Woordspel vertalen: een dubbeltje op zijn kant    54-57

Karolien Vermeulen

Het literaire landschap is met Plotseling diep in het woud weer een parel rijker aan het snoer van werken dat Amos Oz in het Hebreeuws aan elkaar rijgt. Zoals Hilde Pach, de vertaalster van deze novelle, al bewees in Een verhaal van liefde en duisternis, slaagt ze erin de muzikaliteit van de oziaanse taal in het Nederlands te laten nazinderen. De vliegen zoemzoemen om je oren, de mussen tsjilpen, de koeien loeien, takken kraken en beekjes bruisen. Onomatopeeën worden verder aangevuld met neologismen, herhalingen en variaties op herhalingen. Het spelen met de vorm van de taal, iets wat een ware uitdaging is voor de vertaler, ondervangt Pach door met andere doch verwante middelen een gelijkaardige toon en klankenrijkdom te creëren.

Haar werk kan dan ook terecht een harmonieuze compositie genoemd worden, een luisterboek voor groot en klein, dat de sfeer van het origineel ademt. Toch is er af en toe een vals akkoord te ontwaren. Alsof het een vlekkeloos gezongen aria betreft met nu en dan een niet gehaalde noot.

Dit artikel zal een dergelijke noot belichten met de bedoeling te achterhalen waarom de vertaalster speelt zoals ze speelt en waarom het resultaat als een dissonant klinkt in de oren van de lezer. Daarbij zal niet teruggevallen worden op de kant-en-klare oplossing van het dogma der onvertaalbaarheid, hoewel dit in het geval van poëtisch taalgebruik heel aanlokkelijk is. De pekelzonde die hier centraal staat, is het gevolg van een keuze die verbonden is aan één welbepaald woord. Die vertaalkeuze kan verre van gegeneraliseerd worden en is zeker bij woordspel een geval waarin ‘the slippery stones have to be examined one by one’(De Vries & Verheij 1997: 89). Het is veeleer in het complexe gegeven van tekstoverdracht zowel van de ene naar de andere taal, als van de ene naar de andere tijdsperiode of cultuur, dat de kiem van de problematiek ligt.

Ga nu in vrede
De bewuste passage, of beter gezegd het bewuste woord, bevindt zich op het einde van het boek. 

עכשיו לכו נא לשלום שניכם. ואל תשכחו. גם לא כאשר תגדלו ותהיו אנשים מבוגרים ואולי גם הורים לילדים  משלכם, אתם אל תשכחו. ליל מנוחה לכם, מיה ומתי. לילה טוב שניכם.
(105) 

‘Gaan jullie nu allebei in vrede. En vergeet het niet. Ook niet als jullie opgroeien en volwassen mensen worden en misschien ook zelf ouders van kinderen, vergeet het dan niet. Welterusten, Maja en Matti. Goedenacht allebei.’ (142)

Op dit moment nemen de twee hoofdpersonages, Maja en Matti, afscheid van de berggeest Nehi. Ze zeggen elkaar gedag, Nehi met een wending met het Hebreeuwse שלום, wat het gebruikelijke woord is in situaties van dag zeggen en groeten en tegelijk het idee van vrede en welzijn oproept.

In de Nederlandse vertaling stuitten we echter niet op een goedendag of saluut, maar op het ongewone ‘gaan jullie nu allebei in vrede’ voor deze uitdrukking. Volledigheidshalve dient opgemerkt te worden dat dit als letterlijke vertaling van de wending kan doorgaan.

Voor de lezer die het zonder kennis en/of exemplaar van de brontekst moet stellen, zorgt dit evenwel voor het nodige gefrons. Ga in vrede is perfect Nederlands, maar roept wel een specifieke setting en sfeer op. Of het nu tot religieus getinte associaties leidt, of aan Cleopatra doet denken die Asterix en Obelix toespreekt in de gelijknamige films en stripreeks, of de lezer naar tolkieniaanse oorden brengt, de formule klinkt enigszins archaïsch en hoogdravend. Zelfs als de Nederlandse lezer (in tegenstelling tot de Vlaamse) er sjalom of salam in ontwaart, klinken de hedendaagse omgangsvormen veel minder beladen dan de hier gehanteerde vertaling. Die roept verschillende beelden op, maar zelden een alledaagse context van afscheid nemende mensen. De associaties botsen met de naïeve sprookjeswereld van Maja en Matti, die eerder is opgebouwd in het boek, en vormen een regelrechte stijlbreuk op talig gebied, waardoor de lezer onbegrijpend achterblijft. De zin valt op, maar de zin van de zin lijkt onbestaande.

Lexicale vrede
Waarom opteert de vertaler voor deze op het eerste zicht onzinnige oplossing? Het antwoord ligt wellicht bij de brontekst, waarin staat לכו נא לשלום. De volledige uitdrukking betekent zoveel als: ‘saluut en het beste’ of ‘het ga je goed’. Letterlijk vertaald: ‘gaat nu tot het welzijn van jullie beiden’. Het werkwoord ךלה  ‘gaan’ in combinatie met  נא’vooruit’ wijst op het einde van het gesprek. De spreker wil dat de kinderen stilaan vertrekken. Wat belangrijker is in de zin is het woord שלום.

Nu wordt in het Hebreeuws de betekenis van woorden gegenereerd door hun radicalen. Dit zijn in de meeste gevallen drie, soms twee, consonanten, die niet an sich voorkomen, maar steeds aangevuld worden met klinkers en allerlei affixen bestaande uit klinkers en/of medeklinkers. De basisbetekenis echter zit vervat in die drie wortelletters. Zo slaat de wortel  מלךop alles wat met koning zijn en regeren te maken heeft.  מולךis ‘hij regeert’,  מלך is ‘koning’,  מלוכהis ‘koningschap’,  מלכותיis ‘koninklijk’, etc.

Keren we terug naar שלום dan zie we dat de wortel van dit woord  שלם verwijst naar vrede en welzijn gerelateerde termen. Goedendag – שלום is daar een afgeleide betekenis van, die idiomatisch is geworden en eigenlijk zonder nadenken wordt gebruikt vandaag de dag. Net zoals het Nederlandse goedendag eigenlijk een wens bevatte voor de gesprekspartner ‘een goede dag gewenst’ is שלום ‘vrede voor jou’. De betekenis vervaagde in de loop der tijden en meer dan die vredeswens werd het een formule om iemand te groeten. In essentie echter heeft het Hebreeuwse goedendag nog steeds het idee van vrede in zich. De keuze van de vertaler is misschien vreemd, maar in elk geval wel lexicaal gefundeerd.

Contextuele vrede
Maar hoe zit het contextueel? Is er iets in het verhaal dat deze optie rechtvaardigt en verklaart?

Het sjalom verschijnt op het ogenblik dat de kinderen naar huis willen terugkeren en Nehi zijn verhaal heeft verteld. Een relaas, waarin uitgelegd is waarom de dieren met hem zijn weggegaan uit het dorp van Maja en Matti. De moraal van zijn verhaal is dat anders zijn geen reden is om onderscheid te gaan maken tussen beter en slechter. Het praat niet goed dat beter de baas speelt over slechter of vindt dat slechter maar moet verdwijnen, als het niet beter wil worden. Nehi houdt een pleidooi voor verdraagzaamheid, voor praten met de ander en respect voor de ander.

Mijn verlangen naar wraak zal verschrompelen en van me afvallen als de verdroogde huid van een slang, en we zullen werken en verliefd worden en wandelen en zingen en muziek maken en spelen en praten zonder elkaar te verslinden en zonder prooi te zijn en zonder elkaar te bespotten. (142)

Dit alles wordt door recensenten van het boek geplaatst in het politieke discours van Oz en de positie die hij inneemt tegenover de conflicten in het Midden-Oosten. De novelle zou gelezen kunnen worden als een oproep aan het adres van de machthebbers net als aan de man in de straat, om het andere niet te bannen maar te respecteren en zo tot een vredevolle samenleving te komen.

Als we dit (moraal van het verhaal en mogelijke opzet van de auteur) in het achterhoofd houden, is שלום veel meer dan ‘nog een fijne dag en het beste’. Het is het antwoord op de voorwaardelijke bijzin ‘als ge verdraagzaam zult zijn, dan ...’, het is het sleutelwoord van het boek. Dat ene woord sjalom brengt plots het hele onschuldige verhaal van weggelopen dieren en schoolgaande kinderen die de zwakste treiteren, tot een reëel en volwassen niveau. In de Hebreeuwse tekst werkt dat heel goed. De vredesboodschap zit in het woord zelf gebakken en hoeft enkel geactiveerd te worden door de juiste context. Die wordt enerzijds door de zich ontwikkelende verhaallijn opgebouwd en bestaat anderzijds buiten het verhaal in het leven van de lezer zelf. Dit leven speelt zich veelal in Israël af of heeft daar een sterke band mee en dat leven is bijgevolg erg ontvankelijk voor vrede en elke verwijzing daarnaar. In het verhaal zelf echter is er nergens een concrete verwijzing naar deze situatie met naam of toenaam. Dit is voor de eerste lezer ook niet nodig, omdat hij een goede verstaander is.

Voor de vertaler is dit een uiterst moeilijke opgave. De extra-linguale katalysator is nagenoeg afwezig. De broeihaard in het Midden-Oosten is een nieuwsitem van één minuut, een kop in de krant en dus meestal een ver-van-mijn-bedshow. Daardoor is de lezer van de vertaling veel minder gevoelig voor vredesallusies.

Waar de buitentalige context afwezig is, kan alleen de talige nog iets teweegbrengen. Die vindt men wel terug in de vertaling, maar door het ontbreken van de reële referentie, blijft het verhaal op kinderruzieniveau steken. Een zwaar woord als vrede sluit daar niet bij aan. De sprookjesfaçade, die Amos Oz opwerpt, maakt het voor de vertaler en zijn lezer zo mogelijk nog moeilijker.

Anderzijds trekt de zin door zijn ongewone karakter wel de aandacht van de lezer. Of hij hierdoor evenwel de stap maakt naar het erkennen van het belang van de zin, is minder duidelijk. Met wat goede wil zou men in het geval van een kerkelijke allusie sjalom kunnen interpreteren als een oproep om de naaste te beminnen. Zo wordt de boodschap dan alsnog vertaald naar een setting waarmee de lezer van de vertaling meer vertrouwd is. Ook in gebieden waar geen politieke onrust heerst en daadwerkelijk gevaar loert, moet men erop bedacht zijn de vrede na te streven elke dag opnieuw. Wat een dergelijke interpretatie tegenspreekt, is de verre graad van laïcisering in het Nederlandstalige gebied. Vele lezers zullen bijgevolg niet verder komen dan de associatie met een bekende formule – Gaat nu allen heen in vrede. Wij danken God – zonder daar nog meer achter te zoeken. Kiest de lezer voor een zuiver literaire connotatie, dan zullen de opgeroepen beelden van massa’s juichende hobbits in het barre Noorden hem nog veel minder tot bij het hedendaagse Jeruzalem en omstreken brengen.

Vrede gezocht en gevonden
De analyse toont aan dat de vertaler gedreven door de brontekst tot een bepaalde vertaalkeuze kwam, die zonder kennis van deze tekst vraagtekens kan oproepen. De Nederlandstalige lezer mist namelijk de feitelijke context, waarop gealludeerd wordt. Bovendien roept de gekozen oplossing totaal andere associaties op dan de in de originele tekst bedoelde. Het Hebreeuwse שלום heeft hoegenaamd niets met pastorale, cleopatraanse of tolkieniaanse heenzendingen te maken.

De dissonant is het gevolg van de tekstoverdracht zelf, waarin de vertaler een traject van Hebreeuws naar Nederlands aflegt en daardoor noodgedwongen de Israëlische context voor een Belgisch-Nederlandse moet inruilen. Bij dit ruilproces ontglippen haar de eventuele toespelingen die aan de specifieke setting verbonden zijn. De lexicale variant waar zij voor kiest geeft weliswaar de Hebreeuwse betekenis weer, maar kan de ontbrekende extra-linguale connotatie niet activeren. Woordspel doet zijn naam eer aan; woordspel vertalen is iedere keer weer een dubbeltje op zijn kant.

 

Bibliografie
Oz, Amos. 2005. Pitom beomek hajaär. Jerusalem: Keter Publishing House Ltd.

Oz, Amos. 2006. Plotseling diep in het woud. Vertaling Hilde Pach. Amsterdam: De Bezige Bij.

Vries, Anneke de & Arian Verheij. 1997. ‘A Portion of Slippery Stones. Wordplay in Four Twentieth-Century Translations of the Hebrew Bible’, in: Dirk Delabastita (ed.), Traductio. Essays on Punning and Translation. Namur: Presses Universitaires de Namur, p. 67–94.

Lees meer over: