Overigens was mijn enige bedoeling de gedichten te dienen: mijn vertaling is zoals zijzelf een werk van liefde geweest.
De liefste. Onsterfelijke liefdesverzen, vertaald door Paul Claes (1990)
Als vertaler ben ik altijd een liefhebber geweest. Mijn model was Valery Larbaud, die vertalen een ‘werk van liefde’ noemde in ‘L’amour et la traduction’, een essay uit Sous l’invocation de Saint Jérôme (1946). Hij was fortuinlijker dan ik, want hij kon als miljonair zijn hobby in alle rust beoefenen terwijl ik mezelf moest subsidiëren met een bescheiden salaris als docent vertaalkunde.
Ondanks meer dan honderd vertalingen en meer dan één vertaalprijs ben ik nooit een beroepsvertaler geworden. Dat heeft ook zijn voordelen. Ik kan zelf mijn geliefde auteurs uitkiezen, hoef geen opdrachten tegen mijn zin te aanvaarden en ben nooit gebonden aan deadlines.
Als allrounder vertaal ik uit de vijf moderne en twee antieke talen die ik min of meer ken: Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans, Latijn en Grieks. Lexica, idiotica en grammatica’s helpen me hun finesses doorgronden. Mijn werk maakt een boutade van Larbaud (1913) waar: ‘Je sais imparfaitement cette langue? Eh bien, c’est en traduisant que je l’apprendrai’ (Als ik een taal onvoldoende ken, dan leer ik die gewoon al vertalende).
De grootste uitdaging was zelf in vreemde talen te dichten. Alweer was Larbaud een lichtend voorbeeld. In Bergen op Zoom schreef de polyglotte globetrotter aan de vooravond van 1935 het nieuwjaarsgedicht ‘La neige’ in elf talen (Engels, Italiaans, Spaans, Latijn, Duits, Portugees, Frans, Occitaans, Roemeens, Russisch en Catalaans). Zijn hybris werd nog in datzelfde jaar gestraft: een hersenbloeding sloeg hem met halve verlamming en stomheid.
In een interview met Filter (14:4, 2007) vertel ik over mijn vertalingen uit vreemde talen. Hier beperk ik me tot mijn vertalingen in vreemde talen. Omdat die grotendeels verborgen zitten in bibliofiele uitgaven zal ik er uitvoeriger uit citeren.