Spaanssprekend, seksistisch en kleurling: kan dat in het Nederlands?    17-25

Over de vertaling van The Brief Wondrous Life of Oscar Wao

Patrick Goethals
Hanna Morlion

In dit artikel zullen we de Nederlandse vertaling bespreken van The Brief Wondrous Life of Oscar Wao van Junot Diaz (Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao), van de hand van Peter Abelsen, en daarbij specifiek ingaan op enkele opvallende stijlkenmerken, namelijk het gebruik van (Dominicaans) Spaans, seksistisch taalgebruik en etnisch gemarkeerd taalgebruik. We stellen eerst de protagonisten voor: auteur, hoofdpersonage, verteller en vertaler.

Junot Díaz, Oscar Wao & Yunior, én Peter Abelsen: taalvuurwerk!
Junot Díaz werd geboren in de Dominicaanse Republiek (1968), maar emigreerde samen met zijn familie op jonge leeftijd naar New Jersey in de VS. Na een bejubeld literair debuut in 1996 (de bundel korte verhalen Drown) zwoegde de docent creative writing aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) lange en vele jaren aan zijn eerste roman, The Brief Wondrous Life of Oscar Wao (BWLOW), die uiteindelijk in 2007 verscheen. Dit werk sleepte heel wat prijzen in de wacht, waaronder de John Sargent Sr. First Novel Prize, de National Book Critics Circle Award en bovenal, de prestigieuze Pulitzerprijs in 2008 (Díaz s.d., De Maeseneer 2011).

BWLOW vertelt het tragikomische verhaal van de adolescent Oscar de León, een bijzonder atypische Dominicaanse immigrant in New Jersey. Oscar droomt nadrukkelijk van succes bij de vrouwen, maar anders dan bij de meeste Dominicanen draait dit uit op een fiasco. Als fanatieke boekenwurm bouwt hij dan maar aan een carrière als schrijver: Oscar gaat dan ook door het leven als Oscar Wao, de Spaanse verbastering van Oscar Wilde. Zijn favoriete genres zijn sciencefiction en fantasy.Geïsoleerd binnen de eigen gemeenschap keert hij terug naar de Dominicaanse Republiek, op zoek naar de liefde, maar uiteindelijk wordt hij er vermoord.

In het boek zijn twee vertellers aan het woord. De eerste is Lola, Oscars zus, die slechts een klein gedeelte van het verhaal vertelt. De belangrijkste verteller is Yunior. Hij is het ex-liefje van Lola, maar ook en vooral room-mate van Oscar, Dominicaanse macho en vrouwenversierder. Deze verteller is een van de meest dynamische dimensies van BWLOW. Alhoewel hij tot halverwege het boek anoniem blijft, is de verteller toch erg zichtbaar aanwezig in de tekst, onder andere door het gebruik van de ik- en de je-vorm, of aansprekingen zoals Negro (p. 4 en 138) of Players (p. 175) die een setting lijken te suggereren waarin de verteller zich richt tot een vertrouwd publiek.1 In de aanwezigheid van de verteller speelt het bijzonder kleurrijke taalgebruik van Yunior een essentiële rol. Lang voor we zijn ‘biografische’ gegevens kennen, typeert zijn taalgebruik hem als Dominicaanse immigrant en macho. Het eerste fragment is hiervan een mooie illustratie (we zullen de vertaling verderop bespreken):

(1a) Every neighborhood has its tetúa, but Beli could have put them all to shame, she was La Tetúa Suprema: her tetas were globes so implausibly titanic they made generous souls pity their bearer and drove every straight male in their vicinity to reevaluate his sorry life. She had the Breasts of Luba (35DDD). And what about that supersonic culo that could tear words right out of niggers' mouths, pull windows from out their motherfucking frames? A culo que jalaba más que una junta de buey. Dios mío! Even your humble Watcher, reviewing her old pictures, is struck by what a fucking babe she was. (92)

(1b) Elke buurt heeft zijn tetúas [...], maar Beli stelde ze allemaal in de schaduw. Zij was de Tetúa Suprema. Haar tetas waren zo onwaarschijnlijk gigantisch dat teergevoelige lieden zich bezorgd afvroegen of ze ze nog wel torsen kon, terwijl minder teergevoelige lieden gedachten van een radicaal andere aard hadden. De borsten van Luba had ze. En wat te denken van de supersonische culo die de naden van haar broek onder hoogspanning zette, monden deed openvallen en ramen uit hun sponningen deed springen? Dios mío wat een kont! Zelfs Uw Aandachtige Waarnemer hapt naar adem als hij haar foto's uit die tijd bekijkt. Wat een stuk! (98)

Yunior vertelt Oscars levensverhaal in een bijzonder idiolect, dat geconstrueerd wordt rond een sociaal-etnisch gemarkeerd spreektalig Engels, dat doorspekt is met Dominicaanse en Spaanse woorden, seksistische taal en verwijzingen naar sciencefiction en fantasy. Deze elementen wisselen elkaar in een snel tempo af, zoals de lezer in fragment 1 kan zien: in enkele lijntjes gaat het van tetúas en tetas over Breasts of Luba, een supersonic culo of niggers’ mouths, tot motherfucking frames, your humble Watcher en a fucking babe. In de vertaalanalyse zullen we specifiek bekijken hoe deze dimensies op elkaar inspelen en hoe ze vertaald werden in het Nederlands.

In 2010 verscheen de Nederlandse vertaling van BWLOW, van de hand van Peter Abelsen. Na de vertaling van Alles is verlicht van Jonathan Safran Foer werd en wordt Abelsen dikwijls gevraagd voor het vertalen van complexe boeken van schrijvers als Don DeLillo en Joshua Ferris. Peter Abelsen beschrijft Oscar Wao zelf als een van zijn dierbaarste vertalingen (LinkedIn-pagina van de vertaler). Zowel over origineel als vertaling verschenen lovende commentaren in de pers. Getuige de volgende recensie:

Dit is een vol boek dat bruist, knettert en gromt. Ook op stilistisch vlak is het luid en druk. Het hyperkinetische proza brengt je in [een] roes […] Het enthousiasme en de virtuositeit [spatten] van de pagina's. Het wonderbare maar korte leven van Oscar Wao is geschreven in een soort Spanglish […]. In de Nederlandse vertaling is het Spaans behouden en het resultaat is nog steeds swingend. (Standaard der Letteren, Kathy Mathys, 28 december 2007)

Fragment 1 laat zien dat de vertaling inderdaad swingend is, bijvoorbeeld door het gebruik van de Spaanse woorden, spreektalige elementen zoals ‘kont’ en ‘wat een stuk’ en het in hun precieze formulering wat licht ironisch klinkende ‘uit hun sponningen springen’ en ‘teergevoelige lieden’. Het is ook duidelijk dat de vertaler zich vrij voelt om in te grijpen in de brontekst, of, beter gezegd, om een vertaling te produceren die wel loyaal is aan het origineel (Nord 1997) maar die zeker niet slaafs volgt. In dit verband moeten we zeker vermelden dat de vertaler een persoonlijke en goede relatie heeft met Junot Díaz: hij vertaalde zijn eerste werk, bleef daarna in contact en begon aan de vertaling van Oscar Wao terwijl de auteur zelf nog in de eindfase van het schrijf- en revisieproces zat. Hierbij wisselde de vertaler nog ideeën en suggesties uit met de auteur.2

Enigszins uitzonderlijk aan deze vertaling is dat er een glossarium in is opgenomen, dat aangekondigd wordt op de titelbladzijde. De rol van de vertaler wordt expliciet vermeld: ‘Vertaald en van een glossarium voorzien door Peter Abelsen’. Het glossarium zelf heeft als titel ‘Glossarium van het Dominicaanse Spaans’ en begint met een verantwoording door de vertaler: 

Om de lijst niet onhanteerbaar lang te maken, heb ik er geen woorden in opgenomen die iedereen kent of kan afleiden uit de context (u weet vast wel wat puta betekent, u snapt vast wel wat toto betekent) – de vertaler. (331)

Het selectiecriterium is met een korreltje zout te nemen (naast inderdaad Dominicaanse woorden zoals batey of cocolo, die ook onbekend zullen zijn voor de lezer die wat Spaans machtig is, bevat het glossarium ook algemeen Spaanse en relatief goed interpreteerbare woorden zoals bacalao, belleza of borracho). Maar belangrijker dan de keuze van de woorden als zodanig, is de actieve rol die de vertaler zich toeschrijft, als opsteller, en verantwoordelijke voor de selectie. Dit komt trouwens ook tot uiting in het gebruik van de ik-vorm (‘heb ik opgenomen’), en de aanspreking van de lezer (‘u weet vast wel’), wat een reminiscentie lijkt van de ik en jij op conto van de verteller in de roman zelf. De keuze voor dit glossarium is ook betekenisvol omdat het al duidelijk de nadruk legt op het (Dominicaanse) Spaans als onderscheidende factor van de vertaling. Het was zeker niet de enige optie: de brontekst bevat geen glossarium, evenmin als de Spaanse vertaling voor Spanje en Latijns-Amerika, maar dit in tegenstelling tot de Spaanse vertaling voor de Noord-Amerikaanse markt waarin niet alleen de Dominicaanse begrippen worden uitgelegd, maar ook de tientallen verwijzingen naar sciencefiction en fantasy (zie Boyden & Goethals 2011).

Spaanssprekend, seksistisch en kleurling
In wat volgt zullen we ons toespitsen op drie opvallende kenmerken van de brontekst, namelijk het gebruik van Dominicaans Spaanse woorden en uitdrukkingen, seksistisch taalgebruik en sociaal-etnisch gemarkeerd taalgebruik. Deze stijlkenmerken van de literaire tekst functioneren als een identificerend teken voor de persoon van de verteller Yunior (zie boven; Richardson 1998), maar geven tegelijkertijd een stilistische gelaagdheid aan de literaire tekst en werken als humoristische katalysators die de roman snelheid en ritme geven.

Deze kenmerken functioneren als ‘verticale vertaaleenheden’ (Christiane Nord 1997: 69). Dit zijn groepen van elementen – woorden, een bepaald taalgebruik, zinsconstructies – die, verspreid over de tekst, een gelijkaardige communicatieve of stilistische functie dienen. In die zin vormen ze, naast horizontale vertaaleenheden zoals een woordgroep of een zin, een ‘verticale’ vertaaleenheid. Wat de vertaling betreft is de vraag dan ook niet zozeer of er individuele gevallen zijn waar een dimensie verdwijnt of wordt aangedikt, maar wel of dit repercussies heeft op de werking van de functionele eenheden als zodanig.

Wat dit boek, ondanks zijn stilistische complexiteit, tot een bijzonder vertaalbaar (en ook bijzonder goed vertaald) boek maakt, is het feit dat de verschillende dimensies – Dominicaans Spaans, seksistisch en etnisch gemarkeerd taalgebruik – sterk op elkaar ingrijpen, en dat het daarom mogelijk is om een verlies in de ene dimensie te compenseren door een andere wat extra in de verf te zetten.

Etnisch gemarkeerd taalgebruik en seksisme
Voorbeeld 2 illustreert in een notendop de stilistische gelaagdheid van de brontekst, en ook een meer algemene trend in hoe de vertaling hiermee omgaat. In het neologisme Negrapolis One zien we de drie dimensies aan het werk: gebruik van het Spaans of Spanglish, seksistisch taalgebruik en etnisch-racistisch gekleurd taalgebruik. In het Dominicaans wordt de term negro gebruikt ter onderscheiding van de (geminachte) Haïtianen, die zwarter zouden zijn dan de gemiddelde Dominicaan. Wanneer in het boek negra (of ook het Caribische synoniem prieta) wordt toegepast op vrouwen (ook Dominicaanse) is er steeds een sterke klemtoon op het seksuele. Het lijkt onmogelijk om de drie dimensies op dezelfde manier te activeren in de Nederlandse vertaling. Als Negrapolis zou worden behouden, dan zou de klemtoon sterker liggen op de etnische dimensie en minder op het seksistische taalgebruik: zou de Nederlandstalige lezer de morfologische uitgang -a nog wel opmerken of alleen het lexicale negr-? Het omgekeerde is gebeurd: in de vertaling is de seksistische dimensie niet morfologisch gemarkeerd maar gelexicaliseerd in ‘chica’. Als gevolg daarvan verdwijnt wel de etnisch-racistische dimensie. Het Spaans blijft ook duidelijk behouden, in het universeel begrepen maar overigens weinig Dominicaanse chica. Het seksistische blijft duidelijk aanwezig, en wordt ondersteund door het gebruik van het Spaans (bemerk trouwens ook guapas als vertaling van mad girls):

(2a) Paterson had mad girls, and if that wasn’t enough for you, well, motherfucker, then roll south and there’d be Newark, Elizabeth, Jersey City, the Oranges, Union City, West New York, Weehawken, Perth Amboy—an urban Swath known to niggers everywhere as Negrapolis One. (26)

(2b) Paterson krioelde van de guapas. En wie het nog niet genoeg vond, hoefde maar een eindje zuidwaarts te karren naar Newark, Elizabeth, Jersey City, de Oranges, Union City, West New York, Weehawken, Perth Amboy — een stedelijke agglomeratie die alom bekendstond als Chicapolis One. (36)

In fragment 2 wordt trouwens niet alleen de woordspeling aangepast, maar wordt ook het etnisch gemarkeerde generieke niggers vervangen door een meer neutrale uitdrukking van genericiteit (‘alom bekend’; zie trouwens ook voorbeeld 1). Het gebruik van nigger in de Engelse tekst is een indexicaal teken omdat het iets suggereert over de identiteit van de verteller: door deze generieke vorm te gebruiken sluit de spreker zich aan bij de groep die de term kan gebruiken zonder dat het als een belediging wordt opgevat, maar wel als een soort geuzennaam.3 Dit etnisch gemarkeerde Engels kan moeilijk of niet worden overgebracht in het Nederlands. De vertaling van nigger door neutrale generieke uitdrukkingen is bijgevolg een strategie die regelmatig wordt toegepast, zo ook in fragment 3. Hier zien we ook opnieuw dat het seksistische eerder wordt aangescherpt (crazy about > ‘geilde’):

(3a) Not many girls can do askance and keep their cheese fries from plunging off their trays, but this was why niggers were crazy about La Jablesse. (183)

(3b) Niet veel meisjes zouden dat kunnen, schuins naar iemand opkijken zonder hun patat van hun dienblad te laten schuiven, maar haar lukte het moeiteloos. Geen wonder dat iedereen op haar geilde. (187)

De etnische verwijzingen vereisen regelmatig een expliciterende vertaalstrategie. Zo bijvoorbeeld in fragment 4, waar big-assed girls de seksuele voorkeur uitdrukt van de etnische groep waartoe de verteller behoort. De vertaling ‘lekkere dominicanakont’ verwoordt goed wat impliciet bedoeld wordt door de verteller, maar de indexicale informatie over wie dit zegt, gaat wel verloren. De inferentie die in het origineel het verband legt tussen big-assed en ‘lekker’ doet immers beroep op de cultureel en etnisch gedefinieerde seksuele voorkeur.

(4a) [...] this is when basic thermodynamic principle gets modified so that reality can now reflect a final aspect, the picking-up of big-assed girls and the taking of said to moteles; it’s one big party; [...] (272) 

(4b) Het is een jaarlijkse aanpassing van de hoofdwetten der thermodynamica, waardoor elke lekkere dominicanakont ter wereld naar het eiland en de moteles wordt gezogen. Eén groot feest is het. (269)

In het volgende voorbeeld wordt opnieuw en nog subtieler geappelleerd aan de etnisch geconnoteerde seksuele voorkeur. Wanneer Yunior zegt dat hij er wel drie fine-ass bitches opna hield, naast enkele side-sluts of sletjes, is dit een onderdeel van zijn eigen successtory aan de universiteit. Van big-assed naar fine-ass lijkt de seksuele afspiegeling te zijn van een sociale upgrade van Dominicaanse migrant tot student die succesvol is in de blanke wereld. De wisselwerking tussen de etnische en de seksuele dimensie verschuift in de Nederlandse vertaling: fine-ass bitches wordt ‘chicas’. Het taalgebruik blijft indexicaal, omdat het nog steeds informatie geeft over de persoonlijkheid van de verteller, maar nu wordt de Spaanssprekende latino-achtergrond duidelijker geactiveerd, en horen we eerder een latin lover dan een kleurling-met-blanke-seksuele-voorkeur.

(5a) I should have been happy for the Wao. I mean, honestly, who was I to begrudge Oscar a little action? Me, who was fucking with not one, not two, but three fine-ass bitches at the same time and that wasn’t even counting the side-sluts I scooped at the parties and the clubs; […] (185)

(5b) Ik weet het, ik weet het, ik had blij voor hem moeten zijn, had het hem moeten gunnen. Ik, die er zelf niet één, niet twee, maar drie chicas op na hield, en dan zwijg ik nog van alle losse sletjes die ik in de clubs oppikte. (188)

Zoals al eerder aangegeven is de Nederlandse vertaling een creatieve en vrije vertaling. De vertaler voegt regelmatig stijleffecten toe die een lokale vertaalverschuiving impliceren. In voorbeeld 6 vinden we hiervan een mooie illustratie, die opnieuw te maken heeft met de reeds besproken stijlkenmerken van het etnisch gemarkeerde en seksistische taalgebruik. Enerzijds vinden we hier opnieuw een voorbeeld van het generieke nigger, in dit geval uitgebreid tot Island nigger, dat afgevlakt wordt tot het onbepaalde ‘je’. Alhoewel dit op zich misschien moeilijk te vermijden is, is het wel illustratief dat deze afvlakking van het etnisch gemarkeerde taalgebruik niet wordt gecompenseerd. Anders vergaat het met het seksueel geconnoteerde heavy. Lexicale vertalingen met behulp van begrippen zoals ‘dik’, ‘dikkerdje’, ‘zwaar’, laat staan ‘zwaarlijvig’, zouden duidelijk problematisch zijn: in de wereld van de verteller staat heavy immers voor ‘lekker’. De vertaler had kunnen opteren voor een neutraliserende vertaling met bijvoorbeeld ‘figuur’ of eventueel ‘vol figuur’. Maar hier gaat hij verder, veel verder (misschien wel over the top als we dit voorbeeld geïsoleerd bekijken), en voegt een nieuw beeld in, de ‘rubensfiguur’, een duidelijke adaptatie van de tekst aan de culturele frames van de doelcultuur. Wat we hierbij vooral willen aanstippen is dat er bij een dreigend verlies duidelijk gecompenseerd wordt in het domein van het seksuele, waar dit niet het geval is in het domein van het etnisch gemarkeerde taalgebruik.

(6a) Ana was a talker, had beautiful Caribbean-girl eyes, pure anthracite, and was the sort of heavy that almost every Island nigger dug, a body that you just knew would look good in and out of clothes; […] (34)

(6b) Ana was vrij en makkelijk in de omgang. Ze had prachtige Caribische ogen, van het zuiverste antraciet, en een rubensfiguur waarvan je gewoon wist dat het zonder kleren net zo adembenemend zou zijn als met. (44)

Tot slot een voorbeeld waaruit blijkt dat het taalgebruik niet enkel etnisch-indexicaal is ten opzichte van de verteller, maar ook ten opzichte van de narratee, of iets ruimer van een in-group waarvan de verteller en de narratee deel uitmaken. Yunior gebruikt in voorbeeld 7a opnieuw een in-group generieke uitdrukking, namelijk your. Deze ‘je’ verwijst naar de narratee, of naar een meer onbepaalde instantie, maar wel binnen bepaalde grenzen, naar individuen die herkenbaar zijn voor spreker en toehoorder. Wanneer Yunior dan zegt darker than your darkest grandma, veronderstelt dit dat de narratee een kleurling is of minstens affiniteit kan voelen met deze groep. In de Nederlandse versie van dit fragment wordt de narratee niet rechtstreeks aangesproken en wordt de verwijzing naar de huidskleur van het personage op een meer neutrale manier weergegeven, in ‘donkerder dan de pure chocola’. Was hier het aanvoelen van de vertaler dat door de hercontextualisering eigen aan vertaling de in-group niet meer op dezelfde manier functioneert?

(7a) Lola like the fucking opposite of the girls I usually macked on: bitch was almost six feet tall and no tetas at all and darker than your darkest grandma. (168)

(7b) Qua uiterlijk was ze ongeveer het omgekeerde van de chicks waar ik doorgaans op viel. Ruim één tachtig, nauwelijks tetas en donkerder dan de pure chocola. (172)                                                                                                   

Spanglish en macho seksisme
In de eerder besproken fragmenten hebben we al gemerkt dat Peter Abelsen ervoor kiest om de Spaanse of Dominicaans Spaanse woorden te behouden (vb4 moteles, vb7 tetas) of zelfs af en toe een extra Spaans woord in te voegen (vb2 guapas, vb5 chicas) of creatief aan te passen (vb2 Negrapolis/Chicapolis). Dit geldt ook voor typisch Dominicaanse of Caribische woorden (guagua, jabao, prieto, ...). Het is evident dat de aanwezigheid van de Spaanse woorden bijdraagt tot het profileren van de instantie van de verteller.

Heterolinguïsme in een literaire tekst is niet mimetisch (Grutman 2006): het pretendeert geen getrouwe weergave te zijn van een reëel taalgebruik. Het maakt een literaire projectie van dit taalgebruik, kan verschillende varianten als lagen over elkaar draperen, en is op die manier in staat om een eigen variant te creëren die niet gereduceerd kan worden tot een welbepaalde mix van reële cultuurkenmerken (De Wilde 2009). Dit geldt voor de brontekst, waar de superpositie van de vele stilistische en talige registers een ironische dimensie geven aan de tekst: door de variatie lijkt de verteller constant zijn eigen taalgebruik (en daardoor ook zijn eigen identiteit) ter discussie te stellen. Maar het is zo mogelijk nog duidelijker voor de vertaling. Daar waar de brontekst nog kan refereren aan het Spanglish als referentie- of vergelijkingspunt voor de literaire projectie, is dit voor de doeltekst niet meer het geval. In het Nederlandse taalgebied is de vermenging van Nederlands en Spaans natuurlijk wel mogelijk op individuele basis, maar het wordt niet herkend als de typische code van een bepaalde groep. Toch wordt het Spaans behouden en vormt het zelfs een van de pijlers onder de Nederlandse literaire tekst. Meer nog, de lezer die geen biografische kennis heeft van de auteur kan zelfs de indruk krijgen dat dit boek oorspronkelijk in het Spaans geschreven was.

Om het vloeiende ritme van de tekst niet te doorbreken besloot Abelsen geen woordverklaring te geven in de tekst zelf of in voetnoten (Abelsen, p.c.), maar is er, zoals eerder gezegd, aan het eind van het boek een glossarium van (Dominicaanse) Spaanse woorden opgenomen. Dit zegt iets over de (reële of veronderstelde) verwachtingen van de lezers van een vertaling. Een eenvoudig argument pro glossarium is dat het oorspronkelijke doelpubliek meer vertrouwd is met de combinatie van Engels en Spaans dan het doelpubliek van de vertaling en dus minder moeite heeft om het Spaans te ontcijferen. Dit is grosso modo misschien het geval, gezien de groeiende aanwezigheid van het Spaans in Noord-Amerika, maar toch: ook voor de gemiddelde Engelstalige lezer is het Spaans moeilijk te ontcijferen, zeker wanneer het volledige zinnen betreft zoals in voorbeeld 8, waarin iemand Oscar uitlegt hoe een vrouw te versieren.

(8a) Start with a fea.
Coje that fea y méteselo. (24)

(8b) Eén: zoek een chica.
Twee: coje esa chica y metéselo. (sic) (35)

Daarenboven staat Junot Díaz er in vergelijking met andere latino-auteurs om bekend weinig of geen expliciete uitleg of contextuele elementen toe te voegen om het Spaans beter begrijpbaar te maken. De code-switching functioneert op een assertieve manier die weinig concessies doet (Boyden & Goethals 2011). We moeten dus de letterlijke begrijpbaarheid van de brontekst voor het oorspronkelijke doelpubliek zeker relativeren. Maar van een vertaling verwachten de lezers blijkbaar meer hulp. Het Spaans blijft duidelijk aanwezig, maar het krijgt een minder assertief karakter: de woorden worden verklaard in het glossarium, en zoals we al gezien hebben in verschillende voorbeelden wordt ook het Spaans soms aangepast door minder bekende woorden te vervangen door makkelijker begrijpbare woorden. Een van de meest prototypische voorbeelden is ‘chica’ dat andere Spaanse woorden vervangt (vb2 negra>chica; vb8 fea>chica).

Het Spaans wordt niet alleen behouden (al dan niet in een wat vereenvoudigde versie), af en toe komen er zelfs Spaanse woorden bij om Engelse uitdrukkingen te vertalen. Zie vb2 (mad girls>guapas), vb5 (fine-ass bitch>chica); of ook nog de volgende voorbeelden (vb9 girls>chicas; vb10 blackgirl>morena):

(9a) It was fucking summer and I was chasing down a couple of new girls (192)

(9b) Het was zomer, ik zat achter een paar nieuwe chicas aan (194)

(10a) Earlier in the month he’d even spoken to a bespectacled blackgirl on a bus, [...] (271)

(10b) Eerder die maand had hij zelfs weer eens moed gevat en een bebrilde morena aangesproken in de bus: [...] (268) 

Het valt in deze voorbeelden op dat dit typisch gebeurt in contexten waarin de macho Yunior het over zijn seksleven en succes bij de vrouwen heeft. De functie van het (Dominicaanse) Spaans blijft in deze contexten dan ook niet beperkt tot het identificeren van de Spaanstalige identiteit van de verteller: het versterkt ook een andere dimensie, namelijk de seksistische dimensie. Spaans spreken en machogedrag versterken elkaar, niet alleen in de Noord-Amerikaanse perceptie, maar ook in die van de Nederlandstalige wereld, en dat maakt het een uitgelezen instrument voor de vertaling. 

Bij wijze van conclusie
We hebben een drietal fenomenen geïdentificeerd die prominent aanwezig zijn in deze bijzonder creatieve brontekst en al even creatieve vertaling: seksistische uitspraken, etnisch-raciaal gekleurd taalgebruik en het gebruik van Spaans-Dominicaanse woorden en zinnen. Dit taalgebruik draagt bij tot de identificatie van de verteller en zorgt meer in het algemeen voor een buitengewoon ironisch-humoristische en stilistisch knallende tekst.

In de vertaalanalyse benaderen we deze fenomenen als functionele ‘verticale’ eenheden. Met andere woorden, we maken geen optelsom van lokale vertaalverschuivingen, maar proberen deze te zien in het licht van de meer algemene categorieën. We kunnen ongetwijfeld stellen dat de humoristische stilistische gelaagdheid van de brontekst ook in de vertaling functioneel sterk aanwezig is en zorgt voor de grote aantrekkingskracht en het succes van dit boek.

De moeilijkste dimensie is ongetwijfeld het etnisch gemarkeerde taalgebruik. De subtiele codes die bepalen wie wie ‘zwart’ of nigger mag noemen, en welke connotaties daaraan verbonden zijn, of welke woorden of zinsconstructies identificerend zijn voor een etnisch gedefinieerde groep zijn erg verankerd in het taalgebruik en de etnische verhoudingen van de complexe cultuur van Latino-migranten in Noord-Amerika. Om deze betekeniselementen te behouden in de vertaling is regelmatig explicitering nodig. Dit is echter niet altijd mogelijk, onder meer omdat het spontane humoristische effect dan zou kunnen verdwijnen, en daarmee ook de literaire bedoeling van dit taalgebruik. In die contexten wordt de brontekst geneutraliseerd.

De aanwezigheid van Spaanse en Dominicaanse woorden wordt wel overvloedig overgenomen. Dit wijst er ongetwijfeld op dat het Spaans al relatief bekend is bij een deel van het doelpubliek, of reconstrueerbaar is, bijvoorbeeld door te focussen op prototypische woorden zoals ‘chica’. Maar de aanwezigheid van het Spaans is geen doel op zich: het staat ten dienste van het ritme in de tekst, het identificeert ook de verteller en bovendien versterkt het de derde dimensie, namelijk het seksisme. Hierbij kan de vertaler dankbaar gebruikmaken van de connotaties die in de doelcultuur aanwezig zijn. De seksistische opmerkingen van de verteller, ten slotte, blijken zeer vertaalbaar te zijn.

 

Noten
1 Boyden & Goethals 2011 beschrijft het dynamische solidariserende effect van deze aansprekingen in de brontekst en de Spaanse vertaling. Door het gebruik van deze vormen, en door het gemarkeerde taalgebruik, wordt een ‘in-group’ gesuggereerd waarvan de verteller en de narratee (Chatman 1978: 253) deel uitmaken. Een van de stellingen van Boyden & Goethals 2011 is dat in de Spaanse vertaling de solidariserende werking niet alleen betrekking heeft op de intradiëgetische verteller en narratee, maar ook op de relatie tussen de implied author en de implied reader. Dit komt doordat in de vertaling sterk de klemtoon wordt gelegd op het gebruik van spreektalig en Dominicaans of Caraïbisch gekleurd Spaans als onderscheidende stilistische factor. De ‘in-group’ die geïdentificeerd wordt door de gebruikte code is niet meer alleen die van de ‘peers’ van de verteller, maar ook de ‘peers’ van de implied author, die opgenomen wordt in de Spaanssprekende en - schrijvende wereld.
2 We wensen uitdrukkelijk Peter Abelsen te bedanken voor zijn omstandige antwoorden op de vragen die wij hem stelden tijdens het voorbereiden van de masterscriptie die aan de basis ligt van dit artikel (Morlion 2011). De inkijk in de wereld en gedachten van de vertaler waren van zeer grote waarde. Het was jammer genoeg niet meer mogelijk om het vertaalproces, met de verschillende prefinale versies van bron- en doeltekst, a posteriori te reconstrueren.
3 Het feit dat Yunior als latino dit woord opneemt in zijn jargon zorgt trouwens voor discussie, aangezien hij zelf niet van Afrikaans-Amerikaanse oorsprong is (Meathrell & Rodriguez 2008) en de racistische bijklank daarom behouden lijkt.
 

Bibliografie
Abelsen, Peter. Persoonlijke communicatie, 6 maart 2011.

Boyden, Michael & Patrick Goethals. 2011. ‘Translating the Watcher’s Voice. Junot Díaz’s The Brief Wondrous Life of Oscar Wao into Spanish’, Meta, 56:1, p. 20–41.

Chatman, Seymour. 1978. Story and Discourse. Narrative Structure in Fiction and Film. Ithaca and London: Cornell University Press.

De Maeseneer, Rita. 2011, ‘Junot Díaz y el canon, un “canibalismo líquido”’, Letral, 6, p. 89–97.

De Wilde, July. 2009. ‘Tout le touin touin. Over meertaligheid en homogenisering’, Filter, 16:4, p. 25–32.

Díaz, Junot. 2007. The Brief Wondrous Life of Oscar Wao. New York: Penguin.

Díaz, Junot. 2008. La breve y maravillosa vida de Oscar Wao. Traducción de Achy Obejas. New York: Vintage Books.

Díaz, Junot. 2010. Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao. Vertaald door Peter Abelsen. Amsterdam: Mouria.

Díaz, Junot s.d. Junot. [Online] http://www.junotdiaz.com [1/02/2011].

Grutman, Rainier. 2006. ‘Refraction and recognition. Literary multilingualism in translation’, Target, 18:1, p. 17–47.

Meathrell, Carrie & Rodriguez, Osmany. (10/04/2008). LAist Interview: Junot Díaz, Author and Pulitzer Prize Winner. [Online] http://laist.com/2008/04/10/laist_interview_134.php [1/02/2011].

Morlion, Hanna. 2011, ‘¿Cómo ser un emigrante dominicano de color y machista en neerlandés? Traducir la voz de Yunior en The Brief Wondrous Life of Oscar Wao de Junot Díaz’. Niet-gepubliceerde masterscriptie Hogeschool Gent, Departement Vertaalkunde.

Nord, Christiane. 1997. Translating as a Purposeful Activity. Manchester: St. Jerome Publishing.

Richardson, Bill. 1998. ‘Deictic Features and the Translator’, in: Leo Hickey (ed.), The Pragmatics of Translation. Great Britain: Cromwell Press Ltd, p. 124–142.

Lees meer over: