Krankenkakofonie    56-59

Lette Vos

 

Ik ben een prijsgevoelige consument: ieder jaar doe ik mijn best om zo veel mogelijk films met een Oscarnominatie te zien, en in september kijk ik met spanning uit naar de shortlist van de Man Booker Prize, om toe te voegen aan de lijst die ik al sinds 2010 gebruik als leidraad voor mijn leesgedrag. Uiteraard levert dat niet elk jaar een kentering op in mijn eigen favorietenlijstje, maar het zijn steevast boeken met een unieke insteek op thematisch en/of stilistisch gebied.

Lincoln in the Bardo van George Saunders, de meest recente winnaar van de Man Booker Prize, past perfect in die categorie. Na een reeks succesvolle korte verhalen en essays is Saunders’ debuutroman een experimentele, theatrale cross-over tussen fictie en non-fictie, waarin een vijftigtal personages met elk een heel eigen stem zich luidruchtig bemoeien met de gebeurtenissen in de ‘bardo’, een begrip uit het Tibetaans boeddhisme: het eerste tussenstation op weg naar de dood. De bewoners van dit schaduwkerkhof blijven daar vrijwillig; de meesten willen of kunnen niet onder ogen zien dat ze dood zijn en gebruiken eufemismen als ‘krankenkist’ (sick-box) en ‘krankenkuil’ (sick-hole) voor hun doodskist en graf. Als iemand deze illusie dreigt te doorbreken wordt dit fel afgekapt, alsof de doden alleen als collectief kunnen blijven geloven dat er nog een weg terug is naar hun aardse bestaan en dat hun dierbaren hen zullen komen opzoeken of zelfs halen. Af en toe houdt iemand het niet meer vol en geeft de geest, waarna hij of zij door het ‘bloeiende-licht-materie-verschijnsel’ (matterlightblooming phenomenon, een iets minder geslaagde vertaalvondst dan eerdergenoemde eufemismen) doorstoot naar het daadwerkelijke hiernamaals.

We schrijven 1862: de nieuwste aanwinst in deze schimmige schijnwereld is Willie Lincoln, het elfjarige zoontje van de Amerikaanse president Abraham Lincoln. Drie van de oudergedienden in de bardo, Hans Vollman, Roger Bevins iii en de eerwaarde Everly Thomas hebben eerder moeten aanzien wat een langer verblijf in het schimmenrijk bij kinderen teweegbrengt en willen hem hiervoor behoeden. Eerst proberen ze het zoontje zelf te overreden om ‘heen te gaan’, maar uiteindelijk lukt dit pas nadat ze bij de rouwende president Lincoln zijn binnengetreden (in zijn lichaam gaan staan of zitten, waardoor ze toegang krijgen tot zijn denkwereld). Met dat gegeven haalt Saunders op het laatst nog een wat flauw grapje uit, met een vette knipoog naar de stappen die de president later zou zetten in de strijd tegen slavernij. Dat vormt het iets minder sterke slot van een ijzersterke roman, waarin het wereldlijke van de vele personages en hun kleurrijke stemmen in contrast worden gebracht met allerlei sleutelideeën uit het boeddhisme waarvan Saunders praktiserend aanhanger is, zoals de cyclische aard der dingen en ‘the journey away from the self to a larger indivisible whole’ (Clark 2017). 

Lincoln in the Bardo is door de rijke schakering aan figuren en stemmen bij uitstek het soort roman waarmee de vertaler een Oscarwaardige performance kan neerzetten, mits hij of zij de geboden rol op een sensitieve wijze weet te vertolken. Vertalen wordt wel vaker vergeleken met acteren, zoals tijdens de laatste Literaire Vertaaldagen, die als thema hadden: ‘Even een ander zijn’. Je kruipt in de huid van de verteller en de personages en reproduceert hun stemmen zo geloofwaardig mogelijk. Deze roman was dan ook een uitgelezen kans voor Harm Damsma en Niek Miedema om hun allang verdiende sporen nog verder op te poetsen. Sinds zij in 1994 als vast duo gingen samenwerken zijn vertalingen van hun hand(en) regelmatig met veel lof ontvangen, en in 2016 viel hun de Letterenfonds Vertaalprijs ten deel, die toch minstens de Golden Globes onder de vertaalprijzen is te noemen. Op grond van workshops bij beiden weet ik dat zij vrij letterlijk acteren in hun gedeelde vertaalproces: in hun zoektocht naar de juiste toon spelen ze scènes en dialogen hardop lezend na. In deze roman moesten Damsma en Miedema in de huid kruipen van niet één of een paar, maar zeker vijftig personages, met heel verschillende uitdagingen – en wat mij betreft ook met wisselend succes.

De overheersende toon in de verhaallijn wordt bepaald door de heren Vollman en Bevins, die veelal om beurten vertellen wat zich in de bardo voltrekt, maar soms ook de dialoog met elkaar aangaan, elkaar aanvullen of tegenspreken. Zij spreken op beleefde, ietwat ouderwetse toon (niet verwonderlijk, aangezien ze ook in 1862 al jaren dood zijn), maar Saunders vindt altijd een zekere lichtheid in hun uitingen: 

It seemed we must persuade the gentleman to return with us to the white stone home. Once there, we must encourage the lad into the gentleman, […]
   hans vollman

A fine idea, I said. But we have no method by which to accomplish it.
   roger bevins iii

(There has historically been some confusion around this issue.)
   hans vollman

No confusion at all, friend.
It is simply not within our power to communicate with those of that ilk, much less persuade them to do anything.
And I think you know it.
   roger bevins iii

I beg to differ.
We caused a wedding once, if you will recall.
   hans vollman

Highly debatable.
   roger bevins iii (Saunders 161-162)

De vertaling van dit fragment luidt: 

Het scheen dat wij het heerschap ervan dienden te overtuigen met ons naar de witstenen behuizing terug te keren. Eenmaal daar moesten wij de jongen zien te bewegen het heerschap binnen te gaan, […]
   hans vollman

‘Een uitstekend idee,’ zei ik. ‘Doch het ontbreekt ons aan de middelen om het uit te voeren.’
   roger bevins iii

(Er heeft historisch gezien enige onduidelijkheid bestaan rond deze kwestie.)
   hans vollman

Geen enkele onduidelijkheid, waarde vriend.
Het ligt eenvoudigweg niet in ons vermogen gedachten uit te wisselen met figuren van dat slag, laat staan dat wij hen zouden kunnen overhalen om iets te dóén.
En ik meen dat u dat ook wel weet.
   roger bevins iii

Ik ben zo vrij met u van mening te verschillen.
Mag ik u in herinnering brengen dat wij ooit een huwelijk tot stand hebben gebracht?
   hans vollman

Dat is hoogst discutabel.
   roger bevins iii (165-166)

In het Nederlands lijken de heerschappen iets breedsprakiger, maar de formele, humoristische manier waarop zij met elkaar in gesprek zijn is door een consistente, (gematigd) archaïsche woordkeuze en kleine toevoegingen ten behoeve van de natuurlijkheid of soepelheid intact gebleven.

In de parade van doden zijn dit qua taalgebruik echter de normaalste figuren. Elise Traynor is een van de kinderen die eerder is blijven hangen in de bardo en in allerlei niet-menselijke, excentrieke vormen wordt gedwongen. Dat gegeven staat bij meer personages centraal: de bardo vervormt zowel fysiek als mentaal, geeft de figuren uiterlijke kenmerken die verwijzen naar de zonden uit hun leven of abstraheert de doden tot geometrische vormen en hun woorden tot haast onnavolgbare aaneensluitingen van klanken. Elises uitingen kenmerken zich door onaffe zinnen en fonetisch uitgeschreven woorden:

   I know very wel I do not look as prety as I onseh. And over time, I admit, I have come to know serten words I did not formerly
   Fuk cok shit reem ravage assfuk
   And to know, in my mind, serten ontoward kwarters where such things
   Dim rum swoggling plases off bakalleys
   Kome to love them
   Crave them plases. And feel such anger. […]
   Please do come again sir it has been a pleasure to make your
   But fuk yr anshient frends (do not bring them agin) (38-39) 

Elise wordt zo gekarakteriseerd als een meisje dat langzaam haar keurige opvoeding vergeet tussen de corrumperende ‘kranken’ met hun gevloek en getier, waardoor ze haar malende gedachten niet altijd meer goed kan uiten. Als Elise Willie Lincoln rechtstreeks aanspreekt, schiet zij echter weer even terug in haar foutloze beleefdheid. Bij Damsma en Miedema is dit contrast niet onmiddellijk herkenbaar door spelfouten in de onbeleefde zin (zoals ‘fuk’ in de BT) en is de scherpte van de ommezwaai enigszins afgevlakt door de gekozen uitdrukking. Daarnaast maken zij opvallend genoeg enkelvoud van de ‘anshient frends’ (wat verwijst naar Vollman en Bevins, die zij verwijt dat ze haar niet hebben geholpen):

   Ik weet heel goed dat ik er niet meer zo knap uitzie als vroeg er. En in de loop van de tijd heb ik (ook dat geef ik toe) be paalde woorden geleert die ik voordien niet
   Neuken pik schijten vozen rampetampen kontneuken
   En in gedagten ken ik be paalde onwelvoeglikke plekken waar dergelikke dingen
   Duistere linke zuip tenten in achterafsteegjes.
   Ben van ze gaan houden
   Ben gek op die tenten. En voel zoon woede. […]
   Ik hoop dat u nog eens langskomt, mijnheer, het was mij een genoegen met u kennis
   Maar die ouwe vriend van u kan mijn rug op (neem hem niet nog eens mee hiernaartoe) (44-45)

In het boek komen tal van dergelijke grove en fragmentarische sprekers aan het woord; het extreemst is wel het echtpaar Baron, dat om de paar woorden ‘s—‘, ‘f—‘ of ‘G—ed’ inbouwt. Het arsenaal aan scheldwoorden bevat in de vertaling weliswaar minder herhaling en klinkt soms wat braver, wat wordt versterkt door het gebruik van … in plaats van —, maar de stemmen vertonen onmiddellijk voelbare (klasse)verschillen met de keurige Vollman en Bevins. Over het geheel genomen blijft de rijkheid van het palet aan sprekers wel degelijk behouden.

De kracht van de roman zit daarnaast in de manier waarop Saunders de subjectiviteit van de geschiedschrijving voelbaar maakt en verweeft met zijn verhaallijn. Behalve het verhaal dat verteld (en voortdurend onderbroken) wordt door de doden, wordt aan de hand van bestaande bronnen ook een beeld geschetst van de omstandigheden van Willie Lincolns dood, zoals hier:

Tal van gasten herinnerden zich in het bijzonder de prachtige maan die er die avond aan de hemel stond.
Uit: ‘Een tijd van oorlog en verlies’, van Ann Brighney.
[…]
Er was die avond geen maan, en de hemel was zwaarbewolkt.
Wicket, op. cit.

Een lijvige maansikkel hing boven het waanzinnige tafereel als een flegmatieke rechter, immuun voor al ’s mensen dwaasheden.
Uit: ‘Mijn leven’, van Dolores P. Leventrop. (25)

De tegenstrijdigheid van deze bronnen, zoals in deze totaal verschillende beschrijvingen van de maan op de bewuste nacht en elders van Lincolns uiterlijk, lijkt haast parallel te lopen met de kabbelende en kibbelende dialoog die de doden met elkaar aangaan om tot de ware toedracht van de gebeurtenissen in het bijna-hiernamaals te komen. In de vertaling werkt het enigszins bevreemdend dat de bronvermelding bij deze passages ook is vertaald. Hierdoor lijkt het om oorspronkelijk Nederlandse of reeds vertaalde werken te gaan. Voor de soepelheid en leesbaarheid van de roman is dit een begrijpelijke zet; het heeft echter wel consequenties, omdat de vertaalde titels net als de fictieve bronnen niet terug te vinden zijn. De dialoog tussen de fictieve stemmen van de kranken en de bestaande historische figuren uit de omgeving van president Lincoln is, doordat de titels in het Nederlands niet bestaan, net iets minder spannend.

Damsma en Miedema hebben voor de vertaling van Saunders’ virtuoze, veelstemmige roman hun theatrale vaardigheden uitgebreid moeten aanspreken. Niet elke afzonderlijke rol die ze in Lincoln in de bardo vertolken verdient een Oscar, omdat de scherpe contrasten die de personages in de bardo karakteriseren hier en daar wat zijn vervlakt. Maar door de veelheid aan stemmen die ook in hun vertaling een prettig gestoorde kakofonie is geworden, is de bundeling ervan desondanks al bijna een oeuvreprijs waard.

George Saunders, Lincoln in de bardo. Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Amsterdam: De Geus, 2017.

 

Bronnen
Clark, Alex. 2017. ‘Lincoln in the Bardo by George Saunders review – agile tale of loss and resistance’. The Guardian. 5 maart.

Saunders, George. 2017. Lincoln in the Bardo. New York: Bloomsbury.

Lees meer over: