Met een Westmalle Tripel de woestijn in!    25-28

De levendige vertaling van Athanasius' Leven van Antonius

Roald Dijkstra

Belgisch abdijbier en vroegchristelijke asceten worden zelden met elkaar gecombineerd. Sterker nog, de combinatie leidt in eerste instantie tot bevreemding en lijkt twee uitersten in zich te verenigen. Maar het zijn de verre nazaten van christenen die in de vierde eeuw de eenzaamheid zochten in het dorre Egyptische woestijnlandschap, zoals Antonius, die vandaag de dag nog een door velen hooggewaardeerde bierproductie verzorgen. Als sponsoren van het boek Antonius. Onsterfelijke icoon van de monnik, geschreven door de vierde-eeuwse kerkvader Athanasius van Alexandrië, waren de monniken van Westmalle door middel van promotiedoeken voor hun abdijbier dan ook nadrukkelijk aanwezig bij de presentatie van deze vertaling in een Nijmeegse boekhandel op 31 augustus 2013.1

Hoewel deze aanwezigheid geheel tot het genoegen was van de aanwezigen en de vertaler, Vincent Hunink, zou de man om wie het ooit allemaal begon, de heilige Antonius abt, hier wellicht een moderne verlokking in zien van duivelse demonen die mensen van het juiste pad van de deugd door ascese proberen af te leiden. Deze demonen, de trawanten van de satan, zijn alomtegenwoordig in de wereld van Antonius en worden door hem te vuur en te zwaard bestreden. Steeds weer wijst hij op de gevaren die zij met zich meebrengen, zoals in VA 26,6:2

Alles wat ze doen (spreken, kabaal maken, rollen spelen, onrust stoken), doen ze om eenvoudige lieden te bedriegen. Vandaar hun rumoer, hun applaus, hun schaterlachen en gefluit. Maar schenk je hun geen aandacht, dan gaan ze zeuren en klagen als verliezers.

De levendigheid van dit fragment mag exemplarisch zijn voor de sprankelende vertaling van het heiligenleven van Antonius als geheel. De Nederlandse versie van diens leven slaagt erin de stoffige, ietwat oubollige term ‘woestijnvader’ waarmee Antonius verbonden is opnieuw de glans te geven die ze in de vierde eeuw ook moet hebben gehad.

De geschiedenis van de vertaling illustreert op mooie wijze de mogelijkheden voor omgang met de tekst van Athanasius in onze tijd. De recent verschenen vertaling is niet de eerste van de hand van Vincent Hunink. Niet alleen verschenen in de afgelopen twintig jaar reeds talloze vertalingen van klassieke en vroegchristelijke, Griekse en Latijnse, devote en schunnige teksten van zijn hand, in 2002 verscheen ook zijn eerste vertaling van het leven van Antonius, onder de titel Verleidingen in de woestijn. Het leven van de heilige Antonius. In zijn toelichting op de uitgave van 2013 schrijft Hunink dat ‘de tekst is herzien en op enkele details gecorrigeerd’ voor de nieuwe uitgave.3

De verandering van de titel (de titel die Athanasius aan het werk gaf is onbekend) noemt hij niet. Maar van ‘verleidingen in de woestijn’ naar ‘onsterfelijke icoon van de monnik’ is ook de overgang van een vertaling ‘bedoeld voor een breed lezerspubliek’ naar een vertaling voor ‘een specifieke lezersgroep met gerichte belangstelling voor monastieke spiritualiteit’.4 Dit is al meteen duidelijk voor wie de boeken openslaat: de uitgave uit 2003 is een paperback met een beperkt aantal voetnoten, goedgevulde bladspiegel en een uit- in plaats van een inleiding; de nieuwe, fraai uitgevoerde editie uit 2013 met leeslint wordt gekenmerkt door veel noten van hoog niveau (grotendeels gebaseerd op em. prof. Bartelinks internationale standaardeditie van de tekst in de befaamde Sources Chrétiennes-reeks, uit 1994). De noten in deze uitgave zijn verzorgd door dezelfde Bartelink, in samenwerking met Gueric Aerden ocso (de Westmallense bijdrage krijgt nu een gezicht). In de nieuwe editie worden verwijzingen naar de Bijbel, vanzelfsprekend de voornaamste tekst in Antonius’ leven, al kon hij niet lezen en schrijven, consequenter aangegeven, door ze te annoteren en te cursiveren in de tekst. Ook de paragraafnummers zijn in de nieuwe editie preciezer aangegeven. Zelfs een thematisch register (waar vind je dat nog in een vertaling?) ontbreekt niet! Maar blijkt het verschil ook in de vertaling, die immers op basis van dezelfde teksteditie door dezelfde vertaler slechts op details is gecorrigeerd?

Wel, op detailniveau inderdaad. Her en der is de wens van de vertaler zichtbaar om een monastiek geïnteresseerd publiek te bedienen. De term monachos, het Grieks voor monnik, is blijven staan en niet meer vertaald met ‘kluizenaar’ (VA proloog 1), zoals in de vorige editie. Een verbetering, omdat het in de Griekse tekst duidelijk ook om de terminologie gaat: τὸ τῶν μοναχῶν ὄνομα (‘de naam van de monniken’). De ‘jonge meisjes’ uit de oude vertaling (VA 86,3) zijn ‘monialen’ (nonnen) geworden in de nieuwe. Uit het feit dat het woord de meest recente Van Dale niet (meer?) gehaald heeft, concludeer ik dat ik niet de enige ben die dat even moest opzoeken. De ‘ijveraars’ in VA 90,1 waren in 2003 nog ‘belangrijke overledenen’.

Een korte passage illustreert de kleine verschillen die er tussen de vertalingen bestaan. Antonius komt na bijna twintig jaar uit een zelfverkozen isolement en verwondert de aanwezigen door zijn ongeschonden gesteldheid (VA 14,3–4):

En zijn ziel had nu een staat van zuiverheid bereikt: niet verschrompeld door norsheid, niet verslapt door genot, niet ten prooi aan joligheid of melancholie. (2013: 51)

En zijn ziel had nu een staat van reinheid bereikt: niet kleinmoedig van de zorgen, niet verslapt door genot, niet ten prooi aan joligheid of melancholie. (2003: 23)

De nieuwe vertaling wint aan kracht door het gebruik van ‘verschrompeld’ (voor het Griekse συνεσταλμένη, ‘ineengedrukt’) en lijkt wat vrijer in de keuze voor ‘norsheid’ in plaats van ‘zorgen’(Grieks: ἀνίας).

Maar de verschillen blijven klein. Het is vooral de presentatie die de editie uit 2003 voor de moderne onthaaster onderscheidt van die van 2013 voor de (wat oudere, belezenere?) monastiek geïnteresseerde.

Wat opvalt aan beide vertalingen, die zoals gezegd worden gekenmerkt door hun hedendaagse, frisse taalgebruik, is de archaïserende tendens in Bijbelcitaten en Bijbelse uitdrukkingen. Een zekere schroomvalligheid om daarmee vrij om te springen lijkt de vertaler hier parten te hebben gespeeld: waarom nu toch die ouderwetse -t voor de meervoudsimperatief, zoals bijvoorbeeld in VA 35,6 (‘Vreest niet’)? Die wordt namelijk in het betoog van Antonius in VA 80,6 niet gebezigd (‘word zoals wij’). Zou de zweem van eerbied die nu om Bijbelteksten hangt, niettegenstaande initiatieven als de Bijbel in straattaal overigens, ook voor Antonius hebben gegolden? Dat lijkt me sterk. En moet die voor ons gelden? Evenmin, zou ik denken. Zelfs niet voor de monastieke sympathisanten onder ons.

Ook in andere formules klinkt de traditionele taal van de Heilige Schrift soms lichtjes en een beetje overbodig door, zoals in ‘Voorzienigheid Gods’ (VA 4,5), ‘dag des oordeels’ (VA 19,4), ‘Koninkrijk der hemelen’ (o.a. VA 20,4) en in het regelmatig gebruikte, katholieke, ‘eeuwen der eeuwen’ (bijv. VA 16,7), overigens wel een letterlijke vertaling van het Griekse αἰῶνας αἰώνων. Wat me meer bekoorde was het (uiteraard eveneens betwistbare) kwistige gebruik van de eerbiedskapitaal. Huninks kapitale liefde gaat zo ver dat ook de satan met hoofdletter wordt aangeduid (VA 6,1: Slang; VA 6,5: Zwarte; VA 7,3: Tegenstrever), net als Paulus (VA 19,2: Apostel), maar dat zal voor het goede begrip gedaan zijn.

Maar dit is natuurlijk allemaal muggenzifterij, vooral gezien de frisheid die de vertaling verder kenmerkt. Soms wordt het bijna poëzie, zoals in de bij de lezer nazinderende zinsnede ‘zoet zingenot’ (VA 19,5) voor het Griekse τὸ λεῖον τῆς ἡδονῆς (letterlijk: ‘het zachte van het genot’). Wat ook zindert, zijn de talloze gevechten met demonen, bijvoorbeeld in VA 39,5–6:

Een andere keer brachten ze mijn kluis aan het trillen, maar ik bad dat ik vanbinnen onwankelbaar zou blijven. Daarna kwamen ze opnieuw met lawaai, gefluit en gedans. Maar toen ik bleef bidden en liggend op mijn eentje psalmen bleef zingen, begonnen ze dadelijk met klagen en zeuren, alsof ze uitgeput waren. Maar ik prees de Heer, die hun brutaliteit en razernij had neergeslagen en aan de kaak had gesteld.

Hier is de nieuwe vertaling nagenoeg gelijk aan de oude (alleen de eerbiedskapitaal voor betrekkelijke voornaamwoorden is gesneuveld), maar er hoefde dan ook niets veranderd te worden. De kluis schudt op zijn grondvesten, maar Antonius blijft rustig. De Heer stelt de kwaadaardigheid van de demonen ‘aan de kaak’ (letterlijk ‘tot voorbeeld’, παραδειγματίσαντα). Het Grieks is trouw gevolgd, maar wel zo dat de tekst natuurlijk overkomt en prettig leest.

Ook elders treft Hunink de goede toon, bijvoorbeeld in VA 67,1 waar het hagiografische karakter van de tekst zeer expliciet naar voren komt. Athanasius laat zich over Antonius ontvallen:

Wat was hij toch geduldig en nederig van aard!

Het gebruik van het uitroepteken (bij de Grieken onbekend) kan niet onvermeld blijven. Vaak draagt het bij aan de directheid van de vertaling, zoals wanneer Antonius een brief van de keizers heeft ontvangen en hierover spreekt tot de monniken die bij hem zijn (VA 81,3):

‘Waarom zijn jullie verbaasd,’ vroeg hij, ‘wanneer een keizer ons schrijft? Hij is ook maar een mens! Wees liever verbaasd dat God de mensen de Wet heeft (voor)geschreven en zelfs door Zijn Zoon tot ons gesproken heeft!’

Tot slot, nog een keer een bewijs van de kracht van de vertaling. Athanasius verhaalt hoe de duivel Antonius met een list probeerde te misleiden (VA 11,2–4):

Opnieuw zag de Vijand dat het hem ernst was en hij wilde hem dwarsbomen. Daarom liet hij het beeld van een grote zilveren schaal op de weg verschijnen. Maar Antonius had wel door dat het een truc was van de hater van het goede. Hij bleef staan en richtte het woord tot de schaal, waar hij de duivel in herkende. ‘Een schaal in de woestijn?’ zei hij scherp. ‘Dit is geen druk begane weg en er is geen spoor van voorbijgangers te zien. Als zo’n grote schaal was gevallen, had men het moeten merken. En de man die hem verloren had zou zijn omgedraaid om hem te gaan zoeken en had hem ook gevonden, want dit is een verlaten gebied. Het is een truc van de duivel! Nee, duivel, daar zul je mijn gedrevenheid niet mee fnuiken! Naar de verdoemenis met jou en dat ding hier!’

De passie spat er van af! De lange zinnen van het origineel zijn door de vertaler in prettig leesbare delen opgeknipt. Misschien dat Hunink voor de verdoemenis leentjebuur heeft gespeeld bij de Willibrordvertaling (de Griekse zinsnede σὺν σοὶ εἴη εἰς ἀπώλειαν is een citaat van Handelingen 8,20), maar deze woordkeuze maakt de passage hoe dan ook tot een sprekende tekst. De schaal verdwijnt dan ook onmiddellijk!

Kort voor de publicatie van de vertaling leverde Hunink een bijdrage aan dit tijdschrift waarin hij zijn vertaalprincipes nog eens bondig verwoordde in reactie op een opmerking van Paul Claes over de onvertaalbaarheid van teksten (in dit geval van Sappho):

Ik dacht dat we dat stadium intussen achter ons hadden gelaten. Dat we keken naar de mogelijkheden van vertalen, naar de plekken waar we winst kunnen boeken, waar we via onze levende taal de oude teksten tot leven kunnen brengen. Dát is volgens mij de opgave van een vertaler.5

Het is verbazingwekkend dat deze hartenkreet niet door een uitroepteken werd afgesloten, maar dat zou zeker op zijn plaats zijn geweest. Huninks vertaling van Athanasius’ heiligenleven van Antonius laat zien hoe hij zijn principes in de praktijk brengt. Hij maakt een meer dan 1600 jaar oude tekst uit een wereld die ons in veel opzichten vreemd geworden is springlevend. Hoe kan het ook anders wanneer de vertaling wordt gemaakt door iemand die zelf door de tekst wordt meegesleurd: 

Bij het werken aan de vertaling heb ik steeds, heel aards, iets van het licht en de hitte van de woestijn gevoeld. Een leerzame ervaring kan ik het niet noemen, maar op kille, druilerige Nederlandse winterdagen maakte het alles wel veel aangenamer.6

Ziedaar, de beste aanbeveling voor deze tekst en deze vertaling. Een Westmalle erbij zal de leesvreugde bovendien ongetwijfeld nog verhogen.

Antonius. Onsterfelijke icoon van de monnik. Vertaling Vincent Hunink. Inleiding en annotatie Gerard Bartelink en Guerric Aerden ocso. Budel: Damon, 2013.

 

Noten
1 Zie voor sfeerimpressies http://vertalingen.vincenthunink.nl.
2 Ik verwijs steeds naar het heiligenleven van Antonius met de courante afkorting VA (Vita Antonii, de gebruikelijke Latijnse benaming van het leven van Antonius, dat overigens in het Grieks geschreven is).
3 Antonius. Onsterfelijke icoon van de monnik. Vertaling Vincent Hunink. Inleiding en annotatie Gerard Bartelink en Guerric Aerden ocso. Budel: Damon, 2013, p. 8.
4 Id.
5 ‘Zure appels’, Filter 20:2, p. 37.
6 Athenasius van Alexandrïe. Verleidingen in de woestijn. Het leven van de heilige Antonius. Vertaald door Vincent Hunink. Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2003, p. 109.

Lees meer over: