In strange kaakline    41-44

Over de Friese vertaling van Dan Browns Inferno

Sanne van der Meij

Tot verbazing van velen kwam er eind 2013 een Friese vertaling van Inferno op de markt. Het was in iedere krant te lezen. Precies de bedoeling.

Brown en zijn vrouw waren aanwezig bij de jaarlijkse hengstenkeuring van de Koninklijke Vereniging van Het Friesch Paarden-Stamboek in Leeuwarden. Hij en zijn vrouw zijn idolaat van Friese paarden. De publieksschuwe auteur leende zich daarnaast voor interviews, signeersessies en zelfs een aflevering van het televisieprogramma College tour. Om deze evenementen te promoten liet de Nederlandse uitgever Inferno in het Fries vertalen, een marketingstunt om Dan Browns komst naar Nederland te promoten:

Dat kost wat, zeker. Maar twee advertenties in de landelijke dagbladen zijn duurder en dit levert betere publiciteit op. (de Volkskrant, 14 januari 2014)

Abe de Vries, vertaler van Ynferno, had een ander doel met de vertaling. Van beroep is hij auteur, dichter, journalist en fotograaf. Hij weet dat maar weinig Friezen Friese boeken lezen, het Fries is namelijk vooral een spreektaal. Juist daarom heeft hij de vertaling gemaakt, zo schrijft hij in een artikel in Skanoskrift,1 het blad van de studentenvereniging van de opleiding Fryske Taal en Kultuer/Minderheden en meartaligens aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft zijn taalgebruik aangepast aan een Fries publiek dat normaal gesproken Nederlandstalige boeken leest. 

Het Fries dat in de provincie Friesland wordt gesproken heet officieel het Westerlauwers Fries. Deze taal is ruwweg op te delen in een aantal grote dialecten: het Klaaifrysk (gesproken op de klaai, de klei, in het noorden en westen van Friesland), het Wâldfrysk (gesproken in de Wâlden, de Wouden, in het oosten) en het Súd-Westhoeks (gesproken in de Zuid-Westhoek van de provincie). Daarnaast is er nog het Stadsfries, een soort mengeling van Nederlands en Fries die in de Friese steden wordt gesproken en die van stad tot stad verschilt. Er bestaat, mede door die verschillende dialecten, een grote afstand tussen de Friese spreek- en schrijftaal. Veel Friezen spreken geen geef Frysk (het ‘echte’ Fries), maar een van de zojuist genoemde ‘soorten’ Fries of een variant daarvan, die vaak ook nog invloed ondervinden van het Nederlands. Voeg daaraan toe de nije stavering (nieuwe spelling) waartoe begin 2013 is besloten en het beeld is compleet. De nieuwe spelling heeft tot felle discussie geleid en kent veel tegenstanders. De bevolking lijkt van haar eigen taal te vervreemden: de spreek- en schrijftaal liggen ver uit elkaar en die situatie lijkt niet te verbeteren.

Abe de Vries, zelf spreker van het Klaaifrysk, behoort tot de tegenstanders van de nije stavering en maakt hier een opmerking over in het eerdergenoemde artikel:

Een taalpolitiek besluit was om bepaalde -ie woorden (van oorsprong behorende tot het Wâldfrysk) te vervangen door -ee woorden (Klaaifrysk): ‘heel’, ‘helendal’, ‘heeltyd’ [i.p.v. ‘hiel’, ‘hielendal’, ‘hieltyd’, red.]. (…) Maar als de Akademy het veel vaker in de schrijftaal voorkomende ‘romte’ [spreek uit [romtə], red.] wil vervangen door ‘rûmte’ [spreek uit [rumtə], red.] als voorkeursspelling, dan maak ik als schrijver en dichter mijn eigen standaard wel…2

De Vries houdt dus vast aan zijn ‘eigen’ Fries, zonder al te veel rekening te houden met de officiële spelling. Het is ondenkbaar dat iemand een boek vertaalt in zijn eigen Nederlands, maar in het Fries mag dat schijnbaar wel.

Verder zegt De Vries dat hij de taal zo veel mogelijk spreektalig heeft gemaakt, om de beginnende Frieslezers tegemoet te komen. De vertaling zal daarom wat spreektaliger zijn dan het origineel verlangt, aldus De Vries.

Oerset troch Abe de Vries’ (Vertaald door Abe de Vries) zo valt er op de titelpagina te lezen. Geen brontaal. Maar één blik op het Engelse origineel en de Nederlandse vertaling en het is duidelijk: Abe de Vries heeft het boek vertaald uit het Nederlands. De meeste Friezen zijn tweetalig (Fries en Nederlands) en het Nederlands ligt qua woordvolgorde dichter bij het Fries en zou daarom een gemakkelijkere brontaal vormen dan het Engels, dat op lexicologisch gebied weliswaar veel overeenkomsten vertoont met het Fries, maar syntactisch gezien heel anders in elkaar steekt. In De Vries’ artikel valt dit ook te lezen: hij verklaart dat hij de Engelse taal niet genoeg machtig is om uit die taal te vertalen. Hij neemt vertaalkeuzes over van de Nederlandse vertaalsters – Erica Feberwee, Marion Drolsbach en Yolande Ligterink – zonder zelf een afweging te maken. De Nederlandse vertaling is over het algemeen vloeiend en goed leesbaar. Er komen af en toe wat vreemd klinkende wendingen in voor. Deze worden door Abe de Vries veelal overgenomen.

She had a sternly set jaw, deep soulful eyes, and long, silver-gray hair that cascaded over her shoulders in ringlets. (9)

Ze had een strenge kaaklijn, gevoelvolle ogen en lang, zilvergrijs haar dat in kleine krullen over haar schouders golfde. (14)

Se hie in strange kaakline, gefoelfolle eagen en lang, sulvergriis hier dat har yn lytse krollen oer de skouders weage. (14)

the wolfish brutality of the exile kept him from his fair Florence (228)

de wolfachtige wreedheid van zijn verbanning uit zijn mooie Florence (229)

[d]e wolfachtige wreedheid fan syn ferballing út syn moaie Florence (218)

De sternly set jaw uit het eerste voorbeeld wordt mooi vertaald met ‘strenge kaaklijn’ en Abe de Vries neemt dat over. De ogen van de beschreven vrouw zijn in het Engels deep en soulful, letterlijk zijn ze dus inderdaad ‘gevoelvol’, maar ‘gevoelvolle ogen’ is een rare collocatie. De Friese vertaler vertaalt dit letterlijk in het Fries, waar het al net zo vreemd klinkt als in de Nederlandse vertaling. De rest van de zin is prima vertaald, geen bijzonderheden. In het tweede voorbeeld gaat het over de verbanning van Dante uit Florence door wolven (vandaar dat wolfish). De ‘wolfachtige wreedheid’ vormt een mooie alliteratie in het Nederlands én het Fries en compenseert het wegvallen van de twee f’s in fair Florence. Maar wat stoort in de twee vertalingen is de lelijke herhaling van het woordje ‘zijn’. De Friese vertaler heeft die herhaling overgenomen, terwijl hij dit, ook zonder raadpleging van de Engelse brontekst, best had kunnen verbeteren. Omdat hij heeft vertaald uit het Nederlands, ga ik niet verder in op de discrepanties tussen de Friese vertaling en het Engelse origineel.

De ‘wolfachtige wreedheid’ brengt ons meteen bij de spreektaligheid van het gebruikte Fries. In dit voorbeeld is te zien dat Abe de Vries zo veel mogelijk gaat voor de spreektalige varianten van woorden. ‘Wreedheid’ had namelijk ook vertaald kunnen worden met het minder spreektalige wredens. Een ander, simpel voorbeeld is ‘welke’, dat niet wordt vertaald met hokker maar met watfoar, datspreektaliger is, dichter bij het Nederlands ligt en dus gemakkelijker te begrijpen is voor de beginnende Frieslezer. Hier en daar kiest De Vries wel voor een geef Fryske vertaling terwijl een spreektaliger of dichter bij het Nederlands liggende variant te verkiezen is (bijvoorbeeld útstelle in plaats van foarstelle voor ‘voorstellen’ en treast wêze in plaats van trotsearje voor ‘trotseren’). Het boek is spreektaliger te noemen dan het origineel en de Nederlandse vertaling, maar dit zal de gemiddelde Fries niet opvallen, omdat de spreektaal zoals gezegd voor veel Friezen ook het enige Fries is dat ze bezigen.

Omdat het Fries en het Nederlands qua woordvolgorde tamelijk dicht bij elkaar liggen kan de vertaler redelijk een-op-een vertalen, met hier en daar een wat grotere verschuiving als het Fries dat vereist. Het gebruikte Fries is idiomatisch en als er een betere optie bestaat in het Fries dan in het Nederlands dan vervangt De Vries vaak de Nederlandse vertaalkeuze voor de zijne. Zo vertaalt hij ‘Het leek Langdon ondenkbaar’ (322) met ‘Langdon koe der net by’ (307), waar hij het ook woord-voor-woord had kunnen vertalen met ‘It like Langdon ûntinkber’. Af en toe maakt De Vries een foutje, maar dit is nooit (te) storend.

In een tijd van ontlezing is het lastig om mensen aan het lezen te krijgen. Abe de Vries heeft zeker een vertaling afgeleverd die geschikt is voor lezers die niet gewend zijn om Friese boeken te lezen. Een deel van de kloof tussen spreektaal en schrijftaal wordt gedicht en het boek is goed leesbaar, wat zeker bij een verhaal als dat van Inferno heel belangrijk is. Ik betwijfel echter of meer mensen Fries gaan lezen na de vertaling van dit boek. Wat bijvoorbeeld in het nadeel kan werken van de Friese vertaling is dat deze pas een halfjaar na de Nederlandse uitkwam, waardoor de kans groot is dat Dan Brownfans het boek al in het Nederlands hebben aangeschaft. Verder is het Fries zoals gezegd vooral een spreektaal, die voornamelijk gebruikt wordt in familiale setting, zeker voor mensen die nu nog geen Fries lezen en dus tot de doelgroep behoren. Daartoe reken ik ook mijzelf: met mijn familie en bepaalde vrienden spreek ik Fries, maar daarbuiten gaat alles in het Nederlands; zelfs als ik met mijn ouders whatsapp doe ik dat in het Nederlands. Als het van de eerdere Dan Brownboeken welbekende personage Robert Langdon plots Fries spreekt is dat voor mij niet erg geloofwaardig en ik kan me voorstellen dat heel wat Friezen dit gevoel zullen delen. Langdon doet dan ineens wel erg aan mijn basisschoolmeester denken en Sienna Brooks zou zo een goede vriendin kunnen zijn. Dat maakt het lastig om in het verhaal te komen, terwijl ik daar bij de Nederlandse versie totaal geen last van heb.

Ook voor andere minderheidstalen geldt dat er weinig belangstelling is voor vertaalde literatuur, zo blijkt uit de column over vertalen in het Welsh van Anna-Lou Dijkstra van 14 februari 2014 op de website van Filter:

De meeste twintigste-eeuwse vertalingen zijn gemaakt door hoogopgeleide academici, die zich in hun vrije tijd wilden inzetten voor hun geliefde taal. Zij besloten teksten in het Welsh te vertalen om de literaire spanwijdte van de taal te vergroten. Ze deden dit vaak op eigen houtje en een vergoeding viel nauwelijks te verwachten. (Webfilter, Vrijdag Vertaaldag, 2014, week 7)

Ongeveer hetzelfde is het geval in Friesland: er wordt weinig in het Fries vertaald en de uitgevers staan niet in de rij. Wat dat betreft was Ynferno een win-winsituatie: de uitgever genoot de gewenste publiciteit en de vertaler genereerde aandacht voor het Friese boek (en kreeg nog betaald ook).

Dan Brown, Ynferno. Oerset troch Abe de Vries. Amsterdam: Luitingh-Sijthoff, 2013.

 

Noten
1 A. de Vries, ‘In nijboud ynstrumint of in Guarneri?’, Skanoskrift, 25, 2014, p. 20–23.
2 Idem, p. 21–22 (vertaling uit het Fries SvdM).

Lees meer over: