'All we had to do was translate'    11-21

Op zoek naar een vertaalstrategie voor de brieven van Vincent van Gogh

Saskia van der Lingen

Met groot feestgedruis en een prachtige tentoonstelling is op 7 oktober na vijftien jaar onderzoek de nieuwe uitgave gepresenteerd van de correspondentie van Vincent van Gogh. Er zijn 902 brieven bewaard gebleven, 819 van Van Gogh en 83 aan hem geadresseerd. Van de teksten is ruwweg twee derde in het Nederlands gesteld, één derde in het Frans en nog een zestal in het Engels. Alle originele brieven zijn opnieuw letter voor letter ontcijferd en getranscribeerd, waar nodig gedateerd en opnieuw geordend, uitgebreid van annotaties en commentaar voorzien, voor het eerst volledig geïllustreerd – niet alleen met de zogenoemde briefschetsen maar ook met al het werk van Van Gogh zelf én van andere kunstenaars dat in de brieven ter sprake komt – en ten slotte opnieuw vertaald. Dit heeft geresulteerd in een bijzondere publicatievorm: een digitale editie gecombineerd met een analoge.

De ‘echte’, volledige publicatie is alleen op internet verschenen, op de openbaar toegankelijke, geheel doorzoekbare website www.vangoghletters.org. Hier vindt men de complete weerslag van het onderzoek: alle brieven in facsimile, in transcriptie, in tot ‘leestekst’ c.q. citeerbare tekst geredigeerde vorm in de oorspronkelijke taal en in Engelse vertaling, compleet met alle annotaties en illustraties en allerlei verantwoordingen en secundaire informatie. De ‘voertaal’ van deze webpublicatie is Engels.1 Als spin-off van de webpublicatie zijn drie schitterende boekreeksen van ‘slechts’ 2180 bladzijden in zes banden in cassette uitgegeven, ook volledig geïllustreerd en van een deel bijlagen voorzien, maar zonder facsimile’s en beknopter geannoteerd. Ze zijn respectievelijk geheel in het Nederlands, Frans of Engels gesteld,2 wat betekent dat men in bijvoorbeeld de Nederlandse uitgave de ‘leesteksten’ vindt van de Nederlandse brieven en een vertaling van de Franse en Engelse brieven.

Brief Van Gogh
Brief van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo, Arles, ca. 21 november 1888
Vincent van Gogh (1853–1890)
Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Skopos en vertaalstrategie
Voor wetenschappelijk onderzoek kan men, ook al zou men het liefst een boek in handen hebben, niet om de website heen. De boeken hebben vanwege hun opzet een andere functie: die van een kostelijk blader-, kijk- en leesboek – in die volgorde, vermoedelijk. Ze zullen naar mijn inschatting vooral hun weg vinden naar de doelgroep van de geïnteresseerde leken: de talloze Van Goghliefhebbers over de hele wereld. De Nederlandse en Franse versies zijn in wezen weer een toegift voor het relatief kleine percentage van het publiek dat Frans en/of Nederlands beheerst en de Nederlandse en Franse vertaling vormen in die zin, ook in de productie, het sluitstuk van het project.

Het verschil in skopos tussen de webpublicatie en de boekuitgaven had kunnen leiden tot een verschil in vertaalstrategie. Vertalen is immers per definitie een op het doel gerichte activiteit,3 en in de moderne vertaalopvattingen wordt rekening gehouden met de functionaliteit van de doeltekst. Op het eerste gezicht lijkt dit echter niet te zijn gebeurd. In de Engelse boekuitgave zijn uiteraard, al was het maar uit oogpunt van kosten, de vertalingen opgenomen die waren gemaakt voor de wetenschappelijke editie op de website. De verantwoording bij de vertaling in de Engelse boekuitgave (deel 6, p. 9) is een afgeslankte versie van die op de website, maar met gelijke strekking:

Absolute fidelity to the original is the fundamental principle underlying this new translation. It reproduces Van Gogh’s words as closely as possible, consistent with readability. […] This, then, is neither a literary nor an interpretative translation.

Ook de Franse en Nederlandse vertaling zijn volgens de nog beknoptere verantwoordingen ‘zo getrouw mogelijk […] en dus niet literair en zo min mogelijk interpreterend’.

Over de beoogde functie van de doelteksten wordt in de uitgave niets gezegd. Wel wordt in een noot bij de verantwoording bij de Engelse vertaling, die echter in de Nederlandse en Franse editie ontbreekt, verwezen naar een artikel van twee van de editeurs waarin dit onderwerp ter sprake komt. Onder de zelfverzekerde titel ‘How to do it and how not to do it’ vragen Leo Jansen en Hans Luijten zich in 2001 af hoe de vertaling, waaraan op dat moment nog moet worden begonnen, zou moeten worden aangepakt, maar met een antwoord komen ze vooralsnog niet.4 Zij stellen dat een Engelse vertaling nodig is omdat het overgrote deel van het internationale publiek van geïnteresseerde lezers en zelfs sommige Van Goghspecialisten geen Nederlands en/of Frans beheersen. Voor het Engelstalig publiek zal het prettig zijn Van Gogh in hun eigen taal te kunnen lezen, maar voor een groot deel van het publiek is Engels een vreemde taal en dit feit vereist een speciale aanpak – een heel interessante observatie, die helaas verder niet wordt uitgewerkt. Ze besluiten hun stuk met de zelfvermaning dat ze vooral het toekomstige lezerspubliek niet uit het oog moeten verliezen. Ook daarbij halen ze Van Gogh aan: ‘de groote schare tot wie Herkomer zegt For you, the public it is really done...’ (brief 284). Ergens in het vervolg van het project heeft deze publieksgerichtheid dus plaatsgemaakt voor brontekstgetrouwheid. 

Sensitieve tekst
De nadruk op getrouwheid zal zijn ingegeven door de status van Van Goghs brieven als sensitieve tekst. Ten eerste is het uniek dat het werk van een beeldend kunstenaar zo gedetailleerd door de maker zelf is gedocumenteerd. ‘Sensitief’ krijgt in dit verband zelfs een platte commerciële bijbetekenis: de identificatie van een bepaald werk op grond van een brieftekst kan van invloed zijn op de handelswaarde ervan en alleen al daarom moeten omschrijvingen van kleurnuances en andere schildertechnische termen met uiterste zorgvuldigheid worden vertaald. Ten tweede bestaan er rond de figuur van Van Gogh allerlei romantische mythen, zoals die van het ‘gekwelde genie’, die de onderzoekers weliswaar pogen te ontkrachten maar die toch onuitroeibaar blijken.5 En ten slotte wordt met deze uitgave opnieuw, en terecht, de nadruk gelegd op Van Goghs dubbeltalent als schilder én literator. Niet voor niets zal hij bij de aanstaande heropening van het Letterkundig Museum zijn opgenomen in het Pantheon van honderd Nederlandse en Vlaamse schrijvers.

Een uniek project: drie hervertalingen van een herziene drietalige brontekst
Het is niet voor het eerst dat de brieven van Van Gogh worden uitgegeven, en dit is ook niet de eerste keer dat ze zijn vertaald. Het spreekt voor zich dat de herziening van de brontekst het ook noodzakelijk maakte om de bestaande vertalingen te herzien of helemaal over te doen. Dit laatste was aanvankelijk de opzet. De bestaande Engelse en Franse vertalingen waren gebaseerd op de verouderde tekstuitgave van 1952–’54. In het Nederlands was in 1990 onder auspiciën van het Van Gogh Museum een nieuwe editie verschenen, gebaseerd op nieuw tekstonderzoek.6 Reden te meer dus om vooraf een vertaalstrategie te bepalen en te formuleren hoe de nieuwe vertalingen zich moesten verhouden tot de vorige.

Binnen het project heeft de Engelse vertaling van begin af aan centraal gestaan. Toen die klaar was, werd in 2007 begonnen aan de Franse en de Nederlandse vertaling. Voor de weergave van de Franse en Engelse brieven in het Nederlands blijkt uiteindelijk geen nieuwe vertaling te zijn gemaakt maar werd de vertaling uit 1990 bewerkt, niet door een professionele vertaler maar door een van de projectredacteuren.

Alvorens in te gaan op het ‘getrouwe’, ‘niet-literaire’ en ‘zo min mogelijk interpreterende’ karakter van de nieuwe doeltekst, moet een ander uniek aspect van dit project onder de aandacht worden gebracht, dat automatisch leidt tot een significant verschil tussen de Engelse versie enerzijds en de Nederlandse en Franse aan de andere kant: de Engelse uitgave bestaat voor 99% uit doeltekst, de Nederlandse uit een combinatie van 65% brontekst en 35% doeltekst en in de Franse uitgave ligt die verhouding juist andersom. 

Historiseren of moderniseren, exotiseren of naturaliseren?
Vanaf het moment dat Vincent van Gogh zich in 1886 in Frankrijk had gevestigd, schreef hij hoofdzakelijk in het Frans, ook aan zijn Nederlandse correspondenten. Waarom is niet helemaal duidelijk. Volgens de redactie omdat hij zich op den duur beter meende te kunnen uitdrukken in het Frans.7 In elk geval zal zeker hebben meegespeeld dat zijn broer Theo ook in Frankrijk woonde en dat Vincent met hem veelal over dezelfde onderwerpen correspondeerde als met zijn Franse kunstenaarsvrienden.

Wat heeft dit voor gevolgen gehad voor de vertaalstrategie? Voor de Engelse vertaling was de keuze het simpelst:

His French was better than that of many foreigners, but it was not his native tongue. Some unusual phrasings are due to his Dutch. This occasionally led to idiosyncrasies in spelling, syntax and wording which could not possibly be reflected in the translation. Consequently, no attempt has been made to replicate inconsistencies, errors or un-French French, since the solutions would be arbitrary and result in unnatural English.

Met andere woorden, van Van Goghs op z’n zachtst gezegd merkwaardige Frans is normaal Engels gemaakt en men is in dit opzicht niet trouw gebleven aan de eigenheid van zijn stijl, noch aan de letterlijke betekenis van de woorden.

Bij de Nederlandse vertaling was het theoretisch mogelijk geweest om te proberen de Franse brieven in Van Goghs ‘eigen’ Nederlands te vertalen,8 maar om begrijpelijke redenen is die optie eigenlijk meteen verworpen en is net als in de Engelse versie gekozen voor een moderniserende vertaling.9 De redactie is zich ervan bewust dat hierdoor, anders dan in de Engelse uitgave, een stijlbreuk is ontstaan tussen het Nederlands van de originele brieven en dat van de vertalingen.10 Waarvan men zich echter minder bewust lijkt – er wordt althans niets over gezegd of wellicht achtte men dit in een opzettelijk ‘niet-literaire’ vertaling niet relevant – is dat door het naturaliseren van Van Goghs ‘exotische’ Frans in de doeltekst het stijlverschil ónzichtbaar is geworden tussen Van Goghs Frans en dat in de vierentwintig brieven van Franse moedertaalsprekers aan hem die in deze uitgave zijn opgenomen – een tekstkenmerk dat in de Franse uitgave natuurlijk wel aanwezig is gebleven. 

Het Frans van Van Gogh
De redactie stelt zonder omhaal: ‘Hij beheerste het Frans goed dankzij zijn directe contact met Franstaligen en door zijn lectuur.’ Op die bewering valt het nodige af te dingen. Van Goghs beheersing van het Frans is bewonderenswaardig, maar zijn Frans staat niettemin bol van de interferentie uit het Nederlands. Hij gebruikt batavismen, bijvoorbeeld letterlijk vertaalde verbindingswoorden: ‘maintenant’ (in het Frans een tijdsaanduiding) als hij ‘welnu’ (‘alors' of ‘or’) bedoelt, vertaalt soms Nederlands idioom letterlijk in het Frans (‘en remonter’ voor ‘iets te boven komen’, een figuurlijke betekenis die het Frans niet heeft), gebruikt vaak een Nederlandse constituentenvolgorde, vergist zich regelmatig in de toepassing van in het Nederlands niet voorkomende conjugaties als subjonctif en conditionnel, gebruikt bijvoeglijke naamwoorden als bijwoorden (in het Nederlands geen, in het Frans wel een morfologisch verschil), lijkt zich nauwelijks te bekommeren om congruentie in geslacht en getal, enzovoort. Dit alles nog afgezien van de minder storende spelfouten en het bijna stelselmatig weglaten van accenten. Eigenlijk is het daarom helemaal niet verwonderlijk dat wanneer je dit on-Franse, batavistische Frans stijlgetrouw in het Nederlands vertaalt, er inderdaad bijna als vanzelf al een tamelijk natuurlijk Nederlands komt te staan. In dit opzicht kan een Nederlandse vertaler dus veel ‘getrouwer’ werken dan een Engelse.

Met het oog op het publiek is de vraag hoe goed of hoe slecht Van Goghs Frans was zeker geen academische kwestie. Hoe begrijpelijk zijn Franse teksten zijn, hangt namelijk af van wie ze leest: een betrokkene of een buitenstaander, de geadresseerde of het brede publiek. Theo, die Vincent en zijn stijl het beste kende, zal er waarschijnlijk het minst moeite mee hebben gehad. Vermoedelijk is zijn Frans überhaupt het begrijpelijkst voor lezers die Nederlands als moedertaal hebben, omdat die niet zo gauw zullen struikelen over de grammaticafouten en het batavistische idioom. Dit geldt al helemaal voor de editeurs, die zich ook nog jarenlang met de teksten vertrouwd hebben gemaakt. Wouter van der Veen, de tweetalige tekstbezorger die de Franse brieven heeft getranscribeerd, heeft Van Goghs Frans in een artikel geanalyseerd (Van der Veen 2002). Ondanks zijn lange opsomming van taalfouten stelt ook hij dat het best meevalt. Hij voert aan dat Emile Bernard en Paul Gauguin Van Goghs brieven begrepen, ook al becommentariëren beiden – de eerste welwillend, de tweede ironisch – zijn stijl. Hun begrip zal zeker mede te danken zijn aan hun betrokkenheid bij de afzender en de onderwerpen die hij aanroert. Het argument dat Van Gogh minder spelfouten maakt dan een van zijn correspondenten, de ongeletterde postbode Roulin, is niet overtuigend, want Roulin zondigt níet tegen de natuurlijkheid van het gesproken Frans. Een kleine, niet-representatieve steekproef onder het Franstalige geïnteresseerde lekenpubliek leert dat diverse passages in de Franse brieven door hen niet of verkeerd worden begrepen en dat de tekstverklarende noten voor hen niet toereikend zijn. Zij zouden beslist gebaat zijn bij een hertaling van Van Goghs Frans naast het origineel.

Zo getrouw mogelijk…
Getrouwheid is een notie die onlosmakelijk verbonden is met de brontekst en niet met de doeltekst. Maar getrouw waaraan nu precies? Wanneer de verantwoordingen bij de verschillende versies onder elkaar worden gezet, zien we interessante verschuivingen optreden.

Bij de Engelse vertaling lijkt het vooral te gaan om getrouwheid op woordniveau:

Absolute fidelity to the original is the fundamental principle underlying this new translation. It reproduces Van Gogh’s words as closely as possible, consistent with readability. […] This, then, is neither a literary nor an interpretative translation. […] Van Gogh wrote what he wrote. All we had to do was translate, not interpret or second-guess, not get in the way of the words.

De naïeve ontkenning van het feit dat vertalen per definitie een vorm van interpreteren ís, gecombineerd met de bagatellisering van de vertaaldaad, doet trouwens de vraag rijzen wie de ‘wij’ zijn die deze verantwoording hebben geschreven: de vertalers of de opdrachtgevers? In het werkdocument ‘Guidelines for the translators of the Van Gogh Letters Project’ werd getrouwheid zelfs één-op-één gelijkgesteld aan woordelijkheid: ‘The three overriding criteria for the translation are faithfulness to Van Gogh’s words, the ability to sense and convey his mood and intentions, and a supple use of English. On the subject of faithfulness: if Van Gogh writes “Nee, nee, nee” or “Non, non, non” there must be three no’s in the translation.’ In deze verbluffend simplistische stelregel – de enige concrete aanwijzing trouwens die de vertalers meekregen – wordt volledig voorbijgegaan aan de expressieve functie van bijvoorbeeld woordherhaling in verschillende talen. Wanneer nadruk wordt beoogd kiest het Nederlands juist vaak voor lichte variatie. ‘Non, non, non’, kan inderdaad goed worden vertaald met ‘nee, nee, nee’, maar ‘een echte, echte Manet’ (2009) (‘du vrai, vrai Manet’, brief 692) klinkt in het Nederlands minder soepel en natuurlijk dan ‘een echte, heuse Manet’ (1990). Hetzelfde geldt voor ‘toujours toujours à son bureau’ in brief 827: in 1990 vertaald als ‘eeuwig en altijd in zijn kantoor’, in 2009 gehandhaafd.

Dat getrouwheid op woordniveau de twee andere criteria dikwijls in de weg staat, wordt in de verantwoording bij de Engelse vertaling overigens wel erkend: ‘As a translator, though, one inevitably has to make choices out of several possible readings from time to time. In such cases we based our decisions on our knowledge of Van Gogh’s use of language.’

In de Nederlandse versie is ‘absolute fidelity’ afgezwakt tot ‘zo getrouw mogelijk’. Getrouwheid heeft niet langer betrekking op woordjes maar op betekenis, en het is hier dát aspect dat wordt gecontrasteerd met ‘literair’ en ‘interpreterend’: 

[De vertaling van 1990] is volledig herzien, verbeterd en geredigeerd, op een wijze die zo getrouw mogelijk de betekenis van de oorspronkelijke brieven weergeeft en dus niet literair en zo min mogelijk interpreterend is. […] Wij hebben er niet naar gestreefd de vertalingen op ‘Van Gogh-Nederlands’ te laten lijken omdat dit een zeer onnatuurlijk effect zou hebben, waarbij bovendien voortdurend arbitraire beslissingen genomen hadden moeten worden. In plaats daarvan hebben wij de stijlbreuk geaccepteerd en in de vertalingen de inhoud van de brieven zo getrouw mogelijk willen overbrengen.

Bij de Franse vertaling is eveneens gestreefd naar een zo getrouw mogelijke weergave, in dit geval van ‘le contenu’ ofwel de inhoud van de brieven.

en dus niet literair…(?)
Gezien deze formulering moet een ‘literaire’ vertaling worden opgevat als een diskwalificatie. Waarom? Is dat niet wat vreemd bij de vertaling van een brontekst die, in elk geval wat het Nederlandse deel ervan betreft, de status heeft van literatuur? Voor zover het begrip überhaupt nog als aparte categorie wordt gebruikt, wordt onder een literaire vertaling in gangbare vertaalopvattingen verstaan een vertaling van een literaire brontekst die op ‘functioneel equivalente’ wijze, om dat begrip maar weer eens van stal te halen, getrouw is (jawel) aan pragmatische functie, stijl, toon, register, motieven, allusies en dergelijke. Uit de verantwoording op de website blijkt dat men met deze uitspraak met name afstand heeft willen nemen van de voorgaande, blijkbaar ‘verfraaiende’ Engelse vertaling: ‘At the same time there was dissatisfaction with that English translation because it “prettified” Van Gogh’s words and did not accurately reflect what he actually wrote. It failed, in other words, to do justice to his idiosyncratic voice, which was a disservice to both him and the reader.’ De nieuwe Engelse vertaling wil dus, afgezien van het gladstrijken van Van Goghs ‘on-Franse Frans’, juist wel recht doen aan zijn idiosyncratische wijze van uitdrukken. En ook getrouw zijn aan verschillen in stijl, toon en register: ‘The variety of letter writers, styles and addressees demands an equal variety of registers in the translation. Gauguin wrote differently from Theo, John Russell differently from the postman Joseph Roulin.’ Wat dat betreft kan de Engelse vertaling in elk geval in opzet wel degelijk beschouwd worden als een literaire vertaling.11 

Maar misschien wordt met ‘niet literair’ toch iets anders bedoeld. Jansen en Luijten stellen in hun artikel (2001: 54) dat Van Goghs brieven in elk geval ten dele een literair karakter hebben en dat dit specifieke aspect ‘does indeed demand a “literary” approach, one that will give expression to the letters’ various strata without, of course, doing harm to the original texts (yes, we, too, want the best of both worlds)’. In 2001 leek men dus juist wel een literaire vertaling te verlangen. Maar aangezien de rest van het stuk geheel is gewijd aan de vraag hoe in vertaling om te gaan met de vele literaire allusies en de vaak omvangrijke (verminkte) citaten, moeten we concluderen dat zo’n literaire benadering alleen betrekking zou hebben op dit ene aspect van intertekstualiteit. Uiteindelijk is dit probleem op twee verschillende manieren opgelost. In de Engelse en Franse versie zijn de allusies en citaten vertaald, waarbij aan de betekenis voorrang gegeven is boven de vorm – inderdaad een niet-literaire aanpak; in de Nederlandse versie zijn ze blijven staan en zijn vertalingen opgenomen in een noot of – de langere – in een appendix.12

Of afgezien van de citaten en allusies in de Engelse vertaling structureel meer aandacht is besteed aan functionele equivalentie dan in de Nederlandse bewerking, zou nader moeten worden onderzocht. Eén duidelijk voorbeeld waarbij in de Engelse vertaling aan de poëtische functie de overhand is gegund en in de Nederlandse bewerking aan de referentiële, is brief 692 van Gauguin aan Van Gogh. In deze brief staan twee expliciete aanwijzingen voor de poëtische functie van de brontekst, namelijk de aanduiding ‘de quoi vous divertir’ (om u te amuseren) bij de ironische beschrijving van de Parijse kunstwereld en de muzikale aanwijzing ‘pour un mirliton’ bij het versje aan het slot. In de vertaling van 1990 had men hier het Frans laten staan, ten onrechte, want het gaat niet om een literair citaat maar om een door Gauguin zelf verzonnen rijmpje. Een mirliton is een speelgoedmuziekinstrument; oftewel, het vers is (zogenaamd) bedoeld om te worden gezongen en moet niet al te serieus worden genomen. Het verwijst vermoedelijk niet naar een uitgevoerd schilderij, anders was het in deze uitgave wel geïllustreerd. De Franse tekst luidt:

Soleil ardent qui embrase
arrête ta course echevelée
je veux sans emphase
peindre ta face orangée. 

In het Engels is dit geworden:

Burning sun who settest all ablaze
halt thy furious race
without ado I wish
to paint thine orange face. 

En in het Nederlands:

Vurige zon die alles in vuur en vlam zet
staak je wilde baan;
ik wil zonder gewichtigheid
je aangezicht in oranje
schilderen.

Ik ga ervan uit dat het ‘schilderen’ op een nieuwe regel geen enjambement is maar een zetfout. Maar ondanks de vrije regelval is dit in het Nederlands geen versje. Toch zou het heus niet zo’n heksentoer zijn om dit te vertalen in een abab-rijmschema compleet met metrum, mits men bereid is de woord-voor-woordweergave van de betekenis los te laten:

Zon met je brandende stralen
onderbreek je onstuimige koers
dan schilder ik zonder omhaal
je gezicht in oranje floers. 

…en zo min mogelijk interpreterend
De meest curieuze eis die volgens de verantwoordingen aan de vertalingen werd gesteld, is dat ze niet of zo min mogelijk interpreterend moesten zijn en dat arbitraire beslissingen moesten worden vermeden, een gebod dat voorbijgaat aan het gegeven dat elke vertaaldaad een beslissing is, gebaseerd op interpretatie. Alleen in de Engelse verantwoording is te achterhalen dat het verbod op ‘interpreteren’ in feite een verbod op ‘expliciteren’ was:

Another demand made of the translators was the rigorous avoidance of interpretation. If Van Gogh wrote ‘het’ or ‘il/le’ (‘it’), then ‘it’ it was, not ‘it [the money]’ or ‘the money’ if his meaning was not immediately clear. It would not have been apparent to the recipient of the letter either, so there was no earthly reason to remove any ambiguity for the modern reader. Clarifications, where necessary, will be found in the notes.

Vanwege de verschillen tussen talen echter gaat zelfs deze simpele stelregel voor de vertaling in het Frans en Nederlands niet altijd op, want anders dan het Engels maakt het Nederlands onderscheid tussen onzijdig en niet-onzijdig, en het Frans tussen mannelijk en vrouwelijk. Zelfs op dit basale niveau moeten dus keuzes worden gemaakt, gemotiveerde keuzes wel te verstaan.

Vertalen als sluitstuk van interpretatie
Of een interpretatie objectief waar is kan niet worden vastgesteld, wel of het voorlopig de meest waarschijnlijke is (Hirsch Jr. 19734: 49). Normaal gesproken wordt de waarschijnlijkheid van een interpretatie in hoge mate bepaald door taalkundige gegevens: een bepaalde taaluiting kan wel dit en dit, maar onmogelijk dát betekenen. In het geval van de Franse brieven van Vincent en Theo ontbreekt vanwege hun onvoldoende beheersing van het Frans die taalkundige begrenzing aan de waarschijnlijkheid. Het simpelste voorbeeld is ook hier weer congruentie. In het Frans worden verbanden tussen zelfstandige naamwoorden enerzijds en bijvoeglijke naamwoorden en betrekkelijke voornaamwoorden anderzijds aangegeven door congruentie in geslacht en getal. Incongruentie sluit formeel gesproken een verband uit. Van Gogh zondigt voortdurend tegen deze regel, maar uit de context of de logica valt meestal op te maken (=interpreteren) welk verband bedoeld is.

Vaak is het natuurlijk lastiger, en dan blijven vertaalbeslissingen noodgedwongen arbitrair. Zo schrijft Van Gogh in brief 697 over bepaalde collega’s: ‘J’ai plus dépensé qu’eux, cela m’est en voyant leur peinture absolument égal, ils ont travaillé trop pauvre pour que cela prenne.’ ‘Pauvre’ is een taalfout; het moet óf een bijvoeglijk naamwoord zijn dat bij ‘ils’ hoort (‘[étant] trop pauvres’), of een bijwoord bij ‘travaillé’, in dat geval: ‘pauvrement’. Wat het betekent moet vervolgens alsnog uit de context worden afgeleid. De vertaling van 1990 had: ‘zij hebben bij hun werk zo zuinig aan gedaan dat het niet aanslaat’, als bijwoord dus, en vermoedelijk op te vatten als ‘ze zijn te zuinig geweest met verf’. In de herziening is dit, conform de Engelse vertaling, geworden: ‘zij hebben in te grote armoede gewerkt om het te laten aanslaan’. Deze keuze zal zijn ingegeven door het feit dat in de alinea erboven staat: ‘En ik voel duidelijk dat op mij de plicht rust om mijn uiterste best te doen om onze armoede te verlichten [diminuer notre pauvreté].’ Tenslotte is geld een thema in alle brieven van Vincent aan Theo. Zeker is deze interpretatie echter niet. Het zou ook kunnen dat ‘pauvre(ment)’ moet worden gelezen in contrast met ‘riche’ nog weer een alinea hoger, waar ‘hij moet weer de rijkere Gauguin worden van de negerinnen’ toch waarschijnlijk figuurlijk, dat wil zeggen schilderkunstig moet worden opgevat. Dan zou ‘pauvre’ hier de betekenis hebben van ‘armzalig’. Definitief zal het nooit uit te maken zijn, maar zeker is wel dat de gekozen lezing in de vertalingen de andere lezingen uitsluit.

Andere keuzemomenten hebben ‘gewoon’, zoals bij elke vertaling, te maken met het verschil tussen talen. Een sprekend voorbeeld is in dit verband de homonymie van ‘couleur’ in de Franse brieven. ‘Couleur’ kan ‘kleur’ betekenen, maar ook ‘verf’. ‘Peinture’ betekent ‘verf’, ‘schilderij’ of ‘schilderkunst’. Wanneer Van Gogh in het Frans over verf schrijft (een woord dat in zijn Nederlandse brieven uiteraard frequent voorkomt), gebruikt hij de term ‘couleur(s)’, want ‘peinture’ is in zijn persoonlijke lexicon al bezet door ‘schilderkunst’ en ‘schilderij’. Daarmee is ‘couleur’ ook weer bezet en daarom gebruikt hij vaak ‘ton’ wanneer hij het over kleuren heeft. In het Nederlands zijn ‘verf’ en ‘kleur’ de meest frequente benamingen van deze begrippen. In de Nederlandse vertaling is om die reden het lexicale raster een hokje opgeschoven. ‘Couleur’ is waar nodig ‘verf’ geworden en ‘ton’ dikwijls ‘kleur’, maar naargelang de context soms ook ‘toon’ of ‘tint’.

Sluitstuk of sluitpost?
De hierboven aangehaalde voorbeelden, hoe futiel op zich ook, dienen om te illustreren dat vertalen een voortdurend proces is van wikken en wegen, aanscherpen en bijstellen, zowel op micro- als op macroniveau. Op dat gegeven is het concept gebaseerd dat vertalen het sluitstuk is van een hermeneutische cirkel van lezen, interpreteren, uitleggen en becommentariëren, waarbij juist de vertaaldaad weer kan leiden tot nieuwe tekstkritische inzichten. Sommigen spreken daarom zelfs liever van een hermeneutische spiraal, want over interpretatie is het laatste woord nooit gezegd en geen enkele tekstkritische uitgave, hoe doorwrocht ook, kan aanspraak maken op het predicaat definitief (Huyssen 1969: 1–2).

De nieuwe doelteksten in deze editie zijn meer interpreterend dan in de verantwoordingen wordt gesuggereerd, wat in dit betoog dus niet een negatieve, maar juist een positieve waardering inhoudt. Het is daarom erg jammer dat dit in de uitgave onvoldoende wordt erkend en gewaardeerd en het is een gemiste kans dat de vertaalkundige inbreng niet meer is benut. Juist in dit bijzondere project, waarin de brontekst twee keer in zijn geheel is vertaald: eerst van het Nederlands en het Frans in het Engels, daarna – gelijktijdig – de Nederlandse en Engelse brieven in het Frans en de Franse en Engelse in het Nederlands. Geconfronteerd met bepaalde moeilijkheden in de tekst hebben de Franse en Nederlandse vertalers/bewerkers soms oplossingen gevonden die hebben geleid tot aanpassingen in de Engelse vertaling. Het is zelfs denkbaar, maar of het gebeurd is weet ik niet, dat overwegingen van de vertalers aanleiding zijn geweest om opnieuw naar de manuscripten te kijken en wie weet emendaties aan te brengen in de transcriptie. Alleen al door in de ‘complete’ editie op de website ook de Franse en Nederlandse vertalingen op te nemen en zo de gebruikers in staat te stellen de drie vertalingen met de brontekst te vergelijken, zou men de interpretatieve vertaalbeslissingen transparanter kunnen maken. En het kan niet anders of in een omvangrijk project als dit is over vertaalbeslissingen gecommuniceerd. Het was mooi geweest, niet alleen voor vertaalwetenschappers maar voor alle onderzoekers en lezers van de brieven, als iets daarvan ook zijn weerslag had gevonden in vertalersnoten, want de gekozen formulering in een doeltekst heeft soms een andere of een eigen verklaring nodig. Dan had de nieuwe vertaling niet alleen de sluitpost, maar ook werkelijk het sluitstuk van het project kunnen zijn.

Vincent van Gogh, De brieven: de volledige, geïllustreerde en geannoteerde uitgave, onder red. van Leo Jansen, Hans Luijten en Nienke Bakker. Amsterdam: Van Gogh Museum / Huygens Instituut / Amsterdam University Press, 2009. Vertaling van de Franse en Engelse brieven: Nienke Bakker op basis van De brieven van Vincent van Gogh, 1990.

 

Noten
1 Een nadeel van deze opzet is dat de Nederlandse en Franse vertalingen niet elektronisch doorzoekbaar zijn.
2 Algemeen (Engelstalig) redacteur voor het gehele project was Michael Raeburn. De Engelse vertaling werd onder coördinatie van Michael Hoyle verzorgd door Sue Dyson, Imogen Forster, Lynne Richards, John Rudge en Diane Webb. De vertalingen in de Franse editie zijn van Marnix Vincent en Marie-Françoise Dispa.
3 ‘Translation is basically performed with an eye to introducing in a so-called “target” culture something which is not [yet] there. The act itself is therefore goal-oriented by its very nature.’ Beginselverklaring ‘On Target’s targets’, Target 1 (1988), p. 1–2.
4 Leo Jansen & Hans Luijten 2001. Ironisch genoeg is in de boekuitgaven de bibliografische referentie niet opgenomen, maar via de website is ze wel te vinden. De titel blijkt weliswaar ontleend aan een herhaaldelijke allusie van Van Gogh op het Circumlocution Office uit Dickens’ Little Dorrit, maar er wordt niettemin een bepaalde toon mee gezet.
5 Zie hierover bijvoorbeeld Wouter van der Veen 2009. In dit boekje vertelt de onderzoeker die anderhalf jaar opgesloten zat in de kluis van het Van Gogh Museum om de Franse brieven te transcriberen, hoe hij zich tegen wil en dank met de auteur ging vereenzelvigen.
6 Vincent van Gogh, De brieven van Vincent van Gogh, red. Han van Crimpen en Monique Berends-Albert, vertaling Betsy Raymakers en Jan Verlaan. Amsterdam/Den Haag: Van Gogh Museum/Sdu Uitgevers, 1990. Pikant detail: de resterende oplage van deze uitgave is in de loop van het project door het Museum uit de handel genomen en ook antiquarisch niet of nauwelijks nog verkrijgbaar. De Wereldbibliotheekuitgave van de Verzamelde brieven van Vincent van Gogh, bezorgd. J. van Gogh-Bonger en V.W. van Gogh uit 1952–’54 en herzien in 1973, wordt antiquarisch nog wel vaak aangeboden.
7 Deel 1, p. 15. Het is waar dat Van Gogh dit gezegd heeft, maar pas in een van zijn laatste brieven, in mei 1890. Het verklaart niet waarom hij ook in de tweede helft van 1880, tijdens zijn verblijf in Wallonië, al zeven brieven in het Frans aan zijn broer Theo schreef.
8 En andersom natuurlijk ook, maar imitatie van Van Goghs curieuze Frans is al helemaal ondoenlijk.
9 Voor de uitgave van 1990 is in eerste instantie wél een serieuze poging ondernomen tot een historiserende vertaling, zie De brieven van Vincent van Gogh, deel 1, p. xii.
10 Overigens blijkt uit bestudering van de teksten dat ook in deze nieuwe editie enigszins rekening is gehouden met het lexicon dat uit het corpus Nederlandse brieven valt te destilleren – een strategie die trouwens afkomstig is uit de vertaling van 1990. Zo is het Franse ‘le bébé’ niet als ‘baby’ vertaald, een woord dat in het Nederlands van Van Gogh niet voorkomt, maar als ‘de kleine’ of ‘het kindje’.
11 Ook wanneer men voorbijziet aan de taal- en stijlfouten in Van Goghs Frans, kan worden vastgesteld dat zijn Frans naar verhouding minder gevarieerd en speels is dan zijn Nederlands. Het zou interessant zijn om te onderzoeken in hoeverre dat stijlverschil in de Engelse vertaling is gehonoreerd.
12 Waar mogelijk in bestaande vertaling; de overige vertalingen zijn verzorgd door Paul van Calster. 

Bibliografie
Gogh, Vincent van. 1952–’54, herziene uitgave 1973. Verzamelde brieven van Vincent van Gogh, uitgekozen en toegelicht door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger, januari 1914 [dln. 1–3]; aangevuld en uitgebreid door V.W. van Gogh, 1953 [dl. 4]. Amsterdam: Wereldbibliotheek.

Gogh, Vincent van. 1958. The Complete Letters. Translated from the Dutch by C. de Dood e.a. London:  Thames & Hudson.

Gogh, Vincent van. 1960. Correspondance générale. Traduit du néerlandais et de l'anglais par Maurice Beerblock et Louis Roëlandt; préface de Philippe Dagen; notes de Georges Charensol. Paris: Éditions Gallimard & Grasset.

Gogh, Vincent van. 1990. De brieven van Vincent van Gogh. Han van Crimpen & Monique Berends-Albert (eds.), vertaling Betsy Raymakers en Jan Verlaan. Amsterdam/Den Haag: Van Gogh Museum/Sdu Uitgevers.

Hirsch Jr., E.D. 19734Validity in interpretation, New Haven: Yale University Press.

Huyssen, Andreas. 1969. Die frühromantische Konzeption von Übersetzung und Aneignung, Zürich: Atlantis Verlag.

Jansen, Leo & Hans Luijten. 2001. ‘How to do it and how not to do it. Problems in the translation of Vincent van Gogh’s letters’, Editio 15, p. 52–66.

Veen, Wouter van der. 2002. ‘“En tant que quant à mois”: Vincent van Gogh and the French language’, Van Gogh Museum Journal, p. 63–77.

Veen, Wouter van der. 2009. Van Gogh: de kamers van Vincent. Vertaald door Saskia van der Lingen en Hilde Pauwels. Den Haag: Omniversum@home.

Lees meer over: