Tien aantekeningen uit het onzichtbare    22-24

Erik  Bindervoet
Robbert-Jan Henkes

1 Is een vertaler wel zichtbaar genoeg? En zo ja, is dat wenselijk? Veel mensen beseffen niet, schijnt het, dat als ze een boek lezen, dat ze dan een vertaling lezen. Zo zei een op lauweren staande vertaalster betrekkelijk recentelijk in de NRC van 16 september jongstleden: ‘Vaak zeggen mensen: “die Tolstoj, die schrijft zo mooi”, maar ze realiseren zich niet dat ze de taal van de vertaler lezen.’ Nou, zouden wij geneigd zijn te willen zeggen, houen zo, die kan je in je zak steken, een groter compliment kan je niet krijgen als vertaler! Mensen willen toch Tolstoj lezen en niet de taal van de vertaler? Laat de vertaler in godsnaam lekker onzichtbaar blijven, op zo’n manier. Het is fantastisch als er wordt gedacht dat je een origineel hebt afgeleverd. Bijna net zo’n mooi compliment als een schrijver die te horen krijgt dat het niet geschreven lijkt! Maar gewoon echt, uit de lucht komen vallen als een meteoor bij heldere hemel.

2 Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de vertaalproblematiek al in de baarmoeder begint, dat de Toren van Babel aangeboren is, of niet zozeer aangeboren, als wel ingebakken is en vanaf Stunde Null van moeder op kind wordt doorgegeven. Baby’s huilen al in hun eigen taal: modulatie en intonatie zijn onvervreemdbaar verbonden met de moedertaal. Franse baby’s huilen andere melodieën dan Duitse, en dat komt door wat ze in de laatste drie maanden in de buik hebben meekregen. Het eigen ritme van een taal ligt zo hecht verankerd in de vroegste jeugd, dat eigenlijk elke taaluiting in een andere taal bijna in wezen onbegrijpelijk is, of althans nog veel moeilijker te vertalen dan je toch al in je meest machteloze dromen zou denken. Maar toch doen we het. Want je laat zo’n kind toch niet huilen.

3 Daar komt nog bij dat nog recenter onderzoek heeft uitgewezen dat tweetaligen werkelijk twee onderscheidbare persoonlijkheden hebben. Een aantal tweetalige proefpersonen interpreteerde een advertentie in het Spaans heel anders dan in het Engels. Taal vormt de identiteit en niet andersom. Dat betekent dat als je een boek wilt vertalen, je niet alleen de woorden moet omzetten maar de hele culturele omgeving, de hele culturele koffer vol onmerkbare nuances moet uitpakken en opnieuw moet inrichten.

4 Wij hebben net een stuk in het Engels geschreven en wat denkt u: totaal onvertaalbaar! We hebben het zelf geprobeerd, we hebben het proberen letterlijk over te zetten in onze baarmoedertaal Nederlands, en dat lukte niet: het leek nergens naar, alle gevoel en ritme en cadans waren eruit. Toen hebben het proberen te vertalen ‘in onze geest’, waarvan we mogen aannemen dat we die toch wel kennen, en toen kwam er heel wat anders uit. Er waren zinnen die we schrapten, en waren vele niet ter zake doende uitbreidingen (geheel in onze geest) zodat er ten slotte heel wat anders kwam te staan. Maar toch bleven we zitten met een heleboel onvertaalbaarheid. ‘I swallow the earth and belch it forthwith forth like a piece of calico cloth that got stuck in my throat...’

5 Er is wel degelijk een verschil tussen vertalen voor opvoering op toneel en vertalen voor lezen in een stoel. Dat hebben we aan den lijve ondervonden met onze vertaling van de lange, meanderende, onherroepelijk naar een onontkoombare conclusie toedenderende clausen van de Kniesoor in De Laatste Dagen der Mensheid van Karl Kraus. In het Nederlands loop je vaak het gevaar dat het werkwoord waar het om gaat helemaal naar het einde van de zin wordt geduwd, wat ook wel een tangconstructie heet, en waardoor je als lezer maar zit te wachten en wachten wanneer het eindelijk komt, wanneer de spanning eindelijk wordt ingelost. En als gevolg daarvan ga je sneller en onoplettender lezen, om maar sneller bij het genadige einde van de zin te komen. Maar toneelspelers vinden dat juist helemaal niet erg. Door het werkwoord naar het einde te plaatsen blijft de aandacht van het luisterend publiek gevangen, terwijl de aandacht van het lezende publiek juist verslapt. Waar de lezer afhaakt, haakt de toeschouwer in. 

6 Uit de cursus: Leren Omgaan Met Kritiek I, Vrij naar een Chinees (Han Shan)

De heer Jansz heeft de wereldcup gewonnen.
Hij vindt onze vertalingen van de liedjes van Bob Dylan maar niks. 

Verschrikkelijk zelfs.
De juiste emotie ontbreekt, zegt hij. 

Je kan merken dat we geen popmuzikanten zijn.
En hij kan het weten: 

Met zijn kleutermuziek
Heeft hij al menige gevoelige snaar geraakt. 

Maar dat is het niet waarom ik zo hard moet lachen.
De juiste emotie! 

Welke kunstenaar heeft het nou over de juiste emotie?
Bob Dylan in elk geval niet. 

7 Uit de cursus: Leren Omgaan Met Kritiek II, Wederom vrij naar een Chinees (weer die vermaledijde Han Shan)

De populaire liedjeszanger Frank Boeijen
Heeft moeite met onze vertaling van de Kronieken van Bob Dylan. 

Die vindt hij dramatisch.
Het ritme is cruciaal, zegt hij, 

Daarom móet je het in het Engels lezen.
Misschien moeten we Franks liedjes 

Eens in het Engels vertalen
Om te zien wat er van overblijft.

Getrut van een aftandse bakvis!
Gedweep van een overjarige melkmuil!
Gedruppel uit een lekkende lul! 

8 Martin de Haan schreef op de website van deReactor.org behartigenswaardige dingen over de vertaling van Madame Bovary door Hans van Pinxteren. Hij was prachtig, die vertaling, maar veel precieuzer en couperischer dan het oorspronkelijke Frans. Het prachtige zinnetje ‘Ses pommettes étaient roses.’ dat Flaubertiaans plompverloren in een beschrijving van Emma opduikt, is bij Van Pinxteren onderdeel van de verdere beschrijving: ‘Zij had roze wangen, en als een man...’ etc. Weg ironiserend cliché, weg plompverloren tik in het aangezicht, weg alles wat Flaubert mooi vond om te schrijven. Weg le style qui est l’homme même van Flaubert. Weg de juiste woorden in het juiste zinnetje. Het werd ingewisseld voor een Vanpinxteriaans schoonheidsideaal. Geen wonder ook dat hij het boek als ‘Madame Bovary’ heeft vertaald, en niet als ‘Mevrouw Bovary’. Madame Bovary olala! Die Fransen toch!

9 Onlangs hebben we weer enige tophits mogen vertalen voor de Top 2000, voor het tweede jaar. Het was niet geheel onze eigen keuze dit keer, maar je bent broodvertaler of je bent het niet (niet in de zin van Herman Broodvertaler) (hoewel we die ook onder handen hebben genomen). Dit gaat net als vorig jaar in goed overleg met de mensen die het moeten zingen. Soms moet er wat verschoven worden, of licht aangepast. In plaats van ‘schatje’ zingen ze bijvoorbeeld liever ‘liefje’. Daar doen we dan niet moeilijk over. Maar in twee zaken hebben we onze poot stijf moeten houden. In MacArthur Park, beroemd gemaakt door Richard Harris en Donna Summer, komen meerdere onsterfelijk belachelijke regels voor, maar deze drie uit het refrein spannen de kroon en nemen de cake, zoals de Engelsen in dit verband zo toepasselijk zeggen, nadat er is gezegd dat ‘someone left the cake out in the rain’:

I don’t think that I can take it
Cause it took so long to bake it
And I’ll never have that recipe again, o no! 

Wat zich dus laat vertalen (na de regel Buiten in de regen staat de cake) als en in: 

’t Is om door de grond te zakken,
Want ik heb zo lang staan bakken,
En ik heb geen flauw idee meer wat ik deed, o nee!

Nou was de vraag of we wat anders voor dat bakken konden verzinnen. Dat was zo prozaïsch. Nou, nee dus. Zelfs als we er een heel andere culturele bagage voor nodig hebben, blijft er in het Engels én in het Nederlands sprake van een cake die is gebakken. Het mag dan een hashcake zijn, maar die moeten ook worden gebakken!

Ook een paar woorden uit het nummer River Deep Mountain High van Ike and Tina Turner leidde to licht gefrons van muzikantenzijde. When I was a young girl, I had a ragdoll, zingt Tina, haar armoedige jeugd gedenkend. Toen ze klein was, had ze dus een lappenpop. Een lappenpop? vroegen de muzikanten ons. Is dat niet een beetje kinderachtig voor een volwassen vrouw? (Stomme vragen stellen is ook een kunst.) We konden er natuurlijk een barbiepop van maken, of een dildo, maar dat dekte de lading toch ook niet helemaal. Het fenomeen ‘lappenpop’ is kennelijk uitgestorven, en daarmee dreigt ook het woord te verdwijnen.

Vertalingsgewijs zouden we nog willen zeggen: vaak is letterlijk gewoon beter. En dat kan als conclusie gelden voor meer hierboven beschreven fenomenen en epifenomenen.

10 Eindelijk zijn we ook zichtbaar geworden! Tijdens een openbaar optreden op het Spui in Amsterdam, in het kader van de eerste Boekenleggeractie ter bevordering van de zichtbaarmaking van de beroepsgroep der vertalers, kwam er een jongeman in rolstoel langs ons gerold. Hij stopte, draaide de dop van een flesje vruchtensap en trachtte die over ons uit te gieten. Maar hij kon niet kiezen en het heilzaam vocht kwam precies tussen ons in op het houten podiumpje terecht, zonder ook maar een spatje op onze schoenen achter te laten. Maar wat gaf het? We waren gejuud! Dat gebeurt niet elke vertaler!

Lees meer over: