Wanhoop en vrolijkheid hebben dezelfde waarde    43-47

Over Aldo Palazzeschi en Paolo Giordano

Sabine Verhulst

Zowat 75 jaar scheiden Paolo Giordano’s schitterende maar sombere debuutroman, De eenzaamheid van de priemgetallen, van de oorspronkelijke editie van de Gezusters Materassi waarmee de Florentijnse ex-futurist Aldo Palazzeschi (1885–1974) zijn schrijversloopbaan in 1934 tot een nieuw hoogtepunt stuwde. Beide werken verschenen in vertaling in 2009 en kwamen dus gelijktijdig onder de aandacht van het Nederlandstalige leespubliek, zij het dat de jonge winnaar van de Premio Strega, debelangrijkste literaire prijs in Italië, onmiddellijk werd vertaald, terwijl we met Palazzeschi zeventig jaar geschiedenis meenemen.

 Materassi

De vergelijking tussen de twee werken mag dan op het eerste gezicht gewaagd lijken, toch verduidelijken en intensifiëren beide romans elkaar op een merkwaardige manier. Talrijke raakvlakken verbinden het verhaal van de onmogelijke liefde tussen twee zelfdestructieve jongeren in het hedendaagse geglobaliseerde Italië en de geschiedenis van een sensuele jongeman die in het provinciale Toscane van de jaren twintig van de vorige eeuw het nijvere leven van zijn gesettelde tantes in de war stuurt.

Machteloze emoties in het geglobaliseerde Italië: Paolo Giordano
Een van de verklaringen voor het overweldigende internationale succes van De eenzaamheid van de priemgetallen is ongetwijfeld de knappe karaktertekening van de twee eindeloos kwetsbare hoofdpersonages, Alice en Mattia, als slachtoffers van een veeleisende maatschappij die tot permanente (zelf)controle dwingt en enig uitzicht op een gezonde portie zorgeloosheid in de kiem smoort. Beide personages zijn getekend door een traumatische ervaring in de kinderjaren. Zodra de ‘wond van hun adolescentie’ is geheeld (p. 123), verstarren ze in somatisering en klampen zich vast aan verstikkende overlevingsstrategieën die hun emotionele ontwikkeling voorgoed ontregelen. Rond Alice en Mattia bewegen zich, als satellieten, andere onvolmaakte wezens: ouders, vrienden, collega’s. In Giordano’s wereld – onze wereld dus – heeft elke medaille talloze keerzijdes. Zo is de briljante wiskundige Mattia in werkelijkheid een loser die naar het buitenland trekt om zoals talloze andere onderzoekers de eigen realiteit te ontvluchten (p. 222). De beschrijving van de dagelijkse bezigheden van Alice en Mattia, die om beurten een hoofdstuk toebedeeld krijgen, is zo subtiel empathisch en hun scala aan gemoedstoestanden zo gevarieerd, dat elke lezer zich in de personages kan herkennen. Het is de herkenbaarheid van het door Giordano opgehangen tijdsbeeld dat de lezer tegelijkertijd aanspreekt, verleidt en afschrikt. Alles wat ons tijdsgewricht kenmerkt komt aan bod: gedrag(scodes), beeldcultuur, angsten en verwachtingen. De fundamentele morositeit van de roman wordt geschraagd door een bijzondere beeldspraak en door nazinderende aforistische statements. Zo denkt de vader van Alice over zijn doodzieke echtgenote: ‘Zijn vrouw was uit het leven aan het verdwijnen als een vochtkring uit een trui’ (p. 144). Over de in zichzelf gekeerde Mattia: ‘Het gebeurde vaak dat zijn ouders hem opeens, als een uit de vloer opdoemend hologram, voor hun neus zagen staan, met die gefronste blik en die altijd gesloten mond van hem. Op een keer had zijn moeder van schrik een bord laten vallen’ (p. 79). Een kenmerkende fatalistische gedachte van Mattia: ‘Hij wist het intussen. Een keuze maak je in een paar seconden en de rest van je leven betaal je de prijs ervoor’ (p. 309). Het vertalersduo Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd levert met De eenzaamheid van de priemgetallen een prachtige vertaling af, die duidelijk doeltaalgericht is. Zo werden realia als de puntenschaal voor de examens in overleg met de auteur aan de Nederlandse realiteit aangepast. In vergelijking met het origineel tendeert de vertaling semantisch naar subjectiever en suggestiever taalgebruik. Op syntactisch en stilistisch vlak hebben de vertaalsters geopteerd voor expliciterende en iets uitgebreidere formuleringen.1

Zintuiglijke subversie onder het fascisme: Aldo Palazzeschi
Maar op naar wat vrolijkheid nu! Geen betere gids hiertoe dan Aldo Palazzeschi, die met zijn futuristisch manifest Il controdolore (1914)2 frontaal in de aanval ging tegen de traditionele verheerlijking van de ‘ernst’. Volgens Palazzeschi, een gekweld man die uit de diepte van zijn pijn de kracht putte voor een immer positieve en vitale levensboodschap, heeft de lach meer diepgang dan de ernst en heeft God ons niet geschapen met een tragisch, melancholisch of nostalgisch doel voor ogen.3 In zijn futuristische meesterwerk, de (anti)roman Il codice di Perelà (1911) had hij eerder al een letterlijk ‘gewichtloos’ hoofdpersonage opgevoerd, Perelà, de man van rook. De overtuiging dat kunst er niet is om ‘op het menselijke leed te dobberen’4 inspireerde twintig jaar later ook de Gezusters Materassi (1934). In de proloog van de roman leidt de ik-verteller, met een knipoog naar de majestueuze ouverture van Manzoni’s Verloofden, de lezer-wandelaar het bekoorlijke heuvellandschap rond Firenze binnen, gul de spelregels – of wegwijzers zo men wil – uitdelend voor de verdere reis naar het dorpje Santa Maria a Coverciano, waar zich het huis bevindt van de gezusters Materassi, twee ongehuwde vijftigers, die samen een goedlopend naaiatelier runnen. De proloog, tevens eerste hoofdstuk van de roman, is een paratekst boordevol hints voor mogelijke interpretaties van het verhaal. Terwijl hij het harmonieuze karakter van de omgeving herhaaldelijk benadrukt, gaat de verteller bijvoorbeeld over tot een opmerkelijke hiërarchisering en erotisering van het afwisselende landschap van heuvels en vlakke terreinen die zich zowaar voor onze ogen transformeren in dames en dienstbodes.5 Palazzeschi ontpopt zich als een grootmeester in het creëren van dubbele bodems en de expliciete hommage aan Boccaccio’s Decameron, waarin de proloog uitmondt, dient dan ook met de nodige aandacht gelezen. Even ter herinnering: in het proëmium van de Decameron werpt de verteller zich op als een slachtoffer van de liefde die zijn leven te danken heeft aan de troostende woorden van een vriend. Op zijn beurt wil hij consolatio bieden aan zwaar bezochte medemensen, maar enkel aan diegenen die daar het meeste nood aan hebben, namelijk verliefde vrouwen, omdat zij met hun hartenleed nergens terecht kunnen. Aan hen zal hij honderd novellen vertellen; de andere dames moeten maar genoegen nemen met naald en draad… Ook Palazzeschi’s verteller wil blijkbaar troost bieden: zich rechtstreeks richtend tot messer Giovanni gaat hij op zoek naar ‘de zaadjes van [zijn] allerzuiverste vrolijkheid’6 (p. 16). Dat achter het ‘onschuldige’ tragikomische verhaal van de geplaagde Teresa en Carolina, hun derde zus Giselda en de dienstbode Niobe wellicht meer schuilgaat, blijkt uit de volgende aanwijzing uit de proloog: ‘Hoe ijverig zoekt mijn blik tussen de cipressen en olijfbomen naar wat niet te zien is: wat?’ (p. 16).

De echte protagonist van de Gezusters Materassi is de zelfzekere, sensuele Remo7 die na de dood van zijn moeder Augusta, de vierde zus Materassi, door zijn vlijtige tantes wordt geadopteerd en in een mum van tijd de geraffineerde, geordende vrouwenwereld van de borduursters overhoop gooit.

In het oeuvre van Palazzeschi wordt het bestaan vanuit een seksueel perspectief bekeken8 met de liefde als geprivilegieerd (gespreks)onderwerp. In de Gezusters Materassi neemt de auteur een loopje met zowel de fascistische verheerlijking van de deugdzame jeugd (Giovinezza, giovinezza!) als de geldende heteroseksuele moraal. De mooie, viriele Remo is een vroegrijpe leegloper die zijn dagen en nachten doorbrengt met zijn trouwe boezemvriend, de zwijgzame volksjongen Palle. De lichaamsbeschrijvingen van Remo en van andere mannen, zoals de soldaten op training in het Florentijnse platteland, zijn steevast homo-erotisch getint. Ambiguïteit alom dus. En dan is daar het vreemde zondagse verkleedritueel van Teresa en Carolina. Met zijn natuurlijke charme doorkruist Remo de levens van anderen als een komeet, maar in tegenstelling tot de latere indringer van Pasolini’s Teorema (1968)9 heeft hij niet de verwoestende impact op zijn omgeving. ‘Uiteindelijk hadden wanhoop en vrolijkheid dezelfde waarde, en wat ze niet wilden was in spanning blijven’ (p. 81) concludeert de verteller wanneer Teresa en Carolina bij het sterfbed van hun zus Augusta door de enigmatisch-spottende houding van hun neef van hun stuk zijn gebracht. Niets des levens ontsnapt aan het begrijpende en ironische oog van Palazzeschi. En nadat Remo met zijn Amerikaanse bruid en Palle naar New York is vertrokken, blijven de zussen en de dienstbode zich vergapen aan een uitvergrote foto van Remo in een weinig aan de verbeelding overlatende zwembroek.

Palazzeschi vertalen is een hele opgave: er is die pittig ironische ondertoon die van het begin tot het eind gehandhaafd dient te worden; de levendige dialogen als sprankelende minitoneeltjes; de gedetailleerde realistische beschrijvingen van interieurs, landschappen en personages. Vertaler Anton Haakman is perfect in deze opzet geslaagd en bezorgt de hedendaagse lezer van dit werk uit 1934 een opmonterende leeservaring. Evenals het vertalersduo Geuzebroek–De Voogd kiest ook hij voor subjectieve en expliciterende vertaaloplossingen.10

Verkleed in een trouwjapon…
Wanneer Teresa en Carolina de huwelijksceremonie van Remo en Peggy bijwonen spelen ze  –onbewust – de komedie van hun bestaan: hoewel ook beide zussen een bruidsjapon dragen en hierdoor ‘drie bruiden, een jonge en twee oude’ (p. 300) de kerk binnentreden, is dit in werkelijkheid niet meer dan de zoveelste – karikaturale – verkleedpartij. Het is opmerkelijk dat ook in De eenzaamheid van de priemgetallen de bruidsjapon opduikt in een verkleedscène: Alice dwingt Mattia om samen met haar als een bruidspaar te poseren voor een foto die hiermee een bijzonder symbool wordt in het verdere verloop van het verhaal. En daar is het motto van De eenzaamheid van de priemgetallen, een zin uit Sylvie, één van de Filles du feu (1854) van Gérard de Nerval: ‘De rijk versierde japon van haar oude tante sloot perfect om het ranke figuur van Sylvie, die me vroeg hem voor haar dicht te knopen. “Hij heeft gladde mouwen”, zei ze, “wat een bespottelijk geval!”’ De huwelijkscène die hier inspeelt op een gedroomde symbolische verbintenis tussen de verteller en zijn zus-geliefde Sylvie verwijst naar het aloude thema van de verdubbeling en naar de nimmer vervulde zoektocht naar affectieve vervolmaking: ‘Nous étions l’époux et l’épouse pour tout un beau matin d’été.’

Het toeval wil dat in 2009 twee Italiaanse romans werden vertaald die elk op hun manier verweven zijn met de grote thema’s uit de (Italiaanse) literatuurgeschiedenis en waarin de trouwjapon symbool staat voor even ongenaakbare als ijdele waarden. De wanhoop van de ene roman spiegelt zich hierbij in de vrolijkheid van de andere.
 

Paolo Giordano, De eenzaamheid van de priemgetallen. Vertaling Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009.

Aldo Palazzeschi, Gezusters Materassi. Vertaald door Anton Haakman. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009.

 

Noten
1 Enkele voorbeelden:
In het motto ontleend aan Gérard de Nerval (Sylvie): ‘Hij heeft gladde mouwen,’ zei ze, ‘wat een bespottelijk geval!’ (‘Ha le maniche lisce; com’è ridicolo!’, disse; vertaald uit het Frans: ‘Oh! les manches plates, que c’est ridicule!’, dit-elle). Expliciterende formulering voor ‘wat belachelijk’.
p. 12: De rest van het klasje stond er al, in een soort kring, als een regiment soldaatjes (tutti uguali come soldatini): ‘regiment’ is een explicitering.
p. 56: Haar klasgenotes met hun perfecte figuurtjes (Le sue compagne così perfette): expliciterende, suggestieve vertaling.
p. 59: Met het snoepje tussen duim en wijsvinger ging ze op haar hurken zitten en haalde het over de smerige vloer van het kleedhok (Si chinò a terra, tenendo la caramella tra pollice e indice. La fece strisciare sul pavimento sudicio dello spogliatoio). In de suggestieve, expliciterende vertaling (ze bukte immers – si chinò – vóór ze ging hurken) worden de twee korte zinnen samengevoegd.
p. 67: Viola gaf met haar handen een flinke lengte aan (Viola fece un gesto con la mano che stava a indicare una lunghezza): expliciterende vertaling voor ‘een lengte’.
p. 71: Je bent echt een mafkees (Tu sei proprio strano…). Er staat iets als: ‘Je bent echt een rare kwast’: subjectieve vertaling.
p. 79: Zijn moeder […] en daar een kwartier lang roerloos blijven zitten, totaal uit het veld geslagen (Sua madre [...] era rimasta in quella posizione per un quarto d’ora, sconfitta):suggestieve, expliciterende vertaling voor ‘Zijn moeder was daar een kwartier lang roerloos blijven zitten, verslagen.’
p. 245: Mattia kwam schoorvoetend binnen  (Mattia chiese permesso): suggestieve vertaling voor ‘Mattia vroeg of hij binnen mocht komen.’
p. 268: en verdwaasd om zich heen keek, opeens mijlen ver weg (e guardarsi intorno, come smarrito e improvvisamente distante). Suggestieve vertaling van ‘ver weg.
p. 288: Toen hij zag dat alles anders was, voelde hij zich vervreemd en teleurgesteld (Provò una delusione estraniante quando vide che tutto era diverso): syntactisch expliciterende formulering voor ‘voelde hij een vervreemdende teleurstelling’.
p. 306: Voor haar lag een volwassen man [...] (di fronte a lei c’era una persona adulta [...]): expliciterend en suggestief voor: ‘Voor haar bevond zich een volwassen persoon’.
p. 309: Waar het op neerkwam was dat zij alweer (La verità era che ancora una volta): Subjectieve, syntactisch uitgebreidere formulering voor ‘De waarheid was/ het was waar’.
p. 304: Ze glimlachte naar de glasheldere hemel (Sorrise verso il cielo terso): suggestieve, expressieve vertaling van ‘heldere’.
2 Op verzoek van F.T. Marinetti wijzigde Palazzeschi de oorspronkelijke titel L’antidolore om deze later, in de definitieve uitgave van de tekst in 1958, opnieuw te adopteren. Zie Gino Tellini in de door hem bezorgde uitgave van Aldo Palazzeschi, Tutti i romanzi, I, Milano: Mondadori, 2004 (I Meridiani), p. 1657–1660.
3 ‘Egli [Dio] non à creato, no, rassicuratevi, per un tragico, o malinconico, o nostalgico fine’ (A. Palazzeschi, Il controdolore, in: Tutti i romanzi, I, cit., p. 1222).
4 ‘Galleggiare sul dolore umano’, ibid., p. 1225.
5 Volgens Francesca Serra in de Inleiding van de door haar bezorgde uitgave van Aldo Palazzeschi, Sorelle Materassi (Milano: Mondadori, 2001, p. V–LXII) is er sprake van ‘een diepgaande en sadistische seksualisering van het landschap die verrassend de meest liefelijke roman van onze twintigste eeuw opent’ (‘quell’intensa e sadica sessualizzazione del paesaggio che sorprendentemente inaugura il più affettuoso, domestico romanzo del nostro Novecento’, p. VII).
6 ‘Purissima giocondità’ (A. Palazzeschi, Sorelle Materassi, cit., p. 12).
7 Zie o.a. de Inleiding van Gino Tellini op Tutti i romanzi, I, cit., p. CXXII.
8 Zie Luigi Baldacci, Uno scrittore in libertà, in: A. Palazzeschi, Tutti i romanzi, I, cit., p. XI–LXIV; p. XLII.
9 Zie F. Serra, cit., p. X.
10 Enkele voorbeelden:
p. 11: Desnoods zou je er de kiem van een dorp in kunnen zien (A rigore si potrebbe formularvi una larva di paese): in de vertaling verschuift de beeldspraak van de zoölogie naar de plantkunde, wat een goed klinkend resultaat oplevert in het Nederlands.
p. 34: Waarop de paus, nog breder glimlachend, zodat hij zijn tandeloze rode mond toonde (Al che il Pontefice, sorridendo più aperto, fino a mostrare la bocca rossa priva di alcuni denti): subjectieve vertaling, er ontbreken enkele tanden, maar het beeld van de mond zonder tanden wordt als expressiever beschouwd.
p. 66: En om onze beschouwing te completeren [...] (E per meglio esaurire la nostra introspezione [...]): de vertaler opteert voor een verduidelijkende vertaling van het ironische introspectie.
p. 161: Hun beslissing om af te wachten, die op het eerste gezicht zo gemakkelijk leek, was toch niet zo eenvoudig als ze dachten en ze zich hadden voorgesteld en kon feitelijk alleen worden genomen na tal van beslissingen: toen ze zich, het zoeken moe, mentaal leeg voelden, uitgeput, en het haast geen beslissing meer leek maar onvermogen om zich nog langer het hoofd te breken over de jongen […] (La risoluzione di stare a vedere che sembra, così a colpo, tanto facile, non lo è, invece, quanto si pensa e si crede e non fu presa, infatti, che dopo tante altre; quando la mente, stanca di cercare, si sentì vuota, scarica, e quasi non fosse una risoluzione, ma la incapacità di almanaccare oltre sul conto del giovane [...]). Deze passage waarin de verteller zich op een meer algemeen moraliserend niveau begeeft wordt in de vertaling rechtstreeks op de zussen betrokken. Verschuiving van de beschouwende dimensie van de passage naar de levendigheid van het verhaal.
p. 224: Sinds een paar dagen hingen er boven het huis donkere wolken, die op geheimzinnige wijze, bijna onmerkbaar zwaarder werden (Qualcosa alitava sopra la casa da alcuni giorni, si addensava misteriosamente, invisibilmente): expliciterende vertaling voor er hing iets boven het huis.

Lees meer over: