Spreken over vertaling    41-45

Michel Foucaults L’ordre du discours in het Nederlands

Henri Bloemen
Winibert Segers

Een groot aantal boeken van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) werd in het Nederlands vertaald en hervertaald. We vermelden de titels die hervertaald werden:

De woorden en de dingen. Een archeologie van de menswetenschappen (1973)
De woorden en de dingen. Een archeologie van de menswetenschappen (2006)
Geboorte van de kliniek. Een archeologie van de medische blik (1986)
Geboorte van de kliniek. Een archeologie van de medische blik (2008)
De orde van het vertoog (1976)
‘De orde van het spreken’ (2004)

Op die hervertalingen gaan we niet in, maar wel op de vertaling en hervertaling van Foucaults L’ordre du discours. Dit zijn twee passages uit dat boek:

[…]; une seule et même œuvre littéraire peut donner lieu, simultanément, à des types de discours très distincts : l’Odyssée comme texte premier est répétée, à la même époque, dans la traduction de Bérard, dans d’indéfinies explications de textes, dans l’Ulysse de Joyce. (Foucault 1971: 26)

[…] J. Hyppolite avait pris soin de donner une présence à cette grande ombre un peu fantomatique de Hegel qui rôdait depuis le XIXe siècle et avec laquelle obscurément on se battait. C’est par une traduction, celle de la Phénoménologie de l’esprit, qu’il avait donné à Hegel cette présence; et que Hegel lui-même est bien présent en ce texte français, la preuve en est qu’il est arrivé aux Allemands de le consulter pour mieux comprendre ce qui, un instant au moins, en devenait la version allemande. (Foucault 1971: 75)

In beide passages wordt naar een vertaling verwezen: in de eerste naar de Franse vertaling van de Odyssee, in de tweede naar die van de Phänomenologie des Geistes. De eerste passage is objectgericht – vertaling en origineel zijn teksten, de ene tekst komt voort uit de andere –; de tweede passage is subjectgericht – vertaling wordt benaderd vanuit de betrokken subjecten: auteur, vertaler, lezer.

Deze passages worden door filosofen weinig besproken. Misschien heeft dat stilzwijgen te maken met de beperkte aandacht die filosofen hebben voor vertaling. De sophia, de wijsheid, wordt geacht universeel te zijn. De sophia is niet talig bepaald. Dat uitgangspunt lijkt ons bijzonder problematisch. Aandacht voor taal en vertaling zou een verrijking kunnen zijn voor de filosofie.

Uit de twee passages uit L’ordre du discours kunnen we een aantal algemene stellingen afleiden:

  • Vertaling is een van de ‘types de discours’; vertaling is een vorm van spreken over de oorspronkelijke tekst, een vorm van spreken die niet dezelfde is als een uitleg of een bewerking van een tekst. Volgens Foucault zijn een vertaling, een uitleg en een bewerking zeer verschillende vormen van spreken (‘des types de discours très distincts’). Wij vragen ons af of vertaling zo gemakkelijk te onderscheiden is van andere vormen van spreken: is een vertaling niet altijd een uitleg en een bewerking?
  • Het origineel is de eerste tekst. De vertaling is een afgeleide, ze is van de oorspronkelijke tekst afgeleid. Het origineel wordt traditioneel als superieur aan de vertaling beschouwd: het was er eerst – de vertaling komt na het origineel – en het is uniek – er is maar één origineel, vaak is er meer dan één vertaling.
  • Een vertaling is een herhaling van het origineel. Ze zegt in een andere taal wat in de oorspronkelijke taal al is gezegd. Vaak wordt daaraan toegevoegd dat de vertaling hetzelfde moet zeggen als het origineel, dezelfde inhoud moet hebben als de oorspronkelijke tekst. Het traditionele spreken over vertaling wordt gekenmerkt door een equivalentie-, gelijkwaardigheidseis en door de voorrang van de inhoud op de vorm.
  • Een vertaling kan het origineel verduidelijken; ze kan een hulp zijn bij het lezen, het begrijpen van de oorspronkelijke tekst.

We lezen nu de vertaling en de hervertaling van de twee passages uit L’ordre du discours; de vertaling werd gemaakt door Clasine Heering-Moorman, de hervertaling door Thomas Widdershoven:

Eenzelfde literair werkstuk kan gelijktijdig tot scherp te onderscheiden vormen van vertoog aanleiding geven: de Odyssee, een grondtekst, wordt in een en hetzelfde tijdvak herhaald in de vertaling van Bérard, in eindeloze tekstverklaringen, en in de Ulysses van Joyce. (Foucault 1976: 21, 22)

[…]; eenzelfde literair werk kan gelijktijdig aanleiding geven tot zeer uiteenlopende vormen van spreken: de Odyssee als primaire tekst werd in dezelfde periode herhaald in de vertaling van Bérard, in eindeloze tekstverklaringen en in Ulysses van James Joyce. (Foucault 1988a: 46) 

[…] Hyppolite [had] gezorgd voor een zekere aanwezigheid van die grote, wat spookachtige schaduw van Hegel, die sinds de negentiende eeuw rondwaarde en waartegen in het verborgene gestreden werd. Dat aanwezig-zijn heeft hij Hegel geschonken door een vertaling, die van de Phänomenologie des Geistes. En dat de Duitsers die nu en dan raadpleegden om beter te begrijpen wat, althans voor een ogenblik, tot de Duitse tekst ervan werd, bewijst dat Hegel zelf inderdaad in die Franse tekst aanwezig is. (Foucault 1976: 56, 57)

[…] Jean Hyppolite [heeft] er voor gezorgd dat deze grote, wat spookachtige schaduw van Hegel, die sedert de negentiende eeuw rondwaarde en tot schimmige gevechten aanleiding gaf, een aanwezigheid kreeg. Hij gaf deze aanwezigheid aan Hegel door een vertaling, en wel van de Phänomenologie des Geistes; en dat de Duitsers zijn vertaling raadpleegden om beter [sic] begrijpen wat, althans voor een ogenblik, daarvan de Duitse versie werd, mag als bewijs gelden voor de aanwezigheid van Hegel zelf in deze Franse tekst. (Foucault 1988a: 75)

Tussen de vertaling van Heering-Moorman en die van Widdershoven zijn er een aantal verschillen; we stippen er enkele aan:

  • werkstuk - werk
  • scherp te onderscheiden - zeer uiteenlopende
  • grondtekst - primaire tekst
  • Hyppolite - Jean Hyppolite
  • aanwezig-zijn - aanwezigheid
  • tekst - versie

Maar het interessantste verschil betreft de vertaling van de woordgroep ‘types de discours’ (Foucault 1971: 26): Heering-Moorman kiest voor ‘vormen van vertoog’; Widdershoven voor ‘vormen van spreken’. Beide vertalers verantwoorden hun keuze. In het ‘Naschrift van de vertaalster’ maakt Heering-Moorman een opmerking over het woord ‘discours’1:

En waarom zou de bijna ingesluimerde term vertoog niet worden gewekt om het woord discours de hand te reiken? Van de vrijmoedigheid, de term vertoog in deze vertaling een ruimer krachtveld toe te kennen dan Van Dale en Koenen doen ben ik mij zeer wel bewust. (Heering-Moorman in Foucault 1976: 63)

Ook uit deze passage, deze opmerking van de vertaalster, kunnen we een aantal stellingen afleiden: 

  • Dankzij vertaling kan het gebruik van een woord worden gewijzigd.
  • Dankzij vertaling kan een woord een bredere betekenis krijgen dan de woordenboekbetekenis.

Ook bij haar vertaling van Foucaults Histoire de la folie à l’âge classique (1975) maakt Heering-Moorman een opmerking over het woord ‘discours’:

De term ‘discours’ is, in overeenstemming met de titelvertaling van Foucaults inaugurele rede aan het Collège de France, L’Ordre du discours, ook in dit werk met ‘vertoog’ vertaald […]. (Heering-Moorman in Foucault 1975: 291)2

Widdershoven vindt dat ‘vertoog’ geen goede oplossing is:

De term ‘vertoog’ waarmee discours in teksten over en van Foucault, meer en meer lijkt het, vertaald wordt schiet denk ik om twee redenen te kort. Ten eerste heeft dit woord een zeer beperkte betekenis, het is een (theoretische) uiteenzetting maar meer specifiek: met een moraliserende strekking. Een tweede nadeel is dat het een zeer ongebruikelijk woord is (in tegenstelling tot discours in de Franse taal). Daarmee krijgt het gemakkelijk de waarde van een vaststaand begrip en er bestaat voor de lezer geen informatie over de strekking van het begrip buiten de teksten van Foucault; geen connotaties, geen associaties, geen afdwaling. Dit is een verarming en het suggereert een eenduidigheid die zich slecht met Foucaults ideeën verdraagt. (Widdershoven in Foucault 1988a: 29) 

Widdershoven vertaalt ‘discours’ met ‘spreken’:

[…] een gewoon Nederlands woord dat toch ook een meer formele betekenis kan hebben. (Widdershoven in Foucault 1988a: 29, 30)

Ook uit deze passages kunnen we een aantal stellingen afleiden3:

  • Het gebruik van het woord in de doeltaal moet overeenstemmen met het gebruik van het woord in de brontaal.
  • Een woord dat in de brontaal meerduidig is, moet je vertalen met een meerduidig woord.
  • Tussen de vertaalopvatting van Heering-Moorman en die van Widdershoven is er een belangrijk verschil: volgens Heering-Moorman kan een vertaling een veranderende kracht hebben, kan ze het taalgebruik wijzigen; Widdershoven daarentegen vindt dat een vertaling zich moet afstemmen op het geldende taalgebruik.

Het spreken over vertaling kan verschillende vormen aannemen, waarvan we er in deze bijdrage enkele hebben getoond:

  • de bibliografische vorm (Wat werd er wanneer en door wie vertaald en hervertaald? Wie geeft de vertalingen uit? Wat werd er niet vertaald? Welke gaten zitten er in het landschap van de filosofie?);
  • de biografische vorm (Een beschrijving van het leven van de vertaler);
  • de comparatieve vorm (Origineel, vertaling en hervertaling worden vergeleken);
  • de intratekstuele vorm (Wat zegt het origineel over vertaling?);
  • de paratekstuele vorm (Brieven, noten, inleidingen van de vertalers4).

Die vormen van spreken werken we niet uit omdat we een ander spreken over vertalen willen voorstellen. Die vormen van spreken zijn vaak teleurstellend omdat we over de vertaling zelf weinig te weten komen. Het vergelijken van origineel en vertaling bijvoorbeeld levert een verzameling gegevens op, maar de uitspraken die op basis van die verzameling worden gedaan, zijn zeer algemeen (‘De tekst is vrij vertaald’, ‘De vertaling blijft dicht bij het origineel’ enzovoort).

Wat doen we met die teleurstelling? Moeten we ophouden met spreken over vertaling? Is – zoals sommige vertalers beweren – dat spreken overbodig? Is vertaling louter praktijk: iets wat je doet en waarover je niet moet praten? Met dat standpunt zijn wij het niet eens: de teleurstelling mag niet in zwijgen uitmonden. De teleurstelling is een uitnodiging om te zoeken naar andere vormen van spreken over vertaling, vormen van spreken die aan de vertaling zelf de belangrijkste plaats toekennen. De teleurstelling is een uitnodiging om een eigen-aardig spreken over vertaling te ontwikkelen, om ver-talig over vertaling te spreken. Het ver-talige spreken is een uitsluitend en gedisciplineerd spreken: het wil bij de zaak – vertaling – blijven.

 

Noten
1 Vergelijk de definitie van ‘discours’ in De woorden en de dingen in de vertaling van Walter van der Star:

Discours, Vertoog, vertogen
Letterlijk: een uiteen- of door- (dis) lopen (cours). Discursiviteit is een kenmerk van het denken dat zich uiteenzet in een systematische en samenhangende aaneenrijging van betekeniselementen van een ware uitspraak. Op het archeologische vlak vormt het geheel van al deze ware uitspraken een discours dat het weten en de daarop geënte kennis van een bepaalde periode reguleert. Het discours werkt in alle lagen van het weten door: op archeologisch vlak als funderend discours, op kentheoretisch of epistemologisch vlak als het Vertoog van de wetenschappen en op empirisch vlak in alledaagse vertogen. (2006: 456)

2 Ook bij haar vertaling van Foucaults Ceci n’est pas une pipe (1973) maakt Heering-Moorman een opmerking over het woord ‘discours’:

[Foucaults] inaugurele rede [aan het Collège de France] wordt beschouwd als zijn programma – en als zijn testament: L’Ordre du Discours (Nederlandse vertaling De orde van het vertoog, uitg. Boom, 1975). In overeenstemming daarmee is in Dit is geen pijp de term discours eveneens met « vertoog » vertaald. Wij zijn ons ervan bewust dat het Franse woord meer omvat dan ons « vertoog »: discours is te beschouwen als een Franse vertaling van het Griekse woord λογος, in de zin van « netwerk van gesproken en geschreven woorden » (aldus Samuel IJsseling in Denken in Parijs, uitg. Samsom, 1981). (Heering-Moorman in Foucault 1988b: 8)

3 We gaan niet dieper in op een van de problemen – een fundamenteel probleem – waarnaar Widdershoven verwijst: de vertaling van termen waarvan de betekenis niet vaststaat. Om een term te vertalen moet je in principe de betekenis van die term kunnen vastleggen. Als dat niet lukt, is vertalen principieel onmogelijk. We kunnen ons afvragen of de term ‘discours’ een dergelijke term is.
4 De vertalers van Foucaults boeken zeggen heel weinig over hun eigen vertaling: ‘Van de vertaalster’ (Heering-Moorman in Foucault 1975: 291, 292), ‘Naschrift van de vertaalster’ (Heering-Moorman in Foucault 1976: 63), ‘Woord vooraf’ (Heering-Moorman in Foucault 1988b: 7-9) en ‘Nawoord van de vertaler’ (Van der Star in Foucault 2006: 469, 470) zijn bijzonder kort.
 

Bibliografie
Foucault, Michel. 1971. L’ordre du discours. Paris: Gallimard.

Foucault, Michel. 1973. De woorden en de dingen. Een archeologie van de menswetenschappen. Vertaald door C.P. Heering-Moorman. Bilthoven: Ambo.

Foucault, Michel. 1975. Geschiedenis van de waanzin in de zeventiende en achttiende eeuw. Vertaald door C.P. Heering-Moorman. Meppel: Boom.

Foucault, Michel. 1976. De orde van het vertoog. Vertaald door C.P. Heering-Moorman. Meppel: Boom.

Foucault, Michel. 1984–1985. Geschiedenis van de seksualiteit. Vertaald door Peter Klinkenberg, Henk Hoeks, Hugues C. Boekraad & Karin van Dorsselaer. Nijmegen: SUN.

Foucault, Michel. 1986. Geboorte van de kliniek. Een archeologie van de medische blik. Vertaald door Peter Klinkenberg &  Henk Hoeks. Nijmegen: SUN.

Foucault, Michel. 1988a. De orde van het spreken. Vertaald door Thomas Widdershoven. Meppel/Amsterdam: Boom.

Foucault, Michel. 1988b. Dit is geen pijp. Met schilderijen en brieven van René Magritte. Vertaald door Clasine Heering-Moorman. Bloemendaal: Aramith.

Foucault, Michel. 1989. Discipline, toezicht en straf. De geboorte van de gevangenis. Vertaald door Vertalerscollectief Historische Uitgeverij. Groningen: Historische Uitgeverij.

Foucault, Michel. 2004. ‘De orde van het spreken’, in: Breekbare vrijheid. Teksten & interviews. Vertaald door Thomas Widdershoven. Amsterdam: Boom/Parrèsia, p. 39-79.

Foucault, Michel. 2006. De woorden en de dingen. Een archeologie van de menswetenschappen. Vertaald door Walter van der Star. Amsterdam: Boom.

Foucault, Michel. 2008. Geboorte van de kliniek. Een archeologie van de medische blik. Vertaald door Peter Klinkenberg. Meppel/Amsterdam: Boom. 

Lees meer over: