O alles ten einde    23-30

Vertalingen van Samuel Becketts 'Stirrings Still'

Onno Kosters

In ‘Dante ... Bruno . Vico .. Joyce’ schrijft Samuel Beckett over James Joyce’ ‘Work in Progress’ (in 1939 gepubliceerd als Finnegans Wake): ‘When the idea is sleep, the words go to sleep’ (Beckett 1929: 14). Voor Beckett belichaamde het door velen onleesbaar geachte maar voor een ieder te beluisteren1 hoogtepunt uit Joyce’ oeuvre lange tijd het hoogtepunt van wat taal vermocht: in Joyce’ handen werd taal het instrument dat het mogelijk maakte dat inhoud en vorm een ogenschijnlijk vanzelfsprekende symbiose aangingen. Taal werd middel en doel tegelijk: ‘[Joyce’] writing is not about something; it is that something itself’ (ibid.). Voor Beckett zelf was de weg die Joyce in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw bewandelde echter geen optie. Zijn grootste literaire worsteling in die tijd was zijn ontworsteling aan de invloed van Joyce. Tekenen van die strijd zijn terug te vinden in bijna alles wat Beckett in die jaren schreef: in de verhalen in More Pricks Than Kicks (1934), de postuum, in 1992 gepubliceerde roman Dream of Fair to middling [sic] Women (geschreven 1934–1936), in Murphy (1938), in Watt (1953; geschreven 1942–1948). In een brief aan Axel Kaun schrijft Beckett in 1937 de woorden die de poëtica waarmee hijzelf de grootste roem zou oogsten misschien nog het dichtst benaderen:

Het wordt voor mij werkelijk steeds moeilijker, en zinlozer ook, om fatsoenlijk Engels te schrijven. En steeds meer komt mijn taal me voor als een sluier die verscheurd moet worden om de daarachter liggende dingen (of het daarachter liggende niets) te bereiken. Grammatica en stijl. Ze lijken me net zo aftands geworden als een biedermeier badpak of de onverstoorbaarheid van een gentleman. Een vermomming. Hopelijk komt er een tijd, en godzijdank is die in zekere kringen al gekomen, waarin de taal juist daar het beste wordt gebruikt waar ze flink wordt misbruikt. […] Het ene gat na het andere boren, tot wat zich achter haar verschuilt, iets danwel niets, begint door te sijpelen – ik kan me voor de tegenwoordige schrijver geen verhevener doel voorstellen. (Beckett 1999: 84; cursivering OK)

Om daar even verderop aan toe te voegen: ‘Met een dergelijk programma heeft het allerlaatste werk van Joyce mijns inziens helemaal niets van doen’ (ibid.: 85). In 1946 voegde Beckett de daad bij de woorden uit de eerste geciteerde zin en schreef hij zijn eerste werk direct in het Frans, Mercier et Camier. Pas in 1959 zou er weer een werk verschijnen dat hij rechtstreeks in het Engels schreef: Krapp’s Last Tape. Voor het merendeel bleef Beckett zijn werken echter in eerste instantie in het Frans schrijven, waarna hij ze meestal zelf in het Engels ver(her)taalde.

whenceabouts
De korte, in eerste instantie in het Engels gepubliceerde prozatekst ‘Stirrings Still’ (oorspronkelijke titel: ‘End’), de laatste tekst van eigen hand die Beckett zelf nog in druk zou zien, verscheen op 3 maart 1989 in The Guardian en op 19 maart van datzelfde jaar in The Manchester Guardian. Een luxe, door Louis le Brocquy geïllustreerde en door Beckett en Brocquy gesigneerde editie verscheen op Becketts achtentachtigste verjaardag, 13 april 1989, bij zowel Blue Moon Books, New York, als Calder, Londen. Deze werd herdrukt bij North Star Line in New York in 1993 na eerder te zijn opgenomen in de verzamelbundel As the Story Was Told (Londen, 1990). Een door Stan Gontarski geredigeerde versie verscheen in The Complete Short Prose, 1929–1989 (New York, 1995). Geen van de genoemde edities is foutloos. De luxe edities en de North Star Line-editie vervangen ‘withersoever’ door ‘whitersoever’; in As the Story Was Told is deze fout gecorrigeerd, maar wordt een nieuwe fout geïntroduceerd door het vlakke ‘whereabouts’ op de plaats van het uiterst Beckettiaanse ‘whenceabouts’ te laten komen.2 Alle edities, voor zover mij bekend, geven de naam ‘Darly’ in plaats van ‘Darley’, de naam van Becketts in 1948 overleden vriend Arthur Darley, voor wie Beckett vele jaren eerder ook het gedicht ‘Mort de A.D.’ schreef (1949).

De tekst werd drie keer in het Nederlands vertaald;3 twee vertalingen verschenen in boekvorm: die van Marie-Dominique Wiche (Stille Sidders, 1990) en van Hugo Claus (Verroeren, 1992). De derde vertaling is van de hand van Ard van der Horst en heeft de titel Toch noggekregen. Van der Horsts werk is te raadplegen in het Beckett Archive in Reading, hetgeen Dirk Van Hulle ook daadwerkelijk heeft gedaan. Zijn analyse van (de drie vertalingen van) een bijzonder fragment uit ‘Stirrings Still’, waarin Beckett naar een ‘missing word’ verwijst, valt te lezen in een artikel in Yang.4

So on unknowing and no end in sight
Beckett werkte ruim vijf jaar aan ‘Stirrings Still’, dat hij opdroeg aan zijn Amerikaanse uitgever, Barney Rossett. Het bestaat uit drie korte fragmenten van in totaal 1881 woorden monologue intérieur. Mijn telling telt de titel mee en het ‘ronde’, palindromische getal dat het oplevert is gezien het cirkelvormige karakter van de tekst, de narratieve en thematische ring waarin verhaal en personages zich opgesloten weten, van belang. Een aan tafel gezeten hoofdpersoon, een persoon in eigen hoofd (‘as one in his right mind’, Beckett 1990a: 120; ‘zoals iemand die goed bij zijn hoofd is’, Beckett 1995b: 14; ‘zoals iemand bij zinnen’, Beckett 1990: 21), neemt afscheid van zichzelf, of van zijn ‘tweede’ zelf (‘second self his own’, idem; ‘tweede zelf te weten het zijne’, Beckett, 1995b: 13; ‘andere ik het zijne dus’, Beckett, 1990: 19), of probeert dat. Geen van de vertalingen lukt het de dubbelzinnigheid van ‘in his right mind’ over te brengen. Claus’ ‘goed bij zijn hoofd’ brengt een belangrijke betekenis prominent in beeld, en Wiches ‘bij zinnen’ is ook mooi. Maar ‘in his right mind’ roept in het licht van ‘self’ en ‘second self’ook de juiste geest, het juiste hoofd op: ‘as one in his right mind’, als iemand die zichzelf is, geen spook of afsplitsing van zichzelf.

Het afscheid dat de hoofdpersoon neemt reflecteert op zichzelf en refereert aan zichzelf, en aan eerdere en aan andere afscheiden. ‘Stirrings Still’ is een tekst die ondanks al zijn compactheid, misschien juist door al zijn compactheid, een hallucinerende werking kan hebben.

Till so many strokes and cries since he was last seen that perhaps he would not be seen again. Then so many cries since the strokes were last heard that perhaps they would not be heard again. Then such silence since the cries were last heard that perhaps even they would not be heard again. Perhaps thus the end. Unless no more than a mere lull. Then all as before. The strokes and cries as before and he as before now there now gone now there again now gone again. Then the lull again. Then all as before again. So again and again. And patience till the one true end to time and grief and self and second self his own. (Beckett 1990a: 119–20)

Daarna zo vele slagen en kreten sedert hij het laatst werd gezien dat hij misschien niet weer zou worden gezien. Dan zo vele kreten sedert de slagen voor het laatst werden gehoord. Dan zo’n stilte sedert de kreten voor het laatst werden gehoord dat ook zij misschien niet weer zouden worden gehoord. Misschien zo het einde. Of misschien niet meer dan een kalmte. Dan alles als tevoren. De slagen en kreten als tevoren en hij als tevoren nu eens aanwezig dan weer verdwenen. Dan weer de kalmte. Dan weer als tevoren. Zo keer op keer. En geduld tot dat ene echte einde van tijd en verdriet en zelf en tweede zelf te weten het zijne. (Beckett 1995b: 12–13)

Je kunt als lezer meegezogen raken in de maelstroom van de stirrings, de windingen in het bewustzijn die maar blijven rondzingen.

De titel ‘Stirrings Still’ is afkomstig uit Company: ‘Pangs of faint light and stirrings still. Unformulable gropings of the mind. Unstillable’ (Beckett 1982: 30): ‘Sprankjes zwak licht en bewegingen nog steeds. Onformuleerbaar tasten van de geest. Niet te bedaren’ (Beckett 1985: 21). Die zinnen dekken ook wel zo ongeveer de lading van ‘Stirrings Still’. Met de Nederlandse vertaling van Vosmaer en Van Santen kun je in de latere tekst echter niet veel. Als Claus zou hebben gespiekt en niet nagedacht, was het ‘Bewegingen nog steeds’ geworden, wat wel redelijk dicht bij de betekenis van de oorspronkelijke titel ligt, maar de muziek doet verstommen. Verroeren heeft beide; mijn associatie is er althans een met kleine, voorzichtige bewegingen, bewegingen van niets, die net genoeg zijn om de ademhaling stilletjes in stand te houden: veeleer is het het autonome zenuwstelsel dat de protagonist op de been houdt, dan het somatische: ‘[‘Stirrings Still’] is Samuel Beckett’s summation of his life’s work within a single piece, with a protagonist kept alive on the life-support system of words still’ (Ackerly & Gontarski 2004: 544). Wat wel wegvalt in Claus’ vertaling is het nog-aspect van still, het idee dat het maar doorgaat en doorgaat. In Wiches Stille sidders zit dit ook niet, in Van der Horsts Toch nog wel, maar ontbreken de stirrings… In dit geval kun je waarschijnlijk slechts falen.

no danger or hope as the case might be
‘Stirrings Still’ begint zo:

One night as he sat at his table head on hands he saw himself rise and go. One night or day. For when his own light went out he was not left in the dark. Light of a kind came from the one high window. Under it still the stool on which till he could or would no more he used to mount to see the sky. (Beckett 1990a: 113–14)5

Op een nacht toen hij aan zijn tafel zat het hoofd op de handen zag hij zichzelf opstaan en weggaan. Op een nacht of een dag. Want toen het licht bij hem uitging bleef hij niet in het donker achter. Een soort licht kwam toen door het ene hoge raam. Daaronder nog de kruk waar hij zolang hij kon of wilde opklom om de hemel te zien. (Beckett 1995b: 7) 

Claus’ vertaling (ikzelf hoor zijn eigen bronzen stemgeluid de tekst voordragen en het klinkt prachtig) is precies en net zo compact en lyrisch als de Engelse brontekst. De compactheid van de brontekst wordt zelfs numeriek door Claus geëvenaard: beide fragmenten tellen 67 woorden. Het is tegelijkertijd het belangrijkste onderscheidend element tussen Claus’ vertaling en die van Wiches:

Op een nacht toen hij aan zijn tafel zat het hoofd op de handen zag hij zich opstaan en weggaan. Op een nacht of een dag. Want toen het licht bij hem was uitgegaan bleef hij toch niet in het donker achter. Een of ander licht kwam toen van het ene hoge raam. Onder het raam nog steeds het krukje dat hij totdat hij niet meer kon of wilde gebruikte om erop te klimmen om naar de hemel te kijken. (Beckett 1990: 11)

Wiches vertaling van het stukje telt tachtig woorden. Maar behalve het spaarzaam gebruik van woorden wordt Becketts tekst gekenmerkt door het gebruik van zoveel mogelijk éénlettergrepige woorden. Het hierboven geciteerde stukje uit de brontekst telt er 63 (op een totaal van 67, oftewel 94%), Claus’ vertaling 55 (ook op een totaal van 67: 82%), Wiches 50 (op een totaal van 80: 62%). Het minimalistische karakter en daarmee de kracht van ‘Stirrings Still’ wordt door de korte woorden versterkt en Claus ‘wint’ het op dit gebied dan ook van Wiche.

Opmerkelijk genoeg vertaalt Claus het eerder genoemde ‘whereabouts’ met een woord dat dichter bij een vertaling van ‘whenceabouts’ dan van ‘whereabouts’ ligt:

Of their whereabouts that is of clock and cries the same was true that is no more to be determined now than as was only natural then. (Beckett 1990a: 122; cursivering OK)

Voor hun herkomst dat wil zeggen die van klok en kreten gold hetzelfde dat wil zeggen nu even slecht te bepalen als toen al te vanzelfsprekend was. (Beckett 1995b: 15, cursivering OK)

En precies eender was het met het waarom van klok en kreten dat niet anders kon worden omschreven nú als dat het doodgewoon was tóen. (Beckett 1990: 22, cursivering OK)

Wiches vertaling probeert te verhelderen maar verduistert de zaak. Bovendien lijkt zij de zin op een tamelijk elementair niveau niet te begrijpen: whereabouts geeft een plaatsbepaling aan (net als whenceabouts trouwens), geen causaal verband. De plek waar klok en kreten vandaan komen is niet te bepalen, het omschrijven van het waarom ervan is in het geheel niet aan de orde.

oh all to end
Het soms bijna pijnlijke proces dat de compositie van het werk voor Beckett geweest moet zijn, is te volgen in de manuscripten die worden bewaard in het Beckett-archief van de universiteit van Reading, Engeland. Zoals Dirk Van Hulle schreef:

De protagonist van Stirrings Still snakt blijkbaar naar een einde aan de fuga mortis die elk mensenleven is, volgens Schopenhauers principe dat lopen een voortdurend uitgestelde val is. Dat uitstel is pijnlijk zichtbaar in de manuscripten van Stirrings Still, bijvoorbeeld op de talloze plaatsen waar Beckett het woord ‘finally’ doorhaalde.

Maar Beckett wist natuurlijk ook goed genoeg dat schrijven over het einde een uitstekend middel was om het uit te stellen. Op die manier lijkt heel zijn werk onder het motto ‘I can’t go on, I’ll go on’ net zo goed een illustratie van de vicieuze autokinetiek die volgens Sloterdijk de moderne tijd kenmerkt, de bedrijvigheid ter meerdere bedrijvigheid. (Van Hulle 2000: I/1)

Uitstel dat einde wordt, uitsluitsel zonder vraag: ‘Oh all to end’ (128; ‘O alles eindigen’, Beckett 1995b: 19; ‘Oh aan alles een einde’, Beckett 1990: 26), de laatste woorden van ‘Stirrings Still’, geven evenzeer een ieders uiteindelijk richting aan, als een zucht van verlichting. Mijn eigen vertaling zou dan ook een aposiopesisch ‘O alles ten einde’ zijn.

‘Stirrings Still’ kent een gecompliceerde tekstuele geschiedenis, die uitgebreid wordt beschreven door dezelfde Dirk Van Hulle, in een artikel dat te raadplegen is op de website van het Text Encoding Initiative (TEI). Van Hulle maakt duidelijk dat Beckett de tekst die we in het Engels als ‘Stirrings Still’ kennen en in het Frans als ‘Soubresauts’, in werkelijkheid geen eenduidige brontekst heeft: Beckett schreef het geheel afwisselend in het Frans en het Engels en maakte om tot de uiteindelijke Engelse en Franse versies te komen zelf de vertalingen uit het Engels in het Frans en omgekeerd. De geschiedenis is te complex om hier weer te geven; belangrijk is dat Van Hulle duidelijk maakt dat de vertalers er gebaat bij zouden zijn geweest als ze de tekstgenese en Becketts zelfvertalingen zouden hebben bestudeerd. Desalniettemin komt ook Van Hulle tot de conclusie dat Claus’ vertaling die van Wiche overtreft, met name op begripsniveau. Mijns inziens leverde Claus ook de meest poëtische vertaling van deze zeer poëtische prozatekst. Hier nog een voorbeeld:

Result finally he was in a field of grass which went some way if nothing else to explain his tread and then a little later as if to make up for this some way to increase his trouble. For he could recall no field of grass from even the very heart of which no limit of any kind was to be discovered but always in some quarter or another some end in sight such as a fence or other manner of bourne from which to return. Nor on his looking more closely to make matters worse was this the short green grass he seemed to remember eaten down by flocks and herds but long and light grey in colour verging here and there on white. Then he sought help in the thought that his memory of outdoors was perhaps at fault and found it of none. (Beckett 1990a: 123–24)

Resultaat uiteindelijk bevond hij zich op een grasveld wat enigszins hielp in ieder geval zijn stille tred te verklaren en even later als om dat goed te maken enigszins hielp zijn ellende te vergroten. Want hij kon zich geen grasveld herinneren uit het midden waarvan geen enkel soort grens ontdekt kon worden altijd was er wel in een of ander deel een einde in zicht zoals een omheining of een andere begrenzing die de weg versperde. Om de dingen nog erger te maken was toen hij van dichterbij keek het korte groene gras ook niet het gras dat hij zich meende te herinneren namelijk afgegraasd door kudden vee maar lang en lichtgrijs van kleur hier en daar op de rand van wit. Toen zocht hij steun bij de gedachte dat zijn herinnering aan buiten misschien onvolkomen was en vond er geen. (Beckett 1995b: 16) 

Claus’ 141 woorden staan tegenover Becketts eigen 146(!) en lijkt alleen langer omdat het Nederlands meer van die vermaledijde woorden van meer dan één lettergreep nodig heeft. Claus’ vertaling is opnieuw sterk in zijn compactheid en lyriek. Waar Wiche ‘flocks and herds’ (drie lettergepen) vertaalt met ‘schaapjes en koeien’ (23, vijf lettergrepen), hetgeen op zich een correcte, interpretatieve vertaling is, maakt Claus daar het bondiger ‘kudden vee’ (drie lettergrepen) van. Becketts ‘memory of outdoors’ wordt bij Wiche ‘herinneringen aan buiten zijn muren’ (23), bij Claus, eenvoudig, ‘herinnering aan buiten’.

some end in sight
Waar Claus noch Wiche aan konden tippen was aan de weergave van de s-alliteratie die de hele tekst karakteriseert – de tekst die niet voor niets ‘Stirrings Still’ heet: ‘always in some quarter or another some end in sight such as a fence or other manner of bourne from which to return. Nor on his looking more closely to make matters worse was this the short green grass’, etc. Overal zijn clusters fluisterende s-klanken te vinden, die in het Nederlands veelal verloren gaan. Zo goed mogelijk falen als vertaler is daar opnieuw de enig mogelijke verlossing.

‘When the idea is sleep, the words go to sleep,’ schreef Beckett, zoals ik eerder citeerde, in 1929 over ‘Work in Progress’, en hij heeft zich ogenschijnlijk altijd tegen het ‘programma’ van zijn grote voorganger Joyce verzet. In zijn laatste werken echter, ook in ‘What is the Word’, Becketts allerlaatste tekst, ontstaat bij Beckett een symbiose tussen taal en betekenis die Joyceaans aandoet. In ‘What Is the Word’ is ook werkelijk een echo van de laatste woorden van Finnegans Wake terug te vinden: aan het eind van zijn leven keerde Beckett terug naar Joyce, zoals ALP in Finnegans Wake aan het eind van haar leven opgaat in haar vader, de zee:

afaint afar away over there what –
folly for to need to seem to glimpse
       afaint afar away over there what –
what –
what is the word –

what is the word (Beckett 1990b: 134)6

Wanneer in ‘Stirrings Still’ langzaam de betekenis van de hoofdpersoon wegsterft, sterven ook de woorden weg: ‘No matter how no matter where. Time and grief and self so-called. Oh all to end’ (Beckett 1990a: 128). Voor Claus en Beckett is het voorbij, maar ze blijven rondzingen in hun en hier een woord dat hij niet kon verstaan.

 

Noten
1 ‘[…] the Beauty of ‘Work in Progress’ is not presented in space alone, since its adequate apprehension depends as much on its visibility as on its àudibility’ (Beckett 1929: 15; Becketts gebruik van een accent op /a/ in ‘àudibility’ is in het Engels zeer ongebruikelijk).
2 As the Story Was Told is als geheel bijzonder slordig geredigeerd, wat tot kribbige publieke briefwisselingen en andere publicaties door Calder en diens critici heeft geleid.
[1] Voor de duidelijkheid: de Nederlandse vertalingen werden vertaald uit de Engelse versie zoals gepubliceerd in As the Story Was Told; het Franse Soubresauts werd voor zover na te gaan door geen van de vertalers geraadpleegd of als brontekst gebruikt.
3 Terwijl het woord ‘neared’ onopzettelijk verdwenen is uit neither, is in Stirrings Still opzettelijk en expliciet sprake van een ‘missing word’. Daarmee wordt verwezen naar de eerste zin van het derde deel:

when to his ears from deep within oh how
and here a word he could not catch it were
to end where never till then.

[…]

oh en hoe en hier een woord dat hij niet kon begrijpen
het zou een eind komen maken aan
waar nooit tot dan toe (Stille Sidders)

o hoe en hier een woord dat hij niet kon verstaan het
zou moeten eindigen waar nooit tot dan
toe (Verroeren)

oh hoe en hier een woord dat hij niet kon opvangen
waar het nooit tot dan zou eindigen
(Toch noch)

Verderop in de tekst vraagt de protagonist zich af of hij maar moet doorgaan of zich integendeel niet meer moet verroeren. Die beslissing hangt af van ‘that missing word’ – dat hij niet kon begrijpen/opvangen/verstaan – ‘which if to warn such as sad or bad for example then of course in spite of all the one and if the reverse then of course the other that is stir no more’. Niemand van de vertalers lijkt het verband tussen ‘sad’ of ‘bad’ en de passage ‘and here a word he could not catch’ gelegd te hebben’ (Van Hulle 2000: I/2).
5 Tenzij anders vermeld gebruik ik de door Claus en Wiche geraadpleegde brontekst uit As the Story Was Told.
6 Vergelijk: ‘a way a lone a last a loved a long the’ (Joyce 1939: 628), de laatste woorden van Finnegans Wake.
 

Bibliografie
Ackerly, Chris & Stan Gontarski. 2004. The Grove Companion to Beckett. New York: Grover Press.

Beckett, Samuel. 1982. Company. London: Picador.

Beckett, Samuel. 1929, 19722. ‘Dante ... Bruno . Vico .. Joyce’, in: id., Our Exagmination round His Factification for Icamination of ‘Work in Progress’. New York: New Directions, p. 1–22.

Beckett, Samuel. 1999. ‘Duitse brief uit 1937’, in: id., Disjecta: Beschouwelijk werk. Vert. Vertalerscollectief & Ronald Kuil. Groningen: Historische Uitgeverij, p. 83–85.

Beckett, Samuel. 1985. Gezelschap. Vert. van Company door Martine Vosmaer en Karina van Santen. Amsterdam: De Bezige Bij.

Beckett, Samuel. 1990. Stille Sidders. Vert. van ‘Stirrings Still’ door Marie-Dominique Wiche. Leuven: Nioba.

Beckett, Samuel. 1990a. ‘Stirrings Still’, in: id., As the Story Was Told: Uncollected and Late Prose. London: Calder, p. 113–128.

Beckett, Samuel. 1995. ‘Stirrings Still’, in: id., The Complete Short Prose, 1929–1989. Ed. Stan Gontarski. New York: Grove Press, p. 259–265.

Beckett, Samuel. 1995b. Verroeren. Vert. van ‘Stirrings Still’ door Hugo Claus. Amsterdam: De Bezige Bij.

Beckett, Samuel. 1990b. ‘What Is the Word’, in: id., As the Story Was Told: Uncollected and Late Prose. London: Calder, p. 129–134.

Hulle, Dirk Van. 2000. ‘Onder woorden – Beckett op de taalgrens’, Yang, nr. 3, p. 354-359. (http://www.yangtijdschrift.be/)

Hulle, Dirk Van. [zonder datum]. ‘Electronic Textual Editing: Authorial Translation: The Case of Samuel Beckett’s Stirrings Still / Soubresauts’ (http://www.tei-c.org/About/Archive_new/ETE/Preview/vanhulle.xml)

Joyce, James. 1939. Finnegans Wake. London: Faber.

Lees meer over: