Over The Dutch Penal Code van Fred B. Rothman & Co    58-61

H.C.S. Warendorf

The Dutch Penal Code, vertaald door Louise Rayar & Stafford Wadsworth. Littleton, Colorado: Fred B. Rothman & Co, 1997, 277 p. ISBN o 8377 0050 7. (f 132,50 Boekhandel Jongbloed)

In de Amerikaanse serie van buitenlandse wetboeken van strafrecht in vertaling, The American Series of Foreign Penal Codes, verscheen onlangs als deel 30 de Engels-Amerikaanse vertaling van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, The Dutch Penal Code.

De vertalers zijn Louise Rayar, verbonden aan de Universiteit Maastricht, en Stafford Wadsworth, in samenwerking met een team eindexamenstudenten van de Hogeschool Maastricht, Faculteit Tolk-Vertaler. De vertaling is herzien door Mr Hans Lensing, universitair hoofddocent strafrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, die tevens een belangwekkende rechtsvergelijkende inleiding schreef, ‘The Dutch Penal Code from a Comparative Perspective’. Een andere Inleiding ‘The Dutch Penal Code of 1886 ‒ an historical survey’ door G. van den Heuvel biedt een historisch overzicht. In haar essay ‘Het vertalen van het Wetboek van Strafrecht; aanzet tot een methodologie’ kondigde Rayar de vertaling van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht reeds aan (zie: Recht en Vertalen II, onder redactie van G.R. de Groot, Kluwer 1993).

In de serie ‘Wetboeken van Strafrecht in vertaling’ zijn intussen vertalingen verschenen van de Wetboeken van Strafrecht van Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groenland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Turkije en Zweden, waarnaast ook afzonderlijke vertalingen verschenen van het Wetboek van Strafvordering van Duitsland, Frankrijk, Italië, Turkije en Zweden. In deze serie verschenen ook vertalingen van de Wetboeken van Strafrecht van Argentinië, China, Columbia, Japan (ontwerp-wetboek), Korea en Israël.

Daar de serie wordt uitgegeven als ‘Series of Foreign Penal Codes’ is het niet verwonderlijk dat ook het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (‘WvS’) als The Dutch Penal Code werd vertaald, hoewel in de vertaling het Nederlandse Wetboek van Strafvordering (‘WvSv’) weer wordt vertaald als ‘Code of Criminal Procedure’. (Overigens is de uitgever niet consequent, want de vertalingen van het WvS van China, Groenland, Korea en Turkije kregen als titel ‘Crimina! Code’ en niet ‘Penal Code’.) Het is vreemd dat de titel The Dutch Penal Code luidt, omdat in de vertaling terecht het gebruik van ‘Dutch’ wordt vermeden; bij een uitgave in de Verenigde Staten ontstaat dan immers verwarring met ‘Deutsch’.

De inhoudsopgave van The Dutch Penal Code vermeldt dat de Code dateert van 3 maart 1881 en laatstelijk werd gewijzigd bij Wet van 7 oktober 1996 (Staatsblad 1996, 505). In de eerste regel van het Voorwoord van de vertalers vermelden zij ‘the Dutch Penal Code of 1886’, hetwelk verwarring wekt bij de lezer, die niet kan weten dat de Wet van 3 maart 1881 pas in 1886 in werking trad. Het Voorwoord van de redacteur vermeldt een aantal onlangs verschenen Engelstalige publicaties over Nederlands straf- en strafprocesrecht, met vindplaats. De redacteur wijst bovendien op het belangrijke artikel 1 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht ‘Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling’, hetwelk hij vertaalt met ‘No conduct is punishable except by virtue of an antecedent statutory penal provision’. In de vertaling van Rayar/Wadsworth luidt dit: ‘No act or omission is punishable which did not constitute a criminal offense under the law at the time it was committed’. Het is vreemd dat de redacteur een ‘eigen’ vertaling geeft en niet die van de vertalers volgt. Hoe het ook zij, in de vertaling van Rayar/Wadsworth wordt de bedoeling van de wetgever juist weergegeven. Immers, in ‘geen feit is strafbaar’ zou vertaling van ‘feit’ met ‘fact’ voor de lezer onbegrijpelijk zijn. De vertaling ‘no conduct’ doet de vraag rijzen of een ‘nalaten’ ook geldt als ‘conduct’. Door ‘geen feit’ te vertalen met ‘no act or omission’ wordt in ieder geval de bedoeling van de wetgever weergegeven, ook al beseffen de vertalers ‒ blijkens hun voorwoord (p. xviii) ‒ dat zij zich hiermee op een gevaarlijk pad begeven, immers is hun mening ‘teleological interpretation, which looks at the purpose the legislator envisioned and the social conditions in which a particular provision is to function, is a path too dangerous for translators to tread. (...) For the purposes of legal translation, literal or grammatical interpretation is some times advocated, since each word in a legislative text “counts=to”. In noot 10 citeren de vertalers met instemming Glanville Williams (Learning the Law, 1982: 105): ‘the literal rule is a rule against using intelligence in understanding language. Anyone who in ordinary life interpreted words literally, being indifferent to what the speaker meant, would be regarded as a pedant, a mischief-maker or an idiot’. De vertaling van ‘geen feit’ is een voorbeeld van een gewaagde maar geslaagde vertaling. De vertalers wijzen er voorts op dat ‘the translator must interpret in order to translate; not for the purpose of finding and dispensing justice as is the case with judges, but to do justice to the source text’ (p. xviii). De wens van de vertalers om voor de lezer duidelijk te maken wat de wettekst bedoelt, is begrijpelijk. Toch is het voor een jurist vreemd dat in een en het zelfde artikel ‘verdachte’ op de ene plaats wordt vertaald met ‘the accused’ en op een andere plaats met ‘the suspect’, al is de gekozen vertaling juist. De wens duidelijk en leesbaar te zijn, leidt ook tot een onnodige wijziging. Neem bijvoorbeeld Art. 5.1(2) WvS ‘een feit (...) waarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld’, hetwelk wordt vertaald met’ an offense considered a crimina! offense under the laws of the country where the offense was committed’. ‘Feit’ wordt hier niet vertaald met ‘act or omission’ maar met ‘offense’, terwijl het om een gedraging gaat. ‘Waarop straf is gesteld’, wordt vertaald met ‘is considered a crimina! offense’, terwijl dit letterlijk is ‘which is punishable’. Onderscheid maken de vertalers in ‘crimina! offenses’ of ‘serious offenses’ (‘overtredingen’ wordt door hun vertaald met ‘lesser offenses’). Al naar gelang de ernst van het desbetreffende misdrijf wordt de term ‘misdrijf’ met ‘serious offense’ of ‘crimina! offense’ vertaald, hoewel in de wettekst alleen sprake is van misdrijven. Verschillende artikelen in het WvS beginnen als volgt: ‘met dezelfde straf wordt gestraft hij die (...)’, hetwelk dan wordt vertaald met ‘the punishment in section 1 shall also be imposed (...)’, hoewel de vertaling evenzeer had kunnen aanvangen met: ‘the same punishment shall be imposed (...)’. Hoewel de verwijzing naar het eerste lid inhoudelijk juist is, lijkt mij de vertaling onnodig vrij. ‘Rechter’ wordt steeds vertaald met ‘judge’ ook waar naar Nederlands recht duidelijk is dat ‘rechtbank’ bedoeld wordt. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat de rechtspraak aan één rechter is toevertrouwd. Mijn voorkeur gaat dan ook uit naar een vertaling met ‘court’, behalve wanneer duidelijk is dat slechts één rechter bevoegd is (politie-, kanton-, of kinderrechter). De term ‘mishandeling’ wordt ‘physical abuse, terwijl Lensing ook spreekt van ‘physical assault’ (p. 18), dat mij beter lijkt. Het streven om een leesbare tekst te maken, waarbij ‘pragmatism takes precedence’ gaat wel ten koste van nuances. Zo wordt de vaak voorkomende term ‘de voor de nachtrust bestemde tijd’ vertaald met ‘during the nighttime’, hoewel niet ieder uur van de nacht bestemd is voor nachtrust (cf. Black’s Law Dictionary: ‘period between sunset and sunrise’ of ‘thirty minutes after sunset and thirty minutes before sunrise’). De wetgever laat in het midden wanneer sprake is van ‘voor de nachtrust bestemde tijd’. In het Engelse strafrecht wordt bij nachtelijke inbraak onder nacht verstaan de tijd tussen negen uur ‘s avonds en zes uur ‘s ochtends (24&25 Vict., c.96) en, bij stroperij, de tijd tussen één uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang (Night Poaching Act 1828). In de Engelse douane- en accijnswetgeving geldt als nacht de periode tussen elf uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends (Customs and Exise Management Act 1979, s1(1)). De vertaling van nieuwe termen, die bij wetswijziging in en na 1992 zijn ingevoerd vereist vindingrijkheid; zo wordt in art. 138a WvS gesproken van ‘computervredebreuk’, vertaald met ‘computer intrusion’. Jansonius’ vertaling van ‘huisvredebreuk’ met ‘disturbance of domestic peace’ gaf hier geen aanknopingspunt. De vertaling van ‘geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens’ wordt ‘computerized device or system for storing or processing data’.

In hun Inleiding wijzen de vertalers op een aantal neologismen. De term ‘belediging’ (‘defamation’) als bedoeld in Titel xvi in Boek ii van het Wetboek van Strafrecht omvat:

smaad > slander;
smaadschrift > libelous defamation;
laster>  aggravated defamation;
eenvoudige belediging > simple defamation;
lasterlijke aanklacht > defamatory accusation.

De achter de Nederlandse termen vermelde vertaling getuigt van hun vindingrijkheid; met ‘libel’ en ‘slander’ kan immers in deze gevallen niet worden volstaan. Het is jammer dat geen forensische woordenlijst in de uitgave is opgenomen. Het valt te hopen dat de vertalers deze nog elders zullen publiceren. Thans moet de lezer volstaan met de Woordenlijst (in 8 talen) in het Zakboek Gerechtstolken in Strafzaken en Vreemdelingenzaken onder redactie van Drs A. van Duijn (Gouda Quint B.V. 1996).

Voor de rechtsvergelijking en voor hen die in de strafrechtpraktijk werkzaam zijn, is deze uitgave bepaald een aanwinst. Thans beschikt men naast de Duitse vertaling Das Niederländische Strafgesetzbuch (Berlijn/ New York, 1977) van Prof. D. Schaffmeister, hoogleraar te Leiden, ook over een gedegen Engelse vertaling.

Lees meer over: