De ironische vertaling: Kommandant in Auschwitz    6-15

Anneleen Spiessens

In het volgende wil ik trachten, over mijn diep-innerlijk leven te schrijven. Ik wil trachten, uit mijn herinnering alle belangrijke gebeurtenissen, alle hoogten en diepten van mijn psychisch leven weer te geven. (Höss 1960: 23)

Zo opent Rudolf Höss zijn memoires, waarin hij met een zekere trots zijn hoofdrol als historische getuige van de nazikampen en de Endlösung opeist. Höss was inderdaad een ‘specialist’ in de materie: hij leidde Auschwitz van mei 1940 tot december 1943, een periode waarin het complex gevoelig werd uitgebreid en het vernietigingsprogramma is ingevoerd. Hij werd op 11 maart 1946 gearresteerd, overgeleverd aan de Poolse autoriteiten en door het hooggerechtshof ter dood veroordeeld. Op 16 april 1947 werd hij terechtgesteld: ophanging op de plek van zijn misdaden, vlak bij het crematorium van Auschwitz I. Tussen oktober 1946 en april 1947, terwijl de commandant in de gevangenis van Krakau zijn proces afwachtte, schreef hij zijn autobiografie. 

Het manuscript werd in 1958 uitgegeven door historicus Martin Broszat (naar deze uitgave zal in dit artikel worden verwezen met de letter D gevolgd door het paginanummer). Een jaar later verscheen het boek in Groot-Brittannië. De Britse editie van 2000 (GB) is een heruitgave van Constantine FitzGibbons originele vertaling uit 1959 en voegt onder andere een inleiding toe van Primo Levi. Ruim 33 jaar na de eerste Engelse versie bracht Steven Paskuly, een leerkracht Duits in de Verenigde Staten, het boek in 1992 uit in een nieuwe vertaling van kampoverlevende Andrew Pollinger (VS).

Het lijdt geen twijfel dat de memoires van Rudolf Höss prangende vragen oproepen over de omstandigheden waarin de getuigenissen van de beul tot stand zijn gekomen en worden verspreid. De Duitse redacteur stelt het boek uitdrukkelijk voor als een belangrijke ‘historische bron’ (19). In zijn ogen is het een uniek document vanwege de discrepantie tussen de werkelijke ‘persoonlijkheid en mentaliteit’ van de auteur (13) en het beeld dat de verteller tracht op te roepen in zijn tekst, waarin zijn rol als pater familias en ‘gevoelsmens’ wordt benadrukt. Wat Höss ons onbewust bijbrengt, zo meent Broszat, vormt daarom het boeiendste aspect van zijn persoon (19). 

Kommandant in AuschwitzDeath DealerCommandant of Auschwitz
1 Duitse uitgave uit 2009. De omslagfoto is genomen op het ogenblik dat Höss aan de Poolse autoriteiten wordt overgedragen.
2 Amerikaanse uitgave uit 1996 met een close-up van Höss op het moment van zijn aanhouding.
3 Britse uitgave uit 2000. We zien Höss in uniform tijdens de eerste dag van zijn proces.

Het is namelijk de wijze waarop het relaas is geschreven die de memoires opmerkelijk maakt. Zelf noemt de commandant zijn schrijfstijl ‘ongekunsteld’ (ungekünstelt, D 233), waarbij het niet-literaire aspect van de notities bewijs moet leveren van hun feitelijke karakter en van zijn eigen betrouwbaarheid als historische getuige. De stijl of ‘toon’ van de autobiografie wordt door de Duitse redacteur daarentegen gekenschetst als ‘schokkend’ en ‘schaamteloos zakelijk’ (schockierend en seiner oft schamlosen Sachlichkeit18; 30), precies vanwege de kloof tussen inhoud en vorm. In zijn inleiding op de Italiaanse uitgave van het boek, die in vertaling is opgenomen in de recentste Engelse versies, hekelt Primo Levi eveneens de ‘ontstellende bureaucratische stompzinnigheid’ (GB 19) van de memoires. Hij veroordeelt de pedanterie waarmee Höss de organisatie van het kamp uit de doeken doet:

He was truly – as he puts it without irony – an expert. […] He pontificates, supplying us with a veritable treatise on city planning, his knowledge must not be lost, nor his patrimony scattered. (GB 22)

Het beeld dat zo verschijnt, is dat van een bureaucraat die niet begrijpt hoe ongepast het is om zonder emotie te spreken over de dood van miljoenen mannen, vrouwen en kinderen. 

Als het beeld van Höss zo nauw verbonden is met taal, dan kan de rol van vertaling in het reconstrueren van dat beeld nauwelijks onderschat worden. Vreemd genoeg beweert Martin Broszat dat de specifieke en gemaniëreerde stijl van de commandant slechts opgemerkt kan worden in de Duitse tekst, en verloren gaat in vertaling:

Hinzu kommt, dass der bezeichnende Sprachstil der Aufzeichnungen, dem als Zeugnis des Schreibers nicht unwesentliche Bedeutung zukommt, prak­tisch nur im deutschen Original fassbar wird. Die häufige Manieriertheit in Wortwahl und Ausdruck, durch die sich Höß als ‘Schöngeist’ ausweisen will, seine dem Illustriertenklischee verhafteten ‘Selbstenthüllungen’, schließlich auch der NS-Jargon, in den Höß vielfach unversehens verfällt – all dies geht zwangsläufig bei einer Übersetzung weitgehend verloren. (15)

[Bovendien is de karakteristieke stijl van de notities, die een niet onbelangrijke getuigenis vormt van de schrijver, nagenoeg alleen in het Duitse origineel merkbaar. De vele maniërismen in woordkeus en formulering die hem als ‘bel-esprit’ moeten neerzetten, zijn clichématige ‘zelfrevelaties’, en tot slot het nazi-jargon waar hij vaak onbewust in vervalt – dat alles gaat onvermijdelijk grotendeels verloren in vertaling.]

In wat volgt bespreek ik een fragment waarin Höss de experimentele vergassing beschrijft van Russische krijgsgevangenen in 1941. Na een analyse van het Duitse origineel kijk ik naar de twee Engelse versies: de versie uit 1959, heruitgegeven in 2000 (GB), en de nieuwe Amerikaanse vertaling uit 1992, in een editie uit 1996 (VS). In plaats van op zoek te gaan naar het ‘verlies’ waaraan Broszat refereert, wil ik begrijpen wat de ethische betekenis is van de verschillende vertaalstrategieën die worden gehanteerd – of, anders gezegd, nadenken over de verschillende manieren waarop vertalers omgaan met een ethisch problematische brontekst.1

De vergassing van Russische gevangenen
In de volgende passage beschrijft de verteller de uitroeiing van negenhonderd (krijgsgevangen) Russen in het oude crematorium van Auschwitz-Birkenau. Het gaat om een experimentele vergassingsmethode met Zyklon B:

Es wurden einfach noch während des Entladens mehrere Löcher von oben durch die Erd- und Betondecke des Leichenraumes geschlagen. Die Russen mußten sich im Vorraum entkleiden und gingen alle ganz ruhig in den Leichen­raum, da ihnen gesagt wurde, sie würden da entlaust. Der ganze Transport ging gerade genau in den Leichenraum. Die Tür wurde zugeschlossen und das Gas durch die Öffnungen hineingeschüttet. Wie lange diese Tötung gedauert hat, weiß ich nicht. Doch war eine geraume Weile das Gesumme noch zu vernehmen. Beim Einwerfen schrien einige „Gas”, darauf ging ein mächtiges Brüllen los und ein Drängen nach den beiden Türen. Diese hielten aber den Druck aus. Nach mehreren Stunden erst wurde geöffnet und entlüftet. Da sah ich nun zum ersten Male die Gasleichen in der Menge. Mich befiel doch ein Unbehagen, so ein Erschauern, obwohl ich mir den Gastod schlimmer vorgestellt hatte. Ich stellte mir darunter immer ein qualvolles Ersticken vor. Die Leichen waren aber durchwegs ohne jegliche Verkramp­fung. Wie mir die Ärzte erklärten, wirkte die Blausäure lähmend auf die Lunge, die Wirkung wäre aber so plötzlich und so stark, daß es nicht zu den Erstickungserscheinungen wie z. B. durch Leuchtgas oder durch allgemeine Luftentziehung des Sauerstoffs führe. (189)

Met zin voor detail vertelt Höss hoe de Russen uit de vrachtwagens worden geladen en zorgvuldig worden geselecteerd om het lijkenhuis volgens de industriële logica van efficiëntie en zuinigheid te vullen. Hij vermeldt de kreten van de gevangenen en hun paniekreactie (ze dringen naar de deuren), maar dat veroorzaakt bij hem geen reflectie over hun lijden of de morele betekenis van zijn daad; hij kan alleen besluiten dat de deuren ‘standhielden’. Höss mag zich bij het zien van de stapels lijken dan ‘onbehaaglijk voelen’, hij stelt dat de vergassingsdood niet zo erg (schlimm) was als hij zich had voorgesteld. Tot slot bekijkt hij de lijken van dichterbij, onderzoekt ze op tekenen van verkramping en rapporteert over het sterfverloop. 

De schrijfstijl is opmerkelijk: de verteller valt regelmatig in herhaling. Hij gebruikt drie keer het woord Leichenraum in evenzoveel zinnen, en het werkwoord vorstellen komt twee keer voor aan het einde van de passage. Dat repetitieve zien we ook in de zinsbouw: de vier eerste zinnen beginnen telkens met het onderwerp. De taal van Höss wordt verder gekenmerkt door passieve constructies: ‘Es wurden mehrere Löcher geschlagen; da ihnen gesagt wurde, sie würden da entlaust; Die Tür wurde zugeschlossen; Nach mehreren Stunden erst wurde geöffnet und entlüftet.’ 

De voorkeur van de verteller voor nevenschikkingen zorgt voor een gebroken ritme. ‘Wie lange diese Tötung gedauert hat, weiß ich nicht. Doch war eine geraume Weile das Gesumme noch zu vernehmen,’ schrijft Höss. Hetzelfde procedé wordt ingezet om de beweging van de gevangenen naar de deuren te beschrijven (‘[Sie drängen] nach beiden Turen. Diesehielten aber den Druck aus’) en de verstikkingsdood (‘Ich stellte mir darunter immer ein qualvolles Ersticken vor. DieLeichen waren aber durchwegs ohne jegliche Verkrampfung’). De nevenschikking staat niet alleen de logische aaneenschakeling van zinnen in de weg, maar ook de emotionele betrokkenheid van de verteller. De allerlaatste zin uit het fragment neigt dan weer naar onderschikking en wordt bijzonder complex: het effect van de gebruikte chemicaliën ‘wäre aber so plötzlich und so stark, daß es nicht zu den Erstickungserscheinungen wie z. B. durch Leuchtgas oder durch allgemeine Luftentziehung des Sauerstoffs führe’. De medische verklaring voor het effect van het gas op het menselijk lichaam moet de tekst een wetenschappelijke allure geven.

Een ander opvallend stilistisch element is de substantivering. Wanneer hij het gedrag van de gevangenen in het mortuarium beschrijft, vervangt Höss de werkwoorden systematisch door zelfstandige naamwoorden: ‘Beim Einwerfenschrien einige „Gas”, darauf ging ein mächtiges Brüllen los und ein Drängen nach den beiden Türen.’ Door het gebeuren op ‘neutrale’ en ‘professionele’ wijze te verslaan – het onheilspellende gesis van het gas, de kreten en de wanhoop van de gevangenen die zich tegen de deuren werpen – wekt de verteller de suggestie van een onvermogen tot empathie. Hoewel de substantivering van infinitieven op zich in het Duits geen uitzonderlijk procedé is, en het in bijvoorbeeld het Engels minder voorkomt, kunnen we uit het veelvuldige gebruik ervan in de tekst afleiden dat het hier gaat om een kenmerk van het Amtsdeutsch. Zolang de handelende persoon niet wordt benoemd (beim Einwerfendes Entladensdiese Tötung), kan niemand verantwoordelijk gesteld worden voor de daden. 

De tekst is tot slot doorspekt met technische termen: het effect van blauwzuur vergelijkt Höss met ‘allgemeine Luftentziehung des Sauerstoffs’, waarbij de afkorting z. B. (zum Beispiel) het bureaucratische karakter van zijn discours nog benadrukt.

Höss in vertaling
We vergelijken nu de twee Engelse vertalingen:

While the transport was detraining, holes were pierced in the earth and concrete ceiling of the mortuary. The Russians were ordered to undress in an anteroom; they then quietly entered the mortuary, for they had been told they were to be deloused. The whole transport exactly filled the mortuary to capacity. The doors were then sealed and the gas shaken down through the holes in the roof. I do not know how long this killing took. For a little while a humming sound could be heard. When the powder was thrown in, there were cries of ‘Gas!’, then a great bellowing, and the trapped prisoners hurled them­selves against both the doors. But the doors held. They were opened several hours later, so that the place might be aired. It was then that I saw, for the first time, gassed bodies in the mass.   
It made me feel uncomfortable and I shuddered, although I had imagined that death by gassing would be worse than it was. I had always thought that the victims would experience a terrible choking sensation. But the bodies, without exception, showed no signs of convulsion. The doctors explained to me that the prussic acid had a paralyzing effect on the lungs, but its action was so quick and strong that death came before the convulsions could set in, and in this its effects differed from those produced by carbon monoxide or by a general oxygen deficiency. (GB 146–147)

While the unloading took place, several holes were simply punched from above through the earth and concrete ceiling of the mortuary. The Russians had to undress in the antechamber, then everyone calmly walked into the mortuary because they were told they were to be deloused in there. The entire transport fit exactly in the room. The doors were closed and the gas poured in through the openings in the roof.    
How long the process lasted, I don’t know, but for quite some time sounds could be heard. As the gas was thrown some of them yelled ‘Gas!’ and a tremendous screaming and shoving started toward both doors, but the doors were able to withstand all the force. It was not until several hours later that the doors were opened and the room aired out. There for the first time I saw gassed bodies in mass. Even though I imagined death by gas to be much worse, I still was overcome by a sick feeling, a horror. I always imagined death by gas a terrible choking suffocation, but the bodies showed no signs of convulsions. The doctors explained to me that prussic acid paralyzes the lungs. The effect is so sudden and so powerful that symptoms of suffocation never appear as in cases of death by coal gas or by lack of oxygen. (+156)

Allereerst vinden we in beide vertalingen de letterlijke herhalingen terug uit het Duitse origineel (mortuary en imagine), net als de herhaling van het onderwerp aan het begin van de zin in het eerste deel van het fragment (de allereerste zin vormt hierop een uitzondering). Zowel Constantine FitzGibbon (GB) als Andrew Pollinger (VS) doet een inspanning om de passiefconstructies over te nemen: ‘holes were pierced’ of ‘punched’ (de Amerikaanse vertaling schetst hier een levendiger beeld waarin de handeling met enige fysieke kracht wordt uitgevoerd), de gevangenen ‘were told they were to be deloused’, een geluid ‘could be heard’, de deuren ‘were opened’ en, in de Amerikaanse versie, de ruimte ‘aired out’.

De neiging tot substantivering is groter in de Amerikaanse tekst: ‘während des Entladens’ wordt ‘while the unloadingtook place’, een zinsnede die evenzeer de onafwendbaarheid en natuurlijkheid van het gebeuren suggereert als de verantwoordelijke onbenoemd laat. De Britse vertaler maakt hier minder gebruik van substantivering, maar reduceert de gevangenen in de vrachtwagens wel tot ‘transportzaken’: ‘while the transport was detraining’. Opvallend is dat ‘diese Tötung’ door Pollinger vertaald wordt als ‘the process’ in plaats van ‘the killing’. De neutrale term in de Amerikaanse tekst duidt niet noodzakelijk op het moorddadige aspect van het ‘proces’.

De grootste verschillen tussen beide vertalingen bevinden zich op het niveau van de zinsbouw, meer bepaald in de verbanden tussen de zinnen. Pollinger brengt een groot aantal wijzigingen aan in de structuur van de tekst, herformuleert en hergroepeert zinnen, en past de interpunctie aan. Twee enkelvoudige zinnen worden zo al gauw een nevenschikking: ‘How long the process lasted, I don’t knowbut for quite some time sounds could be heard.’ Verderop: ‘I always imagined death by gas a terrible choking suffocation, but the bodies showed no signs of convulsions.’ Het resultaat is een meer beknopte, narratieve en vloeiende tekst. 

Het staat buiten kijf dat de Britse tekst technischer is dan de Amerikaanse: Höss spreekt er over ‘carbon monoxide’ en ‘oxygen deficiency’ in plaats van ‘coal gas’ en ‘lack of oxygen’. De carbon monoxide komt overigens niet voor in de Duitse tekst, maar compenseert het ontbreken van ‘e.g.’ voor ‘z.B.’. Ook in deze passage is de zinsbouw door de Amerikaanse vertaler grondig herzien en de complexe zin is opgesplitst om het lezen te vergemakkelijken.

In de Britse vertaling tot slot beschrijft de verteller zijn gevoelens op een abstracte en afstandelijke manier (‘it made me feel uncomfortable’ voor ‘mich befiel doch ein Unbehagen’) terwijl de Amerikaanse tekst een zeker pathos niet uit de weg gaat (‘I still was overcome by a sick feeling, a horror’).

Vertaling en herinneringseducatie
Wat we met zekerheid kunnen stellen, is dat het Amtsdeutsch van Höss niet ‘onvertaalbaar’ is.2 Het bijzondere ervan – de neiging tot substantivering, de letterlijke herhalingen, de vele passiefconstructies, de nevenschikking en het jargon – blijft grotendeels behouden in de Britse vertaling, en in mindere mate in de Amerikaanse. De uiteenlopende keuzes van de vertalers laten zich verklaren uit de beweegredenen voor de respectieve boekuitgaven. 

Steven Paskuly en zijn vertaler Andrew Pollinger hebben een duidelijk programma en doelpubliek voor ogen. Waar de Britse vertaler in zijn inleiding uitvoerig de totstandkoming van de originele autobiografie schetst, doet Pollinger zijn methode uit de doeken om van de memoires een didactisch instrument te maken:

In each case Steve [Paskuly] and I tried to find a modern American equivalent to the Nazi jargon used by Höss in order to fulfill our main purpose: to present Höss’s words and thoughts in a readable form that today’s young Americans could easily understand. (VS 17, Translator’s Note)

De Amerikanen willen een jong lezerspubliek aanspreken en hun een ‘leesbare’ tekst presenteren. De nieuwe vertaling uit 1992 is er gekomen om een nieuwe generatie de ‘lessen’ van de Holocaust te leren: ‘the lesson […] is there for all to see’, kondigt Pollinger aan. Zijn redacteur bevestigt: ‘The lessons are there. They need only to be learned’ (VS 17; 205). Pollinger ontwikkelt een vertaalstrategie die in de lijn ligt van dit programma: hij produceert een vloeiend verhaal door termen en constructies te vermijden die een vlotte lezing in de weg staan. Het boekproject uit 1992 past ook binnen het kader van de opkomst en populariteit van Holocaust Studies in de Verenigde Staten. Het United States Holocaust Memorial Museum in Washington, opgericht in 1993, en het Spielbergproject Survivors of the Shoah Visual History Foundation uit 1994 koppelen herinnering aan educatie en richten zich op een jeugdig publiek. 

De nieuwe Hössvertaling focust zo uitdrukkelijk op de normen en verwachtingen van de doeltaal en -cultuur dat we in Bermans termen kunnen spreken van een ‘etnocentrische’ tekst, eentje waarin de brontekst niet doorschemert en geen ‘vreemde’ lexicale of syntactische elementen voorkomen (des ‘étrangetés’ lexicales ou syntaxiques, Berman 1999: 35). In de noot voorafgaand aan de vertaling verduidelijkt Pollinger de ethische redenen voor die keuze:

Translating from one language to another is not easy. People of a different culture and language use words, sentence structures, and idioms in a way that when they are translated literally they would be meaningless. Differences in historic times with their accompanying differences in thinking further add to the difficulty. One might well misunderstand the meaning of many phrases of Nazi jargon when these are combined with their terminol­ogy and ideology. (VS 17, Translator’s Note)

De moeilijkheid bij het vertalen van de memoires ligt volgens Pollinger bij een aantal taalkundige aspecten, maar heeft ook te maken met de chronologische afstand tussen de oorspronkelijke publicatie en de vertaling. Een derde hindernis is de ideologische lading van het taalgebruik. Pollinger neemt het nazidiscours hier uitdrukkelijk niet over. Dit discours zou verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden omdat het doordrongen is van jargon en ideologische concepten. Veel jonge Amerikaanse lezers zullen vatbaar zijn voor de retorische kracht van de tekst en zich laten meeslepen, een risico dat Pollinger en Paskuly niet willen lopen. Door de bureaucratische stijl te temperen en het jargon te vervangen door meer alledaagse termen heeft de vertaler weerstand willen bieden aan het oorspronkelijke discours en weigert hij het argumentatieve spel van Höss mee te spelen. De keerzijde van de medaille is dat op deze manier ook het aanstootgevende beeld van de ‘gevoelloze expert’ verloren gaat.

Ethiek en ironie
Terwijl Pollinger gelooft dat bepaalde termen of zinsconstructies ‘betekenisloos’ (meaningless) zouden zijn als ze letterlijk vertaald werden, is dat precies de piste die de Britse vertaler bewandelt. FitzGibbons vertaling is ‘gehecht aan de letter’, een manier van vertalen waarin volgens Antoine Berman het Vreemde gestalte krijgt in de vertaling (Berman 1999: 77). Berman onderstreept de onverbrekelijke band tussen inhoud en vorm – l’adhérence obstinée du sens à sa lettre – en moedigt een ‘letterlijke’ vertaling aan waarbij de creativiteit van de vertaler zich begrensd weet door de ‘textuur van het origineel’ (40). Maar wat betekent de keuze voor deze strategie wanneer het gaat om de autobiografie van een veroordeelde nazi-officier? 

Het grote vraagstuk van vertaling, zo schrijft Theo Hermans, bestaat erin te weten wie er spreekt. Wie signeert? Wie is de ‘ik’ in de vertaalde tekst? (Hermans 2010: 197) Willen we vertaling een ethische dimensie toeschrijven, dan moet er een mogelijkheid zijn voor vertalers om de interpretatie van de vreemde tekst te beïnvloeden en hun eigen stem te laten horen. Uit het bestudeerde fragment van Höss blijkt dat Andrew Pollinger, de Amerikaanse vertaler, de ‘ik’ van de beul niet volledig assimileert maar voor zichzelf duidelijk een discursieve ruimte afbakent waarin hij protest aantekent tegen het originele discours. Die ruimte is niet beperkt tot de paratekstuele ‘noot van de vertaler’ maar breidt zich uit naar de tekst zelf, waar de vertaler in het nazidiscours infiltreert en de mogelijkheden van de polyfonie verkent. De stem van Pollinger is aanwezig naast die van de commandant en verdringt de laatste zelfs gedeeltelijk, onder andere door het weglaten van het jargon dat schatplichtig is aan de nazi-ideologie. De Britse vertaler, daarentegen, kiest ervoor om de oorspronkelijke poëtica te volgen. Die keuze is in geen geval een teken van instemming of eenstemmigheid, maar wijst op een ‘ironische’houding van de Britse vertaler. FitzGibbons tekst is geen didactisch, maar eerder een onthullend document: met zijn aandacht voor de vorm van de tekst weet de vertaler de vinger te leggen op de problematische persoonlijkheid van de commandant.3

Het concept van de ironische vertaling is geïntroduceerd door Theo Hermans in The Conference of the Tongues (2007), waarin hij vertalen vergelijkt met citeren. De directe rede of het letterlijke citaat beschrijft hij als een mimetische activiteit waarbij de rapporterende persoon niet meer is dan een ‘klankkast’ die de woorden van de oorspronkelijke spreker weergeeft zonder dat hij verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor de inhoud van dat discours (Angela Merkel zei: ‘We kunnen dit aan.’). Bij de indirecte rede speelt de rapporterende persoon een actievere rol in de selectie van de woorden en de manier waarop die worden weergegeven. Het originele discours wordt niet gesimuleerd, maar naverteld, waardoor de subjectpositie van de rapporteur zichtbaar wordt en hij een kritische houding kan aannemen tegenover het gezegde (Angela Merkel geloofde toen nog dat Duitsland het wel aankon.). Vertaling beschouwt Hermans als een mengvorm van directe en indirecte rede, waarin ruimte is voor de stem van de vertaler naast die van de oorspronkelijke spreker. Hoewel vertaling meer gelijkenis/overeenkomsten vertoont met directe dan met indirecte rede, kunnen vertalers gebruikmaken van ironie, zo meent hij, om zich binnen een schijnbaar mimetische activiteit toch te verzetten tegen de consciëntieus geciteerde tekst. Hier opent zich de mogelijkheid tot een kritisch discours dat, door op dubbelzinnigheid te mikken, de stem van de beul laat weerklinken en tegelijkertijd ethisch verzet biedt:

[…] the translation itself, as reproduction of [the foreign author’s] words, points to something different from its literal meaning, namely to criticism of [the foreign author’s] ideas, and consequently the translation has for its function the thematisation of the difference between reproduction and criticism. […] Irony allows the ironist – here: the translator – to resist the assimilation of his own and the ironised discourse and, in so doing, to contest the latter’s authority and to undermine its persuasiveness […]. (Hermans 2007: 79)

De ironische of ‘echoïsche’ taaluiting wordt volgens Sperber en Wilson gekenmerkt door de houding van de spreker die ‘dissociative, distancing, dissapproving, mocking or skeptical’ is ten aanzien van het gerapporteerde discours (Sperber & Wilson 2004: 621–622; in Hermans 2007: 77), zonder dat die houding letterlijk is ingeschreven in de tekst. Hermans’ analyse sluit nauw aan bij die van Linda Hutcheon, die via een verwijzing naar Paul de Mans Blindness and Insightaangeeft dat ironie weliswaar herneming inhoudt, representatie en simulatie, maar ook verschil: ‘The sign points to something different that differs from its literal meaning and has for its function the thematisation of this difference’ (Hutcheon 1995: 64; in Hermans 2007: 79). De vertaler spreekt ‘met meer dan één stem’ (Hermans 2007: 65), reproduceert en bekritiseert. Hermans verzoent daarmee de mogelijkheid tot een ethische stellingname enerzijds, en het ‘citerende’ aspect van vertaling anderzijds. 

Een belangrijke noot hierbij: zoals Candace D. Lang aangeeft is ironie een ‘manier van lezen’ (in Schoentjes 2007: 303). Niet alleen werkt ironie alleen maar als het waardensysteem van het doelpubliek in acht wordt genomen (neonazi’s zullen de ironie van FitzGibbons vertaling bijvoorbeeld niet inzien), ironie vereist bij de lezer ook een grondig tekstbegrip, een breed referentiekader en een zekere historische kennis om opgemerkt te worden. Dat laatste element baart de Amerikaanse redacteur van Kommandant in Auschwitz zorgen. Ter wille van hun jonge lezers kiezen Pollinger en Paskuly ervoor de ambiguïteit uit het discours te halen: ze nemen uitdrukkelijk afstand van het origineel, geven de woorden van Höss niet letterlijk weer en sturen zo uitdrukkelijk de interpretatie van de tekst. 

In de Britse versie uit 2000 dient de lezer de autobiografie binnen het bredere kader van de boekuitgave te plaatsen om de ironie van de vertaling te vatten. Terwijl de Translator’s Note enkel de ontstaansgeschiedenis van het manuscript van Höss beschrijft en geen morele evaluatie van de tekst geeft, bevat de uitgave bijvoorbeeld wel een reeks foto’s van kampgevangenen die een tegenwicht vormen voor het steriele verslag van de commandant. Maar het is voornamelijk Primo Levi die met zijn voorwoord het spelelement introduceert en de lezer op het juiste spoor zet. Tegenover het gebrek aan ironie in de tekst van de commandant (as he puts it without ironyGB 22) plaatst Levi zijn eigen, ironische discours: volgens hem beschrijft Höss in zijn mémoires ‘zijn mooiste uren’, werpt hij zich op als ‘meester in de sociologie van het Lager’, zoekt hij manieren om bloedbaden te vermijden ‘want die demoraliseren de uitvoerders’, en komt hij vervolgens op het ‘briljante idee’ (GB 24) om Zyklon B te gebruiken voor de uitroeiing van de gevangenen in Auschwitz-Birkenau. Levi geeft zo een aanzet voor de interpretatie van de vertaling als een tekst waarin de vertaler het bureaucratische discours van de verteller dan wel simuleert, maar waarin hun beide stemmen allerminst samenvallen. De gehele paratekst vestigt de aandacht op de aanhalingstekens van het citaat en op de afstand tussen de rapporteur/vertaler en de originele verteller.

Besluit
Een vertaling maakt steeds deel uit van een breder redactioneel project en krijgt juist betekenis door het samenspel (harmonie of dissonantie) van verschillende ‘stemmen’ in de uiteindelijke tekst. De analyse van Kommandant in Auschwitztoont aan dat vertaling met behulp van parateksten de brontekst kan afwenden van zijn oorspronkelijke bedoeling (hier: een pleidooi voor de uitvoering van de genocide verkapt als een objectief ‘rapport’) om er een didactische of onthullende functie aan te geven. De memoires van Höss vormen dan een geschiedenisles en waarschuwing voor volgende generaties, of een document dat op ironische wijze de persoonlijkheid van de auteur blootlegt en de ‘banaliteit’ van het kwaad illustreert. Een ‘letterlijke’ vertaling is niet per se een teken van gebrek aan creativiteit of betrokkenheid bij het onderwerp. Integendeel, het kan een strategie van verzet zijn tegen een discours dat als verwerpelijk wordt beschouwd. De analyse van Kommandant in Auschwitz toont aan dat we vertaling niet moeten zien als pure reproductie, maar oog moeten hebben voor het betekenisvolle verschil dat eigen is aan vertaling. Het is immers precies in de afstand tussen het origineel en zijn weerspiegeling, in die tussenruimte, dat vertaling plaatsvindt en de vertaler een stem krijgt.

 

Noten
1 Voor een uitgebreidere analyse van de Engelse vertalingen en een bijkomende studie van de Nederlandse en Franse vertaling verwijs ik naar het boek Quand le bourreau prend la parole: témoignage et fiction (Spiessens 2016). In Filterverscheen eerder een artikel over vertaling en ethiek, waarin wordt verwezen naar de Nederlandse vertaling van de autobiografie van Höss (Spiessens 2013).
2 Over de ‘onvertaalbaarheid’ van het nazidiscours schreven onder andere Désirée Schyns (2009) en Christiane Stallaert (2008) in Filter.
3 Diezelfde onthullende strategie wordt bijvoorbeeld ook toegepast in de nieuwe wetenschappelijke uitgave van Mein Kampf door het Instituut voor Hedendaagse Geschiedenis in München (Hartmann et al. 2016). Ook hier komt het erop neer, zo liet de Beierse minister van Financiën vooraf optekenen, het boek te ‘demystifiëren’, precies door de ‘absurditeit’ van de argumenten en de ‘gezwollen’ formuleringen van de auteur te belichten (s.n. 2010; Auer 2012).
 

Bibliografie
Auer, Katja. 2012. ‘Publikation von “Mein Kampf” – “Ideologiefreie Bearbei­tung”’, Süddeutsche Zeitung, 13 juni.

Berman, Antoine. 1985/1999. La Traduction et la lettre ou L’Auberge du lointain. Paris: Seuil.

Ducrot, Oswald. 1984. Le Dire et le dit. Paris: Minuit.

Goffman, Erving. 1981. Forms of Talk. Philadelphia: University of Pennsylvania Press.

Hartmann, Christian, Thomas Vordermayer, Othmar Plöckinger & Roman Töppel. 2016. Hitler, Mein Kampf. Eine kritische Edition. München: Institut für Zeitgeschichte.

Hermans, Theo. 1996/2010. ‘The Translator’s Voice in Translated Narrative’, in: Mona Baker (ed.), Critical Readings in Translation Studies. London: Routledge, p. 193–212.

Hermans, Theo. 2007. The Conference of the Tongues. Manchester: St. Jerome.

Höss, Rudolf. 1958/2009. Kommandant in Auschwitz. Autobiographische Aufzeichnungen des Rudolf Höss. Ed. M. Broszat. München: Deutscher Taschenbuch Verlag.

Höss, Rudolf. 1959/2000. Commandant in Auschwitz. Translated by C. FitzGibbon. London: Phoenix Press.

Höss, Rudolf. 1960. Commandant van Auschwitz. Zelfportret van een beul. Vertaald door W. Wielek-Berg. Den Haag: Kruseman.

Höss, Rudolf. 1992/1996. Death Dealer. The Memoirs of the SS Kommandant at Auschwitz. Ed. S. Paskuly. Translated by A. Pollinger. Boston: Da Capo Press.

Hutcheon, Linda. 1995. Irony’s Edge: The Theory and Politics of Irony. London/New York: Routledge.

Schoentjes, Pierre. 2007. Silhouettes de l’ironie. Genève: Droz.

Schyns, Désirée. 2009. ‘Vertalen om het noodlot van onvertaalbaarheid af te wenden’, Filter, 16:1, p. 46–51.

s.n. 2010. ‘Hitlers “Mein Kampf” soll wieder erscheinen’, Focus, 3 februari.

Spiessens, Anneleen. 2013. ‘Ethiek en kritiek in de vertaling van het nazidiscours: over de plaats en de grenzen van vertaling’, Filter, 20:3, p. 27–33.

Spiessens, Anneleen. 2016. Quand le bourreau prend la parole. Témoignage et fiction. Genève: Droz. 

Stallaert, Christian. 2008. ‘Over de (on)vertaalbaarheid van het nazisme: de stem van de daders’, Filter, 15:4, p. 13–25.

Lees meer over: