De Nijhoffprijs wordt dit jaar toegekend aan Marja Wiebes, vertaalster uit het Russisch. In de loop van haar carrière als vertaalster, die begon in 1981, heeft de laureaat een groot aantal werken uit de Russische literatuur van de negentiende en twintigste eeuw vertaald. Opmerkelijk daarin is de ruime schakering aan literaire genres: romans en verhalen, memoires en dagboekaantekeningen, gedichten, toneelstukken en operalibretto’s. In haar omvangrijke oeuvre bevindt zich een reeks hoofdwerken van de Russische literatuur: toneelstukken van Tsjechov, Oorlog en vrede van Tolstoj, het verzameld werk van Nobelprijswinnaar Ivan Boenin, de verhalen van Sjalamov over de strafkampen in Kolyma, poëzie van Anna Achmatova, Marina Tsvetajeva, Osip Mandelstam en andere grote Russische dichters en dichteressen, verhalen en romans van Vladimir Nabokov. Dit werk is voor een deel door haar zelf vertaald, voor een deel in samenwerking met twee andere vertaalsters, Yolanda Bloemen en Margriet Berg. Samen met Yolanda Bloemen zijn vooral prozavertalingen tot stand gekomen, samen met Margriet Berg vertalingen van poëzie. Beide medevertaalsters verdienen het om met nadruk te worden genoemd, omdat zij elk met hun specifieke competentie hebben bijgedragen aan Wiebes’ omvangrijke vertaaloeuvre. De Nijhoffprijs wordt aan Marja Wiebes toegekend omdat zij het grootste aandeel heeft in dit veelomvattende en kwalitatief hoogstaande oeuvre en in het bijzonder omdat zij haar grote vertaaltalent zowel in proza als (berijmde) poëzie heeft bewezen.
Foto Martien Frijns
Marja Wiebes had als leermeester Karel van het Reve (Nijhoffprijswinnaar 1979) en is jarenlang lid geweest van een door hem geleide vertaalgroep. Van het Reves adagium ‘vertalen wat er staat’ komt ook duidelijk tot uitdrukking in de manier waarop Wiebes zelf vertaalt. Ze blijft dicht bij de oorspronkelijke tekst, veroorlooft zich geen overbodige vrijheden, maar weet de soms lastige en ‘zware’, met deelwoordconstructies beladen Russische tekst altijd in een uitermate soepel Nederlands om te zetten. Treffende voorbeelden van die soepelheid zijn in ruime mate te vinden in haar recente vertaling van Oorlog en vrede, die duidelijk uitsteekt boven eerdere vertalingen in het Nederlands van Tolstojs hoofdwerk. Tolstojs lange, syntactisch ingewikkelde zinnen worden in de vertaling intact gelaten, maar dankzij het uitstekende woordgebruik en perfecte stijlgevoel van de vertaalster blijkt dat in het Nederlands ook echt te kúnnen. De vertaling – en dat geldt ook voor Wiebes’ andere vertalingen van Russisch proza – leest nergens stroef en voor vertaalproblemen zijn vaak briljante oplossingen gevonden. Veel van haar vertalingen zijn voorzien van, waar nodig uitvoerige, aantekeningen waarin op een zeer zorgvuldige manier voor de Nederlandse lezer onbekende, voor een goed begrip van de tekst noodzakelijke informatie wordt gegeven.
De combinatie van soepelheid en dicht bij de oorspronkelijke tekst blijven is nog opmerkelijker in de poëzievertalingen van de laureaat. Russische poëzie, ook die van de twintigste eeuw, is bijna altijd berijmd en het vergt veel van een vertaler om zowel de precieze inhoud als de vormkenmerken te handhaven zonder de Nederlandse versie van het gedicht in een ongemakkelijk keurslijf te wringen. De poëzievertalingen van Wiebes – en dat zijn er inmiddels een groot aantal – zijn verrassend natuurlijk: wie niet zou weten dat het vertalingen waren, zou onmiddellijk aannemen dat hij te maken had met oorspronkelijke gedichten. De vertaalster slaagt er eigenlijk altijd in metrum, ritme en rijmschema van het oorspronkelijke gedicht te handhaven en tegelijkertijd de inhoud ervan adequaat te verwoorden. Het zijn vertalingen waarbij de vertaalster nooit zelf op de voorgrond treedt, maar waarbij dankzij haar creativiteit en taalgevoel de poëtische kracht van het origineel maximaal behouden blijft.
Omdat Marja Wiebes op voorbeeldige wijze een indrukwekkend vertaaloeuvre op het gebied van de Russische literatuur heeft opgebouwd, met een zeldzame combinatie van vertalingen van zowel proza als poëzie, heeft de jury besloten haar aan het Bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds voor te dragen voor de Nijhoffprijs 2009.
De jury van de Martinus Nijhoffprijs 2009 bestond uit: Harm-Jan van Dam, Ria van Hengel, Ton Hoenselaars, Ronald de Rooij, Annelies Schulte Nordholt en Willem Weststeijn (voorzitter).