Over La amistad van Connie Palmen    90-92

Ans van Kersbergen

Connie Palmen, La amistad, vertaling Germán Patricia Ansón. Madrid: Debate, 1996, 297 p. ISBN 84 8306 030 2.

De Spaanse vertaling van Connie Pal­mens in 1995 bekroonde roman De vriend­schap, tot stand gekomen met steun van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, verscheen in septem­ber vorig jaar. Op 9 november publiceer­de El País een uiterst lovende kritiek, waarin het boek ‘een briljante ideeënro­man’ genoemd wordt. Het werk van de vertaler, Germán Patricio Ansón, die eer­der Palmens De wetten in het Spaans ver­taalde, werd niet besproken.

Het opvallendste stijlkenmerk van De vriendschap is de wisseling van perspectief. Het verhaal, dat gepresen­teerd wordt in drie delen, wordt verteld door een van de twee vriendinnen, Kit, als ze dertig jaar is. Vooral in de eerste twee delen van het boek is ze echter ook veelvuldig aan het woord als tienjarig meisje, en als puber. Palmens woordkeu­ze, haar zinsopbouw en gebruik van werkwoordstijden markeren de ver­schillende perspectieven. De vertaler is dicht bij de tekst gebleven en er goed in geslaagd deze verschillen in het Spaans over te brengen. Enkele voorbeelden wil ik hier noemen. De roman opent met een beschrijving van de eerste keer dat Kit haar vriendin Ara ziet, een passage die met een zekere distantie geschreven is: ‘Ze stond er op een manier, zoals ik nog nooit iemand had zien staan, met een soevereine nonchalance...’ (p. 9) (‘La niña se hallaba allí de pie de un modo como nunca había visto a nadie antes: con un supremo descuido... ‘ [p. 9]). In de volgende passage verandert het per­spectief; nu is de tienjarige Kit aan het woord: ‘Er staan er altijd een paar uit de vijfde en de zesde en van onze klas is Jo­sien Driessen bijvoorbeeld een slome’ (‘Siempre hay un par de alumnas de quinto y de sexto, y por poner un ejem­plo de nuestra clase, Josien Driessen es una boba’). In het tweede deel vinden we passages die verteld worden door Kit als tiener: ze voelt zich ‘een volslagen imbe­ciel’ (p. 135) (‘una redomada cretina’ [p. 131]) als de jongen met wie ‘je officieel gaat’ (‘sales oficialmente’) hand in hand met haar over straat wil lopen, en vindt het ‘behoorlijk lastig’ (‘bastante mo­lesto’) om hem duidelijk te maken dat ze dat niet wil.

De vele namen in de roman zorgen voor de ‘couleur locale’: Kits ervaringen als kind en tiener spelen zich af in Ne­derland, in de jaren zestig en zeventig. Slechts enkele van deze namen zijn in de vertaling verdwenen, zoals de Libelle (p. 184) die veranderd is een ‘revista del co­razón’ (p. 178, damesblad) en Exota in ‘gaseosa’ (p. 57, priklimonade). Ansón heeft er, mijns inziens terecht, voor ge­kozen de namen te handhaven, zolang dit niet tot onbegrijpelijkheid leidt. Zo maken de Heikrekels en Herman van Veen hun entree in Spanje – uit de con­text wordt voldoende duidelijk dat ze muziek maken waar pubers niet naar zouden moeten luisteren.

Op enkele plaatsen in de roman staan voorbeelden van het merkwaardi­ge taalgebruik van Ara, die woordblind is. De vertaler heeft aardige oplossingen gevonden. Zo zegt Ara tegen Kit ‘Ik con­sumeer je zoals je bent’ (p. 206), of, in plaats van ‘consumeer’, ‘absorbeer’ en ‘obsedeer’. Ansón vertaalt dat als: ‘te afecto tal como eres’ (p. 198, zoiets als ‘ik ontroer je zoals je bent’), en ‘te adepto’, ‘te inepto’, waarin hij twee niet-bestaan­de werkwoorden introduceert die ver­wijzen naar ‘adepto’ (aanhanger) en ‘inepto’ (onhandig).

Mijn positieve oordeel over de vertaling wil ik enigszins nuanceren. Op vrij veel plaatsen staan fouten en on­zorgvuldigheden die bij een goede eind­redactie zeker gevonden zouden zijn. De betekenisverschuivingen die hiervan het gevolg zijn, hebben geen duidelijk patroon. Soms zijn ze klein, bijvoorbeeld waar Ansón ‘al dagenlang’ (p. 125) ver­taalt met ‘de hele dag’ (‘todo el dia’, p. 121). Op andere plaatsen is de tekst merkwaardig veranderd in de vertaling. Kit vertelt dat ze zo’n hekel heeft gekre­gen aan de meisjesboeken die ze leest, waarin Polly de hoofdrol speelt met haar ‘kirrende vriendinnetjes..., [zo] laf en slap en braaf [vond ik die]’ (p. 24). In de vertaling zijn dat vriendjes geworden: ‘amiguitos cantarines... sosos y cursis’ (p. 24). En tijdens een zomerkamp be­trapt ze Hendrik met een andere jongen (p. 147-148). In de Spaanse versie gaat het om meer jongens: ‘... sorprenderle con esos otros muchachos’ (p. 142). Deze onzorgvuldigheden leiden niet tot be­langrijke betekenisverschuivingen; in het verhaal spelen ze een ondergeschikte rol. Maar soms verandert de toon van wat gezegd wordt, en wordt het beeld dat de lezer krijgt van de relatie van Kit en Ara, of van Kits gedachten over zich­zelf beïnvloed. Op p. 270 verzucht Kit bijvoorbeeld ‘Hoe langer hoe minder lukt het mij de schrijver te zijn van mijn proefschrift zonder mijzelf in te voegen’. In de vertaling is daar een neutrale con­statering van over gebleven: ‘Con el paso del tiempo voy escribiendo mi tesis doctoral incluyéndome más y más a mímisma’. En op p. 230 vertelt Kit over een gesprek dat ze met Ara heeft: ‘Bing en zij, leg ik haar uit, herkennen elkaars faalangst’. In de vertaling staat ‘Le digo que ambos son individuos con terror al fracaso’ (p. 219, letterlijk: ik zeg haar dat ze beiden individuen zijn met faal­angst). Dat klinkt neutraler, zowel door het verdwijnen van het ‘uitleggen’, wat zoveel zegt over het overwicht dat Kit op Ara heeft, als door het wegvallen van ‘herkennen’.

In het voorgaande gaat het in alle gevallen om onzorgvuldigheden die op­vallen bij een vergelijking met het origi­neel. Hier en daar brengt onbegrijpelijk Spaans ook slordigheden aan het licht, zoals in ‘Después de todo, podria haber sido cualquier hombre igual que él, o también podrta ser que no’ (p. 253, zoiets als: achteraf bezien had hij iedere man kunnen zijn die op hem leek, of mis­schien ook niet). Kit kijkt hier terug op haar relatie met Thomas. In het origineel staat: ‘Achteraf bezien had Thomas iede­re man kunnen zijn die, net als hij, wel wilde, en ook niet.’(p. 266). In de verta­ling is van Kits overtuigde inzicht in haar situatie weinig overgebleven.

Dat de uitgever niet erg zorgvul­dig is geweest, blijkt ook uit zetfouten in het Spaans en Engels (‘Tambla Motown’ [p. 181], ‘You were always in my mind’ [p. 267]). En is het niet nonchalant dat er op de cover een schilderij wordt afgebeeld van de Russische expressionist Von Jawlensky dat op het eerste gezicht het portret van een vrouw lijkt, maar, blij­kens de titel vermeld op het omslag, het portret van een danser is?

Met dank aan Marta Calvente Iglesias.

Lees meer over: