In thrillervertalersland    9-14

Elizabeth George doorlicht

Ton Naaijkens

Abstract: Het gemeenschappelijk thema van de vier vertaalkritieken aan het begin van dit nummer is de invloed van het marktmechanisme op vertalingen: het gaat in alle stukken om vertalingen van goed verkopende lowbrow-boeken. Naaijkens vergelijkt de verschillende vertaalsters van Georges detectives.

 

Er wordt heel wat afgejakkerd in de wereld der thriller-vertalers: het ene na het andere boek verschijnt, de spanning stijgt metterbladzij, het leestempo stijgt navenant ‒ waardoor je geneigd bent dat adembenemende leestempo te associëren met het tempo van het vertalen. Bovendien is het algemeen bekend wat de gemiddelde uitgever wil, zeker als hij in dienst staat van een concern. Snel op de markt moeten de boeken, de toonbanken over. En dan kun je in onze gewesten ‒ bij voorbeeld in de fraaie zomers dezer jaren ‒ wel de originelen lezen, in één ruk vaak en met een oog dat snakt naar oplossing, maar verhalen in de moedertaal zijn nog lichter kost. Thrillers worden aan de lopende band vertaald; door velen, door anoniemelingen, door bekende vertalers die een pseudoniem gebruiken; onder de prijs van het literaire woord, vertalen per kilo zogezegd. Doet u mij een kilo vertaling, geef maar die van Elizabeth George, met die verfijnde Lord Linley, zijn hopeloze en telkens wisselende relaties en zijn sluimerende trouwzucht, die down-to-earth brigadier Havers die zich steeds zorgen maakt over haar ouders, de verleidelijke Lady Helen die zo nu en dan opduikt en Linley radeloos maakt ‒ kortom: de noodzakelijke dosis kitsch, de fraaie vervolgverhalen die bij George ontstaan, mensen die leven, tot leven komen, authentiek lijken vreemd genoeg, want de schrijfster uit Californië zet haar verhalen, die zich genregetrouw in oerengelse settings afspelen (kostschool, cricketclub, Cambridge), overtuigend neer. Het genot van een zomer, vertaalde thrillers, een reeks, zopas verscheen de nieuwste Elizabeth George, maar wat heb ik gelezen? De Californische George of die van Coby, Cobi, Rie, Ineke of Marcella?

Hieronder volgt een klein en pretentieloos warentestje waarin bovenstaande vraag niet beantwoord kan worden: daarvoor is een grootschaliger onderzoek nodig. Misschien levert onderstaande peiling niet eens een hypothese op over de stand van zaken in thrillervertalersland. De nadruk ligt op de laatste vertaling, die van Playing for the Ashes door Marcella Houweling. De acht Linley-detectives (steevast overvloedig besterd in VN’s detective & thrillergids) verschenen in het Nederlands niet in de volgorde van de originelen. Dat is geen probleem omdat de achterliggende persoonlijke belevenissen van de hoofdfiguren ook niet chronologisch verteld worden. Er werkten vier vertalers aan (vijf als de Coby de Groot van Totdat de dood ons scheidt een andere is dan de Cobi de Groot van Klassemoord). Algemene indruk: niet alle vertalingen zijn even adequaat, maar op het oog lijken ze beter te worden sinds Marcella Houweling bij A.W. Bruna het alleenrecht heeft. Houweling kreeg hier en daar wat complimenten voor haar hantering van de cricket-termen in Playing for the Ashes, maar dat is iets dat bij voorbeeld ook al speelde bij J.F. Kliphuis’ vertaling van P.D. James’ Murder Must Advertise (vertaald als Moord op de ijzeren trap, met cricket- en reclametermen, stof voor een mooi vergelijkend vaktaal-onderzoek). In het algemeen lijkt van redigeren geen sprake, gezien de slordigheden die voorkomen. De vertalingen zijn alle aanvechtbaar, maar dit artikeltje Mij is de wrake noemen of Afrekening in bloed is onrechtvaardig. Er lijkt eerder sprake te zijn van een reeks snelle bevallingen, van een gis en gehaast pact tussen schrijver, vertaler en uitgever dat ons het moedertalige lezen mogelijk maakt. In die zin voldoen de vertalingen natuurlijk wel, en waar ze vooral aan voldoen is hun functie. Dit hier is slechts een impressie van een door strandzand en zomerzon verdoofde lezer waarin George bij wijze van experiment driezijdig belaagd wordt: door alleen de originelen te lezen, door enkel de vertaalde versie te lezen en door daadwerkelijk origineel en vertaling te vergelijken. De brontekst centraal, de doeltekst centraal, het wilde gebied der vertaling centraal: daar zit het kerndilemma van menige vertaalbespreking als vanzelfsprekend in vervat, zelfs als dat vanuit een strandstoel gebeurt.

Pish posh ‒ de brontekst centraal
Aan het eind van hoofdstuk 9 in Playing for the Ashes worden cricket-worpen (manieren van bowlen) genoemd: ‘Googlies, off breaks, leg breaks, chinamen’ (253). In het Nederlands worden die vaktermen gehandhaafd (198), in een verklarende woordenlijst (6) worden ze uitgelegd: een op het oog consequente vertaalstrategie die je annoterend moet noemen (de verklaring staat elders) en exotiserend. Ook de titel (‘The Ashes’ vormt de inzet van de befaamde reeks testmatches tussen Engeland en Australië) wordt verklaard (9). Een andere strategie wordt ook wel toegepast: weglating: ‘Havers shot him an are-you-crazy-his-wicket’s-as-sticky-as-it’sgoing-to-get look’ (273). Dat wordt: ‘Havers wierp hem een ben-je-gek-nog-even-en-hij-praat-zijn-mond-voorbij blik toe’ (215). De achterliggende uitdrukking heeft met cricket te maken: ‘bat on a sticky wicket’ betekent letterlijk cricket spelen op een natte en moeilijke ondergrond, figuurlijk dat iemand zich in een lastig parket bevindt. Een ‘house in a fastbecoming-chi-chi neighbourhood’ (262) wordt afgevlakt tot ‘een huis in een chique buurt’ (206).

Als je in de Engelse versie geniet van de geestige, sarcastische spreektrant van brigadier Havers, die zelfs in haar innerlijke monologen wordt doorgezet, rijst de vraag hoe met dit vertaalprobleem is omgegaan. ‘Pish posh,’ zegt ze (Ashes, 72) over een straat in Kensington waar de ene Porsche na de andere bmw geparkeerd staat. ‘Poepie chic’ (58) blijkt het te zijn. Even later zegt dezelfde brigadier ‘Holy hell!’ (78), dat ‘Jezus mina!’ (62) wordt. De indruk is dat Houweling bij het vertalen inderdaad een poging gedaan heeft een taal voor Havers te vinden. Havers kan plat uit de hoek komen. Zo zegt ze over iemand: ‘She’s a hot tamale between the sheets’ (357), wat in het Nederlands enigszins komisch maar toch acceptabel ‘Ze is een hete bliksem tussen de lakens’ (281) wordt (niet gek als een Mexicaans vleesgerecht verandert in Hollandse pot).

Over culinaire realia gesproken. Dat naturaliseren komt niet overal voor. Er is integendeel eerder een exotiserende tendens waar te nemen, zelfs een progressie van de eerste naar de laatste boeken, wat toch opvallend is gezien de geringe tijdsspanne tussen de eerste en de laatste vertaling. Houweling blijkt een deskundig vertaler te zijn: soms doet ze het één, soms het ander. Je kunt het inconsequent noemen, maar de vertaalster houdt blijkbaar rekening met de bekendheid van een product ‘op het continent’: ‘sheperd’s pie’ blijft in Ashes /Rookgewoon staan (49), terwijl de ‘hangers’ (60) ‘worstjes’ (49) worden. Maar de gehele Engelse eetcultuur is nog niet doorgedrongen. ‘Crisps’ lees je (53), je zoekt het na en er staat prompt dat merkwaardige ‘patat met azijn’ (44), terwijl het toch gewoon over chips met ‘salt-and-vinegar’ -smaak gaat. De vertaler spreekt zelfs van een ‘diner’ met ‘patat met azijn’, een gerecht dat wellicht niet aan een diner te versmaden is, maar dineren sec doet iemand er niet mee. Lees je Ashes dan wil je weten wat Helen en Linley precies doen met die kip (175): het woordgrapje in’ (...) the recipe asked me to dredge it. To dredge, for heaven’s sake. Isn’t that what they do in the fens? Aren’t they always dredging the canals or something? How on earth does one go about doing that toa chicken?’ wordt vertaald met een soortgelijk grapje: ‘(...) volgens het recept moest ik de kip dresseren. Dresseren, nou vraag ik je. Dat doen ze toch in het circus? Met leeuwen en zo? Waarom zou ik in godsnaam een dooie kip moeten dresseren?’ (137). Zie je ‘scrambled eggs’ (664) staan, blijkt het een simpel ‘roerei’ (522) geworden te zijn. De conclusie luidt dan ook dat aan een exotiserende vertaalstrategie de voorkeur wordt gegeven die van geval tot geval wordt aangepast. Voor het algehele beeld en de plot maakt dat roerei natuurlijk niet uit, maar een zekere inbreuk op de consistente poging van Elizabeth George om haar boeken zo Brits mogelijk te maken wordt hier wel gepleegd. 

De fruk ‒ de doeltekst centraal
Dan wordt op pagina 206 van Rook/Ashes de fruk gedanst. Blijkt gewoon ‘the frug’ te zijn (262). Je leest in Rook over ‘hardwordende tepels en ander fysiek gevogel’ (46) en leest verwonderd dat dit voortkomt uit ‘hardening nipples and birds taking flight’ (57): een boeketreeks-beschrijving van een orgasme in het Engels, merkwaardig gefriemel in het Nederlands. Je leest dat Havers ‘Laat los, bastaard’ (176) tegen een hond roept, wat vreemd genoemd kan worden. De belangrijkste conclusie: zelfs als je alleen het Nederlands leest valt je steeds heel erg veel op (en tegen). Dat is zeker het geval bij de niet door Marcella Houweling vertaalde boeken. Rie Neehuis bij voorbeeld vertaalt in een bepaald fragment uit Afrekening in bloed inconsistent: Havers spreekt patholoog-anatoom St. James afwisselend aan met u (156) en jij (158), waar ze zelfs ‘Simon’ zegt (tenzij Lady Helen aan het woord is, maar van haar wordt op bladzijde 159 gezegd dat ze het gesprek stilzwijgend aanhoorde). Louter afgaande op het Nederlands kun je zeggen dat Cobi de Groot (in Klassemoord) op bladzijde 37 fout kiest ‒ ‘dat de pooier gekregen had waar hij allang recht op had’ is alleen al in het Nederlands onzin. Daar zal ‘deserved’ hebben gestaan, een woord met grofweg twee vertaalmogelijkheden. Op de plaats waar gezegd wordt dat kinderen het gevoel hebben ‘dat ze het niet aan hun ouders toe kunnen geven’ (42) vermoed je ‘admit’, dat ook een veel neutralere en gewonere betekenis heeft (vertellen’ bij voorbeeld was beter geweest). Deze vertaling leest het minst, met name door ongelukkige zinnen als ‘Laat Chas je alles laten zien, als je wilt’ (72). Maar ook Marcella Houweling, geprezen door de kritiek en beloond met drie George-vertalingen, schrijft (in Zand over...) de volgende zin op: ‘Dat (...) was de grootste van alle ironische opmerkingen’, een merkwaardige zin omdat je het Engelse ‘the biggest irony’ vermoedt: ‘Dat was de ironie van het leven.’ Sla je de Engels-Nederlandse Van Dale erop na zie je als eerste betekenis ‘ironische opmerking’ staan. Dit doet een vertaalstrategie vermoeden die je lexicofiel kunt noemen: bij problemen het woordenboek grijpen, de eerste betekenis invoeren en doorgaan met de rest. Zodra het enigszins abstract wordt gaat het ook in Houwelings vertalingen snel mis (onderaan bladzijde 275 komen bij voorbeeld de onnederlandse constructies ‘het vormen van een politiek draagvlak’ en ‘keuzecommissies voor leerstoelen’ voor). Bedenkelijk worden dialogen als tegen Barbara Havers gezegd wordt: ‘Het spijt me echt, brigadier. Ik kan u helaas niet bevredigen’ (222). Wat de realia betreft: exposities in Londen houd je niet in de Koninklijke Academie (206) maar gewoon in de Royal Academy. Kan ‘dikke room’ (194) op scones en met aardbeienjam? Misschien wel, maar wat is een ‘auditieve achtergrond’ (185)? Ook op het zonovergoten strand gniffel je om een rare zin die de eerste de beste redacteur er zo uit had kunnen halen: ‘Ze liet haar vork zakken, liet hem op de rand van haar bord rusten en legde het tegenovergestelde van haar eigen argument op tafel’ (130, waar zit de bron van de fout?). Het wemelt in dit boek (Zand over...) van ongelukkigheden als ‘Ze keek hem aan hoewel haar ogen zich niet instelden’ (119). Zegt iemand op de vraag of hij koffie wil na andermans ‘Voor mij niet’ het omineuze ‘Noch voor mij’? (57). Het begin van Marcella Houweling is onvoldoende, denk ik. Daar staan vlotte vondsten à la poule dresséetegenover. Toch kan het in De verdwenen Jozef nog ‘serieus gaan regenen’ (378), een primitieve vertaling van ‘serieus’ neem ik aan. In dit boek staan veel zetfouten (‘auroraces’ [332] en een ‘Gordiaane knoop’ [360] en ‘ik wordt’ al op pagina 13), een volgende aanwijzing dat er weinig eindredactie aan thriller-vertalingen te pas komt.

Over zijn neus omhoog ‒ bron en doel vergeleken
Bij nadere en systematische vergelijking komt doorgaans het meeste aan het licht, en dat is ook hier het geval, zelfs als je slechts één enkele pagina doorlicht. Bij Totdat de dood ons scheidt, door Coby de Groot, zijn er misschien weinig opmerkingen, maar zeker gezien de willekeur van de steekproef levert vergelijking merkwaardige resultaten op: bij voorbeeld dat de Indiase Mr. Patel (272) om onbekende redenen verandert in ‘meneer Como’ (257). En na ‘Barbara’s stomach tumed at the thought of what her mother might mean’ (272) draait de maag van Barbara om ‘terwijl’ (257) ze zich afvraagt wat haar moeder bedoelde: alsof het een niet met het ander te maken heeft. Weglatingen en toevoegingen zijn strategieën die doorgaans alleen bij vergelijking aan het licht komen. Ook bij die ene pagina is het raak (‘from the pantry’ [272] ontbreekt in de Nederlandse versie [258]).

A Suitable Vengeance, vertaald door Ineke van den Elskamp levert ernstiger conclusies op. Bekijk je die vertalingen nader dan is het als bij ruiten die opeens door de zon beschenen worden. Trenarrow duwt zijn goudomrande bril ‘over zijn neus omhoog’ (102) voor ‘up the bridge of his nose’ (108) en dus drukt hij heel gewoon zijn bril wat strakker tegen zijn voorhoofd. ‘Ik zit dicht bij de drank’ (102) voor ‘I’m near the drinks booth’ (108) is even ongelukkig als ‘hij nam de andere man in zich op’ voor ‘the other man’ (108) die dezelfde Trenarrow is en niet een derde zodat het zoiets als ‘zijn gespreksgenoot’ moet zijn: voor je het weet ziet de Nederlandse lezer een hele schaar gesprekspartners voor zich ‒ onder wie zich in dit genre natuurlijk steevast de moordenaar bevindt (wat zou ik graag eens een onderzoek lezen waarin de vertaling van een thriller een andere moordenaar oplevert dan het origineel: ‘de andere man’ van Ineke van den Elskamp is een kandidaat). Ook wat weglatingen betreft is die ene nader bekeken bladzijde onthullend omdat een vertaling van ‘fitted to his figure’ ontbreekt. Dat voorspelt niet veel goeds: wat als tekst in zijn geheel functioneert is acceptabel, na grondiger inspectie blijken er heel wat gaten in te zijn geschoten, zodanig dat het nieuwe product eronder lijdt. Conclusie: onder de gehanteerde vertaalstrategieën lijkt de voorkeur gegeven aan de minst tijdrovende; niet bij elke vertaler is de beroepsethiek aanwezig om ook finesses van de originelen weer te geven; op grond van het hier gedane onderzoekje kan echter de hypothese worden verdedigd dat de uitgever terecht uiteindelijk voor Marcella Houweling gekozen heeft als de vertaler van Elizabeth George, hoe veel er ook op haar aan te merken valt. Voor het overige zou het interessant zijn, als je de bovenstaande gegevens in overweging neemt, eens systematisch naar weglatingen te kijken.

Bibliografische aantekening
De boeken van Elizabeth George verschijnen bij Bantam Books (Toronto/ New York/ London/ Sydney/ Auckland), de vertalingen bij A.W. Bruna Uitgevers b.v. (Utrecht): A Great Deliverance (1985) verscheen in 1992 als Totdat de dood ons scheidt (vertaling Coby de Groot; pocketeditie in 1993). Payment in Blood (1989) werd Afrekening in bloed (1992; vertaling Rie Neehuis; pocket 1993). Well-Schooled in Murder (van 1990) werd Klassemoord (1990; vertaling Cobi de Groot; pocket 1992). A Suitable Vengeance (1991) werd door Ineke van den Elskamp in 1994 vertaald als Mij is de wrake. Marcella Houweling vertaalde For the Sake of Elena (1992) in 1993 als Zand over Elena (pocketeditie 1994), daarna volgden Missing Joseph (1993) als De verdwenen Jozef (1993) en Playing for the Ashes (van 1994) in 1995 als Waar rook is...Onlangs verscheen In the Presence of the Enemy, dat binnenkort in de vertaling van Rie Neehuis uit zal komen onder de titel In handen van de vijand. George’s verhaal Betrapt (vertaling Martin Jansen in de Wal) is het geschenk in de komende Maand van het Spannende Boek (juni).

Lees meer over: