Reactie op 'De inkomenspositie van literair vertalers in Europa' van Martin de Haan    57-58

Caroline Meijer

Sinds het verschijnen van de vorige Filter met daarin Martin de Haans interessante resumé van het CEATL-onderzoek naar de inkomenspositie van literair vertalers hebben zich op www.boekvertalers.nl twee interessante discussies ontsponnen over de status van vertalers. Matthijs Bakker gaat in op de (typisch Nederlandse) tweedeling tussen literair en niet-literair vertalers en de implicaties voor niet-literair vertalers van een eventuele verankering in de wet van honorariumafspraken tussen literair vertalers en literair uitgevers (aangesloten bij de LUG). Hij vreest dat een dergelijke wettelijke regeling de tweedeling (lees: rechtsongelijkheid) tussen literair en niet-literair vertalers zal verscherpen. Richard Kwakkel beschrijft een poging van hemzelf en enkele collega’s om de belangen van vertalers van niet-literaire boeken op de agenda van de VVL te krijgen. Hij meende daar aan het juiste adres te zijn omdat de VVL op haar website beweert ‘op te komen voor de collectieve en individuele belangen van vertalers tout court’. Beide stukken hebben al tal van reacties opgeroepen.

Iz
Foto Martien Frijns

Interessant in dit verband is dat in het CEATL-onderzoek twee soorten literair vertalers worden onderscheiden: 1) ‘professionele literair vertalers’, die fulltime werkzaam zijn en hoofdzakelijk de kost verdienen met literair vertalen en ‘vertalinggerelateerde literaire activiteiten’ (lezingen, praatjes, boekuitgaven [?], literaire kritiek, enz.); en 2) ‘actieve literair vertalers’, die minstens eens in de twee tot drie jaar een literaire vertaling publiceren en hoofdzakelijk de kost verdienen met andere werkzaamheden dan literair vertalen (technisch vertalen, lesgeven of iets anders). Volgens het CEATL-onderzoek zijn er in Nederland 600 ‘actieve literair vertalers’, en 350 vertalers die bij de beroepsvereniging (in casu de VVL) zijn aangesloten. Die 350 vertalers zouden dan allemaal ‘professioneel literair vertalers’ zijn? Is dat wel zo? Van de VVL kun je lid worden als je één literaire vertaling van substantiële omvang hebt gepubliceerd bij een professioneel geleide uitgeverij. Hoeveel ‘professionele literair vertalers’ komen rond van literair vertalen alleen? Hoeveel leden van de VVL houden zich, naast het literair vertalen, niet bezig met journalistiek of technisch vertalen, ondertitelen, redactiewerk, recenseren, lesgeven of fungeren als mentoren bij het ELV enz. enz.? Hoeveel leden van de VVL zijn kortom niet gewoon ‘actieve literair vertalers’, zelfs al publiceren ze jaarlijks een of twee literaire vertalingen?

Als vereniging die is aangesloten bij de CEATL zou de VVL de in 1976 te Nairobi opgestelde aanbevelingen van de UNESCO (behartigenswaardige literatuur, te vinden op de website van de CEATL) moeten onderschrijven en zich sterk moeten maken voor een billijke beloning inclusief royaltybeding voor álle auteursrechtelijk beschermde werken. Hiervan zouden álle vertalers profiteren, niet alleen de ‘professionele literaire’, maar ook de ‘actieve’ en de niet-literaire. Ik zie geen enkel onderscheid in de belangen van deze verschillende groepen vertalers, in de woorden van Rob Kuitenbrouwer op www.boekvertalers.nl: ‘een eerlijk loon voor eerlijk werk; en hoog gekwalificeerd werk, ook als het niet om literatuur gaat’.

Dat vertalers zich beter gaan organiseren is hard nodig, dit bleek al uit de uitkomsten van het CEATL-onderzoek, maar wordt bevestigd door de inkijkjes in hun inkomsten die sommige vertalers geven in reactie op het stuk van Matthijs Bakker. Deze wijken nauwelijks af van mijn eigen inkomsten als vertaler van literaire fictie en non-fictie (het langjarig gemiddelde van mijn productie ligt op 200–300 woorden per uur, inclusief voorbereiding, onderzoek, werkoverleg met covertaler, correcties, drukproef lezen, administratie enz.). De inkomsten wijken wel sterk af van de opbrengst uit journalistieke en technische vertalingen en sommige redactieklussen: die bedragen vier tot vijf keer zoveel, deels door het hogere aantal woorden per uur (ca. 600–850), deels door het hogere tarief.

Martin de Haan pleit in zijn Filter-stuk voor een gedegen onderzoek naar de situatie in het héle veld, inclusief niet-literaire (boek)vertalers dus. Misschien kan Filter daaraan een bijdrage leveren? Tenslotte heeft het 500 abonnees, van wie velen werkzaam zijn als vertaler. Namens de redactie van Filter roep ik eenieder met goede ideeën over de vorm waarin een dergelijk onderzoek zou kunnen plaatsvinden op zich bij ons te melden. Als de gemiddelde literair vertaler in Nederland slechts 61% verdient van wat een fabrieksarbeider verdient, dan wordt het tijd dat het door uitgevers betaalde tarief voor boekvertalingen omhoog gaat.

Lees meer over: inkomenspositie