Een lief en misdeeld schoolgenootje    58-60

Nabokov en Auden vertaald

Johan De Haes

Het is een oud zeer en een welbekende klacht: vertaalde literatuur wordt vaak slordig want met weinig aandacht voor de vertaalprestatie in krant, radio of weekblad gerecenseerd. De obstakels zijn ook niet zo gemakkelijk uit de weg te ruimen. De dagbladkritiek introduceert in de eerste plaats een nieuw boek en soms een nieuwe schrijver. De ruimte is beperkt en helaas is de boekbespreker niet altijd in staat om de kwaliteit van een vertaling in te schatten. Tijdgebrek en de extra kost van het boek in de oorspronkelijke versie, nodig om de twee teksten één boek lang naast elkaar te leggen, maken het een opgejaagde journalist vaak erg moeilijk. Bewondering voor een aardige vondst, een handig omzeilde klip, getrouwe beknoptheid en helderheid wisselt af met de sporadische herkenning van haastwerk of nalatigheid. Mag ik dat met een voorbeeld illustreren? In Nachthuis (Contact, 2007, oorspronkelijke titel House of Meetings) liet de vertaler op p. 151 een hele alinea weg waarin Martin Amis nadere uitleg geeft bij de uitdrukking ‘dead reckoning’ (gegist bestek). Amis besluit deze uitweiding met ‘What I’m doing, now, is dead reckoning: I’m making a reckoning with the dead.’  Was dit een woordspeling te veel? Vertalingen met het origineel vergelijken kan een spannende bezigheid zijn.

‘Een vertaling is een Gestalt, niet een optelsom van geslaagde en minder geslaagde onderdelen’ zegt het alter ego van Paul Claes in Het hart van de schorpioen. Maar het is eveneens een zaak van vertrouwen dat tegen een steekproef bestand moet zijn. Een praktische norm, maar nogal vaag en die vlotheid boven precisie lijkt te verkiezen, is de beoordeling van een vertaling naar de ‘eendimensionale’ leesbaarheid ervan. Een verdachte vertaling zou de oorspronkelijke taal te zeer laten doorschemeren. Je leest dan vertaald Engels of Duits, geen Nederlands. Maakte Kristien Hemmerechts niet haar beklag dat er te veel tegenwoordige deelwoorden in vertalingen uit het Engels staan? Maar hoe zou je met deze maatstaf de geestige sliertzinnen uit het Spaans van Javier Marías of de uitgesponnen ironie van Aldo Palazzeschi (Gezusters Materassi) in vergelijkbaar en leesbaar Nederlands moeten omzetten? Daar ligt de uitdaging. Je mag alleszins van Marias of Palazzeschi geen Elsschot of Nescio willen maken.

Illnabokov

Deze romans zijn in 2009 verschenen, net als Het origineel van Laura, de onafgewerkte roman van Vladimir Nabokov. Dit boek kreeg buitengewoon veel publiciteit in binnen- en buitenland en lokte kritische commentaren uit. Men kan zich afvragen of de zeer rudimentaire tekst, die nauwelijks het geraamte of staketsel van een roman genoemd kan worden, wel deze dure en opzichtige uitgave (en vertaling) verdiende. De originele vormgeving en de tweetalige bladspiegel drukten de lezer dan nog eens met de neus op de vertaling, waarover Vladimir Nabokov zelf bijzondere strenge opvattingen koesterde. Dat betekent met andere woorden: dubbel oppassen. De postume uitgave bevat de facsimile’s van het op 138 steekkaarten bewaarde handschrift van de oude meester. De geperforeerde stippellijntjes nodigen de koper uit om de kaartjes naar eigen goedvinden te verwijderen en te herschikken. We zullen nooit weten wat de avontuurlijke maar nauwgezette auteur van Pale Fire van dit vrijblijvende spelletje had gevonden. In de Nederlandse uitgave staat de vertaling onder de Engelse facsimile’s afgedrukt. Het eerste wat opvalt is het ontbreken van de waarschuwing ‘a novel in fragments’. Om de Nederlandstalige koper niet af te schrikken? Het handschrift van Nabokov, de doorhalingen en de potloodvlekken geven de lectuur een spannend en voyeuristisch karakter. Ondanks de vlakgomsporen is op pagina 63 deze zin goed leesbaar: ‘a very sweet and depraved schoolmate, who taught her where to kick an enterprising gentleman’.  Wat maakt vertaler Rien Verhoef hiervan? ‘Een heel lief en misdeeld schoolgenootje dat haar leerde waar ze een ondernemend heerschap een schop moest geven.’ ‘Misdeeld’ is de vertaling van ‘deprived’, terwijl de duidelijk leesbare a (‘depraved’) een logischer vertaling (‘verdorven’) opdrong. Raadselachtiger, maar zeer interessant is de vertaling even verder, op pagina 85, van ‘TAIL between DELTA and SLIT’. Er is sprake van een ‘geheugenplank’ waarop het personage Flora ‘flarden uit haar verleden terugzet’. In de vertaling staat ‘TAL tussen DELTA en LIST’. Hier werd blijkbaar gekozen voor een visuele interpretatie: TAL past, tenminste in het Nederlands, tussen de twee andere woorden. Maar waarom niet letterlijk als ‘STAART tussen DRIEHOEK en SPLEET’ vertaald? Flora is geen doetje en Nabokov was zich goed aan het inleven toen ziekte of wat dan ook dit boek in de steigers achterliet. Had, zoals een Engelse recensent suggereerde, deze uitgave (en de vertaling) niet beter op het net gepubliceerd moeten worden (als dat al nodig was)?

Bewonderenswaardig en ambitieus was de wijze waarop in 2009 drie schrijvers (Benno Barnard, Huub Beurskens en Wiel Kusters) het werk van W.H. Auden hebben vertaald. Nee, Plato, nee biedt de mogelijkheid om een buitengewone dichter te leren kennen of opnieuw met hem kennis te maken. Auden was thuis zowel in zijn saaie Oostenrijkse dorp als in de verwarrende twintigste eeuw, maar hij bleef wel altijd op zijn hoede. In deze ruime selectie worstelen drie door de wol geverfde dichters met gedichten die uitblinken door verstechnische verfijning en intellectuele rijkdom. De vertalers zijn de grote en bekende gedichten niet uit de weg gegaan. De vindingrijke vertaling van ‘In memoriam W.B. Yeats’ tast noch de bedachtzame toon van het eerste deel, noch de cadans van het derde aan, en wordt nooit louter parafraserend of interpreterend. Het is Nederlands en het blijft Auden. Onvermijdelijk zijn er ook stroeve vertalingen te vinden, helaas in het prachtige ‘Musée des Beaux Arts’. ‘How, when the aged are reverently, passionately waiting/ For the miraculous birth, there must always be/ Children who did not specially want it to happen…’ wordt ‘Hoe, als de ouderen zich toegewijd, koortsig voorbereiden/ Op de wonderbaarlijke geboorte, het alleen doorgaat als er allemaal/ Kinderen zijn die het een zorg is wat moet komen…’ Kon het niet korter (‘het alleen doorgaat als…’), directer en getrouwer aan het origineel? En waarom schraapt een paard zijn kont aan een paal, als er ‘tree’ staat en het rijm op het eerste gezicht geen eisen oplegt? Heel boeiend is de vertaling van het bekende vers ‘We must love one another or die’ als ‘Gij zult liefhebben binnen uw tijd’. Een interpretatie die rekening houdt met het ongenoegen van de latere Auden over dit vers. Vertalers van poëzie mogen hun dienende rol niet uit het oog verliezen, maar staan – vermoed ik – meer onder druk dan vertalers van proza. Maar het moet wel als poëzie werken en klinken. Op één van de talrijke begenadigde momenten (bijvoorbeeld in ‘At the Party’) ontstaat een nieuw vers dat anders is, maar op een gelijke en gelukkige wijze, en trouw aan de scherpzinnige humor van Auden:

A howl for recognition, shrill with fear,
Shakes the jam-packed apartment, but each ear
Is listening to its hearing, so none hear

Een schril en angstig huilen om gehoor
Snijdt door het volle penthouse, maar in koor
Praat iedereen slechts in zijn eigen oor. 

Het aantal voeten en de verslengte van de oorspronkelijke versie en de vertaling blijven gelijk. Het rijm klopt en klinkt nergens geforceerd, de betekenis blijft scherp en duidelijk en toch wordt hetzelfde op een andere manier gezegd, in een Nederlands dat naar de mond van Auden lijkt geschreven. Als lezer denk je: juist en knap. Alleen ‘knap’ zou op een virtuoze maar riskante toeëigening door de vertaler kunnen wijzen, ‘juist’ is onvoldoende als het opvallend poëtisch verlies betekent. Hier houdt de vertaler de beide touwtjes strak gespannen. Daar kan een lezer alleen met jaloerse bewondering van genieten.
 

Vladimir Nabokov, Het origineel van Laura. Bezorgd door Dmitri Nabokov. Vertaald door Rien Verhoef. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009.
W.H. Auden, Nee, Plato, nee. Gedichten. Keuze en vertaling Benno Barnard, Huub Beurskens en Wiel Kusters. Amsterdam: Meulenhoff, 2009.

Lees meer over: