Op zoek naar een voetnoot – Irene Kafka    16-25

Marjolijn Storm

Sommige mensen laten je niet meer los. Je wilt meer over ze te weten komen ook al zegt men dat dit vrijwel onmogelijk is. Tijdens mijn onderzoek naar de Nederlandse en Duitse vertalingen van Agatha Christies eerste roman The Mysterious Affair at Styles stuitte ik op de vertaalster Irene Kafka. In mijn proefschrift kwam ze nauwelijks voor, maar nadat mijn boek af was begon een speurtocht waarin ik, bizar genoeg, plotseling zelf de rol van detective had.

Het mysterie van de hervertaalde boeken
Uit de lijst met vertalingen die ik voor mijn onderzoek had samengesteld bleek dat Kafka de eerste was die een roman van Christie in het Duits vertaalde: Der Mord auf dem Golfplatz (Murder on the links) uit 1927. Maar wat vooral opviel was dat de drie vertalingen die ze van Christieromans maakte al binnen zes tot tien jaar door een zekere Fritz Pütsch hervertaald werden. De titels waren in de hervertalingen licht tot sterk aangepast: Der Mord auf dem Golfplatz (1927) werd in 1937 Mord auf dem GolfplatzDie Abenteurer-G.m.b.H. (1932) werd in 1938 Die Abenteuer G.m.b.H. en Roger Ackroyd und sein Mörder (1928) negen jaar later Alibi

Taal verandert niet zo snel, dus dat kon de reden voor de snelle hervertalingen niet zijn. Ik werd nieuwsgierig en ontdekte langzamerhand dat de verklaring voor de hervertaling van deze drie detectiveromans te vinden was in de maatschappelijke en politieke context van het Duitsland uit die tijd.

Populaire literatuur werd al tijdens de Weimarrepubliek als ‘on-Duits’ gezien. Het nationaalsocialistisch regime hoefde alleen maar een stapje verder te gaan en de boekenmarkt van ongewenste elementen te zuiveren (Sturge 2004: 31). Een van de maatregelen was de introductie van een censuurproces in 1935. Om een vertaling te mogen uitbrengen moesten uitgevers een exemplaar van het boek in het origineel aanleveren en daarnaast een verklaring van de ‘geschiktheid’ van de auteur (bijvoorbeeld niet-joods, niet-communistisch) voorleggen, informatie over de vertaler, een aantal vertaalde passages uit delen van het boek die mogelijk ongeschikt waren voor het Duitse publiek, een verklaring van de intenties van de uitgever en de redenen om de tekst op de Duitse markt te brengen (Strothmann 1960: 197). Deze wetgeving leidde ertoe dat veel uitgeverijen zelfcensuur pleegden en niet eens meer probeerden potentieel ongewenste boeken te publiceren. De nieuwe regels en de onteigening van joodse uitgevers zetten de Duitse boekenwereld op haar kop. Wat dit in het geval van Irene Kafka betekende, zullen we aan de hand van drie voorbeelden zien.

De uitgeverij Georg Müller in München bracht in 1929, twee jaar na Irene Kafka’s vertaling van Murder on the Links, een tweede roman van Christie uit, namelijk Das geheimnisvolle Verbrechen in Styles (The Mysterious Affair at Styles), dit keer vertaald door Anna Drawe. Wat was er gebeurd? In 1928 werd de uitgeverij verkocht aan een extreemrechtse organisatie, en in 1932 fuseerde het bedrijf met een andere uitgeverij die directe contacten had met de NSDAP (herbig.net). Zeer waarschijnlijk was Irene Kafka na 1928 als jodin niet meer gewenst als vertaalster en werd de ‘on-Duitse’ detectiveliteratuur langzaam maar zeker uit het fonds verwijderd. De rechten van The Mysterious Affair at Styles waren blijkbaar al vóór deze nieuwe koers gekocht. 

De uitgeverij Drei Masken in München, waar in 1928 Kafka’s vertaling van The Murder of Roger Ackroyd verscheen, was eigenlijk een uitgeverij voor toneel en muziek. Maar zoals veel kleine uitgeverijen publiceerde zij ook detective- en avonturenromans om geld te verdienen ter financiering van de duurdere boeken van haar eigenlijke fonds. Drei Masken was een joodse uitgeverij die in 1934 werd overgenomen en opgesplitst (dreimaskenverlag.de). 

Kafka’s derde vertaling van een Christieroman verscheen bij Wilhelm Goldmann. Goldmann was een van de grootste uitgevers van populaire romans in Duitsland en gespecialiseerd in vertalingen uit het Engels. Zo was het bijvoorbeeld Goldmann die Edgar Wallace bij de Duitse lezers introduceerde. Het feit dat juist Goldmann in 1932 een Christieroman uitbracht laat zien dat dit de tijd was waarin Agatha Christie in Duitsland bekend begon te worden. In totaal publiceerde de uitgeverij tussen 1932 en 1938 zeker tien boeken van haar. Sinds de regimewisseling leverde Goldmanns ‘on-Duitse’ fonds vol vertaalde populaire romans de uitgeverij problemen op met de nationaalsocialisten. (Wilhelm Goldmann was overigens geen jood, zoals men misschien zou denken.) Hij mocht bijvoorbeeld vanaf 1935 geen vertaalrechten van Engelstalige detectiveromans meer kopen, terwijl dat de grootste bron van inkomsten voor de uitgeverij was geweest. Dit dwong hem ertoe in 1937 het fonds te veranderen en ‘serieuzere’ boeken te publiceren om niet failliet te gaan (Barbian 1995: 568). 

Deze omstandigheden bieden een verklaring voor de hervertalingen van Kafka’s Christieromans in 1937 en 1938. Christie was inmiddels bekend geworden en herpublicatie was de enige manier voor Goldmann om na de ban op de inkoop van vertaalrechten aan de hype mee te doen en geld te verdienen. Het was waarschijnlijk een voorbeeld van zelfcensuur dat de naam van Irene Kafka werd geschrapt en Fritz Pütsch, die redacteur bij Goldmann was, in haar plaats als vertaler werd vermeld. Als we de ‘vertalingen’ van Kafka en Pütsch met elkaar vergelijken zien we namelijk dat het, afgezien van een veranderd woord hier en daar, dezelfde teksten zijn. Het zijn dus heruitgegeven en redactioneel bewerkte teksten met in twee gevallen een niet meer dan minimaal veranderde titel. Vanaf het begin van de oorlog mochten er – vrijwel zonder uitzondering – geen boeken meer uit de talen van vijandelijke staten vertaald worden. Dat betekende in Duitsland het einde van de populaire literatuur vertaald uit het Engels en het Frans. Deze voorbeelden laten zien hoe makkelijk het is om de naam van een vertaler uit te wissen en het verband tussen een vertaler en zijn werk te verbreken. Pütsch’ ‘vertaling’ van Alibi is bijvoorbeeld zo’n zeventig jaar in de handel gebleven zonder dat Kafka in deze uitgaven werd genoemd. (De roman werd in 2014 hervertaald.)

Kafka’s vertaalstijl
Irene Kafka was, voor zover bekend, de eerste die Christie in het Duits vertaalde. Een alomvattende analyse van haar vertaalstijl zou te veel ruimte vergen, dus heb ik mij beperkt tot enkele voorbeelden van de mise-en-scène, de culturele specifica en de detectivefiguur in haar vertaling van Murder on the Links (Mord auf dem Golfplatz) uit 1927. 

Kafka imiteert, waar de Duitse taal het toelaat, Christies syntaxis en ook haar subtiele humor:

‘Do you know I’ve lost my only sister?’
‘Really?’ I said politely. ‘How unfortunate.’ (140)

‘Denken Sie, ich habe meine einzige Schwester verloren!’
‘Wirklich?’ sagte ich höflich. ‘Wie unangenehm!’ (6)

Dit is geenszins vanzelfsprekend. Anna Drawe, die in 1929 Christies The Mysterious Affair at Styles (Das geheimnisvolle Verbrechen in Styles) vertaalde, doet bijvoorbeeld geen van tweeën. De uitroep van een personage ‘... Yard men in and out of the house like a jack-in-the-box’ verandert bij Drawe in ‘Beamte von Scotland Yard gehen im Haus aus und ein...’ (Storm 2014: 161 e.v.). Het ritme van de zin is veranderd en de grappige vergelijking weggevallen.

Een bijzondere uitdaging voor iedere vertaler zijn de culturele specifica en realia, die in de doeltaal al dan niet functioneren:

I have no patience with the modern neurotic girl who jazzes from morning to night, smokes like a chimney, and uses language which would make a Billingsgate fishwoman blush! (132)

Ich habe kein Verständnis für das modern neurotische Mädchen, das vom Morgen bis zum Abend Foxtrott und Schimmy tanzt, das wie ein Schlot raucht und eine Sprache führt, die selbst einem Fischweib aus Billinggate [sic] das Blut in die Wangen treiben könnte! (6)

Kafka vervangt ‘jazzes’ door twee in die tijd hippe dansen (en spelt Shimmy op z’n Duits). Door het noemen van twee concrete dansen lijkt het alsof de Duitse verteller meer op de hoogte is van de populaire cultuur uit die tijd dan de Engelse. Wel laat ze, met een typefout, Billingsgate als referentie staan, terwijl de Duitse lezer daarmee waarschijnlijk weinig kon beginnen. Daartegenover staat het woordje ‘Fischweib’, dat bij iedere lezer ongetwijfeld een duidelijk beeld oproept. We zien hier dus dat de vertaalster de Engelse culturele context uit de originele roman heeft behouden.

Dit wordt nog versterkt door de anglicismen in Kafka’s vertaling, die ook in haar tijd al in de mode waren:

‘Ich bitte um Verzeihung wegen meiner Ausdrucksweise! Gar nicht ladylike und dergleichen…’ (6)

Ook het woord ‘City’, waarmee wordt gedoeld op de City of London, het financiële district, wordt als Engels woord overgenomen (18). Maar als Poirot een taxi naar Victoria wil nemen (269) voegt Kafka daar wel het word Station bij, in het Engels (19).

Intertekstuele verwijzingen worden zonder nadere toelichting overgenomen: het mysterieuze meisje noemt zichzelf aan het eind van het eerste hoofdstuk bijvoorbeeld Cinderella, ook in het Duits – en dus niet Aschenputtel of Aschenbrödel (11). Ook de referenties naar de Eerste Wereldoorlog uit de brontekst zijn in dezelfde vorm in Kafka’s vertaling te vinden: wanneer de trein door Amiens rijdt, komen bij Hastings herinneringen boven (9), en later vertelt Poirot ook in het Duits een anekdote over een zeezieke vluchteling uit België (13). In Drawe’s vertaling van Styles zijn bijna alle referenties naar de oorlog verdwenen. 

Slechts een enkele keer behoudt Kafka de cultuurspecifieke elementen niet:

‘You are what the Scotch people call “fey”, Hastings. It presages disaster.’ (303) 

‘Du bist in seltsamer Stimmung, Hastings. Das bedeutet Unglück.’ (22) 

In dit geval zal het een bewuste beslissing geweest zijn om aan de Duitse lezer, die zich al met een Belg in Engeland geconfronteerd ziet, niet ook nog een Schots woord te hoeven verklaren.

Voor zover bekend is Mord auf dem Golfplatz de eerste roman van Agatha Christie die in het Duits verscheen, maar de derde die in de Engelstalige wereld is gepubliceerd. Welke consequenties heeft dit voor Kafka’s vertaling? Aangezien Christie voor de meeste mensen een onbekende schrijfster was, wist ook Kafka waarschijnlijk niet of een andere kleine uitgeverij misschien al boeken van deze auteur had uitgegeven. In elk geval heeft Kafka alle referenties aan eerdere moordzaken gewoon laten staan. Zo wordt de zaak Styles (9, 21) en ook het incident in de Plymouth Express op dezelfde manier beschreven als in het origineel (20). Wanneer Hastings opmerkt ‘Ich habe Hercule Poirot schon an anderer Stelle beschrieben’ (12) is het voor de Duitse lezer de eerste keer dat hij Poirot ontmoet. Aan de andere kant is het een karakteristiek element van de detectiveroman dat oude zaken worden genoemd en is Hastings niet de enige detective-assistent die de gewoonte heeft de mensen attent te maken op zijn eigen publicaties. Deze commentaren zullen de Duitse lezer dus niet zijn opgevallen.

De Duitse Poirot krijgt dezelfde kenmerken als de Engelse. Alles wat hem maakt tot wie hij is, zijn eivormig hoofd, zijn stijve snor, zijn nette kleding, zijn voorliefde voor ‘Ordnung’ en ‘Methode’ (12) en zijn vertrouwen in ‘die kleinen grauen Zellen’ (13) vinden we terug. Hij is ook in het Duits excentriek en gebruikt in vertaling net zo veel Franse uitdrukkingen als in het origineel: ‘[m]on ami’, ‘Du tout’, ‘nous autres’, ‘mais une horreur’, ‘homme pratique’ (13), ‘Ah par exemple, c’est trop fort!’ (14), etc. In dit opzicht blijkt Kafka een uitzondering, want in de andere Duitse vertalingen die ik heb onderzocht is er altijd minder Frans overgebleven dan in de brontekst. Drawe wijkt in haar vertaling van Styles het meest af – hier vinden we een detective zonder bijzondere eigenschappen en excentriciteit (Storm 2016). Een enkele keer verandert Kafka het Frans van Christie:

Before [the gate] stood an imposing sergent de ville. (328)

Vor uns stand ein imposanter Gendarm. (24)

Ze compenseert het verlies van de ‘sergent de ville’ met een Frans leenwoord in het Duits, waarschijnlijk omdat ze de ‘sergent’ niet passend vond. Zulke ‘correcties’ van Christies Frans vinden ook in andere Duitse vertalingen van Christies boeken plaats (Storm 2016: 187 e.v.), vermoedelijk omdat veel vertalers ervan uitgaan dat het Duitse publiek Frans begrijpt. Hierbij speelt het ook geen rol of Christies Frans daadwerkelijk fout was of dat de vertalers dat alleen maar dachten.

De mise-en-scène is duidelijk de Engelse cultuur met een hoofdpersoon die ‘on-Engels’ is en dit ook accentueert: ‘Oh, ihr Engländer! Mit nous autres ist es ganz anders’ (13). Voor de Duitse lezers betekent dit dat zij een roman lezen die zich afspeelt in Engeland (en in dit geval ook in Frankrijk), geschreven is vanuit een Engels perspectief, en een Belg, een Engelsman en een Franse familie als hoofdpersonen heeft. Bij Kafka is het de lezer duidelijk dat de personages eigenlijk Engels spreken, terwijl het Duitse publiek het boek natuurlijk in het Duits leest, met Engelse culturele specifica en Franse uitdrukkingen erdoorheen. Het is interessant dat dit in de bewerkte versie van Fritz Pütsch veel minder het geval is: hier zijn moeilijke Franse uitdrukkingen weggelaten (zoals ‘mais une horreur’ (16)) of vertaald (‘homme pratique’ wordt bijvoorbeeld ‘ein praktischer Mensch’ (17)). Dit zien we ook in Alibi, Pütsch’ bewerking van Kafka’s vertaling Roger Ackroyd und sein Mörder. Realia zoals de Daily Mail (28) worden weggelaten of vervaagd: ‘King Charles I.’ (31) wordt ‘Karl 1.’ (26), waarmee ook de Oostenrijks-Hongaarse keizer bedoeld zou kunnen zijn. Referenties naar de ‘Englishness’ zijn hier tevens verdwenen: een jonge vrouw wordt beschreven als ‘[a] simple straightforward English girl’ (31). Deze zin wordt in de versie van Pütsch weggelaten (26).

De soms wat kronkelige syntaxis van Poirot wordt door Kafka niet geïmiteerd. Dit gebeurt zelden in vertalingen in het Duits, wat erop wijst dat we hier met een vertaalnorm te maken hebben (Storm 2016: 227 e.v.).

Kafka’s vertaalstijl kan aldus als tekstgetrouw worden getypeerd. We zien dat ze vertaalbeslissingen neemt die worden ingegeven door de context en haar mogelijkheden. De reden hiervoor ligt misschien in het feit dat ze vooral ‘ernstige’ literatuur uit het Frans vertaalde en qua vertaalstijl tussen dat genre en populaire teksten geen verschil maakte. Als Kafka’s vertalingen langer op de markt waren gebleven, had het Duitse publiek een authentiekere versie van het origineel kunnen lezen. In plaats daarvan blijken in de redactionele bewerkingen van Fritz Pütsch culturele specifica weggevallen of veranderd te zijn (om dit met zekerheid te kunnen zeggen is meer onderzoek nodig). Daardoor krijgen de romans een ander karakter; ze zijn minder ‘anders’ dan het origineel en dan Kafka’s vertalingen, die de ‘Englishness’ en andere exotische elementen weerspiegelt. Aangezien deze ‘culturele vervlakking’ ook aanwijsbaar is in Drawe’s na de rechtsnationale koersverandering van de uitgeverij gemaakte vertaling, zou het goed kunnen dat deze vervagingen van ‘buitenlandse’ en daardoor ‘on-Duitse’ elementen een soort zelfcensuur van uitgeverijen zijn geweest om zich op goede voet met het regime te stellen.

Andere vertalingen en eigen werk
Volgens de gegevens van de Duitse Nationale Bibliotheek vertaalde Irene Kafka tussen 1920 en 1932 twaalf boeken uit het Engels en het Frans. Hierbij valt op dat ze uit het Engels vooral populaire boeken vertaalde, zoals Agatha Christie en Maurice Baring, en uit het Frans ‘serieuzere’ literatuur, zoals Alfred de Musset, Pierre de Ronsard en Pierre Loti. In een Weens krantenarchief ontdekte ik dat ze tussen 1927 en 1936 tevens vertalingen van Franstalige gedichten (van onder anderen Marcel Proust en Emile Verhaeren) en korte verhalen in Oostenrijkse kranten heeft gepubliceerd: eerst in de Neue Freie Presse, een intellectueel-liberale krant waarin ook schrijvers als Arthur Schnitzler, Bertha von Suttner en Stefan Zweig publiceerden, later in het Neues Wiener Tagblatt. Dat was een van de populairste nieuwsbladen, totdat het, net als de Neue Freie Presse, in 1938 door de nationaalsocialisten werd overgenomen. Kafka publiceerde ook in de Volks-Zeitung, een Weens liberaal blad, en in de Arbeiterzeitung, het centrale orgaan van de Oostenrijkse socialisten, dat in 1934 werd opgeheven. In deze kranten heeft Kafka ook een aantal eigen gedichten gepubliceerd. Hier als voorbeeld het gedicht ‘Fatum’:

Fatum
Es zog wie ein roter Faden durch sonnige Jugendzeit,
War voll der heimlichen Gnaden innerster Seligkeit.
Ein Drängen in schimmernde Fernen, ein Jauchzen tief im Gemüt:
Die Hoffnung trug zu den Sternen der Sehnsucht Lied. 

Dann brach in strahlende Helle grausamer, düsterer Schein:
Schmerzlichsten Schicksals Welle, flute nicht, halte ein!
Trüb hält die Blicke gebunden ein leidgezeichnet’ Gesicht, -
Die Hoffnung ist längst geschwunden, die Sehnsucht nicht…

Haar andere gedichten lijken sterk op dit voorbeeld. De invloed van de Franse symbolistische poëzie is duidelijk te zien. Ik kon geen aanwijzingen vinden dat er ooit een bundel met haar eigen gedichten is uitgegeven, maar vanwege de vernietiging van archieven in de Tweede Wereldoorlog is hierover niets met zekerheid te zeggen. De vraag blijft waarom de krantenpublicaties in 1936, dus twee jaar voor de zogenaamde Anschluss, ineens ophielden.

Literaire sporen
Behalve haar eigen gedichten en de literatuur die ze vertaalde, heeft Kafka nog drie andere ‘literaire’ sporen nagelaten. 

In 1935 werd ze door een medewerker van de Arthur Wolf Verlag schriftelijk aanbevolen bij de schrijver Fritz von Herzmanovsky-Orlando om de dialogen in een van zijn toneelstukken te herschrijven, maar Herzmanovsky-Orlando – sinds 1932 lid van de NSDAP – sloeg dit aanbod af omdat hij niet zeker wist of Kafka niet joods was.

In een Weens archief heb ik uit hetzelfde jaar ook een brief van het Burgtheater aan Kafka gevonden. In deze brief maakt het theater duidelijk dat het niet geïnteresseerd is in Kafka’s eigen toneelstuk Die Dame mit den grünen Handschuhen, dat, zo blijkt uit de brief, speciaal voor de acteur Werner Krauß was geschreven. Het theater meldt dat het stuk niet wordt aangenomen omdat Werner Krauß het ‘te druk’ had. Uit beide brieven blijkt dat Kafka in die tijd op zoek was naar opdrachten, waarschijnlijk omdat uitgeverijen haar geen vertaalopdrachten meer gaven.

Het derde spoor valt meer onder de rubriek anekdote. Op 19 juli 1931 publiceerde de Frankfurter Zeitung een kort verhaal vertaald door Irene Kafka met de titel ‘Vielleicht ein Traum’ (‘Perchance a Dream’). Als auteur van dit verhaal werd James Joyce genoemd, terwijl het de facto een zekere Michael Joyce was. De zus van James Joyce kreeg de vertaling onder ogen en vertelde haar broer ervan, die zijn advocaten inschakelde om de krant voor de rechter te dagen. Intussen had de krant de fout gecorrigeerd en zich verontschuldigd. De Frankfurter Zeitung hield Kafka verantwoordelijk voor de fout. Kafka beschuldigde op haar beurt haar secretaresse. Desalniettemin eiste James Joyce 5000 dollar ter compensatie, een bedrag dat zo absurd hoog was dat veel collega’s, zoals T.S. Eliot, Sean O’Casey en Harold Nicolson, besloten een poging te wagen Joyce via brieven over te halen de zaak te laten vallen. Joyce moest uiteindelijk opgeven en zijn advocaat zelf betalen. Volgens Richard Ellmann, de biograaf van James Joyce, verwijst deze zin uit Finnegans Wake naar dit incident:

… swobbing broguen eeriesh myth brockendootsch, making his repoterage on Der Fall Adams for the Frankofurto Siding, a Fastland payrodicule … he would, with tosend and obertosend tonnowatters, one monkey’s damages become. (Geciteerd naar Ellman 1994: 942)

Het verhaal is nog niet afgelopen. Kort na dit voorval vertelde Samuel Beckett aan Joyce, die geen grote belangstelling had voor eigentijdse literatuur, dat veel intellectuelen tegenwoordig Kafka lazen. Omdat Joyce enkel Irene Kafka kende en daarom in de veronderstelling verkeerde dat zij werd bedoeld, werd hij nogmaals kwaad. En volgens Mark Harman (1993: 70) verwijst de uitdrukking ‘the magpyre’s babble towers’ in Finnegans Wake niet naar Franz Kafka maar naar Irene.

Langzaam begint er achter de teksten een persoon zichtbaar te worden. Kafka zocht kennelijk naar werk nadat ze door de politieke omstandigheden niet veel opdrachten meer kreeg. Tegelijkertijd weten we nu dat ze een secretaresse had, wat betekent dat ze financieel relatief goed voorzien moet zijn geweest.

Biografische en geografische sporen
Maar nog steeds weten we eigenlijk niets over Irene Kafka. Wie was zij? Waar kwam zij vandaan? Wat was haar achtergrond? Encyclopedieën als het Handbuch österreichischer Autorinnen und Autoren jüdischer Herkunft kennen alleen haar geboorte- en sterfdatum en sommen een paar van haar vertalingen op. Na een vruchteloze zoektocht langs diverse websites, zoals bijvoorbeeld de Yad Vashem-site, besloot ik contact op te nemen met het stadsarchief in Ostrava, haar geboorteplaats (het voormalige Mährisch-Ostrau, dat nu in Tsjechië ligt). Het archief kon mij inderdaad informatie verschaffen over haar familie. Haar vader, Joachim Kafka, was van arme afkomst en slaagde erin zich omhoog te werken van kroegbediende tot manager en uiteindelijk eigenaar van diverse kroegen en restaurants. Hij werd ook eigenaar van een houthandel, die hem rijk maakte. Uit documenten in het archief wordt duidelijk dat hij een belangrijke figuur was in de joodse gemeente van Ostrava; hij was niet alleen ouderling en penningmeester, maar stichtte bijvoorbeeld ook de joodse begraafplaats van de stad. Tevens ondersteunde hij de armen en gaf hij veel geld aan liefdadigheidsprojecten in Ostrava.

Met zijn eerste vrouw Amalie Münsterová kreeg hij vier kinderen: Hermina (geboortedatum onbekend), Bernhard (1864), Emil (1869) en Camilla (1871), en met zijn tweede vrouw, Ida Eissler(ová) nog eens drie: Irene (1888), Paul (1889) en Fritz (1891). Joachim Kafka stierf toen Irene nog maar twee was. Irene heeft geen van de twee middelbare scholen in Ostrava bezocht, dus moet ze in een andere stad naar school zijn gegaan. Van haar jeugd zijn geen verdere sporen te vinden. De volgende informatie die over haar opduikt, stamt uit het jaar 1919. In dat jaar nemen Irene en haar broers Fritz en Paul de Oostenrijkse nationaliteit aan. Hoelang ze daarvoor al met hun moeder in Wenen woonden is niet bekend. Irenes halfbroers waren al eerder naar Wenen verhuisd: getuige een genealogie-website (geni.com) zijn ze daar in 1895 en 1896 getrouwd. In het adresboek van Wenen (Lehmann’s) uit het jaar 1896 worden ze samen met een zekere Grünberger genoemd als de eigenaars van een chemiefabriek. Deze fabriek kan niet zo lang hebben bestaan, want in 1901 emigreerde Dr. Emil Kafka naar Amerika, en Bernhard, inmiddels in de verzekeringsbranche, overleed in 1922 in Wenen en werd begraven in het joodse gedeelte van het Zentralfriedhof (geni.com). Volgens Lehmann’s was het adres van Irene, Paul, Fritz en hun moeder de Wickenburggasse 19, in een respectabele wijk van Wenen. Irene Kafka wordt vanaf 1926 als ‘Schriftstellerin’ in Lehmann’s genoemd en woonde tot 1931 op dit adres, waarvandaan ze naar de Opernring 3 verhuisde, een adres direct tegenover de Wiener Staatsoper, en daarmee een van de topadressen destijds. Aan de beroepen van de zoons en de Weense adressen van de familie te zien had Joachim Kafka zijn familie in goeden doen achtergelaten. In Ostrava behoorde de familie tot de notabelen, en in Wenen tot de hogere middenklasse. Overigens heb ik geen directe relatie tussen deze familie Kafka en Franz Kafka kunnen vinden.

Irene Kafka’s derde adres geeft ons eindelijk wat meer inzicht in haar persoonlijke lotgevallen. In een boek van Iris Meder en Judith Eiblmayr over de eerste woontoren van Wenen in de Herrengasse (2009: 42) staat de volgende informatie over haar:

Die […] aus Mährisch Ostrau stammende Schriftstellerin und Übersetzerin Irène [sic] Kafka, die mit ihrem Mann Dr. Ferdinand Kafka auf Stiege 2 lebte und Musset, Molière und Proust übersetzte, wurde im Mai 1940 wegen „Gräuelpropaganda“ („schriftstellerische Tätigkeit für deutschfeindliche Auslandszeitungen“) festgenommen und wenig später im KZ Ravensbrück ermordet.

Maar ook dit kleine spoor roept nieuwe vragen op. Onder geen van Irenes andere adressen vinden we een Ferdinand Kafka. In Lehmann’s wordt weliswaar een Ferdinand Kafka genoemd die in hetzelfde gebouw woonde, maar we weten niet in welk appartement dat was. Irene zelf leefde tot 1937 in de woontoren (daarna althans wordt ze niet meer in Lehmann’s opgevoerd), terwijl Ferdinand tot 1941 in de Herrengasse woonde en waarschijnlijk met de deportatiegolf van dat jaar werd gedeporteerd. We weten dat Kafka Irenes geboortenaam was, maar ze was dus ook met een Kafka getrouwd, wat natuurlijk mogelijk is, maar ook wel erg toevallig.

Het is het huis zelf dat ons iets meer van Irene Kafka’s persoonlijkheid laat zien. Zoals gezegd was het de eerste woontoren in Wenen. Het gebouw stond in het centrum, Herrengasse 6, en had uitzicht op de Stephansdom. Onder kunstenaars en de intellectuele elite was het een populair adres. De toren was een glamoureus symbool van de moderne tijd: een restaurant op de bovenste verdieping, cafés beneden, extra snelle liften, een arts, een psychiater en appartementen met hypermoderne, dure inrichting. Een schandaal voor die tijd waren de meer dan honderd appartementen voor alleenstaande mannen maar ook vrouwen. Elke woning was tussen de 20 en de 93 m2 groot en had geen keuken; de huurders dienden te dineren in een café of restaurant van het gebouw (hochhausherrengasse.at). Kafka was 46 toen ze in de Herrengasse ging wonen. We kunnen dus aannemen dat ze zich tot de bohemiens en progressief-intellectuele kringen rekende. 

We zijn nu ook te weten gekomen dat Irene werd gearresteerd wegens ‘Gräuelpropaganda’. Maar wat betekent die term precies? En waarom zijn er geen sporen van haar te vinden tussen 1937 en haar arrestatie in 1940?

Arrestatie
In het Dokumentationsarchiv des österreichischen Widerstandes (doew.at) is het volgende te vinden:

Die Schriftstellerin Irene Kafka wurde am 7. 5. 1940 wegen „Gräuelpropaganda“ („schriftstellerische Tätigkeit für deutschfeindliche Auslandszeitungen“) festgenommen. Sie wurde in das KZ Ravensbrück überstellt. Weiteres Schicksal unbekannt.

De medewerkers van het archief in Bad Arolsen gaven me dezelfde informatie: dat Irene Kafka vanwege werk voor vijandelijke buitenlandse kranten werd gearresteerd (ITS Doc. ID. 11394631). Zij stuitten echter ook nog op een lijst uit het concentratiekamp Ravensbrück, waarin staat: ‘Kafka, Irene, Bibelforscher’ (ITS Doc. ID. 5167266). Dit is een nieuwe aanwijzing. ‘Bibelforscher’ is een term die destijds werd gebruikt voor Jehova’s getuigen. In hoeverre geeft dit antwoord op onze vragen? 

De Jehova’s getuigen werden in Duitsland door de nazi’s rigoureus vervolgd. De Oostenrijkse Jehova’s getuigen doken in 1935 in Oostenrijk onder, maar ze hadden genoeg tijd gehad om internationale verbindingen op te bouwen (vooral via Zwitserland en Italië). Ze behoorden tot de eersten die over de terreur van het regime berichtten en probeerden via cartoons en andere middelen de rest van de wereld te laten zien wat er gaande was (Pellechia 1997: 18 e.v.). Voor dit soort gevallen werd door de nazi’s de term Gräuelpropaganda gebruikt. Na de Anschluss bij Duitsland begonnen de arrestaties, vooral tussen juni en augustus 1940. Irene Kafka werd in mei 1940 opgepakt. Is dat toeval? Werk in de ondergrondse is in ieder geval een mogelijke verklaring voor haar verdwijning na 1937. Volgens Wolfgang Slupina, communicatiedeskundige van de Jehova’s getuigen in Midden-Europa, kon iemand van joodse afkomst in een concentratiekamp ook als Jehova’s getuige worden geregistreerd. Deze verklaring is helaas pure speculatie, want het is me tot nu toe niet gelukt een verband te leggen tussen de Jehova’s getuigen en Kafka. Zeker is dat Kafka twee jaar nadat ze het concentratiekamp Ravensbrück werd binnengebracht daar op 54-jarige leeftijd stierf.

Zoals veel vertalers is Irene Kafka op het eerste gezicht slechts een voetnoot in de literaire geschiedenis. Maar vertalers zijn medescheppers van het collectieve literaire geheugen en daarom is het belangrijk ook over hen meer te weten te komen. Misschien wel juist omdat het zo makkelijk is om de mens uit het collectieve geheugen te wissen, zoals bij Kafka is gebeurd. Dit is iets wat te allen tijden is gebeurd en zal gebeuren. Maar misschien omdat discussies rond het waarheidsbegrip en arrestaties van intellectuelen opnieuw het hedendaagse nieuws beheersen, is het des te belangrijker om daarbij stil te staan en dat wat gaande is te registreren.

 

Bibliografie

Archieven
Bad Arolsen (International Tracing Service Bad Arolsen): Dokumente Ravensbrück Doc. ID 5167266, ITS Digital Archives; List Material Group PP 1.2.2.1, Doc. ID 11394631, ITS Digital Archives.

Deutsche Nationalbibliothek Frankfurt, Leipzig. www.dnb.de

Dokumentationsarchiv des österreichischen Widerstandes. www.doew.at

Findbuch für Opfer des Nationalsozialismus

Gedenkstätte Ravensbrück

Genealogie-Datenbank. www.geni.com

International Tracing Service Bad Arolsen

Israelitische Kultusgemeinde Wien

Mahn- und Gedenkstätte Ravensbrück

Österreichisches Staatsarchiv Wien

Ostrava City Archive

Stadt- und Landesarchiv Wien

Wienbibliothek im Rathaus

Wiener Stadt- und Landesarchiv

Yad Vashem Central Database

Literatuur
Barbian, Jan-Pieter. 1995. Literaturpolitik im “Dritten Reich” – Institutionen, Kompetenzen, Betätigungsfelder. München: dtv.

Christie, Agatha. 1991 (1920). The Mysterious Affair at Styles. New York: Berkeley.

Christie, Agatha. s.d. (1923). Murder on the Links. London: Harper Collins e-books.

Christie, Agatha. 1988 (1926). The Murder of Roger Ackroyd. Glasgow: Collins.

Christie, Agatha. 1927. Der Mord auf dem Golfplatz. Übersetzt von Irene Kafka. München: Georg Müller.

Christie, Agatha. 1929. Das geheimnisvolle Verbrechen in Styles. Übersetzt von Anna Drawe. München: Georg Müller.

Christie, Agatha. s.d. Mord auf dem Golfplatz. [Vertaald door Irene Kafka (1937), redactioneel bewerkt door Fritz Pütsch.] Gütersloh: Bertelsmann.

Christie, Agatha. 1949. Alibi. [Vertaald door Irene Kafka (1937), redactioneel bewerkt door Fritz Pütsch.] München: Magazin.

Christie, Agatha. 1975 (1959). Das fehlende Glied in der Kette. Übersetzt von Dorothea Gotfurt. Bern/ München: Scherz.

 Dokumentationsarchiv des österreichischen Widerstandes (ed.) s.d. ‘Zeugen Jehovas – vergessene Opfer des Nationalsozialismus?’ www.doew.at/cms/download/bfdqi/ZJ_OPFER%20ACROBAT.PDF [Geraadpleegd 14 juli 2017.]

Drei Masken Verlag. www.dreimaskenverlag.de [Geraadpleegd 14 mei 2008.]

Ellmann, Richard. 1994. James Joyce. Übersetzt von Albert W. Hess, Klaus Reichert, Karl H. Reichert. Frankfurt: Suhrkamp. 

Form, Wolfgang, Wolfgang Neugebauer & Theo Schiller (eds.). 2011. NS-Justiz und politische Verfolgung in Österreich. Berlin: De Gruyter.

Garbe, Detlef. 1998. “Widerstand aus dem Glauben: Die Verfolgung der Zeugen Jehovas in Deutschland und Österreich”, in: ‘Zeugen Jehovas – Vergessene Opfer des Nationalsozialismus?’ Wien: DÖW, p. 11-20.

Hall, Murray G. 1985. Österreichische Verlagsgeschichte 1918-1939. Dl. 2. http://www.univie.ac.at/elib/index.php?title= Oesterreichische- Verlagsgeschichte_1918-1938_-_Murray_G_Hall_-_1984 [Geraadpleegd 31 juli 2015.]

Harman, Mark. 1993. ‘Joyce and Kafka’, The Sewanee Review, 101:1, Winter, p. 66-84.

Herbig.net. ‘Über die Buchverlage Langen Müller Herbig nymphenburger terra magica’, www.herbig.net [Geraadpleegd 14 mei 2008.]

Herzmanovsky-Orlando, Fritz von. 1989. Ausgewählte Briefwechsel. 1885-1954. Salzburg: Residenz.

‘Hochhaus Herrengasse’. www.hochhausherrengasse.at/geschichte/planung [Geraadpleegd 13 maart 2015.]

Index Translationum – Répertoire international des traductions. Editions 1932 - 1940; and 1948 (1949) - 1978. Paris, United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization. [Vanaf 1979 online: www.unesco.org.]

Lehmann’s. Adolph Lehmann’s Allgemeiner Wohnungsanzeigerwww.digital.wienbibliothek.at/wbrobv/periodical/pageview/207677 [Geraadpleegd 30 juli 2015.]

Österreichische Nationalbibliothek (ed.). 2002. ‘Irene Kafka’, in: Handbuch österreichischer Autorinnen und Autoren jüdischer Herkunft 18. bis 20. Jahrhundert. Dl. 1. München: Saur.

Pellechia, James N. 1997. The Spirit and the Sword. Jehovah’s Witnesses Expose the Third Reich. Brooklyn/N.Y.: Watchtower Bible and Tract Society.

Storm, Marjolijn. 2016. Agatha Christie’s “The Mysterious Affair at Styles” in German and Dutch Translation: The Remarkable Case of the Six Poirots. Leiden/ Boston: Brill Rodopi.

Strothmann, Dietrich. 1960. Nationalsozialistische Literaturpolitik – ein Beitrag zur Publizistik im Dritten Reich. Bonn: H. Bouvier u. Co.

Sturge, Kate. 2004. “The Alien Within” – Translation into German during the Nazi Regime. München: iudicium.

Lees meer over: