‘Wesh, wat lul jij?’ Straattaal als protagonist     57-63

Over het vertalen van Grand frère van Mahir Guven

Carolien Steenbergen

Voor uitgeverij Ambo Anthos vertaalde ik de roman Grand frère (2017) van Mahir Guven. De jonge Franse auteur (1986) van Turks-Koerdische afkomst sleepte er onder andere de prestigieuze Prix Goncourt du Premier Roman mee in de wacht. Mijn Nederlandse vertaling verscheen in mei onder de titel Broer.

Broer is het verhaal over twee Frans-Syrische broers uit de Parijse banlieue. Ze zijn in Frankrijk geboren uit een Syrische vader en een Franse moeder, die al vroeg overlijdt. Vader is een ex-communistische atheïst, hoogopgeleid en voor zijn studie naar Frankrijk gekomen, waar er voor hem echter niets anders opzit dan als taxichauffeur te sappelen om zijn twee jongens een fatsoenlijke toekomst trachten te bieden. De oudste zoon is chauffeur voor Uber, grote concurrent van zijn vader. De jongste is als verpleger met een humanitaire missie naar Syrië vertrokken. Al snel laat hij niets meer van zich horen en rijst bij zijn vader en broer de prangende vraag waar hij terecht is gekomen. is? Jihadistische kringen? Op een avond gaat de bel en staat broertje voor de deur.

De hoofdstukken dragen de titel ‘Broer’ of ‘Broertje’: afwisselend zijn beiden aan het woord. De oudste heeft daarbij de overhand: de meeste hoofdstukken worden vanuit zijn perspectief verteld. De grootste rol in het boek is echter weggelegd voor de taal. Spreektaal, maar dan de levendige variant die wordt gesproken door jongeren, met name – maar zeker niet uitsluitend – de jongeren uit de banlieue.1 Achter in het Franse origineel is zelfs een verklarende woordenlijst van zeven pagina’s opgenomen. De beoogde Franse lezer wordt dus verondersteld niet (geheel) vertrouwd te zijn met deze spreektalige variant.

Lees verder in de papieren Filter
Lees meer over: