Reactie op 'Het verhaal en de woorden' van Adri Boon    64

Anneke Bok
Rob van der Veer

In Filter 15:1 geeft Adri Boon lucht aan zijn teleurstelling over onze vertaling van Colm Tóibíns verhaal ‘A Long Winter’. Het lezen van ‘Een lange winter’ verging hem als ‘het kijken naar een onscherpe foto: vaak pasten de woorden net niet (en soms helemaal niet) bij wat er verteld werd’.

Hij illustreert zijn leeservaring met een aantal voorbeelden, maar constateert eerst dat er in ‘A Long Winter’ geen ‘stilistische strapatsen uitgehaald’ worden; het gaat niet om ‘experimenteel proza’. Hier fnuikt zich echter dat Adri Boon de nuances van wat er in het Engels staat niet goed weet te duiden. Op de VertalersVakschool, waar men Tóibíns tekst kende, werd afwijzend gereageerd op het voorstel een van Tóibíns verhalen uit de bundel Mothers and Sons als eindejaarsvertaling te gebruiken: het taalgebruik werd namelijk als te specifiek beoordeeld. En juist dat specifieke karakter hebben wij geprobeerd te honoreren. ‘Op elke pagina staat wel een zin waar je korter of langer aan blijft haken.’ Laat dat nou ook in het Engels het geval zijn.

Toen wij aan ‘A Long Winter’ begonnen, hadden we ons al beziggehouden met drievan Tóibíns romans en geconstateerd dat The Story of the Night, The Blackwater Lightship, The Master en ‘A Long Winter’ qua stijl wezenlijk van elkaar verschillen. Dat merkten we nogmaals toen we aan ‘A Long Winter’ begonnen. Na elkaars voorlopige vertaling te hebben bekeken besloten we Tóibín als het ware als een ‘nieuwe’ auteur te benaderen en onze aanpak nog sterker af te stemmen opde stijl die hij gekozen had. Wij hadden de indruk dat hij zijn verhaal op een bijna tastende, zoekende manier had geschreven, zonder al te veel te polijsten, en dat alles zeker niet in een alledaags, gangbaar proza gesteld.

In de inleiding tot het artikel maakt Boon melding van het zichzelf vervolmakend vermogen van een vertaling. Daarmee bedoelt hij kennelijk dat alle vermeende ongerechtigheden moeten worden weggebotoxt door de vertaler. ‘Met trage bedachtzaamheid’ moet worden ‘traag en bedachtzaam’, en ‘het blauw van de lucht’ mag niet iets ‘blootgelegds en rauws’ krijgen. De lezer mag dus geen enkel woord zelf interpreteren en hoeft er ook niet over na te denken wat de schrijver bedoelt.

En wanneer het geschrevene de vertaler niet zint, dan zou de tekst moeten worden aangepast aan zijn eigen smaak. Een voorbeeld. In hoofdstuk 3 schrijft Tóbín: ‘Miquel found some bread and rubbed some oil and tomato and salt into it’, door ons vertaald als: ‘Miquel vond wat brood, dat hij inwreef met olie, tomaat en zout’. In hoofdstuk 4 schrijft Tóibín: ‘bread softened with tomato and oil’, door ons vertaald als: ‘brood, smeuïg gemaakt met (...)’ Fout, vindt Boon, er had moeten staan ‘ingewreven met’. Ook rakelt hij nog even de oude discussie over het gebruik van exoniemen en endoniemen op. Is het Saragossa of Zaragoza? Gezien het tijdloze karakter van Een lange winter hebben we voor het vroeger gebruikelijker exoniem gekozen.

Het merendeel van zijn kritisch bedoelde opmerkingen stijgt wat ons betreft niet uit boven het niveau van een onervaren, maar goedbedoelende persklaarmaker. Hoezeer we ook ons best doen, in zijn hele artikel treffen we geen enkel inzicht aan waarmee we onze vertaalkunde naar een hoger niveau kunnen tillen. Het spijt ons dat we Adri Boons leesplezier hebben vergald, maar wat ons niet spijt is dat wij geen vinexvertaling hebben ingeleverd, een waarin alle paadjes keurig zijn aangeharkt, het gras is gemillimeterd en geen dahlia uit het gelid staat.

Anneke Bok en Rob van der Veer