Hoe buig je verlies om in winst?    49-52

Het bijzondere Duits van Katja Petrowskaja

Christiane Kuby

 

Hoeveel boeken er ook over de Shoah geschreven worden, het zullen er nooit genoeg zijn om alle verhalen te vertellen die verteld moeten worden. Met Vielleicht Esther uit 2014, haar met de Bachmannprijs bekroonde debuutroman, heeft Katja Petrowskaja een bladzijde toegevoegd aan die geschiedschrijving. En wat voor bladzij! Haar boek valt samen met haar eigen zoektocht naar haar verdwenen, meestal vermoorde familieleden over wie tijdens haar jeugd in Kiev, de stad waar ze opgroeide, nooit werd gesproken. Ze neemt de lezer mee op reis en maakt hem deelgenoot van haar ontdekkingen, haar ontmoetingen en haar teleurstellingen. Maar wat het boek vooral zo bijzonder maakt is de manier waarop Petrowskaja speelt met haar tweetaligheid. 

Ze schrijft in het Duits, terwijl haar moedertaal, het Russisch, er voortdurend doorheen schijnt, wat het boek tegelijkertijd een diepte en een lichtheid geeft die ik niet eerder ben tegengekomen. ‘Wie beweert dat Petrowskaja zwaar op de hand is, moet eens de passages over haar grootmoeders gaan lezen,’ zegt haar vertaler Wil Hansen. ‘Daar zit zo veel humor in!’ Ik citeer een van de vele passages:

Mijn twee baboesjka’s woonden bij ons in, maar waren er niet helemaal: ik was klein toen zij het volle onvermogen van hun hoge leeftijd hadden bereikt. Andere baboesjka’s bakten pirosjki en cake, breiden warme truien en fleurige mutsen, sommige zelfs sokken – sokken, het huzarenstukje van de breikunst, vysji pilotasj, zoals het werd genoemd. Ze brachten de kinderen naar school [...] en in de zomer wachtten ze in hun tuin op hun kleinkinderen, in hun datja’s of huisjes op het platteland. Mijn baboesjka’s woonden bij ons op de zevende verdieping, waar ze in het beton geen wortel konden schieten. Ze hadden beiden een bloemennaam, en ik dacht stiekem dat de malvebloemen die voor onze flat van veertien verdiepingen groeiden bondgenoten waren in de samenzwering van mijn baboesjka’s Rosa en Margarita om zich in de plantenwereld terug te trekken. (16)

Uit deze passage wordt meteen duidelijk wat de charme van het boek uitmaakt: de tweetaligheid en de humor. Ook wordt meteen duidelijk wat een avontuur de vertaling moet zijn geweest. Geen wonder dat de vertaler blij was om een hele week met de auteur en haar andere vertalers in Straelen door te mogen brengen. Hoe lastig het was om dit boek te vertalen, besef ik op elke bladzijde en daarom aarzel ik om behalve de vele geslaagde oplossingen ook enkele missers en misverstanden te noemen, die misschien vooral slordigheden zijn. Zeker als je zelf in het glazen huisje zit, moet je dan anderen op hun fouten wijzen? Laat ik daarom eerst benadrukken dat ik het boek ook in vertaling ademloos heb zitten lezen en dat ik enorme bewondering heb voor de prestatie die Wil Hansen heeft geleverd; hij volgt de auteur overal zo nauwgezet mogelijk. 

Het hierboven geciteerde stukje laat ook zien hoe Petrowskaja haar moedertaal door de Duitse tekst heen weeft. Sokken breien gold als zo moeilijk, begrijp ik uit de tekst, dat het in het Russisch vysji pilotasj, ‘het huzarenstukje van de breikunst’ werd genoemd. Ik kan dat niet checken, maar in het Duits staat er voor ‘huzarenstukje’ het woord Kunstflug en op grond daarvan meen ik in het Russische woordje pilotasj wel een ‘piloot’ te herkennen, en als ik (zoals ook Petrowskaja regelmatig doet in haar boek) ‘kunstvlucht’ intik in google beland ik op een pagina over acrobatie en kunstvliegen waar het volgende staat:

Kunstvliegen is een discipline die haar oorsprong heeft bij de militaire luchtvaart. Tijdens WWI werd al snel duidelijk dat een piloot niet in rechte lijn kon blijven vliegen tijdens een gevecht. Alle basisfiguren werden toen voor het eerst gevlogen: de loop of looping, de roll, de immelman, de split-s en ook de gevreesde ‘vrille’ of spin enzovoort.

Om aan te geven dat het bij het breien van sokken om hogere breikunst gaat heeft de auteur een Russische uitdrukking in het Duits vertaald: ‘Socken, der Kunstflug des Strickens, vyschij pilotasch’; sokken breien associeert zij dus zowel in het Russisch als in het Duits met kunstvliegen. Op zich is kunstvliegen best te omschrijven als een huzarenstukje, daar is eigenlijk niets mis mee, behalve dat Petrowskaja zelf ook voor Husarenstückchen had kunnen kiezen, want dat bestaat in het Duits in dezelfde betekenis als in het Nederlands – de Duden omschrijft het aldus: tollkühner Handstreich, mit größten Risiken verbundene, aber erfolgreich durchgeführte Unternehmung. De vraag is dus eerder of je een term die in het Duits niet-idiomatisch is, zij het in het Russisch wel, in idiomatisch Nederlands moet vertalen. Met andere woorden: mag je de piloot die nóch het Duits nóch het Nederlands in deze context kennen eruit mieteren om in zijn plaats de veel bekendere, en daardoor onopvallendere, huzaar achter de stuurknuppel neer te zetten? 

Petrowskaja zegt in haar eerder in Filter gepubliceerde stuk ‘De opfladderende dankbaarheid van woorden’ (Filter 22:4) dat haar boek zelf al een vertaling is, maar dan van een Russisch origineel dat niet bestaat. Zou ze daarom het verklarende ‘huisjes op het platteland’ aan de ‘datsja’s’ hebben toegevoegd? Iets verderop in dezelfde passage over de baboesjka’s lezen we:

Ze hadden ze niet allemaal op een rijtje, al zeg je in het Russisch niet (niet) allemaal op een rijtje hebben, maar heb je ze niet allemaal thuis? Ik was bang voor die vraag, hoewel mijn baboesjka’s bijna altijd thuis waren, waarschijnlijk om mij te beschermen, maar toch had dat niet allemaal thuis me verontrust, of gewoon dat allemaal, alsof de anderen iets over ons geweten zouden hebben wat mij niet verteld was, alsof ze geweten hadden wie of wat er eigenlijk ontbreekt. (16–17)

Via de Russische uitdrukking ‘ze niet allemaal thuis hebben’ – die Hansen rechtstreeks uit het Duits overneemt – komen we iets essentieels over het boek aan de weet, namelijk dat er familieleden ontbreken, ‘ze waren inderdaad niet thuis’ (p. 17) zoals er verderop staat, maar daar werd niet over gepraat, zoals er in zo veel Joodse families niet over de vermoorde familieleden werd gepraat, en dat is wat het kleine meisje aanvoelt, wat haar bang maakt en wat uiteindelijk de drijfveer wordt voor haar zoektocht die de kern van de roman vormt. 

Omdat de grootmoeders bloemennamen dragen – ze heten immers Rosa en Margarita – en omdat ze ze niet allemaal thuis hebben, verdenkt het kind de malvebloemen op straat stiekem van een samenzwering met de baboesjka’s ‘om zich in de plantenwereld terug te trekken’. Ja, ook dat is mooi gezegd en het kenmerkt het magische denken van het meisje, al hoor ik in het Duitse ‘um sich ins Pflanzenhafte zurückzuziehen’ een iets andere nuance dan in het Nederlandse woord ‘plantenwereld’. Misschien omdat de term plantenwereld te afstandelijk en abstract klinkt? Terwijl ‘Pflanzenhafte’ iets zegt over het veranderende wezen van de grootmoeders zelf, die iets ‘plantaardigs’ krijgen. En tja, waarom dan niet vertalen met ‘om zelf steeds meer op plantjes te gaan lijken’? 

In het titelgevende hoofdstuk ‘Misschien Esther’ vertelt de ik-figuur dat een van de eerste verhalen die haar moeder haar als kind voorlas, ‘en dat ze me later, wie weet waarom, nog meermaals heeft verteld, alsof er in die herhalingen een helende kracht zat’, het verhaal was over Achilles en zijn hiel. De moeder vertelt het verhaal zo indringend en zo beeldend dat het kind er bang van wordt:

Sie badete ihn im Fluss, erzählte meine Mutter, damit er unsterblich wurde, aber die Ferse hatte sie vergessen. Ich erinnere mich daran, wie mich an dieser Stelle die Angst jedesmal so packte, dass meine Seele in die Fersen rutschte, wie man auf Russisch sagt, wenn man von Furcht ergriffen wird, vielleicht ist es sicherer für die Seele, wenn sie sich in die Fersen zurückzieht und dort bleibt, bis die Gefahr vorbei ist. (215)

Ze baadde hem in de rivier, vertelde mijn moeder, zodat hij onsterfelijk zou worden, maar de hiel had ze vergeten. Ik kan me herinneren dat ik bij die mededeling telkens zo angstig werd dat mijn ziel in de hielen zakte, zoals we in het Russisch zeggen als je door angst gegrepen wordt, misschien is het veiliger voor de ziel als ze zich in de hiel terugtrekt en daar blijft tot het gevaar geweken is. (180)

De ziel die in de hielen zakt, of zich in de hiel terugtrekt: hier volgt de vertaler de auteur op de voet (!) en handhaaft het Russische idioom dat afwijkt van zowel het Duits als het Nederlands, want in het Duits zeg je niet ‘die Seele’ maar ‘das Herz’, en ‘rutscht mir in die Hose’ en niet ‘in die Ferse’, wat veel minder poëtisch is; in het Nederlands ‘zinkt het hart je in de schoenen’, dat komt al in de buurt van de hiel maar levert geen rijm op. Zo schrijdt Petrowskaja al associërend voort, de vertaler in haar kielzog, en soms lukt het ze allebei om zich te laten leiden door de woorden zelf en Russische woorden of uitdrukkingen letterlijk in het Duits, en vervolgens in het Nederlands, te vertalen en de tekst eromheen te weven. 

Ik zou uit dit boek wel elke bladzijde willen citeren, zo prachtig, poëtisch, veelgelaagd en geestig vind ik de tekst. Ook in de vertaling komt het associatieve van Petrowskaja’s stijl goed tot zijn recht, is het meanderende ritme gehandhaafd en sleept de tekst de lezer mee. Zo veel mooie passages, zo’n moeilijk, bijna onvertaalbaar boek, zo veel problemen goed opgelost, dat ik aarzel of ik de missers wel moet vermelden. Maar laat ik er toch maar een paar noemen. 

In het hoofdstuk ‘Wichelroede’, door Petrowskaja het moeilijkste hoofdstuk uit het boek genoemd (Filter 22:4) omdat het gaat over haar ‘verovering van de Duitse taal’, lees ik:

Ik wilde in het Duits schrijven, Duits voor de duivel, ik schreef en zonk weg onder het gewicht van het opborrelend taalvoedsel, als was ik koe en ongeboren kalf tegelijk, brullend en loeiend, barend en geboren, alle moeite waard, mijn onvertaalbare leidsterren wezen me de weg, ik schreef en verdwaalde op de geheime paden van de grammatica, je schrijft zoals je ademt, triest en troost heb ik altijd proberen te verzoenen, alsof die verzoening me een zacht zeebriesje kon schenken. (66)

In de eerste zin van deze overigens vlekkeloze vertaling struikelde ik over de formulering ‘Duits voor de duivel’ – wat was dat in godsnaam? ‘Ich wollte auf Deutsch schreiben, auf Teufel komm raus Deutsch’ (p. 79), las ik vervolgens in het Duits, een idiomatische uitdrukking die betekent: met alle geweld, om iedere prijs, per se, tegen de klippen op. Zou het kunnen, vroeg ik me af, dat de vertaler hier door de bomen het bos niet meer zag en dacht met een idiomatische Russische uitdrukking te maken te hebben die hij letterlijk diende over te nemen omdat die door de auteur rechtstreeks in het Duits was vertaald? 

Even verderop, in de slotalinea van het hoofdstuk, staat er weer iets waarover ik struikel: ‘Mijn Duits, waarheid en misleiding, de taal van de vijand, was een uitweg, een tweede leven, een liefde die niet vergaat omdat je haar nooit bereikt, gave en gift, alsof ik een vogeltje vrij had gelaten.’ Gave en gift, dacht ik toen ik het las, is dat niet dubbelop en klopt dat inhoudelijk wel met wat hier gezegd wordt? In het Duits staat er ‘Gabe und Gift’, geschenk en gif, zegen en vloek, gift en gif in één. Dit moet een drukfout zijn, concludeer ik. En dat doet me weer denken aan een wens die Wil Hansen onlangs uitte in zijn lezing ‘De vertaler en zijn redacteur’ (op 8 februari jl. in SPUI25): Laten we de taak van de redacteur toch in ere herstellen! Een redacteur die de tijd heeft om fouten uit de tekst te halen die in de vertaling zijn geslopen omdat de vertaler zich blind staart.

Tot slot nog een echte slordigheid, een fout die een goede redacteur was opgevallen, in de eerste alinea van het hoofdstuk ‘De poort’: ‘Mijn eerste buitenlandse reis voerde me naar Polen. Het was de zomer van 1989 en het land sidderde onder de shocktherapie, zoals het wetenschappelijk experiment heette, toen de prijzen werden losgelaten’ (p. 47). Wat voor soort wetenschappelijk experiment zou dat geweest zijn, vroeg ik me oprecht verwonderd af. Maar in het Duits staat niet ‘wetenschappelijk’ maar ‘wirtschaftlich’, en het loslaten van de prijzen kun je inderdaad een economisch experiment noemen. Jammer dat niemand deze fout gezien heeft.

‘Hoe buig je verlies om winst?’ vraagt Petrowskaja terecht, want je kunt niet alles redden in een tekst die zindert van de woordspelingen en associaties, en zelfs de kleine missers die ik hierboven noemde, doen geen afbreuk aan de vele prachtige vondsten en nemen niet weg dat de vertaling van deze roman een grote prestatie is die over het algemeen recht doet aan de bijzondere taal van Katja Petrowskaja, en daarmee aan een bijzonder boek.

Katja Petrowskaja, Misschien Esther. Vertaald door Wil Hansen. Amsterdam: De Bezige Bij, 2015.

Katja Petrowskaja, Vielleicht EstherGeschichten. Berlin: Suhrkamp, 2014.

Lees meer over: