heb wat hij hiermee bedoelt. In al zijn overige teksten komen de combinatie ‘god-demon’ en het woord ‘demon’ niet voor. Over ‘god’ schrijft hij in het eerdergenoemde schetsboek: ‘De mensch is geen God, dat hij kan zijn goed naar zijn eigen wil’ [sic] (Welsh & Joosten 1988: 32). Interessant is ook een andere notitie uit 1914: ‘Beeld men de dingen niet uit, zoo blijft er plaats voor ’t Goddelijke’ (idem: 67). Met andere woorden: abstracte kunst biedt plaats aan het goddelijke. Maar wat Mondriaan met ‘de enige god-demon’ bedoeld zou kunnen hebben, blijft – althans voor mij – in nevelen gehuld.

Ook het eerste gedeelte van de laatste zin – ‘Mijn werk is een ontkenning’ – roept onmiddellijk vragen op. Later (1940) schrijft hij in Londen iets soortgelijks: ‘All Art shows a relative negation of nature’s aspect.’9 Het is in Mondriaans visie onmogelijk om de natuur exact weer te geven. In 1919 omschrijft hij het zo: ‘De natuurlijke verschijning is veel schooner en sterker dan welke afbeelding ook: zoo zijn wij gedwongen tot andere beelding, willen we de natuur ten volle vertolken’ (Mondriaan 1919: 50). Omdat het volgens Mondriaan onmogelijk is de natuur werkelijk uit te beelden, denk ik dat hij met de zin in Muba bedoelt dat zijn werk een ontkenning is van de traditionele, figuratieve schilderkunst.10 Met andere woorden, de schilderkunst zonder voorstelling staat lijnrecht tegenover de schilderkunst met voorstelling. Maar het tweede gedeelte van de zin, ‘dat tot leven moet komen’ (dat tot wasdom moet komen), is ook onduidelijk. Of hij moet bedoelen dat zijn schilderkunst nog volop in ontwikkeling is.

De derde zin is een bevestiging van Mondriaans voorliefde voor het charlestonkapsel en opgemaakte dames. ‘Hij [Mondriaan] is weg van de elegante Parijse mode, zwijmelt bij de aanblik van uitdagende, zwaar opgemaakte dames’ (Versteeg 1988: 115). De zinsnede ‘Ik hou van vrouwen met een steil kapsel en met make-up’ lijkt dus autobiografisch correct. Overigens had de schilder ook grote bewondering voor de Amerikaanse actrice en sekssymbool Mae West (1893–1980). Niet alleen vanwege haar uiterlijk; hij waardeerde haar ook enorm vanwege haar uitvinding van de shimmy, een nieuwe dans (idem). Hij had wel vier grammofoonplaten van haar in huis. En zoals we weten danste Mondriaan graag.11 In ‘Mondrian sako’ noemt hij overigens nog twee dansen: de charleston en de tango. De charleston vindt hij een plezierige dans vanwege de snelheid, de trage tango kennelijk niet.

Tegendelen
In ‘Mondrian sako’ maakt de schilder veel gebruik van tegenstellingen. Bijvoorbeeld: snelheid–traagheid; charleston–tango; gesteld zijn op–haten; make-up–natuurlijke huid; voorkeur–aversie; niet filosoferen–wel gedachten in zijn hoofd; god–demon. Het werken met tegenstellingen is kenmerkend voor Mondriaans geschriften. In zijn eerste grote essay verwijst hij naar ‘de leer der tegendelen’ van de Griekse filosoof Herakleitos (Mondriaan 1918: 73). Deze stelde zich de wereld voor als een voortdurende wisseling van tegenstrijdige bepalingen: niets is voor te stellen zonder zijn tegenstelling; alles wat er gebeurt komt voort uit de spanning van tegendelen. In latere teksten zou Mondriaan hiervoor het begrip ‘dynamisch evenwicht’ introduceren. De gedachte dat alle aspecten van het leven en het universum doordrongen zijn van tegengestelden vinden we overigens ook terug in de oud-Chinese, taoïstische yin-yanggedachte. De schilder voelt zich niet alleen inhoudelijk tot de leer der tegendelen aangetrokken, maar ook qua vorm. In zijn essays maakt hij graag gebruik van tegengestelde begrippenparen. Paren die hij in andere teksten regelmatig gebruikt zijn bijvoorbeeld: universeel–individueel, innerlijk–uiterlijk, stof–geest, bepaald–onbepaald, objectief–subjectief, kleur–niet kleur, mannelijk–vrouwelijk. De tekst in Muba verschilt qua vorm dus niet van zijn andere essays, qua inhoud duidelijk wel.

Michel Seuphor
Door twee (ongedateerde) brieven van Mondriaan aan zijn Belgische vriend Michel Seuphor komen we iets meer te weten over ‘Mondrian sako’.12 In 1928 woont Seuphor in Menton (Zuid-Frankrijk), maar is hij ook regelmatig in Parijs te vinden. Mondriaan woont van juni 1919 tot september 1938 in de Franse hoofdstad.

In de eerste brief over Muba schrijft Mondriaan aan zijn vriend: 

Cher Nant, […] Gisteren kreeg ik Muba maar kan ’t niet lezen. Het mijne is in ’t Lithuaansch [Litouws]. Men zegt dat er boven ’t mijne staat: “ Mondrian a dit ”. Het komt nu een beetje anders als mijn bedoeling was. Indertijd zei je me dat je wat over me wou schrijven. Ik gaf je toen een paar ideeën om je op het spoor te zetten, omdat men zichzelf het beste kent. Ik had niet bedoeld ze te publiceeren als door mij gezegd. Zette daarom: ‘il’, enz. Maar enfin, ik geloof dat het zoo ook kan, omdat jij dit vond en het deed. Toch zou ik graag een vertaling in het fransch, zooals jij die maakte, wel graag eens van je lezen, als je eens tijd hebt om die over te schrijven. Muba ziet er goed uit. […] Veel hartelijks van Piet.

Uit dit brieffragment zijn drie conclusies te trekken. In de eerste plaats blijkt dat ‘Nant’ – Fernant Berckelaers (Michel Seuphor) – een artikel wilde schrijven over de schilder en dat Mondriaan wat suggesties voor hem opschreef om hem daarbij te helpen. Bovendien begrijpen we nu dat deze tien regels niet bedoeld waren om woord voor woord te publiceren. Ook is uit de brief op te maken dat Mondriaan Seuphors werkwijze uiteindelijk toch kan waarderen. Wel is hij heel benieuwd wat Seuphor nu precies bij Tysliava – de redacteur van Muba – heeft ingeleverd. 

Wat niet duidelijk wordt uit de brief is of wat erboven staat, ‘Mondrian sako’, nu door Mondriaan zelf, door Seuphor of door Tysliava is toegevoegd. Ik denk overigens niet dat de ‘titel’ van Mondriaan is; het lijkt me onwaarschijnlijk dat hij zijn ‘ideeën’ een dergelijke titel zou meegeven.

Tot juni 1928 logeert Seuphor in het Hôtel des Terrasses in Parijs (Henkels 1976: 18). Mondriaan zal zijn suggesties voor Seuphors artikel dus ergens in mei 1928 aan zijn vriend hebben gegeven. Niet lang daarna heeft Seuphor – vlak voor zijn vertrek naar Zuid-Frankrijk – het papiertje met aantekeningen doorgespeeld aan Tysliava.

Mondriaan krijgt geen antwoord op zijn brief, want in een volgende komt hij nog eens terug op zijn tekst in Muba:

Mon cher Nant, […] Over die schrijverij van me nog dit. Ik herinner me nu ook dat ik schreef ‘on dit’. Ja dat is wel onbepaald, maar voor deze schrijverij was ’t noodig. Ik herinner me dat er zinnen in staan die beter over me dan door me gezegd kunnen worden. Tysliava is op reis hoorde ik; als je de tekst in ’t fransch bij je hebt kunt je misschien eens tijd vinden om die over te schrijven. […] Veel goeds van Pièrre.

Opmerkelijk is dat hij schrijft: ‘Ik herinner me dat er zinnen in staan die beter over me dan door me gezegd kunnen worden’ [cursivering LV]. Jammer genoeg vermeldt hij niet om welke zinnen het gaat. Ook vraagt hij Seuphor opnieuw om een afschrift van de ingeleverde tekst. Ik vermoed echter dat Fernant Mondriaans regels zonder enige wijziging aan Muba heeft doorgegeven. 

Ik heb niet kunnen ontdekken of de schilder de Franse tekst ooit nog van ‘Nant’ heeft gekregen. In volgende brieven komt de kwestie niet meer aan de orde. Ook in het archief van Seuphor en in Mondriaans nalatenschap heb ik verder niets over ‘Mondrian sako’ gevonden.13

De opmerking van Mondriaan in de brief aan Seuphor: ‘Zette daarom: “il”, enz.’ en de opmerking in een volgende brief: ‘Ik herinner me nu ook dat ik schreef “on dit”’ doen vermoeden dat de Engelse vertaling uit het Frans is gemaakt en niet uit het Litouws. ‘Mondrian sako’ werd immers in het Engels ‘They say’ (‘on dit’) en ‘Mēgstu’ (‘ik hou van’, in de betekenis van ‘to like’) werd ‘he likes’ (‘il’). Maar zoals gezegd heb ik geen enkele informatie over de Engelse vertaling kunnen achterhalen. Overigens verdenk ik Tysliava ervan dat híj Mondriaans ‘il’ (hij...) heeft omgezet in ‘mēgstu’ (ik...).

In zijn biografie over Piet Mondriaan (1956) vermeldt Michel Seuphor trouwens niets over Muba, Juozas Tysliava of ‘Mondrian sako’.

Het jaar 1928
Mondriaan begon in de winter van 1914 met schrijven (Veen 2016: 413). Hij was bijna 42 en de stroom geschriften die hij voortbracht zou pas stoppen toen hij op 1 februari 1944 op 71-jarige leeftijd overleed. In die periode van dertig jaar schreef de schilder 24 teksten in het Nederlands, waarvan er tijdens zijn leven zeventien zijn gepubliceerd en twee in Duitse vertaling verschenen. Daarnaast schreef hij 36 teksten in het Frans, waarvan er tijdens zijn leven zeventien in de oorspronkelijke taal verschenen en zes in vertaling (Litouws, Pools, Engels, Duits (2x), Nederlands). Verreweg de meeste teksten (59) schreef hij in het Engels, maar slechts drie daarvan zijn gepubliceerd.

Het jaar 1928 kunnen we het best typeren als een ‘dip’ in Mondriaans schrijfcarrière. Hij schreef in dat jaar maar één korte tekst, namelijk ‘Mondrian sako’. En dan is dat nog niet eens een ‘echte’ tekst, maar een verzameling van tien losse regels (suggesties), bedoeld om Seuphor op weg te helpen met een artikel over de schilder.

Voorafgaand aan de Litouwse tekst schreef Mondriaan in december 1927 het essay ‘De Jazz en de Neo-plastiek’ voor de Internationale Revue i10. De eerste publicatie ná ‘Mondrian sako’ – ‘De zuiver abstracte kunst’ – verscheen in september 1929 in de Neue Zürcher Zeitung (Veen 2013). Tussen deze twee teksten zit ruim anderhalf jaar, waarin Mondriaan niets schrijft, behalve dus de aantekeningen voor Seuphor. Mogelijk ging in die periode al zijn aandacht en tijd naar het maken van schilderijen. Maar ook de schilderijenproductie is in 1928 heel mager, hoewel het best mogelijk is dat hij in dat jaar veel schilderijen ‘om den brode’ maakte; gedwongen door structureel geldgebrek schilderde hij ‘tussendoor’ vaak chrysanten of boerderijen, die hij via vrienden in Nederland verkocht. De Catalogue raisonné vermeldt in 1928 slechts vier abstracte schilderijen (Joosten 1998: II 339–342). Een oorzaak voor deze productieluwte – zowel in beeldend als geschreven werk – heb ik niet kunnen ontdekken. Of het moet zijn dat hij veel tijd en aandacht nodig had voor het voorbereiden van tentoonstellingen; hij deed dat jaar mee aan maar liefst acht exposities (idem: III 34–35).

Het afgebeelde schilderij
Naast de tekst in Muba is een schilderij van Mondriaan uit 1925 afgebeeld, getiteld ‘Tableau No. IX, met blauw, rood en geel’ (idem: II 316, B161). De huidige verblijfplaats van dit schilderij is onbekend. Een kleurenafbeelding is niet beschikbaar. Zwart-witreproducties in verschillende tijdschriften uit 1926 en een schets van het schilderij in een schetsboek zijn het enige bewijs dat het daadwerkelijk heeft bestaan. In de schets – ‘No IX’ – staat zelfs geschreven ‘vendu’ (verkocht). 

Hoewel Mondriaan zelf zegt dat bij hem het beeld niet zonder het woord kan en het woord niet zonder het beeld, gaat deze uitspraak niet op voor de tekst en het schilderij in Muba. De tekst is geen kunsttheoretische, maar een autobiografische. Een zelfportret zou bij deze tekst beter op zijn plaats zijn geweest, ‘Mondrian sako’ gaat immers over de persoonlijke voorkeuren en aversies van de schilder.

Epiloog
Wanneer we Mondriaans geschriften overzien, blijken zijn teksten allemaal te gaan over de wonderschone taak van hetneoplasticisme voor de samenleving, met als uiteindelijke doel tot een ‘cultuur van zuivere verhoudingen’ te komen. ‘Mondrian sako’ is daarbij een heel vreemde eend in de bijt, want in deze tekst gaat het absoluut niet over de weg naar een evenwichtiger samenleving. De Litouwse tekst handelt uitsluitend over Mondriaan zelf. Nergens anders dan in ‘Mondrian sako’ schrijft de schilder zo openhartig over zijn sympathieën en antipathieën. Wat hem ertoe gebracht heeft om op 56-jarige leeftijd plotseling zo open over zijn gevoelens te zijn, zal wel altijd een raadsel blijven.

 

Noten
1 Piet Mondrian papers, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University, New Haven, USA; Veen 2011.
2 Lithuanian cultural heritage search: ‘Muba’ (www.epaveldas.lt/en/home).
3 Litlingua, Utrecht. 
4 Idem.
5 Michel Seuphor (pseudoniem van Fernant Berckelaers), Belgisch kunstenaar, vriend en biograaf van Mondriaan.
6 Met dank aan Joanna Kleiverda-Kajetanowicz voor het ter beschikking stellen van deze vertaling.
7 In het archief van Henkels – RKD Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis – heb ik geen informatie over deze Engelse vertaling kunnen vinden.
8 De titel staat tussen vierkante haken omdat ik niet denk dat deze van Mondriaan is, maar van Tysliava of Seuphor.
9 Niet gepubliceerd Mondriaanmanuscript: ‘Art Shows the Evil of Nazi and Soviet Oppressive Tendencies’.
10 De logica zegt: ‘niet-A ’ is de ontkenning of negatie van ‘’.
11 Hoofdstuk 4 van Versteeg 1988 is getiteld: ‘De dansende Madonna van Laren’.
12 Vindplaats brieven aan Seuphor: Archief van de werkgroep Mondriaan Correspondentie-project, RKD Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag, inv. nr. 75.
13 Archief Michel Seuphor, AMVC Letterenhuis Antwerpen; Piet Mondrian papers, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University, New Haven, USA.
 

Bibliografie
Manuscripten: Piet Mondrian papers, The Beinecke Rare Book and Manuscript Library, Yale University, New Haven, USA.

Hanssen, Léon. 2015. De schepping van een aards paradijs. Amsterdam: Em. Querido’s Uitgeverij.

Henkels, Herbert (ed.). 1976. Seuphor. Antwerpen: Mercator Fonds.

Henkels, Herbert. 1987. ‘Mondrian: a life in pictures 1872–1944’, in: Mondrian: from figuration to abstraction [tentoonstellingscatalogus], Tokyo: The Tokyo Shimbun.

Joosten, Joop. 1998. Piet Mondrian: Catalogue raisonné. 3 dln. Blaricum: V+K Publishing/Inmerc /Paris: Cercle d'Art.

Mondriaan, Piet. 1917–18. ‘De Nieuwe Beelding in de Schilderkunst’, De Stijl, jg. 1 (oktober–oktober).

Mondriaan, Piet. 1919. ‘Dialoog over de Nieuwe Beelding’, De Stijl, jg. 2 (februari + maart).

Seuphor, Michel. 1956. Piet Mondrian: Life and Work. Amsterdam: Contact.

Veen, Louis. 2011. ‘Het geschreven werk van Piet Mondriaan’. Proefschrift Universiteit Utrecht.

Veen, Louis. 2013. ‘De Zuiver Abstracte Kunst. Een onbekend manuscript van Piet Mondriaan uit 1929’, Esthetica (online tijdschrift), s.p.

Veen, Louis. 2013–14. ‘Piet Mondrian’s autobiographical writings (1941-43)’, Simiolus, Vol. 37:1, p. 61–85.

Veen, Louis. 2016. ‘Piet Mondriaans eerste teksten (1914)’, Streven, 83:5 (mei), p. 413–425.

Versteeg, Coos. 1988. Mondriaan. Een leven in maat en ritme. ’s Gravenhage: SDU. 

Welsh, Robert & Joop Joosten. 1969. Two Mondrian Sketchbooks 1912–1914. Amsterdam: Meulenhoff International.

Lees meer over: